Van ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel!’

Het roer van het preferentiebeleid moet om. Huisarts Bart Timmers ondervindt de gevolgen van het wisselen van medicatie en de oplopende tekorten dagelijks in zijn praktijk. “Binnen een half jaar moet het probleem opgelost zijn, want zo kan het niet langer. Zorgverzekeraars en VWS: neem je verantwoordelijkheid, verander dat preferentiebeleid, stop de afbraak.”

Huisarts Bart Timmers is boos. En gefrustreerd. “En dat is tegen mijn principes, want ik ga altijd constructief om met problemen die anderen veroorzaken, maar nu is het genoeg.” Bart Timmers is meer dan een kwart eeuw huisarts in het Gelderse ’s-Heerenberg, pal tegen de Duitse grens gelegen. Samen met twee maten is hij mede-eigenaar van Groepspraktijk Huisartsen Bergh en huisarts-opleider.

Timmers is een actieve huisarts. Zo is hij voorloper in e-health, geeft lezingen over de invloed van nieuwe technologie op de zorg en is regelmatig op televisie te zien in het programma Dokters versus Internet. Maar bovenal is hij huisarts van zijn patiënten. “Aansluiten bij de nood van mensen, de meerwaarde die ik als persoonlijke dokter heb bij terminale patiënten zorgt ervoor dat mijn motortje als huisarts blijft draaien. Ook na 26 jaar.”

Timmers is de redelijkheid zelve. Maar nu voelt hij zich “ontzettend genaaid, genomen, gepiepeld, voor schut gezet, in de steek gelaten, voor jan-met-de-korte-achternaam gehouden, als gekke gerritje beschouwd en gesaboteerd. Door zorgverzekeraars en VWS.”

Oorzaak van zijn woedde zijn de gevolgen van het preferentiebeleid en het oplopend tekort aan geneesmiddelen. Timmers uitte zijn ongenoegen in zijn column in Medisch Contact: “Het inmiddels volledig verziekte medicijnbeleid in Nederland. De bananenrepubliek die we zijn geworden waar het medicijnen betreft. De uitgeknepen citroen die is overgebleven nadat medicijnen goedkoper moesten worden dan het zoetje in uw koffie. Als ik na vele telefoontjes de verantwoordelijke apotheker bij een zorgverzekeraar hierover spreek, zegt die doodleuk: ‘Ach, we horen er weinig klachten over.’”

U bent echt boos.
“Zorgverlenen is topsport. Zorgverleners zijn altijd bereid om een extra tandje bij te schakelen want ons werk gaat over kwetsbare mensen. De zorg die we leveren moet dan 100 procent in orde is. Wij, huisartsen en apothekers, gaan iedere dag tot het gaatje, werken meer dan 10 uur per dag. En dan steken VWS en zorgverzekeraars weer een spaak in mijn wiel. Ik word continu gedwarsboomd in mijn werk zo voelt dat. Enkele malen per dag een telefoontje van mijn apotheker die meldt dat dit medicijn voorlopig niet leverbaar is. Hoe bestaat het. Dat zou hetzelfde zijn als ik in de avonduren de HAP sluit: sorry, de dokter is er even niet, zoek het maar uit. Dat zal echter niemand accepteren, maar dat medicijnen niet leverbaar zijn, mijn patiënten telkens van medicatie moeten wisselen, patiënten belast worden met bijwerkingen veroorzaakt door het wisselen van medicatie, dat accepteren we kennelijk wel. Dus zorgverzekeraars en VWS: mede namens onze patiënten, luister nu eens naar ons, kijk wat er in de praktijk gebeurt. Neem je verantwoordelijkheid, verander dat preferentiebeleid, stop deze verdomde afbraak.”

“Het is een politieke keuze als we in Nederland genoegen nemen met tweederangs zorg, met tweederangs medicatie. Leveren van tweederangs medicatie is beleid, maar dat zeggen we niet hardop.”

Misschien zij we te verwend in Nederland en moeten we genoegen nemen met minder.
“Zorgverzekeraars en overheid hebben baat bij een goedkopere gezondheidszorg. Dat begrijp ik. Het interesseert deze beleidsbepalers kennelijk niet dat te goedkoop leidt tot slechte zorg. Het is een politieke keuze als we in Nederland genoegen nemen met tweederangs zorg, met tweederangs medicatie. Leveren van tweederangs medicatie is beleid, maar dat zeggen we niet hardop.”

Geneesmiddelentekorten komen steeds vaker voor. In 2017 waren 732 geneesmiddelen niet beschikbaar. In 2016 waren dit nog ruim 710 geneesmiddelen. Door het preferentiebeleid vergoeden zorgverzekeraars per werkzame stof 1 geneesmiddel. Is dit middel niet beschikbaar, dan mag de apotheker geen ander middel meegeven, tenzij de zorgverzekeraar hier toestemming voor geeft. De patiënt krijgt dan een andere verpakking, bijsluiter of een andere kleur medicatie. Dit is niet bevorderlijk voor de therapietrouw, leidt tot irritatie bij de patiënt. Per maand moeten apothekers bij 580.000 voorschriften op zoek naar een alternatief, zo laat onderzoek van de KNMP zien.

Waarom accepteren we dit?
“Dat vraag ik me oprecht af. Natuurlijk kan het een enkele keer gebeuren dat een medicijn even niet leverbaar is. Maar nu is het schering en inslag. Een leverancier die doodleuk vertelt dat zijn medicijn even niet leverbaar is blijft in beeld als mogelijke leverancier. Af via de zijdeur met die gast! Niet leveren betekent levenslang op de strafbank.”
Dagelijks maakt hij het mee in zijn praktijk. Patiënten die uitleg willen over het gedwongen wisselen van medicatie. Regelmatig loopt een consult uit naar 20 minuten. De telefoontjes van de apotheker die meldt dat medicatie niet leverbaar meer is. “De gevolgen van het preferentiebeleid zijn een storend element in mijn werkprocessen. Het overheidsbeleid verstoort de relatie met de patiënt. Gisteren op de HAP schrijf ik een kind met infectie antibiotica voor, voorgeschreven volgens de richtlijnen op basis van wetenschappelijke literatuur. Terwijl ik geconcentreerd luister naar het verhaal van de volgende patiënt belt de apotheker op dat de antibiotica niet leverbaar is. Ik moet het consult onderbreken en dupeer daarmee de patiënt die tegenover mij zit. Moet mij verplaatsen in de vorige patiënt en nadenken welke alternatieven er zijn, alternatieven die niet eerste keus en per definitie minder zijn.”

De praktijk van Timmers laat de gevolgen van het preferentiebeleid zien. “Pijnstillers, antibiotica, bloedverdunners, allemaal niet leverbaar of in een ander doosje. Dan wil je een brakende terminale patiënt behandelen en is niets leverbaar. Voel ik mij onthand als de apotheker meldt dat ook dit medicijn tijdelijk niet beschikbaar is. Natuurlijk is mijn eerste reactie als de apotheker belt: dat is jouw probleem, los het op! Maar apotheker en huisarts delen het farmacodossier dus zijn we beiden verantwoordelijk. Bovendien doet ook de apotheker zijn stinkende best om de medicatie toch beschikbaar te krijgen, maar is ook hij of zij gebonden aan afspraken met de zorgverzekeraar. Ik begrijp ook de positie van de leverancier. De prijzen van geneesmiddelen zijn zo sterk gedaald dat het voor fabrikanten kennelijk niet meer loont om voorraden aan te houden.”

Is dit de frustratie van een huisarts in een dorp?
“Onzin. Mijn column in Medisch Contact leverde heel veel reacties op. Zeker nadat Nieuwsuur een groot item besteedde aan de tekorten aan medicijnen en ik op televisie mocht uitleggen waar zorgverleners en patiënten tegenaan lopen. Het probleem is landelijk. Collega’s, specialisten en apothekers herkennen mijn situatie. ‘Goed dat je dit benoemt. Eindelijk iemand die zijn mond opendoet’. Op straat spreken patiënten mij aan en zeggen blij te zijn dat hun huisarts het opneemt voor de patiënt. Van beleidsmakers heb ik nog niets gehoord. Nu moet ik oppassen niet te cynisch te klinken, want ik voel me sowieso in de steek gelaten door overheid en verzekeraars. Huisartsen schreven al generiek voor voordat er sprake was van het preferentiebeleid, de gehele zorg draagt kostenbeheersing hoog in het vaandel. Wij leggen patiënten dagelijks uit waarom we besparen op de kosten. En dan verschuift het adagium ‘goedkoop waar het kan’ naar ‘succes met deze rommel’. Beleidsmakers willen nog een laatste druppel persen uit de sinaasappel die al lang is opgedroogd. En als ik dan met pijn en moeite de apotheker van de zorgverzekeraar aan de telefoon krijg voor overleg, dan merk ik een heel groot gat tussen beleid en praktijk. Beleidsbepalers hebben onvoldoende oog voor de gevolgen van het beleid in de praktijk.”

Er is toch een meldpunt voor klachten?
“Typisch een reactie van een bureaucratische organisatie die het contact met de werkvloer verloren is. ‘We moeten besparen, hebben dik 600 miljoen binnengehaald en als er problemen zijn meld het bij ons meldpunt’. Dat meldpunt is niets meer dan een elektronische dumpplaats voor klachten. Veel te vrijblijvend, we weten niet wat er met de klacht gebeurt en het kost ons extra energie om die klacht te melden.”

Wat is dan de oplossing?
“In de zorg leggen we de lat heel hoog, met accreditaties, patiëntenenquêtes, richtlijnen en inspecties. We kunnen die tekorten gewoon niet accepteren. Binnen een half jaar moet het probleem opgelost zijn. Ik signaleer het probleem, maar kan dit niet alleen oplossen. Daar zijn meer partijen voor nodig. Maar een oplossingsrichting zie ik wel voor me. Begin met een aantal afspraken. Regel voldoende voorraad zodat chronische patiënten voor langere tijd hetzelfde medicijn kunnen gebruiken. Wissel niet te snel van leverancier. Laat zorgverzekeraars onderling afstemmen op welke manier zij omgaan met wisselen van medicatie want bij verzekeraar A krijgt patiënt te horen dat het niet wordt vergoed, B vertelt dat de dokter maar MN op het recept moet zetten en ga zo maar door. Erken dat een alternatief medicijn niet altijd hetzelfde werkt en dat wisseling kan leiden tot bijwerkingen. Spreek af dat medicijnen een eenduidige naam, vorm en doosje krijgen. Dat geeft allemaal rust bij de patiënt.”

Hoe ga je dat bereiken?
“Nogmaals, ik signaleer en stel het probleem aan de kaak. Ik zoek aansluiting bij de initiatiefnemers van het Roer moet om. Zij zijn in staat gebleken om de administratieve lasten in de eerste lijn terug te brengen. Dat hebben ze heel succesvol gedaan. Dit probleem trekt een nog grotere wissel op de praktijk van huisarts en apotheek. En ik nodig de apotheker van mijn preferente zorgverzekeraar Menzis uit om in praktijk kennis te maken met de desastreuze gevolgen van zijn beleid.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Marjon Zijlstra

 

 

 

Gerelateerde berichten

  • Samen aan tafel bij de zorgverzekeraarSamen aan tafel bij de zorgverzekeraar Apothekers en huisartsen in Zuid-Oost Brabant werken niet alleen nauw samen in farmacotherapie, ze zitten ook samen aan tafel met zorgverzekeraars. Want perfecte zorg met medicijnen […]
  • Samen verantwoordelijk  voor receptSamen verantwoordelijk voor recept Huisartsen en apothekers beseffen onvoldoende elkaars meerwaarde. Farmacotherapie kan alleen succesvol zijn als huisarts en apotheker actief samenwerken. “Want huisarts en apotheker zijn […]
  • Handvatten voor het afbouwen van antidepressivaHandvatten voor het afbouwen van antidepressiva Afbouwen van antidepressiva is bepaald geen sinecure. Hoe doe je dat op een goede manier? Door gebrek aan wetenschappelijke onderbouwing geven de bestaande richtlijnen daarover weinig […]
  • Communicatie tussen de ketenpartners is de kernCommunicatie tussen de ketenpartners is de kern Wie is verantwoordelijk voor de antistolling? Het is een vraag die de gemoederen van menig zorgverlener bezighoudt. Vooral nu steeds meer nieuwe generatie antistollingsmiddelen beschikbaar […]
  • Elkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaardeElkaar kennen is de basis, samenwerken een voorwaarde Janneke Bressers (33) is huisarts in Vinkel. Een kleine, laagdrempelige praktijk in het hart van een dorp waar mensen elkaar kennen. Waar zorg op maat bijna vanzelfsprekend is en waar men […]

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *