Toekomst van de farmacie: Trial and Error

FarmaMagazine-Toekomst-van-de-farmacieDe openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 5 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie.

Het verdwijnen van de openbare apotheek zoals we die nu kennen, is een realistisch scenario. Dit vinden zowel Michel Dutrée (directeur van Nefarma) als Ruud Coolen van Brakel (bestuurder van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik). Dutrée is het meest uitgesproken: “De huidige apotheek vind ik inmiddels onvoldoende onderscheidend van de drogisterijen. Bij de apotheek is alleen de balie wat dieper door die ladekasten waarin de geneesmiddelen liggen. Het ligt dan ook voor de hand dat de drogist en de apotheek gaan fuseren in de komende vijf tot tien jaar. De apotheek besteedt toch al steeds meer ruimte aan producten van Vichy, VSM en Dr Vogel en aan medische hulpmiddelen. Voor zo’n samenwerking is een heel goed businessmodel te ontwikkelen, waarbij zorg en distributie worden gescheiden.”

Coolen van Brakel is op dit punt wat terughoudender: “De nulde lijn is ook sterk aan het professionaliseren, dat is heel erg toe te juichen. Drogisterijen nemen hun distributie- en voorlichtingstaak steeds serieuzer. Of dat ook per se betekent dat je het uitgiftepunt voor de openbare farmacie daaraan kunt koppelen, weet ik niet zo zeker. Middelen die onder de Opiumwet vallen, zie ik nog niet zo snel via de drogisterij verstrekt worden. Maar verdergaande samenwerking en afstemming zijn wel degelijk mogelijk in ieder geval. En dat apotheken in sommige opzichten steeds meer op drogisten beginnen te lijken, is niet zo vreemd. Een apotheek is tenslotte ook gewoon een winkel en een apotheker is behalve een zorgverlener ook een ondernemer. Dit laatste is een serieus onderdeel van zijn werk. In de apotheek komen mensen met een zorgvraag. Die is deels te beantwoorden met receptgeneesmiddelen, maar zeker deels ook met vrij verkrijgbare producten. Het zou onzin zijn dat onderdeel van het bedrijf links te laten liggen.”

Loskomen van de distributie
Het is in ieder geval niet de distributie waarvan de openbare farmacie het moet hebben, daarover zijn beiden het eens. “Het wordt steeds helderder dat je de zorg en de distributie van elkaar moet scheiden”, zegt Coolen van Brakel. “Voor de distributie hebben we de laatste jaren allerlei initiatieven zien ontstaan: De Centrale Apotheek, distributie via de huisarts, robots, centrale uitgiftepunten, noem maar op. Niet alles is succesvol gebleken, maar de gesignaleerde bewegingen zijn wel een indicatie voor de verandering die in de lucht hangt en ze tonen aan dat het mogelijk is een deel van de distributie zonder instructie van de apotheker te laten plaatsvinden. Tekenend is dat veel van die initiatieven van apothekers zelf komen. Die beseffen ook dat ze er voor de inhoud moeten zijn. De apotheker is niet voor niets onder de Wet BIG gebracht tenslotte. Natuurlijk moet de apotheker hierbij wel heel goed nadenken over de vraag wat de steeds kritischer wordende consument móet weten en interessant vindt om te weten. Het ligt voor de hand dat hij er is voor het eerste uitgifte gesprek en de geneesmiddelenbewaking. Maar hij kan ook als iemand voor de tweede keer in korte tijd slaaptabletten komt halen de vraag opwerpen of zo iemand niet eens met de huisarts moet praten.”

“Het zou goed zijn als de arts en de apotheker fysiek dichter bij elkaar komen. Een huisarts is nu eenmaal geen genees­middelendeskundige.”

Dichterbij de huisarts
Dutrée verbindt hier een verdergaande conclusie aan: “De uitgifte kan verlegd worden naar de Albert Heijn, Drogitheek of naar internet, zodat de apotheker de ruimte en de tijd krijgt om in het gezondheidscentrum poli te draaien. De apotheker en de huisarts moeten weliswaar ieder hun eigen werk blijven doen. Maar het heeft meerwaarde als ze daarnaast ook samen overleggen over het geneesmiddelenbeleid voor hun patiënten en een gezamenlijk geneesmiddelenspreekuur houden voor hen. Apothekers zeggen ook altijd met passie voor de patiënt te werken. Maar in de huidige situatie hebben ze blijkbaar niet de ruimte en de tijd om hieraan invulling te geven, want in de apotheek is het meestal de assistent die de patiënt te woord staat. Als patiënt wil ik een apotheker die zich in mij verdiept en die met me overlegt over de vraag of die polifarmacie waarmee ik als oudere of chronisch zieke geconfronteerd word wel echt nodig is. Ook moet hij zich gaan verdiepen in Apps en andere hulpmiddelen die de patiënt inhoudelijke ondersteuning bieden, en daarover uitleg gaan geven aan de patiënt. Hij dient duidelijk te zijn over taakherschikking, de apothekersassistent als POH als het ware. En hij moet zorgen dat hij volledige terugkoppeling krijgt van de ziekenhuisapotheker als de patiënt in het ziekenhuis heeft gelegen. Dán geeft hij inhoud aan zijn zorgverlenerschap.”
Hierin kan Coolen van Brakel zich wel vinden. “Ik geloof heel erg in het gezamenlijke belang van de huisarts en de apotheker voor de patiënt”, zegt hij. “Het zou dus alleen maar goed zijn als ze fysiek dichter bij elkaar komen. Een huisarts is nu eenmaal geen geneesmiddelendeskundige.”

Transitiefase
“Als je met apothekers praat”, zegt Dutrée, “dan geven ze ook wel toe dat het huidige model van de openbare farmacie aan het eroderen is. De bulk van de geneesmiddelen zal straks door de zorgverzekeraars worden ingekocht en gedistribueerd. En de dienstapotheek verdwijnt naar het ziekenhuis. De apothekers zullen het echt van hun inhoudelijke kennis moeten hebben. En de prestaties die voor hen zijn gedefinieerd bieden ook voldoende opties om hiermee tot een acceptabel verdienmodel te komen. Je ziet ook al apothekers die meer investeren in spreekruimten binnen de apotheek, maar dit model wordt in de apotheekwereld helaas toch nog steeds onvoldoende omarmd.”

Waarom gaat het niet sneller? “Het is niet vreemd dat de transitiefase waarin de openbare farmacie nu zit zo lang duurt”, zegt Coolen van Brakel. “We zijn het systeem met steeds meer maatregelen gaan volstapelen. De bewegingsvrijheid van de apotheker/zorgverlener is hierdoor sterk aan banden gelegd. Het is zoeken naar een nieuw verdienmodel en naar het kapitaliseren van het zorgverlenerschap. Er is een gepassioneerde bereidheid van de apotheker om zich te richten op medicatiebeoordeling, maar er is op de achtergrond ook nog steeds de vraag: waar doen we het voor en wordt het wel betaald? Die dubbelrol tussen ondernemerschap en zorgverlenerschap is in de hele zorg een dilemma, je ziet dat net zo goed bij de medisch specialisten en de huisartsen. Het heeft te maken met het ingevoerde model van gereguleerde marktwerking. De enig juiste manier om hierin een nieuwe balans te vinden is trial and error. Maak hard wat je werk waard is, dat is een taak voor de apothekers én voor de KNMP. Je moet het niet alleen professionaliseren, maar ook calculeren.”
Dutrée ziet voor de KNMP ook een andere taak. “Ze moet het compromissenmodel loslaten”, zegt hij. “Continu proberen de achterban op één lijn te houden werkt niet meer. Als je verandering wilt bewerkstelligen, moet het schuren. De jonge apothekers willen wel: die willen maar wat graag kiezen voor de inhoud. Ze willen zelfs bijgeschoold worden om dat gesprek met de patiënt te kunnen aangaan.”

Koffie schenken
Welke taak heeft de overheid in dit stadium? Dutrée haalt hiervoor de woorden van Edith Schippers aan. “Haar taak is koffie schenken”, zegt hij. “Mensen bij elkaar brengen dus. Maar niet meteen oplossingen gaan bieden, want dat leidt alleen maar tot leungedrag.”

Voor Coolen van Brakel is koffie schenken te vrijblijvend. “De apothekers hebben wel wat goed te maken in de communicatie richting overheid”, zegt hij. “Het ging in die communicatie de laatste tijd teveel over ondernemerschap en te weinig over zorgverlenerschap. Dat is de verkeerde weg. Als het zorgverlenerschap voorop staat, volgt het ondernemerschap vanzelf. Op dit moment zal de overheid niet zoveel reden zien om zich met het onderwerp bezig te houden. Ze trekt zich steeds meer terug. Daarbij dient ze zich wel steeds de vraag te stellen of dit terugtrekken er niet toe leidt dat de zorg gevaar loopt of dat de kosten oplopen. Gaat het op een van die twee fronten niet goed, dan zou ze daarop moeten ingrijpen, maar in de openbare farmacie is dit niet zo aan de orde. Ze blijft nu alleen betrokken in de zin van doelmatigheidsafspraken maken met het veld, maar op basis daarvan is toch vooral het veld zelf aan zet.”

Dutrée afsluitend: “Daarbij is het ook aan het veld om de zorgverzekeraars op te voeden in het beoordelen van de businessmodellen die het ontwikkelt. Maar het is de beroepsgroep zelf die de sanering van de bedrijfstak moet financieren.”

Tekst: Frank van Wijck

Gerelateerde berichten

  • De toekomst van de  openbare farmacieDe toekomst van de openbare farmacie De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun […]
  • Wim van Hulst en Raymond Kolman over de toekomst van de farmacieWim van Hulst en Raymond Kolman over de toekomst van de farmacie De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun […]
  • Nefarma pleit voor Nationale GeneesmiddelenagendaNefarma pleit voor Nationale Geneesmiddelenagenda Nefarma heeft gereageerd op de Geneesmiddelenvisie die minister Edith Schippers eind januari jl. presenteerde en die de komende maand op de agenda van de Tweede Kamer staat. Onderschreven […]
  • Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maatPaul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat Medicatie en prijsafspraken op maat. Paul Korte, voorzitter van Nefarma, over de zoektocht naar het betaalbaar houden van geneesmiddelen. “Meer centraal ingrijpen is niet verstandig.” En […]
  • Toolkit Rij veilig met medicijnenToolkit Rij veilig met medicijnen Het IVM (Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik) heeft de “Toolkit Rij veilig met medicijnen”uitgebracht. Deze toolkit is bedoeld voor behandelaars en andere medewerkers in de zorg die […]

Auteur: redactie
Categorie: E09
Tags: , , , , ,

1 Reactie

  1. Even een reminder: de Nederlandse Farmacie behoort incl de apotheek- distributie kosten bij de goedkoopste in Europa en is de laatste jaren alleen maar goedkoper geworden.
    Kwalitatief hoort de Nederlandse Farmacie bij de wereldtop.
    Dus een kwalitatief hoogwaardig product tegen een bescheiden prijs. In normaal onderzoek sta je dan met stip bovenaan.
    Zo niet in Nederland. Er moet aan gesleuteld worden op een manier die nog nergens ter wereld is vertoond met dus uiterst onzekere uitkomsten. Met welk doel? Het is alsof BMW en Mercedes bij hun auto’ s de motor in de achterbak gaan leggen en overgaan tot voorwiel aandrijving, alleen omdat het bestaande concept ” niet meer van deze tijd ” is.
    Een drogist vergelijken met een apotheek? AH kan de distributie beter doen? Alsof het een op een verstrekken van geneesmiddelen te vergelijken is met de inkoop en distributie op pallet niveau, waarbij de klant ook nog eens zelf het product uit de schappen haalt?
    Als dat zo is, waarom zijn dan zoveel ” verswaren ” al voorverpakt? Waarom niet ter plekke klaargemaakt en afgesneden voor de klant die misschien niet 100 maar slechts 75 gram wil?
    De vraag stellen is het antwoord geven: dat kan kostenmatig niet uit, is te duur. Appels met peren vergelijken noemt men dat. Er is al jaren sprake van vrije vestiging en distributie.
    Als het allemaal zo eenvoudig is: waarom bestaat de apotheek bol.com oid dan niet al lang?
    Gewoon omdat het niet rendabel is te maken bij de huidige kleine marges. Scheiding van Zorg en Distributie? Je knipt een pakket in minimaal twee stukken, en voert dat op twee gescheiden locaties, met extra logistieke kosten uit. En daarvan zou het beter worden en ook nog goedkoper? De Nederlandse Farmacie heeft ernstig te lijden onder het zgn. ” voetbalsyndroom”. Elke Nederlander heeft wel eens tegen een bal getrapt of een wedstrijdje bijgewoont, en daarom hebben we 16 miljoen voetbalkenners. De vergelijking met de Farmacie is evident. Ook hier heeft bijna iedereen wel eens iets geslikt of gesmeerd en is in een apotheek geweest. Gevolg ook hier: 16 miljoen apotheekkenners. Het zou prettig zijn als al die ” apotheekkenners” als ze iets zinnigs willen zeggen over de Nederlandse Farmacie eens een weekje mee zouden lopen . Ik denk dat velen zich achteraf dood zullen schamen .
    Als je je een visie aanmatigt zonder over de fundamentele kennis te beschikken maak je je in de ogen van beroepsbeoefenaren behoorlijk belachelijk. Dat is natuurlijk geen goede basis voor een gezonde discussie.

    Plaats een Reactie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *