Therapietrouw bij orale oncolytica

OncolyticaHoewel orale oncolytica duidelijke voordelen bieden voor de patiënt, hebben ze als nadeel dat het zicht op therapietrouw er minder direct zichtbaar mee wordt. Als dit tot suboptimale therapietrouw leidt, kan het behandelresultaat tekort schieten. De apothekers zien een duidelijke rol weggelegd voor zichzelf om te voorkomen dat dit gebeurt.

Het gebruik van orale medicatie in de oncologie is de laatste jaren sterk toegenomen. “Dat is vooral in het voordeel voor de patiënt omdat die voor de toediening van de medicatie niet naar het ziekenhuis hoeft, zegt Jacqueline Hugtenburg. Zij is universitair hoofddocent bij de afdeling klinische farmacologie en apotheek van het VUmc en apotheker in Amstelveen. “Een extra voordeel is dat nu orale middelen beschikbaar komen voor behandeling van ziekten die voordien niet of niet goed behandelbaar waren”, vertelt ze. “Deze middelen geven oncologische patiënten dan meestal een levensverlenging met een aantal maanden, maar soms ook langer. Chronisch myeloïde leukemie is er zelfs een chronische ziekte mee geworden.”

Suboptimale therapietrouw
Er zit echter een ‘maar’ aan dit verhaal, waarschuwt Hugtenburg, en dit is het feit dat de patiënt bij die orale middelen zelf verantwoordelijk wordt voor toediening van het geneesmiddel. “Voor infuustoediening staat een afspraak in het ziekenhuis”, zegt ze. “Tabletten kun je vergeten in te nemen of je kunt eens een dag overslaan. Je zou denken dat dit niet gebeurt bij kanker omdat dit een ernstige ziekte is, maar het gebeurt dus wel.”

Een studie toont aan dat de therapietrouw bij orale oncolytica varieert tussen de zestien en honderd procent. Een voorbeeld: hormonale therapie bij borstkanker dient vijf jaar te worden toegepast. Na een jaar blijkt 22 procent er echter al mee gestopt te zijn en slechts een goede vijftig procent van de mensen haalt de volle vijf jaar. Hugtenburg: “We zien ook uit onderzoek met nieuwe orale middelen dat een derde van de patiënten minder dan 95 procent ervan gebruikt. We weten niet bij welk percentage het afkappunt zit in effectiviteit van toediening, maar 95 procent is geen honderd procent. Het is een serieus probleem.”

Vijf bepalende factoren
Hugtenburg onderscheidt in totaal vijf factoren die bepalen waarom patiënten hun medicatie niet of niet volledig innemen. “Ten eerste zijn er patiëntgerelateerde redenen”, vertelt ze. “Ten tweede ziektegerelateerde redenen, zoals de ernst van de ziekte. Ten derde therapiegerelateerde redenen, vooral bijwerkingen. Dan sociaaleconomische factoren zoals opleidingsniveau en inkomen. En tot slot is er het systeem van de gezondheidszorg, ofwel de factor van goede uitleg over het belang van de therapie en therapietrouw door de arts.”
Een punt van aandacht is dat de arts niet de enige is die een rol speelt in de begeleiding van patiënten die orale oncolytica krijgen voorgeschreven. De verpleegkundige speelt er ook een rol in, maar vooral ook de apotheker. “Dit aspect heeft onze volle aandacht”, zegt Hugtenburg, “want tussen hen is niet altijd sprake van goede afspraken. In het kader van haar promotieonderzoek hier aan VUmc heeft Lonneke Timmers gekeken naar het gebruik van orale oncolytica in de dagelijkse praktijk en de zorg rondom therapietrouw van zorgverleners hierbij. Zij heeft op basis van literatuuronderzoek in kaart gebracht welke activiteiten zorgaanbieders kunnen ontplooien om therapietrouw bij patiënten te stimuleren: uitleg over de werking van het middel, over bijwerkingen, over wat kan worden gedaan als die bijwerkingen inderdaad voorkomen, over wat je als patiënt kunt doen om niet te vergeten dat je het middel moet innemen et cetera. Vervolgens heeft ze bij de artsen, verpleegkundigen en apothekers uitgevraagd wat zij op deze punten in de praktijk doen. Daaruit kwamen grote verschillen. Hier zit dus ruimte voor verbetering.”

Rol voor de apothekers
Vooral de apothekers kunnen hun zorg nog uitbreiden, blijkt uit Timmers’ onderzoek. “Ze letten goed op interacties, maar bespreken minder goed wat de patiënt kan doen om niet te vergeten dat hij het middel moet slikken”, zegt Hugtenburg. “Verpleegkundigen kunnen ook meer doen, bijvoorbeeld de naasten van de patiënt meer bij de therapie betrekken. Voor artsen is het moeilijker om te bepalen wat zij meer kunnen doen, want zij delegeren veel voorlichtingstaken naar verpleegkundigen. Toch zien we hierin lacunes, dus het is aan de apothekers om hier hun rol op te pakken. Het gaat om geneesmiddelen tenslotte.”

Voorbeelden van best practices zijn er al wel. Hugtenburg vertelt: “Er is een apotheker in België die patiënten persoonlijk begeleidt en die altijd bereikbaar is om vragen te beantwoorden. Daarnaast is in het Albert Schweitzerziekenhuis een plan in ontwikkeling voor de inzet van videoconsulten met de patiënt. De achterliggende gedachte is dat patiënten die goed overweg kunnen met een website of app uiteindelijk veel minder vaak voor controle naar het ziekenhuis zullen hoeven komen. Een derde best practice is de poliklinische apotheek van het Radboudumc, die patiënten begeleidt met het gebruik van orale oncolytica.”

Ook de patiënt betrekken
Een andere promovenda, Christel Boons, is betrokken bij onderzoek naar de effectiviteit van deze best practices en naar de wijze waarop zij het breder kunnen worden geïmplementeerd. “Dit gebeurt met betrokkenheid van patiënten”, zegt Hugtenburg, “want het moet aansluiten bij hun situatie.”
Bekend is dat veel interventies niet effectief zijn. “Dit komt omdat ze gericht zijn op totale populaties of te uniform zijn”, zegt Hugtenburg. “Ze moeten op maat zijn en zorgaanbieders moeten weten hoe ermee om te gaan. De apotheker kan een belangrijke rol spelen om de andere zorgaanbieders – artsen en gespecialiseerd verpleegkundigen – hiermee te helpen. Ik verwacht dat die wel open staan voor deze rol van de apotheker. Het is goed dat de KNMP therapietrouw tot speerpunt heeft benoemd en dat de beroepsgroep al heeft aangegeven deze rol op zich te willen nemen. Waar het nu op aankomt, is bereidheid van alle partijen tot samenwerking.”

VUmc organiseert op 22 juni het symposium Therapietrouw bij het gebruik van orale oncolytica, bedoeld voor artsen, apothekers en gespecialiseerde verpleegkundigen. In de september-editie van FarmaMagazine zal er uitgebreid verslag gedaan worden van dit symposium.

Tekst: Frank van Wijck

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: E05
Tags: ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *