REDUSE PDS helpt patiënten met het prikkelbare darmsyndroom
jul11

REDUSE PDS helpt patiënten met het prikkelbare darmsyndroom

2,5 miljoen Nederlanders lijden aan het prikkelbare darmsyndroom (PDS), een enorm aantal. Toch zijn er nog steeds onvoldoende evidence based behandelingen voor deze patiënten. Uitleggen en geruststellen, dat is alles wat de arts kan doen. Onacceptabel, vinden Marten Otten, MDL-arts, en Fien Stellingwerff Beintema, PDS-patiënt. Met hun project REDUCE PDS laten ze zien dat er meer mogelijk is voor PDS-patiënten. Hij is net terug uit Chicago, waar hij voor een internationaal congres van maagdarmlever-(MDL-)artsen een presentatie mocht houden over REDUCE PDS. De zaal zat vol en de belangstelling was groot, vertelt Marten Otten, MDL-arts in zelfstandig behandelcentrum (ZBC) De Veluwe in Apeldoorn. Otten is samen met Fien Stellingwerff Beintema, oud-voorzitter van de PDS Belangenvereniging, de vereniging voor PDS-patiënten, aanjager van het REDUCE PDS-project. Begin 2016 werd dat afgerond. Afgelopen jaar presenteerden ze in binnen- én buitenland de eindresultaten. Zo verscheen er een uitgebreide eindreportage, en vonden diverse publicaties hun weg naar de media. De belangstelling voor REDUCE PDS is groot. Er lijden dan ook veel patiënten aan het prikkelbare darmsyndroom. In Nederland zo’n 15 procent van de bevolking, oftewel 2,5 miljoen Nederlanders. PDS is een complexe aandoening, legt Otten uit, al was het maar omdat evidence based behandeling veelal ontbreekt. “Genezing is niet mogelijk. Soms verhevigen de klachten, soms zwakken ze een tijdje af, maar verdwijnen doen ze nooit. PDS-patiënten moeten ermee leren leven.” Buikpijn, misselijkheid, braken, diarree, obstipatie, soms afwisselend, dat zijn de voornaamste klachten waar PDS-patiënten mee worstelen. “Het zijn klachten waar ze niet graag over praten,” vervolgt Otten. “Het is niet chique om op een feestje over je obstipatieproblemen te praten. Dat houd je liever voor jezelf. Vandaar dat we veel verborgen ellende en verdriet zien bij deze patiënten. Op de Kwaliteit van Leven-schaal scoren ze gemiddeld 66, op een schaal van nul tot honderd. Dat is een belabberde score. Dat is vergelijkbaar met de Kwaliteit van Leven-scores van patiënten met reuma, kanker of hartfalen.” Alarmstand Hoewel de precieze oorzaak van PDS niet bekend is, is het vermoeden dat een darminfectie, van een virus of bacterie, vaak de aanjager is van de klachten. “Een infectie moet natuurlijk door het lichaam bestreden worden, dus het autonoom zenuwstelsel gaat zich verdedigen. Het probleem bij PDS-patiënten is dat dat zenuwstelsel in de alarmstand blijft hangen. Dat betekent dat het veel te heftig reageert op vaak kleine prikkels, zowel van binnen als buiten het lichaam. Mensen die iets eten, krijgen buikkrampen, diarree of – wat uitermate akelig is – hun buik kan enorm gaan opzwellen. Vrouwen krijgen soms zelfs de vraag of ze zwanger zijn, zo dramatisch is dat.” Uitleggen en geruststellen, veel meer kan de MDL-arts niet doen in...

Lees Verder
SPACE-onderzoek: Spelden in hooiberg steeds vaker gevonden
jul10

SPACE-onderzoek: Spelden in hooiberg steeds vaker gevonden

Het lukt steeds beter ankyloserende spondylitis, de bekendste vorm van axiale spondyloartritis, in een vroege fase op te sporen. Dit is een van de belangrijkste recente uitkomsten van het SPACE-onderzoek dat wordt aangestuurd door LUMC-onderzoekers. Voor de patiënten die aan deze ziekte lijden, zullen de bevindingen de wereld van verschil maken. Niet alleen biedt het betere behandeling van de symptomen, ook de vergroeiing van de wervelkolom zal mogelijk voorkomen kunnen worden. Het grote probleem van ankyloserende spondylitis (AS) -beter bekend als de ziekte van Bechterew- is dat de ziekte meestal pas in een laat stadium wordt gediagnosticeerd. Gemiddeld zo’n acht tot negen jaar na de eerste rugklachten. Vergroeiing van de sacro-iliacaal gewrichten en de wervelkolom, waar de diagnose traditioneel op berustte, kan namelijk dan pas met röntgenonderzoek worden aangetoond. De meeste patiënten hebben dan al een lange en frustrerende zoektocht naar de oorzaak van hun klachten achter de rug. Bovendien hebben de klachten dan al een behoorlijke wissel getrokken op de kwaliteit van leven van de patiënt. Het ziekteproces is daarnaast in dat stadium inmiddels onomkeerbaar. Slechts de symptomen zoals stijfheid, vermoeidheid en ontstekingen kunnen nog worden behandeld. Het is onduidelijk of verdere vergroeiing van de wervelkolom nog is tegen te houden. Het team van LUMC-reumatoloog dr. Floris van Gaalen hoopt hier verandering in te brengen. De eerste uitkomsten van het onderzoek zijn in ieder geval veelbelovend. Ruim zeven jaar geleden startte in het LUMC het SPACE-project: SPondyloArthritis Caught Early. Naast het AMC en het Groene Hart Ziekenhuis in Gouda doen ziekenhuizen in Noorwegen, Zweden, Italië en binnenkort Portugal mee aan de studie. Inmiddels zijn ruim zeshonderd patiënten geïncludeerd. Spelden in de hooiberg “Het doel van ons SPACE-project is om aan te tonen dat het mogelijk is de diagnose vroege axiale spondyloartritis (SpA) te stellen,” zegt Van Gaalen en vervolgt: “Axiale spondyloartritis waarbij nog geen botbeschadigingen zijn opgetreden, wordt non-radiografische axiale SpA genoemd en is het voorstadium van AS. De moeilijkheid van de ziekte in dit stadium is dat het belangrijkste symptoom van de ziekte, namelijk rugklachten, nogal veel voorkomt.  Het zijn dan ook de spelden in de hooiberg: van de bijna twee miljoen Nederlanders die rugklachten hebben, lijdt ongeveer zestigduizend aan de ziekte van Bechterew. Huisartsen denken bij patiënten met rugklachten dan ook niet zo snel aan de ziekte van Bechterew en verwijzen daarom meestal niet door. Met onze observationele studie hebben we signalen in kaart gebracht die naar een vroeg stadium van deze ziekte wijzen.” Om dit te realiseren hebben de onderzoekers uit de diverse medische centra de huisartsen in hun regio gevraagd alle patiënten tussen de 18 en 45 jaar door te sturen met rugklachten die...

Lees Verder
Overgangsklachten: Eensgezindheid over de behandeling van symptomen blijft achter
jul10

Overgangsklachten: Eensgezindheid over de behandeling van symptomen blijft achter

Over één ding zijn alle deskundigen het eens: de overgang is het gevolg van de afnemende functie van de ovaria. De stijgende serumconcentraties van FSH kunnen de nog aanwezige follikels niet meer laten uitrijpen en na verloop van tijd houdt de folliculaire uitrijping op en wordt minder oestradiol gevormd. Dat heeft een aantal gevolgen die bij de ene vrouw veel duidelijker aanwezig zijn dan bij de andere, waarover later meer. Veel minder eensgezindheid is er over de vraag wat de beste behandeling van deze symptomen is – indien de vrouw behandeling nodig acht. Eerst een aantal begrippen zoals die zijn gedefinieerd in de NHG-Standaard De overgang (2012): overgang: de periode van een veranderend menstruatiepatroon en de eerste menstruatievrije jaren, waarin een vrouw symptomen en klachten kan ervaren die een relatie hebben met een veranderende ovariële functie. menopauze: de laatste menstruatie in het leven van een vrouw. Het tijdstip van de menopauze wordt retrospectief bepaald, na een jaar amenorroe. premenopauze: de periode voorafgaande aan de menopauze, waarin de menstruatiecyclus nog regelmatig is. perimenopauze: de periode voor de menopauze, waarin de menstruaties veranderen, tot een jaar na de laatste menstruatie. postmenopauze: de periode vanaf een jaar na de laatste menstruatie. De gemiddelde leeftijd waarop autochtone vrouwen in Nederland de menopauze bereiken is 50 tot 51 jaar. Het patroon van de menstruatiecyclus wordt bij de meeste vrouwen voorafgaand aan de menopauze onregelmatig. De perimenopauze duurt gemiddeld ongeveer vier tot zes jaar. Vasomotorische symptomen (‘opvliegers’; Engels ‘hot flushes; Amerikaans ‘hot flashes’) komen in de overgang bij 55% tot 60% van alle vrouwen voor. Van hen heeft 30 tot 40% meer dan 5 jaar na de menopauze nog steeds vasomotorische symptomen. Symptomen;  vaginale atrofie, droogheid en opvliegers Ongeveer 15% van de perimenopauzale vrouwen en 30% van de postmenopauzale vrouwen ondervindt vaginale atrofie en droogheid. Een opvlieger is een kortdurende (enkele minuten) periode van perifere vasodilatatie, samengaand met een gevoel van hitte, blozen en (hevig) transpireren, een verhoogde hartfrequentie en rillingen. Niet al deze symptomen zijn bij iedere vrouw altijd aanwezig. Opvliegers kunnen ook ’s nachts optreden. De frequentie van opvliegers wisselt van enkele per maand tot enkele per uur. Mogelijk gaan de vasomotorische symptomen gepaard met een verhoogd risico op cardiovasculaire aandoeningen. De oorzaak van de opvliegers is onbekend. Door de lagere oestrogeenconcentraties na de menopauze kan het slijmvlies van de vagina dunner en kwetsbaarder worden. Ook de vaginale doorbloeding neemt af net als de lubricatie door het natuurlijke ‘glijmiddel’. De vaginale atrofie kan klachten geven, zoals irritatie, droogheid, jeuk, afscheiding en dyspareunie. Depressie en gewrichtsklachten Er bestaat geen duidelijk verband tussen de overgang en depressie, angst en andere psychische klachten. Wel zouden vrouwen...

Lees Verder
Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek
jul08

Top 10 verkoop geneesmiddelen zonder recept in apotheek

Ruim een kwart van de geneesmiddelen die apotheken in 2016 zonder recept verkochten betrof paracetamol. De tien meest verkochte geneesmiddelen zonder recept zijn samen goed voor bijna 60% van alle handverkooptransacties van geneesmiddelen in de apotheek. Neussprays met xylomethazoline hebben een aandeel van 10%. Nederlandse apotheken verkopen ook geneesmiddelen zonder recept. Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) bepaalt welk type verkooppunt welk zelfzorggeneesmiddel mag verkopen. Er zijn drie categorieën: = Algemene Verkoop (AV) (mag ook b.v. in supermarkten en benzinestations) = Uitsluitend Apotheek en Drogist (UAD) = Uitsluitend Apotheek (UA). Het CBG betrekt bij deze indeling de aard, de hoeveelheid van de werkzame stoffen en de verpakkingsgrootte. Zo geldt voor ibuprofen 200 mg het AV-regiem voor verpakkingen t/m 12 stuks en het UAD-regiem voor verpakkingen van 12 t/m 48 stuks. Paracetamol nummer één
 Geneesmiddelen met paracetamol – inclusief combinaties met dit middel – gaan in de apotheek het vaakst zonder recept over the counter. Ruim een kwart van alle geneesmiddelverkopen zonder recept in de apotheek betreft een paracetamolvariant. Tabel: Aandeel van geneesmiddel in de geneesmiddelverkoop zonder recept in apotheken (2016) RANG GENEESMIDDEL TOEPASSING AANDEEL 1 paracetamol incl. combinaties (N02BE) bij pijn, bij koorts 26,0% 2 xylometazoline (R01AA07) neusverkoudheid 10,3% 3 ibuprofen (M01AE01) bij pijn 4,6% 4 miconazol (D01AC02) bij huidschimmel 3,4% 5 indifferente zalven en crèmes (D02AX) o.a. bij eczeem 3,4% 6 acetylcysteïne (R05CB01) slijmverdunning 2,4% 7 noscapine (R05DA07) hoestprikkeldemping 2,4% 8 cetirizine (R06AE07) bij allergie 2,4% 9 broomhexine (R05CB02) slijmverdunning 2,2% 10 loperamide (A07DA03) bij diarree 1,7% Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
NZa kijkt naar de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen
jul07

NZa kijkt naar de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen

Krijgen burgers de dure geneesmiddelen waar zij recht op hebben? In haar laatste monitor over inkoop geneesmiddelen heeft de NZa aangegeven daarnaar onderzoek te doen. Dat heeft geleid tot het rapport “Toegankelijkheid van dure geneesmiddelen.” In het rapport benadrukt de NZa dat er veel goed gaat in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen.  Het is de verantwoordelijkheid van de zorgaanbieders en zorgverzekeraars te zorgen dat de patiënt de geneesmiddelen krijgt. Op grond van de bevindingen concludeert de NZa dat patiënten de dure geneesmiddelen krijgen waar zij recht op hebben. Aanbevelingen
 De NZa doet een aantal aanbevelingen om winst te boeken in de organisatie van het proces: • Maak als zorgaanbieder en zorgverzekeraar, al voorafgaand aan het moment dat patiënten een nieuw add-ongeneesmiddel nodig hebben, afspraken over de inkoop van het geneesmiddel. Hierbij kan de Horizonscan van hulp zijn. • Zorg als beroepsgroep dat het beleid voor nieuwe geneesmiddelen of indicaties zo snel mogelijk wordt gepubliceerd en gecommuniceerd met zorgverzekeraars en zorgaanbieders. 
• Overweeg als zorgaanbieder en zorgverzekeraar zoveel mogelijk aan te sluiten bij het beleid van de beroepsgroep. • Maak als zorgverzekeraar kenbaar aan patiënten en zorgaanbieders bij welke zorgaanbieders geneesmiddelen zijn ingekocht, als het inkoopbeleid van dure geneesmiddelen afwijkt van de door de beroepsgroep geselecteerde centra. • Maak als zorgverzekeraar ruimte voor maatwerk voor de dure geneesmiddelen, die wel voldoen aan de stand van de wetenschap en praktijk, maar die nog geen add-onprestatie hebben. Dit betekent dat geneesmiddelen ook uit het budget of de dbc kunnen worden bekostigd. 
• Geef als zorgverzekeraar tijdig door naar welke zorgaanbieders verzekerden moeten worden doorverwezen als de plafondafspraken worden bereikt en het budget niet wordt verruimd. • Betrek als zorgaanbieder de zorgverzekeraars actief als patiënten moeten worden doorverwezen vanwege financiële knelpunten. Problemen melden
 De NZa blijft monitoren of er problemen zijn in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen. Ze roept consumenten, zorgaanbieders en zorgverzekeraars op om signalen over mogelijke problemen in de toegankelijkheid van dure geneesmiddelen te melden. U kunt uw (anonieme) melding indienen digitaal via het meldpunt of telefonisch via 088 – 770 8 770. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten
jun30

Forse toename pakketgeneesmiddelen tegen zelfde kosten

In tien jaar tijd –van 2006 tot 2016 –  is het gebruik van geneesmiddelen fors toegenomen. De openbare apotheken verstrekten in 2016 38% meer pakketgeneesmiddelen. Per hoofd van de bevolking is de stijging in die tien jaar 33%. De uitgaven daarentegen zijn vrijwel gelijk gebleven. Dat meldt de SFK (Stichting Farmaceutische Kengetallen).  Openbare apotheken verstrekten vorig jaar 8,6 miljard DDD’s (standaarddagdosering) aan pakketgeneesmiddelen, 38% meer dan in 2006. Echter: in beide jaren bedroegen de bijbehorende uitgaven ongeveer € 4,4 miljard. Het aantal 65-plussers nam in deze periode toe met driekwart miljoen tot 3,1 miljoen: ofwel 19% van de bevolking. In 2006 was dat nog 14%. Dat verklaart een groot deel van de toename van het geneesmiddelengebruik, naast de totale groei van de bevolking. Want een 65-plusser gebruikt gemiddeld  4,3 verschillende geneesmiddelen in een jaar. Dat komt neer op 1573 DDD tegen 548 DDD’s voor een gemiddelde Nederlander. De gemiddelde geneesmiddelenuitgave voor pakketgeneesmiddelen via de openbare apotheek bedroegen zowel in 2006 als in 2016 ongeveer € 4,3 miljard, terwijl het gebruik in dezelfde periode steeg met zo’n 2,4 miljard DDD’s. Dat komt uiteraard door het preferentiebeleid, de wet geneesmiddelenprijzen, maar ook de overheveling van dure en oncolytische geneesmiddelen naar het budget van het ziekenhuis. De gemiddelde uitgaven per inwoner is nu € 275 per persoon per jaar. Voor 65-plussers is dat overigens € 676 per jaar.   Tabel: Gebruik pakketgeneesmiddelen en bijbehorende uitgaven per inwoner per jaar (2006-2016) GEBRUIK IN DDD’S PER INWONER PER JAAR                                       2006                  2016                  verschil < 65 jaar                  260                       320                     +23% ≥ 65 jaar                  1325                      1573                   +19% Alle inwoners          412                       548                     +33%   UITGAVEN IN € AAN PAKKETGENEESMIDDELEN PER INWONER PER JAAR                                   2006                  2016                  verschil < 65 jaar                   198                        186                      -6% ≥ 65 jaar                   805                       676                      -16% Alle inwoners          284                        275                      -3% Per persoon was het gebruik van pakketgeneesmiddelen in 2016 gemiddeld 33% hoger dan in 2006, met 3% minder uitgaven   Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen  ...

Lees Verder
Helft Nederlanders geen weet van e-healthtoepassingen huisartsen
jun30

Helft Nederlanders geen weet van e-healthtoepassingen huisartsen

Meer dan de helft (55%) van de Nederlanders heeft geen idee wat de online mogelijkheden bij zijn of haar huisarts zijn. In het noorden is dat zelfs 63%. Het aantal Nederlanders dat gebruikmaakt van de online diensten van de zorgverlener is dan ook laag; 7% heeft weleens online een afspraak ingepland en 3% heeft weleens gebruikgemaakt van een e-consult. Dat blijkt uit onderzoek van PharmaPartners, onder ruim 1.000 Nederlanders. Het aantal gebruikers van e-healthtoepassingen is laag, hoewel uit onderzoek blijkt dat patiënten hier wél behoefte aan hebben. 43% staat positief tegenover het online inplannen van een afspraak, maar geeft aan dat dit niet mogelijk is bij hun praktijk of onduidelijk is of dit kan. Vooral 25- tot 34-jarigen zien het maken van een online afspraak zitten: 52% staat hiervoor open. Dorinda van Oosten, Managing Director Huisartsenzorg bij PharmaPartners: ‘De werkdruk van huisartsen is enorm hoog. Door gebruik te maken van e-healthtoepassingen kunnen huisartsen en andere zorgprofessionals in de huisartsenpraktijk hun tijd efficiënter indelen. Als een patiënt onlangs op consult is geweest met een bepaalde klacht en hij heeft daar opnieuw een vraag over, dan kan hij zijn vraag ook online indienen door middel van een e-consult. Dit kan de patiënt een hoop tijd schelen.’ Huisartsen: communiceer over de online mogelijkheden
 Van de patiënten die bekend zijn met de online mogelijkheden bij hun praktijk is 1 op de 5 hierop gewezen door de huisarts of assistent, 19% heeft erover gelezen op de website en slechts 7% is geïnformeerd via een e-mail. ‘Uit het onderzoek blijkt dat er bij weinig praktijken actief wordt gecommuniceerd over de online mogelijkheden. Hierin kan de assistent een belangrijke rol spelen. De assistent kan patiënten er bij het inplannen van een afspraak op wijzen dat dit ook via de website kan. Daarnaast kunnen huisartsen bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd een nieuwsbrief naar hun patiënten sturen waarin de online mogelijkheden en voordelen worden toegelicht,’ aldus van Oosten. Online mogelijkheden apotheek onvoldoende bekend
 Ook is aan de respondenten van dit onderzoek gevraagd hoe zij denken over de online mogelijkheden van de apotheek. 40% heeft geen idee welke e-healthoplossingen zijn of haar apotheek biedt. Van de 25- tot 34-jarigen weet zelfs meer dan de helft niet dat zij online medicatie kunnen bestellen of via een e-consult vragen kunnen stellen aan de apotheker. Het is dan ook geen verrassing dat slechts 5% gebruik heeft gemaakt van een e-consult bij de apotheek en 17% online medicatie heeft besteld. Op dit moment maken vooral 55+’ers al gebruik van de e-healthtoepassingen van de apotheek; zo bestelt een kwart van hen de medicijnen online. Dit in tegenstelling tot de 25- tot 34-jarigen; slechts...

Lees Verder
Machtspositie verzekeraar bij geneesmiddeleninkoop
jun28

Machtspositie verzekeraar bij geneesmiddeleninkoop

In de basisverzekering maken verzekeraars afspraken met aanbieders over de te leveren zorg. Daarbij hebben verzekeraars bij de farmacie prikkels geïntroduceerd, gericht op kostenreductie. Met als gevolg dat de zorgverzekeraar via beleidsmaatregelen indirect invloed uitoefent op het voorschrijfgedrag van medische behandelaars. Dat blijkt uit een onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op het voorschrijfbeleid van artsen en het afleverbeleid van apothekers, gedaan door  onderzoeksbureau IQ Healthcare, verbonden aan het Radboudumc in Nijmegen. De studie is uitgevoerd in opdracht van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen Nederland. Vakinhoudelijk
 Het onderzoek is gebaseerd op literatuuronderzoek en interviews met artsen en apothekers. Daaruit blijkt dat vakinhoudelijke overwegingen en gebruiksvriendelijkheid op individueel patiëntniveau de belangrijkste factoren zijn bij het voorschrijven en afleveren van geneesmiddelen. In de extramurale zorg ervaren de ondervraagde huisartsen en apothekers weinig directe invloed van de zorgverzekeraar op het voorschrijf- en afleverbeleid in de spreekkamer. Machtspositie
 IQ Healthcare constateert tegelijk dat de verzekeraar een relatief sterke machtspositie heeft bij de inkoop van geneesmiddelen. De verzekeraar koopt voornamelijk in op basis van kostenafwegingen. De indicatoren voor kwaliteit zijn beperkt van invloed op het contracteergedrag. Er zijn signalen dat de toegenomen financiële druk op de inkoop van geneesmiddelen ten koste kan gaan van de kwaliteit van zorg. Beperkte speelruimte De speelruimte van huisarts en apotheker is beperkt door beleidsmaatregelen van de zorgverzekeraar, met het preferentiebeleid, laagste prijsgarantie en IDEA/pakjesmodel als belangrijkste voorbeelden. In de intramurale zorg zijn genoemd als beperkende factoren: de krappe groei van de geneesmiddelenruimtes binnen de ziekenhuisbudgetten en de stevige druk van de verzekeraar om over te stappen naar biosimilars. Apothekers
 Apothekers ondervinden invloed van de zorgverzekeraar vanwege het preferentiebeleid. Een patiënt moet (meer) bijbetalen voor een bepaald geneesmiddel als de apotheker dat verkiest boven een goedkoper alternatief. Ook zien apothekers de administratieve lastendruk toenemen als gevolg van de gedetailleerde controle door zorgverzekeraars. Gesprek
 De Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen Nederland wil op basis van deze uitkomsten in gesprek met zorgverzekeraars en andere partijen in de zorg. De professionele autonomie van artsen en apothekers moet behouden blijven. Natuurlijk mag van behandelaars wel kostenbewustzijn worden gevraagd, maar uiteindelijk moeten de effectiviteit en veiligheid van een geneesmiddel doorslaggevend zijn. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Personalised medicine, niet eenvoudig
jun26

Personalised medicine, niet eenvoudig

Met personalised medicine worden patiënten behandeld op basis van hun unieke kenmerken, zoals erfelijke eigenschappen. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat het nog lastig is om de kennis te vertalen naar gebruik in de praktijk.  De definitie van‘personalised medicine’ is: ‘een medisch model waarbij gebruik gemaakt wordt van individuele fenotypische en genotypische kenmerken om een afgestemde therapeutische strategie voor de juiste persoon op het juiste moment te kiezen en/of om het risico op ziekte vast te stellen en/of om tijdige en gerichte preventie te bieden’. Therapie op maat
 De personalised medicine ofwel ‘therapie op maat’ is sterk in opkomst in de medische wereld. Het wordt namelijk steeds duidelijker dat veel factoren samen bepalen of iemand al of niet goed reageert op een medicijn. Sommige mensen hebben door hun erfelijke eigenschappen een grotere kans op ernstige bijwerkingen van bepaalde medicijnen. Anderen zijn veel gevoeliger voor een medicijn en hebben daardoor een andere dosis nodig. Ingewikkeld Dat klinkt goed, maar inzet op maat is bijzonder ingewikkeld. Zo is het een uitdaging om op basis van individuele kenmerken te kunnen bepalen welke medicijnen goed zijn voor een patiënt. Ook moet eerst gefundeerd worden aangetoond dat ‘therapie op maat’ nuttig is. Ook moeten artsen daarvan worden overtuigd. Verder is het vaak nog onduidelijk of het testen op een erfelijke eigenschap ook echt de behandeling verbetert. Deze hiaten belemmeren toepassing in de medische praktijk, terwijl juist ervaringen uit deze praktijk nieuwe inzichten opleveren om het gebruik van medicijnen te verbeteren. Onderzoek RIVM
 Het RIVM heeft een onderzoek uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. De uitkomsten staan in het rapport Personalised medicine: Implementatie in de praktijk en data-structuren. Met de resultaten wil het ministerie bepalen of, en zo ja op welke punten, er aandacht vanuit VWS nodig is om het gebruik van personalised medicine in de praktijk te bevorderen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker
jun22

Medicijnafval in kwart van gemeenten voor rekening apotheker

In een kwart van de Nederlandse gemeenten moeten apotheken nog steeds betalen voor het vrijwillig inzamelen van medicijnafval van patiënten. De kosten kunnen op jaarbasis kunnen oplopen tot € 7500,- per apotheek. Het goede nieuws: veel gemeenten en apotheken zijn afgelopen jaar tot afspraken gekomen. Dit blijkt uit een vervolgonderzoek van de KNMP naar inzameling van medicijnafval, gehouden in juni 2017. Minister Schultz wil echter niet dat apotheken nog betalen voor de afvoer van medicijnafval. Zij wil dit probleem “tot de laatste gemeente van Nederland opgelost krijgen”,  zo ze dat stellig verwoordde in de Tweede Kamer, in antwoord op vragen van D66 en de ChristenUnie. De minister waardeert het dat er steeds meer wordt samengewerkt tussen apotheken en gemeenten. Veel gemeenten hebben zich de kritiek van het ministerie aangetrokken dat doorbelasting van kosten aan de apotheek in dit geval op “een misverstand” berustte. Lokaal zijn tientallen apothekers hierover succesvol met hun gemeente in gesprek gegaan. Dat heeft geleid tot een forse afname van gemeenten die de apothekers laten betalen voor de afvoer van consumentenafval. Vorig jaar betaalde in 45% van de gemeenten de apotheek voor de verwerking en vervoer van medicijnafval. Nu is het nog in 25% van de gemeenten en dat getal moet echt terug naar nul. De kosten kunnen oplopen tot duizenden euro’s per apotheek per jaar, omdat het consumentenafval juridisch converteert naar bedrijfsafval zodra patiënten het inleveren bij de apotheek. De minister vindt het belangrijk dat patiënten bij hun apotheek op een laagdrempelige manier oude medicijnen blijven inleveren. Dit voorkomt dat geneesmiddelen in het oppervlaktewater terechtkomen. Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder