2020: Ziekenhuisopnames door medicatiefouten fors gedaald

Lies van GennipAls in 2020 weer een onderzoek naar ziekenhuisopnames door medicatiefouten wordt gehouden dan laten de cijfers een radicaal ander beeld zien. Met dank aan de patiënt die zijn medicatiedossier beheert. Lies van Gennip, directeur Nictiz: “Het aantal ziekenhuisopnames door medicatiefouten kan alleen dalen als huisartsen en apothekers de patiënt als partner zien.” En vanaf 2019 mogen artsen alleen medicatie voorschrijven als zij daadwerkelijk beschikken over een actueel medicatiedossier.

Nictiz is het landelijk expertisecentrum in standaardisatie en e-health. Door de overheid in het leven geroepen is Nictiz de organisatie die de zorg helpt met standaarden en ICT.

Hoe digitaal is de Nederlandse zorg eigenlijk?
“Internationaal valt op dat ons land erg hoog scoort met digitalisering in de zorg. Bijna alle huisartsendossier zijn digitaal, bijna alle huisartsen wisselen gegevens uit met apothekers en alle apothekers krijgen digitale signalen bij interacties van geneesmiddelen. Daarin lopen we dus voorop ten opzichte van de rest van de wereld.”

Missie geslaagd dus?
“Dat is een te snelle conclusie. Er staan twee grote uitdagingen te wachten. De eerste is de uitdaging om de patiënt meer te betrekken bij het digitale zorgproces. Willen we dat de patiënt actief meegaat doen in dat zorgproces, dan moet het voor de patiënt ook mogelijk zijn om informatie in een medicatiedossier te stoppen of informatie eruit te halen. De huidige systemen in de zorg zijn echter verouderd en dateren uit de tijd dat de informatie-uitwisseling uitsluitend nodig was tussen de zorgprofessionals onderling. De patiënt digitaal aansluiten op dit systeem is daarom lastig.

Internationaal gezien lopen we hierin zelfs achter, al zijn we bezig met een inhaalslag. De tweede uitdaging ligt in wat ik noem het hergebruik van gegevens. In de zorg is heel veel informatie beschikbaar. En tussen de zorgverleners vindt op patiëntniveau ook veel informatie-uitwisseling plaats. Dat biedt de mogelijkheid om data aan elkaar te koppelen en analyses te maken om zo inzichtelijk te krijgen welke therapie ‘werkt’ en welke zorg beter kan, welke patiënten wel in staat zijn zelf de regie over de gezondheid te nemen en welke patiënten iets extra’s nodig hebben. Zou je denken, want dat hergebruiken en koppelen van data, daar zijn we niet zo goed in. Een goed voorbeeld is de discussie om labdata over de nierfunctie beschikbaar te stellen aan apothekers. Met deze data kan de apotheker de dosering afstemmen op de individuele patiënt. Beschikbaar stellen van dit soort data is echter nog steeds niet goed geregeld.”

Wat is de drempel dan?
“Technisch is alles mogelijk. Uiteraard moet er dan wel geïnvesteerd worden in de systemen en moeten de werkprocessen worden aangepast, maar er zijn geen technische barrières. In de praktijk lopen we echter tegen tal van problemen aan. De belangrijkste drempels zijn dat diverse informatiesystemen onvoldoende op elkaar aansluiten. Zo hebben chronische patiënten te maken met diverse zorgprofessionals in de keten: specialist en huisarts, ziekenhuisapotheker en soms wel diverse apothekers.

Wat je zou willen is dat alle gegevens van de diverse zorgverleners in de keten aan elkaar geknoopt zijn en voor iedereen ook beschikbaar zijn. Die zorgketen is nog niet gesloten. De eerste lijn heeft wel goede afspraken met elkaar gemaakt: inmiddels hebben zo’n 10 miljoen patiënten toestemming gegeven voor aansluiting op het LSP, het Landelijk Schakelpunt, gaan er maandelijks 5,4 miljoen medicatieberichten over en weer en kunnen huisartsen en apothekers bij elkaar gegevens. Maar de ziekenhuisapothekers gebruiken weer een ander systeem dat is gebaseerd op gebruik binnen de eigen muren, met een eigen taal en met eigen definities over medische begrippen. Zonder eenduidige afspraken in de totale keten blijft het lastig knopen.”

Met als gevolg dat het laatste Harm-onderzoek naar vermijdbare fouten wederom laat zien dat er te veel en te vaak iets mis gaat met de medicatie. Het aantal patiënten dat in het ziekenhuis belandt vanwege de inname van geneesmiddelen is niet afgenomen, ondanks forse inspanningen om dat voor elkaar te krijgen. “Een van de aanbevelingen uit het eerste Harm-onderzoek uit 2006 naar vermijdbare medicatiefouten was dat bij het voorschrijven van medicatie de zorgverlener een actueel overzicht van de gebruikte medicatie moet hebben. Dat was een mooie ambitie! Nu zijn we jaren verder en is een dergelijk compleet overzicht nog steeds niet structureel beschikbaar. De voorschrijver is nu afhankelijk van de patiënt, die vaak mondeling moet vertellen welke pilletjes hij of zij slikt.”
Om meer druk op de ketel te zetten, heeft het ministerie van VWS het Informatieberaad Zorg in het leven geroepen, een bestuurlijke samenwerking tussen het zorgveld en het ministerie. Een van de programma’s van dit beraad is MedMij, bedoeld om de zorgconsument meer grip te laten krijgen op de eigen gezondheid. “Het Informatieberaad wil dat vanaf 1 januari 2019, artsen pas medicatie voorschrijven als zij inzicht hebben in het actuele medicatiedossier dat de patiënt heeft gecontroleerd en zo nodig heeft aangevuld.” Ook met bijvoorbeeld zelfzorggeneesmiddelen die de patiënt bij de drogist of apotheker heeft gekocht om zo een compleet overzicht te hebben.

Heeft u vertrouwen dat dit allemaal gaat lukken?
“Ja, de standaarden voor uitwisselen van informatie zijn inmiddels ontwikkeld, het is dus slechts een kwestie van inbouwen in de systemen. Op dit moment vinden er ook pilots in lokale proeftuinen plaats in het land. Daar werken apothekers, huisartsen en softwarebedrijven samen aan de implementatie. Softwareleveranciers zijn goed aangesloten, maar willen alleen investeren in een duurzame oplossing. Nu we weten welke kant we opgaan met het medicatiedossier gaan ze aan de slag.”

Patiënt als partner
Maar veel belangrijker nog is de betrokkenheid van de patiënt bij het dossier. In ziekenhuizen vinden diverse proeven plaats met patiëntenportalen. Maar deze portalen worden nog te veel gemaakt vanuit het perspectief van de zorgverlener. “De patiënt wil best de regie nemen over de eigen gezondheid en actief een rol spelen bij het actueel houden van het medicatiedossier. Dan moeten zorgverleners patiënten wel als partner gaan zien.

Dat gebeurt nu onvoldoende. Een patiënt wil na een bezoek aan het ziekenhuis direct in zijn dossier zien wat daar is afgesproken. Nu duurt het bijvoorbeeld nog te lang voordat labgegevens in het patiëntenportaal zitten. Ook moeten de systemen klantvriendelijker worden: inloggen met digiD en SMS-verificatie blijkt voor veel patiënten te omslachtig. En heeft de patiënt eenmaal toegang dan is het meestal onmogelijk om een fout in het dossier te herstellen.”

Wat laat een nieuw onderzoek naar medicatiefouten over drie jaar zien?
“In 2020 geven de cijfers een radicaal ander beeld: het aantal ziekenhuisopnames door medicatiefouten is dan fors gedaald. Met dank aan de patiënt die een grote rol heeft in het verifiëren van de informatie in het medicatiedossier. Ook zal de patiënt zelf aangeven welke zelfzorggeneesmiddelen hij of zij gebruikt zodat het plaatje compleet is.”

Patiënt heeft de regie
Als de patiënt eenmaal de regie heeft, gaat alles anders in de zorg. Met dank aan de opkomst van e-health. Dat riepen de visionairs een aantal jaren terug. Inmiddels weten we wel beter, stelt Lies van Gennip van Nictiz. “E-health werd te veel gezien als een technologische oplossing voor iets waarop de patiënt helemaal niet zat te wachten. Een consult met de huisarts op afstand bijvoorbeeld. Lijkt handig, maar als de patiënt te maken krijgt met een klantonvriendelijke interface, het onmogelijk is om digitaal een afspraak te maken in de agenda van de huisarts en ‘ouderwets’ bellen nog steeds sneller is, dan wordt zo’n toepassing niks. E-health maakt alleen het verschil als de tools samen met patiënten worden ontwikkeld.”

Apothekers willen wel
“Slechts de helft van de huisartsen wil de patiënt online inzage geven in het dossier, bij openbare apothekers ligt dat op 91 procent en bij ziekenhuisapothekers is dat 82 procent. Apothekers staan open voor e-health. De farmaceutische zorg investeert fors in digitale toepassingen. Zijn apothekers meer ondernemer dan huisartsen? Apothekers nemen hoe dan ook een vlucht naar voren. Digitaal herhaalmedicatie aanvragen kan inmiddels bijna overal, maar slechts 40 procent van de patiënten maakt er gebruik van. Er is dus nog een wereld te winnen.”

Tekst: Niels van Haarlem
Fotografie: Frank Groeliken

 

 

Gerelateerde berichten

  • 10 miljoen fouten corrigeren?10 miljoen fouten corrigeren? Bij de start van de campagne ‘De eerste keer’ op 4 januari jl., maakte de KNMP bekend dat apothekers dagelijks 40.000 recepten moeten aanpassen, zo’n 10 miljoen per jaar. De Landelijke […]
  • Paul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maatPaul Korte: Medicatie en prijsafspraken op maat Medicatie en prijsafspraken op maat. Paul Korte, voorzitter van Nefarma, over de zoektocht naar het betaalbaar houden van geneesmiddelen. “Meer centraal ingrijpen is niet verstandig.” En […]
  • “We kozen voor de inhoud,  dan volgt de ICT”“We kozen voor de inhoud, dan volgt de ICT” “De ICT kun je pas als laatste regelen en moet aansluiten op de core business van de samenwerkingspartners. De rol van de patiënt moet je nadrukkelijke benoemen.” Dat concludeert Matine […]
  • Bouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteemBouwstenen voor het farmaceutisch informatiesysteem Hoe zien de apotheekprocessen er in 2020 uit? En welke ICT hoort daarbij? Over die vragen ging PharmaPartners Farmacie in gesprek met zelfstandige apothekers en vertegenwoordigers van […]
  • Pil zoekt trouwPil zoekt trouw De eerste lijn krijgt een steeds prominentere positie in de gezondheidszorg. Huisartsen en apothekers moeten intensiever samenwerken om de kwaliteit van de zorg hoog te houden. Deze […]

Auteur: redactie
Categorie: 2017
Tags: , , , , , ,

Plaats een Reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *