“We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang”

De besparing kan oplopen tot één miljoen euro per dag als alle zorgprofessionals in Nederland zouden overstappen van innovator biologische geneesmiddelen naar biosimilars. Desondanks zijn het juist financiële belangen die een soepele transitie frustreren. Toch zullen biosimilars geaccepteerd worden als een volwaardig alternatief, zo stellen diverse deskundigen tijdens het derde Biosimilar Symposium dat onlangs in Rotterdam plaatsvond.

De ontwikkeling van biologische geneesmiddelen heeft de farmaceutische industrie geen windeieren gelegd. Begrijpelijk dus dat deze fabrikanten op z’n zachtst gezegd not amused waren toen concurrenten zo’n vijftien jaar geleden met afgeleide versies op de markt kwamen: geneesmiddelen met dezelfde werking, maar aanzienlijk goedkoper. “Sindsdien trekken deze fabrikanten alle registers open als een biosimilar op de markt dreigt te komen,” vertelt Arnold Vulto, voorzitter van de Stichting Initiatiefgroep Biosimilars Nederland en daarnaast ziekenhuisapotheker, farmacoloog en hoogleraar Farmacie aan de Erasmusuniversiteit van Rotterdam. We zitten in de foyer als hij aan eind van de symposiumdag terugblikt: “Maar we staan sterk, de wetenschappelijke onderbouwing dat biosimilars goede en veilige geneesmiddelen zijn, wordt keer op keer geleverd.” Dat geldt voor de eerste klasse biosimilars, gelijkwaardige versies van de originele substitutieproducten zoals groeihormoon, bloedgroeifactoren en insuline. Maar ook voor de zogenoemde tweede klasse biosimilars, gelijkwaardige versies van de originele monoklonale antilichamen, die qua moleculaire samenstelling beduidend complexer in elkaar steken. En tijdens het symposium in Rotterdam presenteerden de Franse hoogleraar Xavier Pivot en de Poolse hoogleraar Wojciech Jurczak, twee prominente onderzoekers naar de derde klasse biosimilars (de oncologische en hematologische geneesmiddelen), studieresultaten waaruit blijkt dat ook afgeleide versies van trastuzumab en rituximab dezelfde werking hebben als hun originators. Waarbij Pivot overigens benadrukte dat niet weggekeken moet worden van trials die klinisch minder goed zijn onderbouwd en daardoor een onbetrouwbare uitkomst geven. “Dit ontkennen,” zo meende hij, “levert negatieve publiciteit op en dat is funest voor het vertrouwen dat mensen in biosimilars hebben.”

Betaalbaarheid van de zorg
Om concurrerend te blijven, reageren fabrikanten van biologische geneesmiddelen in sommige gevallen door de prijzen te verlagen, zoals bij de TNF-alfaremmers; de prijs van het biologisch geneesmiddel gaat dan omlaag. “Ik juich die ontwikkeling toe”, vertelt Vulto: “Het is mij niet zozeer om de biosimilar te doen, maar om de betaalbaarheid van de zorg. Als het biologisch geneesmiddel concurrerend ingekocht kan worden en de werking van beide geneesmiddelen is hetzelfde, dan maakt het niet uit welke variant de zorgverlener of zorginstelling kiest.” Een andere prijsconcurrerende strategie van deze fabrikanten, zo liet Lonneke Timmers, adviserend apotheker bij Menzis, tijdens haar presentatie zien, is de ontwikkeling van subcutane versies van biologische geneesmiddelen. Vlak voor het vervallen van de patenten op de intraveneuze toedieningswijzen van rituximab en trasuzumab, kwamen onlangs de subcutane varianten op de markt. Biosimilars kunnen vooralsnog alleen intraveneus worden toegediend. Uit een klein onderzoek van Timmers naar het kostenplaatje van beide toedieningsvormen, concludeerde ze dat de subcutane toedieningswijzen goedkoper zijn dan de intraveneuze, vanwege de extra zorgkosten die bij de laatste toedieningswijzen worden gemaakt. Maar, zo rekende Timmers haar publiek voor, zelfs deze goedkopere toedieningsvorm legt het financieel af tegen de intraveneuze biosimilars van rituximab en trastuzumab; de lagere geneesmiddelkosten wegen op tegen de hogere zorgkosten. Uit de zaal kreeg Timmers vervolgens de vraag wie van dit financiële voordeel profiteert. Daarmee werd de vinger op een pijnlijke plek gelegd. Veel zorgverleners en zorginstellingen geven namelijk aan weinig te voelen voor overstappen op biosimilars, omdat ze aan zien komen dat het financiële voordeel hiervan vooralsnog in de portemonnee van de zorgverzekeraar verdwijnt. Terwijl het de zorgverleners zijn die extra tijd en geld kwijt zijn aan alle logistieke aspecten die de overstap met zich meebrengt. Later zal Vulto beamen dat dit daadwerkelijk één van de aspecten is die dringend aandacht behoeft: “Het zorgsysteem behoeft dusdanige aanpassing, dat degenen die het financieel voordeel realiseren, daar ook van meeprofiteren.”

Alleen al de mogelijkheid dat ze een biosimilar hadden gekregen in plaats van het biologische geneesmiddel, maakte dat deze patiënten subjectieve gezondheidsklachten ontwikkelden.

Nocebo-effect
Zorgwekkender, zo bleek tijdens het symposium, is de strijd die biosimilars moeten voeren tegen hun eigen imago: aangezien biosimilars afgeleide versies zijn van innovatieve biologische geneesmiddelen en een beduidend lagere kostprijs hebben, wordt nogal eens de conclusie getrokken dat het medicijn dan ook vast een mindere werking heeft. Dat doen niet alleen patiënten, maar zelfs zorgverleners. Dusdanig, zo blijkt uit onderzoeken, dat er zelfs sprake is van het nocebo-effect; een effect dat optreedt als er negatieve verwachtingen zijn over de werking van een geneesmiddel. Promovenda Lieke Tweehuysen, aios reumatologie in Rijnstate ziekenhuis in Arnhem, vertelde in haar presentatie over resultaten hiernaar uit het bekende NorSwicht onderzoek. In deze gerandomiseerde dubbelblinde studie maakte een deel van de patiënten met ontstekingsreuma de overstap naar de biosimilar en een deel van de patiënt behield originator infliximab. Hoewel uit het onderzoek bleek dat de biosimilar bij de verschillende indicaties dezelfde werkzaamheid en veiligheid liet zien, ervoeren patiënten uit beide testgroepen uiteindelijk een hogere ziekteactiviteit dan bij de start. Deze kwamen niet overeen met de objectieve ziektematen zoals de dokters die hadden vastgesteld. Alleen al de mogelijkheid dat ze een biosimilar hadden gekregen in plaats van het biologische geneesmiddel, maakte dat deze patiënten subjectieve gezondheidsklachten ontwikkelden. Deze conclusies zag Tweehuysen in haar eigen onderzoek in de Maartenskliniek bevestigd: van de bijna tweehonderd patiënten met de klinische diagnose reumatoïde artritis, artritis psoriatica of axial spondyloarthritis die in 2015 overstapten op de infliximab biosimilar CT-P13, stopte een kwart binnen zes maanden vanwege subjectieve gezondheidsklachten. Na alle mogelijke oorzaken te hebben uitgesloten, werd vastgesteld dat de klachten gerelateerd waren aan negatieve verwachtingen over de overstap. Om de biosimilars een eerlijke kans te geven, zo vertelde Tweehuysen, moet het nocebo-effect worden geminimaliseerd: “Educatie draagt daar aan bij; zowel zorgverleners als patiënten moeten uitleg krijgen wat biosimilars zijn, informatie over het registratieproces en wat recente onderzoeksresultaten zijn.” Daarnaast moeten zorgverleners met communicatietrainingen leren wat en hoe ze de patiënt vertellen over de overstap en hoe twijfels te bespreken. Of deze communicatiestrategie een rol heeft gespeeld, durfde Tweehuysen niet te bevestigen, maar de overstap van originator etanercept naar biosimilar een jaar later in de Maartenskliniek had een beduidend hoger slagingspercentage. Van Tweehuysen: “Mogelijk speelde ook mee dat het voor de Maartenskliniek de tweede overstap was en dat zorgverleners er mogelijk meer vertrouwen in hadden. Bovendien hadden patiënten tijdens de etanercept-overstap nauwelijks onderling contact, waardoor er wellicht minder sprake is geweest van het group think effect.”

Soepele transitie
Om vertrouwen in biosimilars te stimuleren, zo vertelde Anton Franken, internist in Isala Ziekenhuis Zwolle, is begin april BOM van start gegaan: Biosimilars Op Maat in ziekenhuizen. De bedoeling is dat het BOM-projectteam bij geïnteresseerde ziekenhuizen in kaart gaat brengen wat de lokale situatie is ten aanzien van biologische geneesmiddelen en dat vervolgens gekeken wordt welke educatie en informatie nodig is om een soepele overstap naar biosimilars te realiseren. Franken: “Zo gaan we kijken welke belemmeringen er zijn bij het invoeren van biosimilars, wat het voorschrijfgedrag is, welke uitdagingen er liggen bij de apotheek, de medisch specialist of verpleegkundigen.” Een goed voorbeeld van een soepele transitie was aan het begin van het middagprogramma al gepresenteerd door twee medewerkers van het Gelre Ziekenhuis: Yvonne van der Steege, farmaceutisch beleidsmedewerker, en Peter Lerk, ziekenhuisapotheker. Vorig jaar rond deze tijd werd besloten dat de ziekenhuizen in Apeldoorn en Zutphen integraal zouden overstappen op truxima, een biosimilar versie van rituximab. Cruciaal in dit proces, zo vertelde Lerk, was de goede samenwerking tussen de medisch specialisten en de ziekenhuisapotheker, het zogenoemde gouden koppel: “Als zij goed met elkaar communiceren en elkaar vertrouwen, dan bereik je snel overeenstemming over het voorkeursmiddel. Bovendien motiveert het zorgprofessionals over te stappen als ze kunnen meebeslissen wat te doen met het bespaarde geld.” De gegevens die Van der Steege presenteerde, bevestigden een succesvolle aanpak: dankzij heldere, eenduidige communicatie, korte lijnen, strakke planning, duidelijk protocol en een transparante werkwijze, werd de overstap heel soepel gerealiseerd tussen november vorig jaar en januari dit jaar. De patiënten, zo zei Lerk, begrepen de transitie: “Toen wij uitlegden dat we dankzij de lagere kosten meer patiënten kunnen behandelen en er bovendien meer personeel door kunnen aantrekken, was er niet een die weigerde over te stappen.” Deze succesvolle transities, zo zegt Vulto, bevestigen dat de biosimiliars in hun opmars niet te stuiten zijn: “We zijn er nog niet, maar we boeken stap voor stap vooruitgang. Als we allemaal met onze neuzen dezelfde kant op kijken, dan gaan we het meemaken dat ons zorgbudget niet meer voor een groot deel onnodig wordt opgeslurpt door de hoge uitgaven aan biologische geneesmiddelen.”

Tekst: Caroline Wellink

Dit artikel verscheen eerder in FarmaMagazine mei 2018

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2018
Tags: , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *