Wondzorg is wel/niet een taak voor de openbare apotheek

WondzorgWelke rol speelt de openbare apotheek in de wondbehandeling? Over die vraag wordt verschillend gedacht. Er zijn genoeg voorbeelden van apotheken die zich heel actief op dit thema richten en die ook wondverpleegkundigen in dienst hebben. Maar er bestaan ook wondexpertisecentra die uitgaan van teams die de wondzorg bieden, waarbij de openbare apotheek niet een van de teamleden is.

Het maakt niet uit bij welke keten of formule je zoekt, informatie over de rol van de openbare apotheek in de wondzorg vind je altijd. Soms richt die informatie zich rechtstreeks tot de patiënt om uitleg te geven over de verschillende soorten wonden en over de wondmaterialen die beschikbaar zijn om ze te ontsmetten en te bedekken. In andere gevallen ligt de focus op de dienstverlening aan die patiënt om de wondproducten zo snel mogelijk in huis te krijgen.

In een aantal gevallen is aan de apotheek een verpleegkundige verbonden die – behalve voor advies over bijvoorbeeld diabetes en incontinentie – ook gericht advies kan geven over wondbehandeling. Een voorbeeld hiervan is de Transvaal Apotheek in Den Haag. Apotheker Paul Lebbink vertelt: “Primair is de apotheek een leverancier van genees- en hulpmiddelen. Maar dit betekent dat van het apotheekteam ook moet worden verwacht dat het kennis heeft over de producten die het levert en over de correcte toepassing daarvan in de praktijk. Voor de apotheker vormen wondzorgproducten een beetje een randassortiment. Hij wordt gedurende zijn opleiding niet onderwezen in wondzorg, maar gelet op zijn rol als leverancier van wondzorgproducten wordt hij wel geacht er verstand van te hebben. Dit onderschrijf ik ook, maar tegelijkertijd ben ik wel zo eerlijk om hieraan toe te voegen dat ik wondzorg persoonlijk een tamelijk complex onderwerp vind en dat het me ook nooit zo bijzonder heeft geïnteresseerd. Dit verklaart waarom we ervoor hebben gekozen een wondverpleegkundige aan te trekken.”

Het juiste product
De wondverpleegkundige in kwestie, Suzy Partodikromo, onderschrijft het verhaal van Lebbink helemaal. “Ik ben erin gerold omdat ik bij de openbare apotheken stuitte op veel onbegrip over het onderwerp wondzorg”, zegt ze. “Ik merkte bijvoorbeeld nogal eens dat een patiënt die naar de apotheek ging om een wondzorgproduct van merk A op te halen, de apotheek verliet met een product van merk B omdat de apotheek nu eenmaal met dat merk een leveringsafspraak had. Bedrijfseconomisch gezien vanuit het perspectief van de apotheek begrijpelijk, maar niet altijd in het belang van de patiënt. De behandelaar heeft verstand van wondzorg en stelt op basis daarvan bewust een bepaald wondzorgproduct voor. Het is daarom belangrijk dat de patiënt in de apotheek ook precies dat product krijgt.”

Om deze reden zegt Partodikromo het belangrijk te vinden dat het apotheekteam de verschillende wondzorgproducten kent. “Daar geef ik dan ook voorlichting over in de apotheek”, zegt ze. “En ik zorg er ook voor dat het ZN-formulier correct ingevuld is als het om een chronische wond gaat, zodat de patiënt niet hoeft bij te betalen.”

Voor Lebbink een waardevolle oplossing, stelt hij. “Suzy is met haar specifieke kennis over wondzorg in staat om patiënten heel inhoudelijk te adviseren”, zegt hij. “Ze onderhoudt ook de contacten met de huisarts en de andere professionals die bij de wondzorg betrokken zijn, en ze weet hoe de informatie over de toegepaste wondzorgproducten op correcte wijze aan de zorgverzekeraar moet worden aangeleverd. Dat heeft echt meerwaarde voor de apotheek. Ze zit in een andere schaal dan de apothekersassistenten, maar dat is het me waard. Ze toont empathie in het patiëntencontact en ze heeft expertise die aanvullend is op het apotheekteam.”

Contacten met andere zorgverleners
Partodikromo is actief in het FTO met de huisartsen en onderhoudt ook de contacten met de paramedici die bij de wondzorg betrokken kunnen zijn. “Als voeding een rol speelt in de wondgenezing, bijvoorbeeld in het geval van brandwonden, vraag ik de diëtist om een eiwitrijk dieet samen te stellen voor de patiënt”, geeft ze als voorbeeld. “In andere gevallen kan het de ergotherapeut of de fysiotherapeut zijn met wie ik overleg. In het contact met de huisartsen merk ik dat die niet zo’n grote rol in de wondzorg hoeven te spelen. De huisarts blijft wel de regiehouder, maar huisartsen leggen de praktische uitvoering daarvan duidelijk bij de wondverpleegkundige neer, met name de keuze van verbandmateriaal en hoe vaak de wond verzorgd wordt. Als het om een complexe wond gaat, is de huisarts natuurlijk wel nodig om te patiënt te verwijzen naar een medisch specialist. Een oncologische ulcus die blijft bloeden bijvoorbeeld, daar moet echt een specialist naar kijken. Wondzorg is per definitie multidisciplinair.”

Kennistekort
Jacques Oskam, vaatchirurg in Isala Zwolle, reageerde enkele maanden geleden op de website van Skipr op de stelling van Wim van der Meeren (bestuurder van zorgverzekeraar CZ) dat 300 miljoen euro te besparen zou zijn door de zorg voor complexe wonden te optimaliseren. Hij was het volledig met Van der Meeren eens en onderkende ook diens mening dat de kennis over wondzorg in de eerste lijn tekort schiet. “Mijn opvatting is dat wondzorg, los van alle goedbedoelde aandacht ervoor vanuit verschillende disciplines, primair een medisch domein is”, zegt hij. “Als je wondzorg biedt zonder daar structureel artsen bij te betrekken, doe je iets waarvan je onvoldoende verstand hebt. Dit zeg ik niet met de blik op winkelnering, maar uit het oogpunt van kwaliteitszorg. De apotheek is niet medisch geschoold om zich met wondzorg bezig te houden en de thuiszorg evenmin. En het is prima als apothekers hun beperking onderkennen en dus een wondverpleegkundige betrekken bij het onderwerp, maar ook dit mag nog steeds niet worden gezien als alternatief voor de betrokkenheid van een arts.”

Het beleid op het gebied van wondzorg is in de loop der jaren erg in de handen van paramedici terecht gekomen, stelt Oskam. “Het is onvoorstelbaar dat we het zover hebben laten komen”, zegt hij. “We hebben het als artsen zelf laten gebeuren, sterker nog: er zijn zelfs artsen die ook veel te weinig kennis hebben van de materie. Maar dat is geen reden om de situatie maar te laten zoals die nu gegroeid is. De wondzorg is een markt waarin pakweg zes- tot zevenhonderd miljoen euro omgaat en daarin valt wel degelijk veel te besparen. Het is te zot voor woorden dat we accepteren dat de kwaliteit van die wondzorg onder de maat is, zeker als je bedenkt dat het mogelijk is om in één klap een kwaliteitsverbetering én een kostenbesparing te realiseren. Dit is mogelijk door voor wondzorg te kiezen voor een aanpak in teamverband.”

Expertisecentra
Met dit teamverband bedoelt Oskam een wondexpertisecentrum. Hij is zelf de medeoprichter van een van de eerste wondexpertisecentra in ons land. Deze centra zijn gebaseerd op een transmurale werkwijze, waarbij het centrum verantwoordelijk is voor de diagnosestelling en het behandelprotocol, voor de aansturing en ondersteuning van de thuiszorg en voor structureel overleg tussen de huisarts en de tweede lijn. De patiënt wordt zoveel mogelijk in de eerste lijn geholpen, wordt naar het ziekenhuis verwezen als de situatie dit nodig maakt, maar keert zo snel mogelijk weer terug naar de thuissituatie.

Ziet Oskam hierin een rol voor de openbare apotheek? “Ik geloof in netwerken, dus als een openbare apotheek zijn meerwaarde in zo’n netwerk kan aantonen ben ik daar voorstander van”, zegt hij. “Maar ik denk dat de rol van de openbare apotheek zich toch vooral zal beperken tot leverancier van wondzorgproducten, áls hij in staat is dit tegen een concurrerende prijs te doen tenminste. Maar de prijsdruk vanuit de zorgverzekeraars is wel groot.” Toch denkt Partidikromo dat de openbare apotheek altijd een plaats zal houden in de wondzorg. “Vergeet net dat er ook geneesmiddelen zijn die de wondgenezing kunnen beïnvloeden”, zegt ze. “De apotheek heeft op dit gebied zeker een adviserende functie en kan ook alternatieven voorstellen als een bepaald geneesmiddel de wondgenezing in de weg staat. De apotheek levert wondzorgproducten desgewenst per stuk af en niet per doos van vijftig stuks, waarvan er slechts een deel wordt gebruikt. Dat is zeker kostenbesparend.”

Hoe kijkt Lebbink tegen de stellingname van Oskam aan? “Als expertisecentra de wondzorg op die manier weten te vormgeven en ze boeken daarin succes, dan hebben ze bestaansrecht”, is zijn nuchtere opvatting. “Maar hier in Den Haag hebben we bijvoorbeeld ook het centrum voor hyperbare geneeskunde. Als bereidingsapotheek leveren we daar wel eens dermatica aan. En dat centrum behandelt in specifieke gevallen ook patiënten met wondproblemen, bijvoorbeeld als sprake is van een ulcus. Ik denk dat meerdere aanpakken naast elkaar kunnen bestaan.”

Tekst: Frank van Wijck

 

 

 

 

Gerelateerde berichten

Auteur: redactie
Categorie: 2016
Tags: , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *