Aanklacht bij het tuchtcollege wordt lang niet altijd maatregel

Jenneke Rowel-van der Linde (Centraal Tuchtcollege) en Jeroen Recourt (Regionaal Tuchtcollege)

Hoewel een zorgprofessional die voor het Tuchtcollege moet verschijnen het niet zo zal voelen, is het primaire doel van het college de gezondheidszorg te verbeteren. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de maatregelen van het Tuchtcollege tot defensieve geneeskunde leiden. Juist de discussie over hoe een maatregel de aanzet kan vormen tot verandering is essentieel, stellen rechters Jenneke Rowel-van der Linde en Jeroen Recourt.

Van alle wijzigingen in de Wet BIG die per 1 april van kracht zijn geworden, kreeg de verplichting voor BIG-geregistreerde zorgverleners om hun BIG-nummer te vermelden de meeste media-aandacht. Jenneke Rowel-van der Linde, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, en Jeroen Recourt, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam, hadden liever gezien dat meer aandacht naar een andere wijziging was uitgegaan. ‘Wie een klacht wil indienen, moet hiervoor sinds 1 april vijftig euro deponeren’, zegt Rowel. ‘Bij een klacht die geheel of deels gegrond wordt verklaard krijgt de klager dit bedrag terug, maar wij zien het toch als strijdig met ons streven om laagdrempelig toegankelijk te zijn en de zorg beter te maken.’


Recourt voegt hieraan toe dat de Tuchtcolleges hopen de goede klacht bij zich te krijgen, een klacht dus waarvan kan worden geleerd. En dat is nog niet zo eenvoudig, want lang niet iedereen die ontevreden is over een zorgverlener dient een klacht in bij het Tuchtcollege.

Het college moet iedere klacht in behandeling nemen die wordt ingediend, ook zaken van heel gering belang. ‘We beoordelen zaken over het handelen van zorgverleners die de kwaliteit van de zorg kunnen raken’, zegt Recourt. ‘Niet alle klachten vallen daaronder. Een klacht kan bijvoorbeeld ook voortkomen uit een psychische stoornis of uit persoonlijke onvrede. Daarnaast zien we nog teveel klachten tegen beroepsbeoefenaren die niet onder het BIG-register vallen. Het Tuchtcollege is niet de route voor een klacht over een apothekersassistente of een verzorgende in een verpleeghuis. Het zou mooi zijn als dergelijke klachten niet meer bij ons komen, omdat de zware procedure van het tuchtrecht daar niet van toepassing is.’


Over twee wijzigingen die per 1 april van kracht zijn geworden in de Wet BIG zijn beiden wel te spreken. Ten eerste de aanstelling van een tuchtklachtfunctionaris bij het ministerie van VWS, die mensen kan helpen om te bepalen of een klacht geschikt is om door het Tuchtcollege te worden behandeld, en die ook kan helpen om de klacht goed te formuleren.

Het tweede is een aanpassing van de enkele jaren eerder genomen beslissing om opgelegde maatregelen die zwaarder zijn dan een waarschuwing te laten volgen door een publicatie in het BIG-register en in een lokale krant, met naamsvermelding van de beklaagde. ‘Dat was een slechte beslissing’, zegt Recourt onomwonden, ‘wij hebben dat als tuchtrechters ook altijd gezegd. De kwaliteit van de gezondheidszorg wordt meestal niet gediend met het verplicht op naam publiceren van een berisping. Wij juichen het dan ook toe dat de verplichting is teruggedraaid.’
De tuchtrechter bepaalt nu of de opgelegde maatregel wel of niet moet worden gepubliceerd, en zal daarbij een afweging maken tussen het privacybelang van de zorgverlener en het algemeen belang van een publicatie. ‘In de meeste gevallen zal geen publicatie volgen’, zegt Recourt. En Rowel vult aan: ‘De gedachte was dat openheid de patiënt zou helpen om een goede zorgverlener te vinden. Maar die gedachte gaat niet op natuurlijk. Een zorgaanbieder die een maatregel van het Tuchtcollege opgelegd krijgt omdat hij zijn administratie niet op orde heeft, kan nog steeds een goede zorgverlener zijn. Bovendien betreft een tuchtzaak die eindigt in een waarschuwing of berisping vaak een eenmalig probleem. En een tuchtklacht heeft iets van een toevallig karakter. Het is vaak de combinatie van iets dat fout gaat en ongelukkige communicatie daarover die tot een tuchtzaak leidt.’

Jullie spreken van een maatregel. Het woord straf komt niet in jullie vocabulaire voor.
Rowel: ‘Dat is heel bewust. De uitspraken die het Tuchtcollege doet hebben immers niet de bedoeling om te straffen maar om de gezondheidszorg te verbeteren. Het gaat niet om genoegdoening of om het honoreren van een individuele klacht. Die bijdrage leveren aan het verbeteren van de gezondheid doen we mede door anoniem over tuchtzaken te publiceren. In Medisch Contact is dit zelfs de best gelezen rubriek. We doen dit in de hoop dat zorgverleners het delen en er met elkaar over in gesprek gaan.’

Recourt: ‘Daarin is winst te boeken. Een tuchtzaak wordt door een zorgaanbieder als buitengewoon zwaar en schaamtevol ervaren. Dat begrijpen we ook. De gang naar het Tuchtcollege grijpt vaak diep in op het leven van een zorgverlener. Het raakt iemands identiteit en integriteit, daar zijn we ons van bewust. En we horen ook het geluid dat het tot defensieve geneeskunde zou leiden, wat vanzelfsprekend niet de bedoeling is.’

Rowel: ‘Daarvoor moeten we inderdaad oppassen. Daarom benadrukken we ook dat afwijken van een richtlijn altijd mogelijk moet zijn. Als de zorgverlener maar goed onderbouwt waarom hij afwijkt en daarover ook communiceert met de patiënt zodat ze tot een gezamenlijke beslissing kunnen komen. We kijken naar de vraag of een zorgverlener binnen de bandbreedte van de redelijke beroepsuitoefening te werk gaat.’

Hoe vaak is de zorgverlener die met het tuchtrecht in aanmerking komt een huisarts of een openbaar apotheker?
Recourt: ‘Tegen openbaar apothekers zien we maar weinig klachten. Huisartsen behoren samen met psychiaters en bedrijfsartsen tot de beroepsbeoefenaars waartegen wel vaak tuchtzaken worden aangespannen. Ze verkeren alle drie in een situatie waarin verschillende belangen spelen. Denk bijvoorbeeld aan de afweging een patiënt wel of niet te verwijzen. Vooral als achteraf blijkt dat een arts een gezondheidsklacht gemist heeft die wel specialistische behandeling behoefde. Dan is er een duidelijke relatie met de kwaliteit van zorg. De grens bepalen van wanneer wel of niet moet worden doorverwezen, is trouwens niet altijd eenvoudig.’

Rowel: ‘De meeste tuchtzaken tegen apothekers zijn ongegrond verklaard. Gaat het bijvoorbeeld om een fout met een dosering die door een apothekersassistent is gemaakt, dan kijken we naar hoe de apotheker hiermee is omgegaan om herhaling te voorkomen. Als die het goed heeft opgepakt, blijft het vaak bij een waarschuwing. Een klacht kan ook gegrond worden verklaard zonder dat er een maatregel aan wordt verbonden. In 2016 is één keer sprake geweest van een doorhaling uit het BIG-register. Dat ging om een apotheker die op grote schaal fraudeerde. Geen zaak met een rechtstreekse patiëntrelatie, maar wel iets wat een grote weerslag heeft op de gezondheidszorg. Recent was sprake van een voorwaardelijke schorsing voor de duur van drie maanden, maar daartegen is beroep aangetekend dus die zaak loopt nog. Wat huisartsen betreft: recent vertelde ik voor een groep huisartsen over het tuchtrecht. Hun beeld was: als je wordt aangeklaagd, dan volgt vrijwel steeds een maatregel. Maar dat klopt helemaal niet. Slechts een minderheid van het aantal aanhangig gemaakte zaken wordt gegrond verklaard. Het kan in zeer uitzonderlijke gevallen ook voorkomen dat een klacht een dermate ernstig karakter heeft dat een beroepsbeoefenaar ook nog strafrechtelijk wordt vervolgd. Dat is bij euthanasie een actueel discussiepunt.’

In eerste aanleg komt een zaak voor het Regionaal Tuchtcollege. Wordt hoger beroep aangetekend, dan gaat de zaak naar het Centraal Tuchtcollege. Dat is dan het eindstation, verder beroep is niet mogelijk. Meestal is het de klager die beroep aantekent. ‘Ook hier weer geldt sinds kort de verplichting om 50 euro te betalen om een zaak in behandeling te kunnen nemen’, zegt Rowel. ‘Ik ben benieuwd welk effect dit gaat hebben.’ Recourt vult aan: ‘Belangrijk om te vermelden is ook dat bij niet op tijd betalen de termijn vervalt waarin het mogelijk is beroep aan te tekenen. Dan is de kans dus voorbij, in ieder geval in hoger beroep.’

Staat het Tuchtcollege voldoende dichtbij de praktijk van de zorgprofessional?
Rowel: ‘In het Regionaal Tuchtcollege zitten drie beroepsgenoten en ook in het Centraal Tuchtcollege treft een zorgverlener twee zorgprofessionals, en ook hier weer zoveel mogelijk aansluitend op het vak dat de beklaagde beoefent. Het is dus vooral collegiale toetsing. De klacht dat we ver van de praktijk afstaan is ongegrond. Maar aan de andere kant is het natuurlijk ook waardevol dat er juristen in het college zitten. Dit zorgt ervoor dat er zoals wij dat noemen equality of arms is, dat beide partijen – de beklaagde en de klager – goed en gelijkmatig worden gehoord.’

Recourt: ‘Die balans maakt de keuze voor het Tuchtcollege ook juist zo interessant voor rechters. Het brengt je tussen niet-juristen, en het zijn in de kern altijd persoonlijke en aangrijpende verhalen. Het is echt relevant wat er gebeurt.’
Rowel, afsluitend: ‘Mooier kan ik het niet zeggen. De zorg raakt iedereen in zijn wezen.’

Gerelateerde berichten

  • Ziekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelenZiekenhuisbestuurder Wouter Bos over dure geneesmiddelen Wouter Bos zegt in de loop der jaren pessimistischer te zijn geworden over de mogelijkheid een oplossing te vinden voor het dossier dure geneesmiddelen. De farmaceutische bedrijven in ons […]
  • Bert Leufkens (CBG): “De toekomst is aan medicatie op maat”Bert Leufkens (CBG): “De toekomst is aan medicatie op maat” Prof. Dr. Bert Leufkens neemt na tien jaar afscheid als voorzitter van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Tal van dossiers kwamen langs zijn bureau. Van de veiligheid […]
  • Ierland wil aansluiten bij BeNeLuxAIerland wil aansluiten bij BeNeLuxA BeNeLuxA zal toch een kaar haar naam moeten wijzigen. Dit samenwerkingsverband van (inderdaad) Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk is opgericht voor een gezamenlijk aanpak rond […]
  • Marleen Barth: Ons politiek zwaargewichtMarleen Barth: Ons politiek zwaargewicht Minister Schippers van VWS wil voor 1 mei 2014 nieuwe afspraken hebben gemaakt met zorgverzekeraars, apothekers en patiënten over het inkoopbeleid. “Daarin moet meer aandacht komen voor […]
  • Congres 6 april: Goed Gebruik GeneesmiddelenCongres 6 april: Goed Gebruik Geneesmiddelen Op 6 april 2017 is het jaarlijkse ZonMw-congres: Goed Gebruik Geneesmiddelen 'Kennis van nu = inspiratie voor morgen’. Deze dag belicht de resultaten van GGG-projecten en andere […]

Auteur: redactie
Categorie: Opinie

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.