Zorgpopulisme

In dit nummer vindt u een interview met Edith Schippers. Zij wijst op de explosieve groei van de kosten in de zorg en de consequenties daarvan. Een goed voorbeeld is het rumoer van een aantal weken geleden rond het uitgelekte conceptadvies van het College voor zorgverzekeringen (CVZ).

Hierin wordt geadviseerd om te stoppen met het vergoeden van bepaalde medicijnen ter behandeling van de ziekte van Pompe en Fabry omdat ze te duur zijn en te weinig toevoegen. Gemeten naar de heftige reacties, lijkt het of het CVZ een steen in de vijver heeft gegooid. Er staat geen prijs op een mensenleven, is een veelgehoorde reactie.  Dat sommige deskundigen en politici zo reageren, komt vermoedelijk omdat ze het brengen van slecht nieuws liever aan anderen overlaten. We weten allemaal al heel lang dat er prijzen op mensenlevens staan. In Den Haag weten ze hoeveel levens in ontwikkelingslanden je kunt redden met een miljoen euro voor een vaccinatieprogramma. Deze wetenschap wil nog niet zeggen dat het geld er vervolgens ook komt. Kiezers stellen grenzen aan solidariteit.

Dichter bij huis werkt het net zo. Er is bekend hoeveel dood en ellende er voorkomen kan worden door het netwerk van ambulanceposten te verdichten of door alle onbewaakte spoorwegovergangen te beveiligen. Ook hier wordt een grens getrokken die gebaseerd is op een kosten baten analyse.

Even afgezien van het feit dat deze aanbeveling te rauw en te vroeg op het dak van patiënten is beland, doet het CVZ het werk waarvoor zij door de overheid is opgericht. Keuzes maken op basis van rationele argumenten zoals gewonnen QALY’s (een jaar leven in goede gezondheid) of verloren DALY’s  (verlies aan goede levensjaren) per zorgeuro. Dat politici ook niet rationele elementen, zoals compassie met de minder gelukkige medemens, meenemen in de eindbeslissing is niet verkeerd. Maar de populistische reflex van sommige volksvertegenwoordigers dat alles vergoed moet worden ‘zolang het geld in de medische sector tegen de plinten klotst’, is kortzichtig, misleidend en onverantwoord. Het is bovendien uitstel van executie want de grenzen van de budgetten en de solidariteit zijn al lang in zicht.

Dit soort discussies zullen dus steeds vaker voorkomen. De keuze mag niet bij de arts neergelegd worden. Die is de advocaat van de individuele patiënt en geen scherprechter. De protocollen waarin staat wie bepaalde zorg wel ontvangt en wie niet en hoe de vergoedingen eruit zien, moeten uiteindelijk gelegitimeerd worden door onze volksvertegenwoordigers. De informatie van instellingen zoals het CVZ is nodig om goed te kunnen beslissen.

In dit geval heeft Schippers groot gelijk door eerst te gaan onderhandelen met de industrie. We hebben er voor gekozen dat nieuwe medicijnen niet door de staat ontwikkeld worden maar door commerciële bedrijven. Dan moeten we ook accepteren dat deze bedrijven winst willen maken op succesvolle uitvindingen. Het CVZ, Schippers en haar Europese collega’s zijn daarbij de counterveiling power. Enerzijds tegen woekerwinsten door industriële monopolisten maar anderzijds ook tegen specialisten en patiëntenverenigingen die bijna per definitie zullen strijden voor vergoeding van alle nieuwe therapieën. De overheden hebben de schone taak om excessen te voorkomen en behandelgrenzen voor te stellen. Politici mogen bepalen hoeveel er uitgegeven kan worden aan een gewonnen levensjaar en inschatten hoeveel solidariteit onze samenleving kan opbrengen.  Dat is hun taak in de gezondheidszorg. Als ze die niet serieuzer oppakken loopt de zaak straks vast.

Auteur: redactie
Categorie: Columns