Horizonscan met te verwachten spécialités en indicatie-uitbreidingen
dec14

Horizonscan met te verwachten spécialités en indicatie-uitbreidingen

Het aantal nieuwe geneesmiddelen en indicatie-uitbreidingen dat op de markt komt, neemt toe. Op de zojuist verschenen Horizonscan Geneesmiddelen staan in totaal ruim 465 producten die de komende tijd mogelijk worden toegelaten tot het basispakket. Ongeveer 100 geneesmiddelen worden wellicht het komende jaar al geregistreerd. In de zesde Horizonscan, die het Zorginstituut Nederland recent heeft gepubliceerd, staan alle nieuw te verwachten spécialités en indicatie-uitbreidingen die de komende twee jaar op de markt komen. Zeer sterke stijging SGLT-2 remmers Bij diabetes wordt al lange tijd de zogenaamde SGLT-2 remmers voorgeschreven. Er zijn nieuwe inzichten in de positieve effecten van deze geneesmiddelen op het voorkomen van hartfalen. Mogelijk zullen deze middelen daardoor breder worden ingezet en kan het gebruik bij patiënten met diabetes stijgen van ruim 15.000 naar meer dan 100.000 gebruikers op een relatief korte termijn. Uit deze studies kwamen ook positieve effecten naar voren bij patiënten met hartfalen en nierfalen zonder diabetes. De verwachting is daarom dat deze geneesmiddelen, naast bredere inzet bij patiënten met diabetes, hun indicatiegebied zullen uitbreiden naar patiënten zonder diabetes. In de Horizonscan is op dit moment alleen dapagliflozine opgenomen voor deze indicaties, maar de verwachting is dat andere SGLT-2 remmers, zoals canagliflozine en empegliflozine, zullen volgen. Het totale gebruik van SGLT2-remmers neemt dan flink toe. Het gebruik van SGLT2-remmers bij patiënten met hartfalen zonder diabetes mellitus zal mogelijk uitbreiden naar 250.000 -500.000 patiënten. Gestage toename Het aantal nieuwe geneesmiddelen en indicatie-uitbreidingen is in de afgelopen jaren gestaag toegenomen. Deze toename is te verklaren door de progressie die is geboekt op het gebied van het scannen, de intensievere samenwerking tussen de zorgpartijen en de toenemende mate van bijdragen vanuit de farmaceutische industrie.  Van klinische studie tot vergoeding De geneesmiddelen in de Horizonscan bevinden zich in verschillende fasen van registratie of ontwikkeling. Geneesmiddelen verschijnen op de Horizonscan ongeveer vanaf fase 3 van de klinische studies en worden gevolgd tot ze zijn geregistreerd en een betaaltitel hebben in Nederland. In totaal zijn er ruim 465 producten opgenomen, waarvan er 420 mogelijk de komende twee jaar kunnen worden toegelaten tot het basispakket. In sommige gevallen valt een geneesmiddel uit door tegenvallende studieresultaten. Ongeveer 100 producten worden mogelijk het komende jaar geregistreerd. Zie de Horizonscan Geneesmiddelen met toelichtende diagrammen Bron: Zorginstituut...

Lees Verder
Kosten cholesterolverlagers nemen af
dec12

Kosten cholesterolverlagers nemen af

Per jaar verstrekken openbare apotheken aan ongeveer 2 miljoen mensen een cholesterolverlager. Op basis van cijfers over de eerste tien maanden van dit jaar, bedragen de kosten van deze groep middelen over heel 2019 naar verwachting € 125 miljoen. Dat is € 25 miljoen minder dan in 2018 en € 65 miljoen minder dan in 2017. Dat blijkt uit een publicatie van de Stichting Farmaceutische Kengetallen. Cholesterolverlagers maken onderdeel uit van de groep geneesmiddelen die worden ingezet bij Cardiovasculair Risico Management (CVRM) Statines Bijna alle, namelijk 97%, van alle mensen aan wie apotheken een cholesterolverlager verstrekken, gebruikt een statine. Daarvan gebruikt vrijwel de helft simvastatine en bijna een derde atorvastatine. De kosten van het gebruik van statines, lijken in 2019 na het patentverloop van rosuvastatine te stabiliseren en komen dit jaar naar verwachting uit op € 34 miljoen. Dat is veel lager dan in 2017, toen de kosten nog € 90 miljoen bedroegen. Deze kosten zijn gebaseerd op de apotheekinkoopprijzen (AIP) zonder de vergoeding voor de apotheek. Ezetimb Van ezetimib, dat de opname van cholesterol uit de darmen remt, verliep in 2018 het patent. Daarna daalden de kosten van dit middel, inclusief de vaste combinaties met andere cholesterolverlagers, van € 64 miljoen in 2017 tot naar schatting € 24 miljoen dit jaar. Het patentverloop heeft in tegenstelling tot dat van rosuvastatine nog wel enig effect in 2019. In het eerste kwartaal van dit jaar bedroegen de kosten nog ongeveer € 7 miljoen en in het vierde kwartaal is dat naar verwachting rond de € 5 miljoen. In dezelfde periode is het gebruik, uitgedrukt in DDD’s, met ongeveer 15% gestegen. Toename PCSK9-remmers Het effect in 2019 van het patentverloop van ezetimib wordt tenietgedaan doordat in de loop van het jaar het gebruik van evolocumab en alirocumab is toegenomen. Dit zijn vertegenwoordigers van de nieuwste generatie cholesterolverlagers – de PCSK9-remmers  – die door injecteren worden toegepast. In het eerste kwartaal bedroegen de kosten ongeveer € 14 miljoen en in het laatste kwartaal naar schatting ongeveer € 16 miljoen. Hierbij moet worden opgemerkt dat door geheime afspraken met de minister de werkelijke prijzen niet bekend zijn. Die worden achteraf met de fabrikant verrekend. Deze middelen worden uitsluitend vergoed onder voorwaarden, waaronder dat de behandelingsdoelstelling met de gebruikelijke cholesterolverlagers niet wordt bereikt.  Herziene versie NHG-Standaard CVRM In mei 2019 is er een herzien versie van de NHG-Standaard CVRM. Een belangrijke aanpassing daarin is een verlaging van de LDL-streefwaarden voor patiënten onder de 70 jaar met hart- en vaatziekten. Naar verwachting zullen hierdoor statines vaker hoger worden gedoseerd of vaker worden gecombineerd met ezetimib. Het is nog te vroeg om te beoordelen of, en...

Lees Verder
Aris Prins nieuwe voorzitter KNMP
dec11

Aris Prins nieuwe voorzitter KNMP

Aris Prins (42) is benoemd tot de nieuwe voorzitter van de KNMP. Dit is bekendgemaakt tijdens de Algemene Vergadering (AV) op woensdag 11 december 2019. Prins is de opvolger van Gerben Klein Nulent, die vijf jaar voorzitter is geweest van de KNMP. ‘Mensen vertrouwen erop dat wij antwoorden hebben op maatschappelijke vraagstukken zoals betaalbaarheid van de zorg, toegankelijkheid, vergrijzing en tekorten. Dit vraagt niet alleen om samenwerking tussen apothekers, maar ook om een duidelijke visie op de rol van apothekers.’ Prins is de 37ste voorzitter in de geschiedenis van de KNMP. De openbaar apotheker uit Den Haag en tevens LOA-bestuurder: ‘Als voorzitter van de KNMP wil ik er voor zorgen als beroepsgroep samen tot kraakheldere standpunten te komen en deze krachtig over te brengen bij publiek, beleidsmakers en andere zorgverleners.’ Bron en foto:...

Lees Verder
“Regionale ICT is smeermiddel voor heldere gegevensuitwisseling”
dec11

“Regionale ICT is smeermiddel voor heldere gegevensuitwisseling”

Om gegevensuitwisseling te verbeteren en de kans op medicatiefouten zoveel mogelijk te beperken, besloten alle huisartsen en apotheken in de regio Zwolle te gaan samenwerken op één regionaal ICT-systeem. 27 apotheken werkten al met Pharmacom. Nu ook vrijwel alle 130 FTE huisartsen Medicom gebruiken, kunnen medicatiegegevens uit de hele regio makkelijk vanuit één database worden uitgewisseld. En dat is slechts één van de voordelen van het regiocluster, vertellen huisarts Jantien van Ittersum (Lemelerveld) en apotheker Albert Drouven (Holtenbroek) enthousiast. We weten allemaal dat de zorgvraag gestaag toeneemt door de vergrijzing. Kwetsbare ouderen blijven langer thuis wonen, en dat kán gelukkig ook dankzij (nieuwe) behandelingen en medische controles tot op hoge leeftijd.    “De rol van de huisarts is daardoor enorm veranderd”, ervaart Jantien van Ittersum elke dag in haar Huisartsenpraktijk Lemelerveld. “Ik ben nu echt onderdeel van een team rond de patiënt en werk veel meer samen met collega-huisartsen, wijkverpleging, sociaal domein, ziekenhuis en apotheek. Een regionaal ICT-cluster met één HIS is absoluut de eerste voorwaarde om toekomstgericht te kunnen samenwerken. ICT is het smeermiddel voor heldere communicatie tussen zorgverleners onderling over wie welke patiënt met welke medicatie behandelt. Maar ook voor een vlekkeloze uitwisseling van gegevens met de patiënten zelf. Dat is helemaal belangrijk als straks iedereen zijn eigen Persoonlijke Gezondheids Omgeving heeft. ”    Patiëntveiligheid  In het verleden leidde een gebrekkige gegevensuitwisseling over medicatiegebruik in de regio Zwolle nogal eens tot incidenten en overbodige ziekenhuisopnames. Dat was voor de huisartsen aanleiding  om in 2015 te kiezen voor één informatiesysteem. Er werd een speciale ICT-commissie regionaal HIS opgericht waarin ook Van Ittersum zitting heeft. Vrijwel alle conversies zijn nu gereed of gepland, bijna alle huisartsen zijn aangesloten op het cluster.    “De keuze voor Medicom lag voor hand”, vertelt Van Ittersum. “45 procent van de huisartsen in de regio had al Medicom en alle apotheken werkten al met Pharmacom. Op één regionaal ICT-cluster kunnen we allemaal vanuit één database patiëntengegevens delen, zonder risico’s op miscommunicatie. Dat is een grote vooruitgang.”   Albert Drouven, samen met Wilma Doppenberg eigenaar van Apotheek Holtenbroek, spreekt uit ervaring. “Via de gedeelde database krijg ik rijkere zorginformatie en hoeven we andere voorschrijvers of collega’s minder vaak telefonisch lastig te vallen met vragen. De medicatiestatus en diagnostische gegevens kan ik altijd en overal inzien. Dat maakt mijn werk soepeler en komt de patiëntveiligheid ten goede.”  Verbinding met andere zorgverleners  Een andere belangrijke pré van een collectief ICT-systeem is dat handige koppelingen vanuit één HIS multidisciplinair werken, met bijvoorbeeld thuiszorg en ziekenhuis, gemakkelijker maakt. Van Ittersum: “We zijn druk bezig om via HIX een verbinding te realiseren met het informatiesysteem van het ziekenhuis Isala in Zwolle. Je kunt dan veel makkelijker nagaan wat er met jouw patiënt gebeurt en hoeft geen dingen dubbel aan te vragen.”  Drouven: “Moet je...

Lees Verder
BD Rowa™: betrouwbare partner voor de apotheek
dec10

BD Rowa™: betrouwbare partner voor de apotheek

BD Rowa™ is een betrouwbare partner voor de apotheek, distributiecentra en ziekenhuizen van morgen. Niet voor niets zijn de Rowa-systemen bij de Duitse Coop-Study bekroond met de eerste plaats in de categorie ‘Beste automatenproducten’. Bij Rowa™ zit innovatie in de genen: het bedrijf denkt mee en loopt voorop in de ontwikkelingen. Recent heeft ze twee nieuwe innovaties op de markt gebracht: de BD Rowa™ Pickup afhaalterminal en het BD Rowa Dose™ systeem. De Pickup afhaalterminaal is een echte aanwinst voor de apotheker. Het bespaart veel tijd, voor zowel het personeel als de patiënt. Geef deze afhaalterminal een zichtbare plaats in de apotheek. Of semi-outdoor, met als voordeel dat deze dan 24/7 uur beschikbaar is. Niet naar de balie De patiënt die online zijn geneesmiddelen heeft besteld, krijgt een unieke bar- of cijfercode. Ook als bepaalde medicijnen niet op voorraad zijn, kan de betreffende patiënt zo’n code krijgen. Met zo’n code kunnen klanten hun medicatie afhalen bij de Pickup terminal. Dat betekent wel een bezoek aan de apotheek, maar je niet hoeven te vervoegen aan de balie. Aan de Rowa™ Pickup afhaalterminal kan een betalingsmogelijkheid worden gekoppeld. Zo kunnen ook veelgebruikte medicijnen zonder recept via dit systeem worden gekocht. Denk aan paracetamol, ibuprofen, de reisapotheek, enzovoorts. Extra service “Zo biedt de apotheker een extra service”, zegt Gino Buekers, Sales Leader Benelux van BD Rowa™. “De fysieke apotheek blijft een vertrouwde en centrale plek voor de farmaceutische zorg. Tegelijk maakt de Pickup afhaalterminal het de klant makkelijker, omdat wachten bij de balie niet meer nodig is. En de apotheker houdt zo meer tijd over voor klanten die persoonlijk advies nodig hebben. Ook al gaat maar zo’n 20 procent van de medicatie via de afhaalterminal, bespaart het toch 20 procent van de tijd.” Veiligheid staat bovenaan De afhaalterminal staat in rechtstreekse verbinding met de robot elders in de apotheek. Buekers: “In het verlengde van de invoering van de FMD is er een nieuw protocol, dat het toelaat om via een afhaalterminal medicatie af te halen. Daardoor hebben wij deze nu kunnen ontwikkelen. Uiteraard is gegarandeerde veiligheid een topprioriteit.” BD Rowa Dose™ systeem Dat geldt ook voor de ontwikkeling van het BD Rowa Dose™ systeem. “Dit systeem is al een paar jaar in ontwikkeling”, licht Buekers toe. “Het aantal medicijnrollen neemt snel toe. Zeker in Nederland, dat op het gebied van patiënt-specifieke verpakkingen een early adapter is. Het Rowa Dose™ systeem verdeelt de medicatie op een veilige, en tegelijk uiterst snelle wijze. Ondanks de zeer hoge productiesnelheid is Rowa Dose™ ongekend nauwkeurig in het afvullen van de zakjes. Dit bespaart veel tijd en geld in het traject van controle, correctie en hercontrole.” In...

Lees Verder
Gebruik psychostimulantia bij autisme toegestaan in verkeer
dec10

Gebruik psychostimulantia bij autisme toegestaan in verkeer

Psychostimulantia – zoals bijvoorbeeld methylfenidaat – zijn vanaf eind november ook toegestaan in het verkeer voor mensen met een autisme-diagnose. Tot voor kort gold dit alléén voor mensen met een ADHD-diagnose of een slaapstoornis. Mensen met de diagnose autisme mochten geen psychostimulantia gebruiken in het verkeer – ook niet als zij veel bijkomende ADHD-symptomen hebben. De zogeheten ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gewijzigd, zo blijkt uit een publicatie in de Staatscourant. De wijziging houdt in dat voortaan iedereen die wordt behandeld met psychostimulantia mag deelnemen aan het verkeer, zij het wel onder enkele voorwaarden. ADHD-kenmerken Psychostimulantia zijn medicijnen met een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel. Het gaat om de middelen methylfenidaat (zoals Ritalin), dexamfetamine, atomoxetine en modafinil. Relatief veel mensen met autisme hebben ook kenmerken van ADHD. Zij kunnen om die reden ook veel baat hebben bij een therapeutische behandeling met psychostimulantia. Voorwaarden Voorwaarde is onder meer dat iemand geen bijwerkingen (meer) ervaart die een gevaar kunnen opleveren in het verkeer. Bij amfetamine en dexamfetamine moet de gebruiker daarnaast in elk geval drie dagen wachten voordat hij/zij weer deelneemt aan het verkeer. Bovendien is bij deze twee middelen in het verkeer nog altijd de Opiumwet van toepassing. Het gebruik van amfetamine en dexamfetamine in het verkeer kan worden aangetoond door middel van de speekseltest die de verkeerspolitie sinds 2017 gebruikt. De precieze dosering waarbij de speekseltest positief uitslaat, is overigens nog steeds niet duidelijk in de praktijk. Althans niet bij de hulpverleners en patiënten. Advies Gezondheidsraad Dit voorjaar adviseerde de Gezondheidsraad in een rapport om het gebruik van psychostimulantia onder voorwaarden ook toe te staan voor mensen met een andere diagnose dan ADHD of een slaapstoornis. Dit advies is dus uiteindelijk overgenomen door het ministerie van Infrastructuur en...

Lees Verder
KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus 2
dec10

KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus 2

De KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus type 2 is geautoriseerd. Voor het eerst is een richtlijn ontwikkeld, specifiek gericht op de zorg van openbaar apothekers aan diabetespatiënten. De richtlijn bevat algemene kernaanbevelingen, onder andere over het maken van samenwerkingsafspraken en aanbevelingen over farmaceutische zorg en farmacotherapie. Tevens bevat de richtlijn tabellen met informatie over orale diabetesmiddelen en insulines plus een addemdum met implementatieaanbevelingen. Dat laatste is gebaseerd op een kwalitatief implementatieonderzoek. Dit is uitgevoerd met als thema ‘Implementatie van de KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus type 2’. De conceptversie van de richtlijn is daarvoor in tien workshops voorgelegd aan zestig praktijkapothekers. Deze workshops hebben veel aanbevelingen opgeleverd op welke wijze de richtlijn het beste toe te passen in de praktijk. Drie aspecten die het verschil maken Op de impactvraag waarmee de apotheker het grootste verschil in de behandeling maakt, zijn in de tien workshops dezelfde drie aspecten benoemd: Expertise: de apotheker is de medicatiespecialist op het gebied van diabetes en is met name in de behandeling van de meer complexe diabetespatiënt een farmacotherapeutisch adviseur voor de patiënt en voor de ketenzorgpartners. Consultvoering: de patiënt met diabetes komt periodiek in de apotheek voor zijn geneesmiddelen en de apotheker bouwt een relatie op met de patiënt. Door consultvoering begeleidt en ondersteunt de apotheker de patiënt in zijn genees- en hulpmiddelengebruik. Samenwerking met lokale/regionale ketenpartners: door samenwerkingsafspraken verwacht de apotheker dat de diabeteszorg veiliger, effectiever en doelmatiger wordt in de gehele zorgketen. Toegespitst op geïntegreerde eerstelijnzorg De KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus type 2 is uiteraard aangepast volgens de meest recente wetenschap van farmaceutische zorg voor diabetespatiënten en is toegespitst op geïntegreerde eerstelijnszorg. Zie hier de KNMP-richtlijn Diabetes Mellitus type 2 (inloggen is...

Lees Verder
Regionaal convenant voor digitale receptenuitwisseling met tweede lijn
dec10

Regionaal convenant voor digitale receptenuitwisseling met tweede lijn

Diverse apothekers, ziekenhuizen en zelfstandige klinieken werken aan het digitaal uitwisselen van recepten ter vervanging van het traditionele recept op papier. Dat dat in dit digitale tijdperk hoog tijd is, daarover is iedereen het wel eens.  De KNMP, NVZ en ZKN roepen apothekers daarom op om in samenwerking met ziekenhuizen en zelfstandige klinieken een regioconvenant op te stellen. Zo’n convenant moet het veilig digitaal uitwisselen van recepten waarborgen. Daartoe is een model-regioconvenant beschikbaar gesteld. Het model-regioconvenant bevat daarin mogelijke beheerafspraken, taakomschrijvingen en uitgangspunten. Voorwaarden Digitale uitwisseling van recepten is toegestaan, mits er wordt gewerkt conform een aantal afspraken zoals omschreven in het convenant. De KNMP, NVZ en ZKN bespreken momenteel met de Inspectie Gezondheidzorg en Jeugd (IGJ) hoe deze werkwijze (die bij huisartsen al sinds jaar en dag uitmaakt van de dagelijkse praktijk) officieel kan worden verankerd in de tweedelijnszorg. Zie hierover de berichtgeving bij de KNMP. Past in het VIPP De KNMP werkt in samenwerking met VWS aan het VIPP-programma: het Versnellingsprogramma Informatie‐uitwisseling Patiënt en Professional. Dit programma beoogt bevordering van de medicatieoverdracht in de keten, tussen apothekers en andere zorgverleners, tussen apothekers onderling en tussen apothekers en patiënten. En de farmaceutische zorg veiliger, patiëntgerichter en doelmatiger te maken. Daarmee is uiteraard rekening gehouden bij het opstellen van het model-regioconvenant. Meewerken aan een regioconvenant en de implementatie van het elektronisch receptenverkeer leidt niet tot uitsluiting van VIPP-farmacie en doet geen afbreuk aan het realiseren van de gestelde VIPP-doelen.  Eerste stap Zorgsectoren werken aan een veilige, adequate en gefaseerde implementatie van het Medicatieproces 9.0. Elektronisch receptverkeer is hierin de eerste stap. Het digitaal uitwisselen van stopberichten, labwaarden en Intoleranties, Contra-indicaties en Allergieën (ICA’s) volgen in de latere fases van het implementatietraject van Medicatieoverdracht...

Lees Verder
De nuldelijnszorg verdient  een volwaardige plek
dec05

De nuldelijnszorg verdient een volwaardige plek

Huisartsen en openbaar apothekers zouden zich bewuster moeten zijn van hun rol bij het begeleiden van patiënten die zelfzorgmiddelen gebruiken, betoogt apotheker Maayke Fluitman. Symptomen van kleine kwalen zijn meestal prima te verhelpen met deze middelen, maar in sommige gevallen is hulp daarbij van een zorgverlener essentieel. Om huisartsen en openbaar apothekers hierover te informeren, zijn er twee FTO-modules over zelfzorg ontwikkeld, met de focus op griep en verkoudheid. Wat Gordon Oron, huisarts in Leerdam, het meest is bijgebleven van de thema-avond over zelfzorgmiddelen tijdens het FTO in zijn regio? Hij schrok van de aantallen: “Niet alleen het aantal zelfzorgproducten dat wordt aangeschaft, maar ook het aantal patiënten dat deze middelen gebruikt. Ik wist natuurlijk wel dat de meeste van mijn ‘gezonde’ patiënten zelden bij mij op het spreekuur komen voor hoofdpijn of hooikoorts. Zij gaan eerder naar de apotheek of lokale drogist voor een medicijn om klachten te verhelpen of te verlichten. Maar ik had niet op mijn netvlies hoeveel van mijn patiënten deze middelen kopen. Als ze bij mij op het spreekuur komen, moet ik dus heel alert uitvragen wat ze aan zelfzorgmiddelen gebruiken.” Aan de andere kant, zo vertelt Maayke Fluitman, apotheker geneesmiddel & maatschappij, gespecialiseerd in zelfzorg, zijn huisartsen in Nederland een wezenlijk deel van hun spreekuur kwijt aan kwalen die door de patiënt zelf opgelost kunnen worden, zoals een verkoudheid, een griepje, hooikoorts of keelpijn: “Dit kost de samenleving zo’n honderd miljoen euro per jaar en dat is exclusief de uitgaven aan voorgeschreven medicatie.” Hier moeten we iets mee, dat werd me die avond wel duidelijk, vult Oron aan: “Huisartsen en apothekers zouden een betere bijdrage kunnen leveren aan de zelfredzaamheid van de patiënten. Maar daarnaast moeten we patiënten die op het spreekuur komen, doorvragen over het gebruik van zelfzorgmiddelen. Dit kan namelijk belangrijke informatie opleveren voor het stellen van de diagnose en ook kunnen zelfzorgmiddelen gevaarlijk interacteren op voorgeschreven medicatie. Informatie over deze middelen levert dus hele relevante informatie op.” Nuldelijnszorg Om huisartsen en openbaar apothekers zich meer bewust te maken van de mogelijkheden en onmogelijkheden van zelfzorg, vertelt Fluitman, is het van belang dat er meer focus op dit terrein komt. Hiervoor zijn inmiddels diverse FTO materialen ontwikkeld: “Aanleiding was het rapport PISCE uit 2017 van de Europese Commissie om zelfzorg in de breedste zin van het woord te vergroten in de lidstaten. Niet alleen om daarmee te realiseren dat de juiste zorg op de juiste plek komt, maar ook om te stimuleren dat patiënten preventieve maatregelen treffen om gezond te blijven. Neprofarm, de brancheorganisatie van fabrikanten en importeurs van zelfzorgproducten, brengt momenteel een van de aanbevelingen uit het rapport in de...

Lees Verder
Pepermuntolie verlicht klachten prikkelbare darmsyndroom
dec03

Pepermuntolie verlicht klachten prikkelbare darmsyndroom

Prikkelbare darmsyndroom is een vaak voorkomende aandoening die een sterke invloed heeft op de kwaliteit van leven. Geruststellen en symptoombestrijding zijn de belangrijkste componenten van de behandeling. Recente onderzoeken onthullen nieuwe behandelopties. Prikkelbare darmsyndroom (PDS) is een functionele aandoening van het maagdarmstelsel. Kenmerken zijn terugkerende episodes van buikpijn of een ongemakkelijk gevoel in de buik waarbij het ontlastingspatroon is veranderd. Deze episodes kunnen voor een zeer lange tijd komen en gaan. Binnen PDS geldt een differentiatie op basis van de klachten: PDS met obstipatie als belangrijkste kenmerk, PDS met voornamelijk diarree (PDS-D) en mengvormen. De pathofysiologie is nog niet opgehelderd 1. Ongeveer 40 procent van de patiënten heeft diarree als dominant symptoom2. Diagnose De diagnose PDS is te overwegen bij patiënten met buikpijn of die klagen over een ongemakkelijk gevoel in de buik, bij wie ook sprake is van verlichting van pijnklachten na de ontlasting. Of er is een link tussen de klachten en een veranderd ontlastingspatroon. De diagnose PDS wordt waarschijnlijker als een patiënt geregeld voor deze klachten bij de huisarts komt en recent een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt. Ook somatische en psychiatrische co-morbiditeit en een heftige darminfectie of onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten in de voorgeschiedenis maken de diagnose waarschijnlijker. Dit geldt ook voor de aanwezigheid van PDS in de familie. Andere aandoeningen moeten uitgesloten zijn, zoals een inflammatoire darmziekte, coeliakie of een maligniteit1. Prevalentie PDS komt in Nederland voor bij 15 tot 20 procent van de vrouwen en bij 5 tot 20 procent van de mannen. Deze cijfers zijn gebaseerd op zelfrapportage van patiënten. De prevalentie is voor mannen 4 per 1000 en bij vrouwen 10 per 1000. PDS komt vooral voor tussen het vijftiende en vijfenzestigste levensjaar. De klachten zijn vaak langdurig en van alle mensen met PDS-achtige klachten zoekt een derde tot de helft hulp. In Nederland krijgt ongeveer 90 procent van de patiënten behandeling via de eerste lijn. Bij ongeveer 50 procent van de patiënten die zich in de eerste lijn melden met maagdarmklachten, is het moeilijk een lichamelijke oorzaak hiervoor te vinden1. Behandeling De aanpak van PDS berust op geruststellen van de patiënt en zoveel mogelijk verminderen van de PDS-klachten. Ongerustheid kan belangrijk bijdragen aan instandhouding van de klachten. Bespreken van ongerustheid vermindert de klachten. Verder is het goed te onderzoeken welke bronnen van stress patiënten in hun dagelijks leven ervaren. Daarnaast is aandacht voor het voedingspatroon, de lichaamsbeweging en eventuele zelfzorg nodig. • Voedingspatroon: veel patiënten merken een verband tussen hun voedingspatroon en PDS-klachten. Wetenschappelijk gefundeerde voedingsrichtlijnen zijn niet voorhanden1. Wel zijn er aanwijzingen dat sterk bewerkt fabrieksvoedsel en een Westers dieet met veel vet- en suikerhoudende voeding, frisdrank en zoute snacks,...

Lees Verder