Wim van Hulst en Raymond Kolman over de toekomst van de farmacie

toekomst-van-de-farmacieDe openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun verzekerden kunnen bewerkstelligen. En het ministerie van VWS maakt weinig haast om de openbare farmacie een nieuw toekomstperspectief te bieden. Hoe kijken de mensen uit het veld aan tegen de openbare farmacie en de scenario’s voor de toekomst daarvan? Deel 3 van een artikelenserie over de toekomst van de openbare farmacie.

Wat wil de overheid van de openbare farmacie? “Als ik dat wist kon ik er beleid op maken”, zegt Wim van Hulst nuchter. Maar met even grote nuchterheid laat hij erop volgen dat hij eigenlijk helemaal niet zo van het beleid maken is. “Mijn jaarplan is dun”, zegt hij. “Als ik maar gewoon goed mijn werk doe, dan lukt het allemaal wel. Ik probeer er gewoon altijd zes dagen per week te zijn voor mijn patiënten. En ik sta ook in het telefoonboek, want als ze me nodig hebben moeten ze me kunnen vinden.” Ook het feit dat hij acht apotheken heeft in de regio Groningen – merendeels in gezondheidscentra – is geen kwestie van uitgestippeld beleid, zegt hij. “Ze kwamen gewoon op mijn pad in de loop der jaren, ik ben mijn eigen keten.”

Het zorgverlenerschap staat centraal voor Van Hulst, niet het ondernemerschap. Hetzelfde geldt voor Raymond Kolman, eigenaar van twee apotheken in Krommenie. “Ik heb ooit twaalf dagen op een cursus ondernemerschap gezeten”, zegt hij. “Van de twaalf economen die ons daar les gaf kreeg ik de indruk dat zij ons als een soort gestoorde Florence Nightingales zagen, zij snapten niets van ons. Ben je dan alleen maar een goede apotheker als je een maximale omzet en winst weet te genereren? Als dat het geval is, dan doe ik als apotheker beslist iets niet goed.”

Dichtbij de patiënt
Hoewel ze een duidelijke nuchterheid gemeen hebben, verschillen Van Hulst en Kolman van elkaar in die zin dat de eerste meer de schouders ophaalt en de tweede zich oprecht boos kan maken. Gevraagd naar de mogelijkheden van scheiding van zorg en distributie zegt Van Hulst: “Dat kan natuurlijk prima. Alleen zouden de zorgverzekeraars het niet willen, want dan moeten ze voor beide betalen.” Terwijl Kolman er uitgebreid op ingaat: “Nee, natuurlijk kan dat niet. De openbare apotheek is hard nodig en moet dichtbij de patiënt staan. We gaan nu al niet efficiënt met geneesmiddelen om. Vroeger dachten we dat iedereen alles echt slikte wat de dokter voorschreef. Inmiddels weten we dat dit bepaald niet zo is, en ik verbaas mij erover dat de beleidmakers daar geen oog voor hebben. Er is heel veel geld te besparen als patiënten gewoon hun geneesmiddelen slikken en die winst pak je alleen door de professionals in contact te laten staan met de patiënten. Het medicijndoosje is de stethoscoop van de apotheker. Hoe ga je dat compenseren als de patiënt dat doosje door de brievenbus krijgt? Ga ik dan als apotheker bellen naar die patiënt? Die kent mij dan niet. De persoonlijke band maakt zó veel uit. Dat merk ik iedere keer als er iets in de krant staat over ons vakgebied. Neem de recente berichtgeving over de HPV-vaccinatie bijvoorbeeld, toen stond het de volgende dag vol met moeders in de apotheek.”

Spagaat
Kolman maakt zich zorgen over de spagaat waarin apothekers worden gedwongen om dingen te doen omdat ze niet per se in het voordeel van de patiënt zijn, maar vanuit economisch perspectief beredeneerd. “Ik ben ervan overtuigd dat dit op termijn leidt tot een ander soort apotheker dan je feitelijk moet willen hebben, namelijk iemand die er voor mensen wil zijn”, zegt hij. “En ik ben er ook van overtuigd dat de beleidmakers die het nu die kant opduwen daar in de toekomst spijt van gaan krijgen. Ik heb eens in een commissie met zorgverzekeraars gezeten, maar die zitten echt op een heel andere manier in de wedstrijd dan wij. Ze hebben geen lange termijnvisie, ze kijken niet naar de grote lijn, maar alleen naar het budget per afdeling van hun bedrijf. Daarom zien ze ook niet dat tien procent meer uitgeven aan farma weleens heel zinvol zou kunnen zijn omdat het elders dertig procent bespaart. Ze zijn alleen maar aan het duwen op de openbare farmacie totdat er iets knapt. En daarmee gaan ze gewoon door zo lang de apothekers nog bereid zijn hun contracten te tekenen.”

Van Hulst is niet zo negatief over de zorgverzekeraars. “Ik begrijp wel dat de overheid bij hen de regierol heeft neergelegd”, zegt hij, “want zelf is ze daar niet toe in staat. En het preferentiebeleid hebben we ook over onszelf uitgeroepen toen de kortingen uit de klauwen begonnen te lopen. Het verschilt denk ik heel veel met welke zorgverzekeraar je te maken hebt. Zelf ben ik voor driekwart van mijn  patiënten afhankelijk van Menzis en daar ben ik niet ongelukkig mee. Het denkt mee over de vraag wat goede zorg is en hoe het dat kan faciliteren. En in tegenstelling tot de andere zorgverzekeraars heb ik een direct nummer van mijn contactpersoon en die neemt nog op ook als ik bel. Bij een andere zorgverzekeraar liep ik eens een extra vergoeding mis omdat ik geen Marokkaans sprekende medewerker heb. Toen ik zei dat ik wel Gronings sprekende medewerkers heb en dat ik daaraan hier in de buurt veel meer heb, hadden ze daar geen belangstelling voor.”

Kolman maakt zich meer zorgen over de gevolgen van het zorgverzekeraarsbeleid. “Ze vinden gewoon dat er veel te veel apotheken zijn”, zegt hij. “Maar ze zeggen niet waarom ze dat vinden of op welke plekken apotheken gaan omvallen.”

De rol van de huisarts
Wat is nodig om het tij te keren? Kolman is heel stellig: “Als apotheker dichter bij de huisarts komen te staan om farmacotherapeutische zorg te bieden, is de enige manier om het in de toekomst te redden. Zeker met het oog op de toenemende werkdruk van de huisarts. Als ik nou gewoon een keer per jaar de bloeddruk en de cholesterolwaarde van de patiënten doorkrijg van de huisarts, dan kan ik toch prima de juiste dosering bepalen van de geneesmiddelen die zij voorgeschreven krijgen? Als wij de labwaarden van de patiënt kennen, kunnen wij de huisarts helpen om diens therapeutische doelstellingen te halen.”

Maar Van Hulst is sceptisch. “De reden van voorschrijven op het recept vermelden kan vakinhoudelijk meerwaarde hebben”, zegt hij. “Maar ik ben er bang voor dat de zorgverzekeraar die informatie dan ook te zien krijgt. En dan word ik voor zijn karretje gespannen om voor elkaar te krijgen wat hem rechtstreeks via de huisarts niet lukt, namelijk doelmatiger voorschrijven.”

Samenwerken
Verwachten beiden een rol van de KNMP om de bestaande situatie in de openbare farmacie te veranderen? “Ik verwacht daar niet heel veel van”, zegt Van Hulst, “de invloed van de KNMP is heel beperkt. Maar laat ik één ding voorop stellen: ik vind de huidige situatie niet zo slecht. Gewoon doorwerken en je best blijven doen is mijn devies. Wat wel goed zou zijn is meer samenwerking. Niet per se in ketens en ook niet per se onder één dak. Van de ketens zie ik vooral dat ze bezig zijn met ‘vernieuwing in de zorg’ waarvan niets terecht komt en waarop de samenleving niet zit te wachten. En dichter bij de huisarts zitten zorgt weliswaar voor kortere lijnen, maar als het ertoe leidt dat de financiering via de huisarts loopt zorgt het voor scheve verhoudingen. Ik weet ook niet of nauwere samenwerking per se in het voordeel van de patiënt is. Ik heb één apotheek die niet in een gezondheidscentrum zit, maar dat is niet de apotheek met de slechtste contacten met de huisartsen.”

Kolman is het met Van Hulst eens over de beperkte invloed van de KNMP. “Ze is goed in de inhoud”, zegt hij, “maar de zakelijke belangenbehartiging zal van andere partijen moeten komen. Wat dat betreft verwacht ik meer van de Zorgmakelaar Farmacie. Niet van de overheid in ieder geval. Die zal zich pas met de openbare farmacie gaan bemoeien als de apothekers massaal hun enige wapen gaan gebruiken: de patiënt zelf laten betalen. Hoewel de zorgverzekeraars me daar feitelijk wel toe dwingen, vind ik het toch een moreel dilemma om hiertoe over te gaan. Maar ik weet wel dat het zal helpen, want het zou leiden tot een volksopstand. En de overheid reageert altijd op incidenten.”

Gerelateerde berichten

  • De toekomst van de  openbare farmacieDe toekomst van de openbare farmacie De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun […]
  • Toekomst van de farmacie: Trial and ErrorToekomst van de farmacie: Trial and Error De openbare apothekers maken zich zorgen over hun toekomst. De zorgverzekeraars hebben vooral interesse in voortzetting van het preferentiebeleid, omdat ze hiermee premieverlaging voor hun […]
  • Gezocht: Dappere dokters en apothekersGezocht: Dappere dokters en apothekers De maatschappij heeft behoefte aan dappere dokters en dappere apothekers. Dappere zorgverleners die gaan voor optimale zorg en niet voor het maximale. De beweging gaat voor […]
  • IP Pharmacy: ‘Voelsprieten in de hele wereld’IP Pharmacy: ‘Voelsprieten in de hele wereld’ De vraag naar geneesmiddelen die niet (meer) beschikbaar zijn in Nederland blijft een continu probleem. De laatste jaren lijkt dit alleen maar te zijn toegenomen. Ook kunnen patiënten […]
  • Sneller en beter medicijnen testen via ‘organ-on-a-chip’Sneller en beter medicijnen testen via ‘organ-on-a-chip’ Het is lastig te voorspellen welke effecten een nieuw geneesmiddel heeft op het menselijk lichaam. Medicijnen worden vrij generiek ontwikkeld en geproduceerd, waarbij het voor de ene […]

Auteur: redactie
Categorie: E07
Tags: ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *