Teva Nederland blijft sterk door hybride aanbieder te zijn

De innovatieve farmaceutische bedrijven zitten in de problemen door het uitblijven van nieuwe blockbusters en het uit patent lopen van succesvolle geneesmiddelen. En de generieke aanbieders komen financieel onder druk te staan door de kostenbesparingsdrift van overheden. De positie van Teva blijft echter sterk, stelt algemeen directeur Hennie Henrichs, omdat het een hybride is van beide bedrijfstypen.

Als Chaim Salomon en Mosche Levin nu nog zouden leven, zouden zij niets meer herkennen van de geneesmiddelengroothandel die ze in 1901 vanuit Jeruzalem opzetten, en zouden ze waarschijnlijk ook niets meer begrijpen van de geneesmiddelenhandel zoals die heden ten dage wordt gevoerd. Toch zijn het deze twee die met hun initiatief de aanzet hebben gegeven tot de geneesmiddelengigant die we nu wereldwijd kennen onder de naam Teva. De naam Teva dook voor het eerst op in de jaren dertig, als een van de lokale productielocaties voor geneesmiddelen die het bedrijf in Israël opzette. Gaandeweg sloeg het bedrijf zijn vleugels uit en werd Teva ook in Nederland een bekende naam, door de acquisitie van Pharmachemie, gevestigd in Haarlem, in 1998. Wereldwijd geldt Teva nu als een van de top vijftien farmagiganten. Het hoofdkwartier is nog steeds Israël en het bedrijf is actief in zestig landen en heeft ruim 46.000 medewerkers. De omzetverwachting voor dit jaar bedraagt 22 miljard US dollar. Over de omzetpositie van Nederland kan algemeen directeur Hennie Henrichs van Teva Nederland geen uitspraken doen, het bedrijf is immers beursgenoteerd, maar hij kan wel zeggen dat het bedrijf in Nederland tot de top drie behoort. “En in volume zijn we in Nederland op afstand de grootste leverancier”, zegt hij. “Een op de vijf pakjes die wordt afgeleverd, is afkomstig van ons.”

Markt onder druk
Kijkend naar de ontwikkelingen in de globale farmaceutische markt, stelt Henrichs vast dat de positie van de innovatieve farmaceutische bedrijven zorgwekkend begint te worden. “De pijplijnen zijn niet meer gevuld met ontwikkelingen waarvan even grote verwachtingen kunnen worden gekoesterd als voor de blockbusters van weleer”, zegt hij. “Tegelijkertijd zie je dat de spécialitées die ze nu nog voeren binnen korte tijd uit patent komen, zodat er goedkopere generieke varianten van op de markt kunnen worden gebracht. En dat gebeurt ook nog eens in een markt die veel sneller en agressiever is geworden dan die in het verleden was. De vraag hoe je daarop moet inspelen om financieel gezond te blijven, wordt dan ineens heel acuut.”
Hier tegenover staan de generieke farmaceutische bedrijven, waarvoor de situatie er deels anders uitziet. “Deze bedrijven kunnen op basis van de veelgebruikte spécialitées die binnenkort uit patent lopen een fikse omzetgroei tegemoet zien op basis van de generieke varianten die ze hiervoor kunnen ontwikkelen”, zegt Henrichs. “Maar ook deze fabrikanten opereren in een markt waarin alle afzetlanden op zoek zijn naar kostenbesparingen. De farmaceutische markt is daardoor een commoditymarkt geworden. In Nederland en Engeland heeft dit proces zich al voltrokken, Duitsland zit er middenin. En andere landen zullen volgen, want ze leren natuurlijk van elkaar. Tegelijkertijd kan het percentage generieke geneesmiddelen in een aantal landen nog wel groeien. In Nederland bedraagt dit al 63 procent, maar in een aantal andere Europese landen is dit nog slechts 35 procent. Dit lagere percentage kan te maken hebben met het lokale marktmodel, met de vraag of het de artsen of de apothekers een centrale rol vervullen, met de rol van de overheid of eventueel ook van de zorgverzekeraar. Ook speelt de vraag een rol of al dan niet sprake is van eigen bijbetaling door de patiënt. In ieder geval zal het percentage generiek alleen maar groter worden, al was het alleen maar vanwege generieke groei door de groei van de populatie.”

Consolidatieslag
De situatie die Henrichs beschrijft, kan niet zonder gevolgen blijven voor de bedrijven, stelt hij. “De innovatieve bedrijven zullen afhankelijk van hun omvang en de kwaliteit van hun pijplijn hun strategie bepalen”, zegt hij. “Sommige zullen sterk consolideren. En er zullen bedrijven zijn die for the take zijn omdat hun omzet gaat dalen en ze dus overnameprooien worden. De generieke markt is al sterk veranderd. Twintig jaar geleden waren dat allemaal lokale partijen en nu zijn het bijna alleen nog maar wereldspelers. Hier heeft zich echt een enorme consolidatieslag afgetekend en die zal ook wel doorgaan. In een zo concurrerende markt moet dat wel. Maar het is de vraag in hoeverre het slim is van overheden om voor geneesmiddelen zo nadrukkelijk beleid op basis van prijs te blijven voeren. Een pakje geneesmiddelen kost nu vaak al minder dan een kop koffie op het strand in Zandvoort, maar  de bedrijven moeten wel blijven innoveren. Ook de generieke bedrijven, want die moeten investeren om de geneesmiddelen die uit patent komen als generieke variant op de markt te kunnen brengen. Als je dan als fabrikant weet dat je er vanaf dag één nog maar een heel lage prijs voor zult krijgen, komt er een moment waarop je je gaat afvragen of die investering nog wel de moeite waard is. Dan kan de situatie ontstaan waarin aanbieders zich terugtrekken en een land dus voor een aantal generieke geneesmiddelen afhankelijk wordt van aanbieders die vanuit het buitenland opereren. Het is de vraag of je dat moet willen. Zie dan bijvoorbeeld maar eens iemand aan de telefoon te krijgen voor een klachtenafhandeling.”

Gezonde tussenvorm
En wat betekent dit alles voor Teva zelf? Henrichs zegt: “Wij zijn generiek marktleider maar hebben een hybride businessmodel waarin we naast generiek ook branded en innovatieve producten voeren. Dat is een gezond businessmodel. Als je het alleen van generiek moet hebben, heb je een probleem. Als je alleen spécialitées voert en die lopen uit patent, dan zit je ook in een lastig parket. Maar voor ons heeft het verlies van een spécialité aan een generieke variant door ons businessmodel een heel andere impact dan voor een bedrijf dat er volledig van afhankelijk is. Verder zijn we de afgelopen jaren heel actief geweest op het gebied van acquisities. Je moet daarin geografisch verantwoorde keuzes maken. Teva heeft bijvoorbeeld geïnvesteerd in de Japanse markt, omdat de generieke penetratie daar nog heel laag is. Gelet op de internationale farmaceutische ontwikkelingen kan het niet anders of die penetratie zal stijgen. Je moet erbij zijn op het moment dat dit gebeurt. Ook Zuid-Amerika is interessant, vanwege de economische ontwikkeling en de bevolkingsgroei. In een aantal andere landen is acquisitie trouwens simpelweg niet meer mogelijk omdat aanbieders daarin al door acquisities een marktdominantie hebben bereikt. Verder is voor Teva OTC wereldwijd tot core-activiteit benoemd. We werken daarvoor samen met een van de grootste partijen op dat gebied: Proctor & Gamble.”

Maar hoewel zo’n stap op globaal niveau bepaald wordt, is de filosofie van Teva nadrukkelijk dat de kennis van de markt in de landen zit. De vrijheid om op landniveau marketingactiviteiten te ontplooien is dus groot.

Aanwezigheid gegarandeerd
Net als alle andere farmaceutische bedrijven heeft Teva nadelige financiële gevolgen ondervonden van het preferentiebeleid. “De prijsverlaging onder invloed van dit systeem is soms echt te ver doorgevoerd”, zegt Henrichs. “Als je voor een pakje een vergoedingsprijs krijgt van twintig cent en een postzegel kost 45 cent, dan heb je echt een probleem. Wij hebben desondanks ons assortiment intact gehouden, maar we vragen wel een verantwoorde prijs voor wat we leveren. Wat niet wegneemt dat we verre van gelukkig zijn met het preferentiebeleid, want dat zorgt naast alle andere gevolgen ook nog eens voor een logistieke nachtmerrie. We zijn dan ook met partijen in gesprek over alternatieven hiervoor, maar die verkeren nog in een te vroeg stadium om hierover inhoudelijk verder iets te kunnen zeggen.”

In ieder geval is de positie van Teva in de Nederlandse markt sterk genoeg om in ons land actief te blijven. “Onze aanwezigheid in Nederland staat niet ter discussie”, zegt Henrichs. “De generieke markt staat weliswaar onder druk, maar wij hebben een sterke positie opgebouwd. Maar als je nu als farmaceutisch bedrijf from scratch zou moeten beginnen, dan zou ik het niet aandurven om in de Nederlandse markt aan de slag te gaan.”

Dit is een artikel uit FarmaMagazine nr. 3 2012
Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • De Centrale ApotheekDe Centrale Apotheek Wettelijk moet elke apotheek een balie en een spreekkamer hebben. Dus in het immense bedrijfspand van De Centrale Apotheek (DCA) in Roden zíjn die er ook. Tot nu toe heeft DCA welgeteld […]
  • “Meer gezondheidswinst, lagere zorgkosten, die slag moeten we maken”“Meer gezondheidswinst, lagere zorgkosten, die slag moeten we maken” Hij is weliswaar geen minister van VWS meer, maar Ab Klink werkt nog dagelijks aan het helpen oplossen van de meest urgente vraagstukken in de gezondheidszorg. En dat is nodig, vindt […]
  • Apothekers kunnen veel meerApothekers kunnen veel meer Meerjarige contracten met zorgverzekeraars, twee keer per jaar aan tafel met de Minister van VWS en de beloning van huisartsen en apothekers gelijkschakelen. En dan komt het toch nog goed […]
  • Apotheker bij een zorgverzekeraar Bea van der Veen (1969) Apotheker bij Achmea, Divisie Zorg & Gezondheid Studie Farmacie in Groningen, afgestudeerd als apotheker (1995) Hoe is je carrière na de studie […]
  • De apotheker is vooral zorgverlenerDe apotheker is vooral zorgverlener De apotheker is vooral zorgverlener. Het wordt tijd dat apothekers die houding ook actief uitdragen. “Dat betaalt zichzelf terug. Over vijf jaar is de positie van de apotheker als […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie