Intensieve inspectiecontrole op melatonine
nov12

Intensieve inspectiecontrole op melatonine

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd intensiveert het toezicht op producten die meer dan 0,3 mg van het hormoon melatonine bevatten. Deze worden beschouwd als geneesmiddel en vallen onder de Geneesmiddelenwet. De IGJ legt in samenwerking met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vanaf deze maand inspectiebezoeken af. Te beginnen bij fabrikanten en groothandels en vervolgens bij apotheken die melatonineproducten verstrekken. De melatonineproducten worden afzonderlijk beoordeeld. Het is hierbij mogelijk dat de inspecteurs een overtreding van de Geneesmiddelenwet constateren, als uit onderzoek blijkt dat een individueel product als geneesmiddel dient te worden beschouwd. Geneesmiddel De IGJ stelt zich op het standpunt dat producten met een dagdosering van tenminste 0,3 mg melatonine op farmacologische wijze meerdere fysiologische functies van het menselijk lichaam beïnvloeden. Deze producten worden daarom beschouwd als geneesmiddel en vallen onder de Geneesmiddelenwet. De producten moeten geregistreerd zijn als geneesmiddel en voor het in de handel brengen ervan is een vergunning vereist. Handhaving Bij geconstateerde overtredingen van de Geneesmiddelenwet volgt handhavend optreden. Tot 1 april 2020 wordt daarbij vooralsnog volstaan met het opleggen van een schriftelijke waarschuwing aan de betreffende onderneming. Apothekers die melatonineproducten verstrekken, voor zover bekend bij de Inspectie, worden schriftelijk op de hoogte gesteld van de aanstaande toezichtactiviteiten. De aankondiging van deze intensivering van het toezicht heeft de IGJ per brief aangekondigd aan de...

Lees Verder
Campagne tijdig testen en behandelen van hiv
nov12

Campagne tijdig testen en behandelen van hiv

Naar schatting zijn er in ons land zo’n 1.900 mensen die nog niet weten dat ze hiv hebben, tweederde bij mannen. Een op de drie heeft al een vergevorderde hiv-infectie op moment van diagnose en een beschadigd afweersysteem. Door een té late hiv-diagnose overlijden in ons land nog steeds mensen aan aids, ongeveer 20 per jaar. Op tijd testen en de hiv-behandeling starten is essentieel. Daarom start de campagne Hebikhiv Deze campagne is gericht op mannen die risico lopen op hiv vanwege onveilige seks met mannen. Ze worden via social media opgeroepen een check uit te voeren op de website Hebikhiv? Daar staat alle informatie over de symptomen van een hiv-infectie en verwijzingen naar testmogelijkheden. Blijkt uit de online-check dat ze symptomen hebben van een acute infectie, dan krijgen ze een verwijsbrief. Hiermee kunnen ze bij alle GGD’en in het land terecht en worden ze met voorrang getest, gratis. De campagne is een samenwerking van Soa Aids Nederland, GGD’en en de Hiv Vereniging. Effectief De Hebikhiv? campagne was eerder alleen in Amsterdam. Tussen augustus 2015 en september 2019 werden 461 mannen via Hebikhiv getest. Van hen bleken 34 hiv-positief; 30 van hen hadden een acute nieuwe hiv-infectie. Deze resultaten hebben ertoe geleid om de campagne nu landelijk in te zetten. Daling nieuw hiv-diagnoses Het goede nieuws is dat het aantal nieuwe hiv-diagnoses in Nederland is gedaald van 750 in 2017 naar 664 in 2018. Dit blijkt uit de gepubliceerde cijfers van Stichting Hiv Monitoring. De uitdaging zit in nog betere preventie, het sneller vinden van nieuwe hiv-infecties en het vinden van die mensen die al langer een hiv-infectie hebben maar het zelf niet weten. Met als doel om het eerste land ter wereld te worden met geen enkele nieuwe hiv-infectie. Nederland koploper Er zijn naar schatting 23.300 mensen met hiv in Nederland, volgens de Stichting Hiv Monitoring Daarvan weet 92% dat ze het hiv-virus hebben en van hen is 93% gestart met een hiv-behandeling. Van de mensen die medicijnen nemen is bij 96% het hiv-virus succesvol onderdrukt. Dat zorgt niet alleen voor een goede levensverwachting, maar ook dat mensen met hiv het virus niet langer kunnen overdragen. Hiermee loopt Nederland voorop in het behalen van de door UNAIDS geformuleerde doelen voor het einde van aids in 2030. De doelen voor 2020 haalde Nederland al in 2017...

Lees Verder
Internationale vergelijking zorg en gezondheid
nov08

Internationale vergelijking zorg en gezondheid

De eigen betalingen aan genees- en verbandmiddelen bedroegen in Nederland 2 procent van de totale uitgaven aan gezondheidszorg. Dat is, samen met Frankrijk en Duitsland, het laagste van de westerse landen. Dat blijkt uit de nieuwe editie van de OESO-publicatie Health at a glance 2019, met indicatoren over gezondheid en zorg van een groot aantal, voornamelijk westerse landen. Het percentage eigen betalingen is in Nederland beduidend lager dan in België, waar het gaat om 4 procent van de totale gezondheidszorguitgaven. De verschillen zijn nog aanzienlijker in vergelijking met de Verenigde Staten, waar de uitgaven 12 procent bedragen en Griekenland, met 13 procent. Weinig eigen betalingen aan geneesmiddelen In Nederland is er dus sprake van weinig eigen betalingen aan geneesmiddelen. Het aandeel eigen betalingen aan geneesmiddelen is ook niet veel hoger dan tien jaar eerder. Het is tussen 2008 en 2013 vooral gestegen door het hoger geworden eigen risico. In Spanje is het aandeel eigen betalingen in die periode bijna verdubbeld en in Griekenland is er zelfs sprake van meer dan een verdubbeling. Aantal rokers gedaald Nederland scoort redelijk wat betreft het roken. Het percentage dagelijkse rokers van 15 jaar of ouder in 2017 was Nederland 17 procent. Dat was tien jaar daarvoor nog 23 procent. De daling in ons land is net iets sterker dan gemiddeld in de landen van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling): waar het van 2007 – 2017 is gedaald van 23 procent tot 18 procent. De verschillen tussen de landen zijn overigens groot. In enkele landen, zoals in Slowakije en Oostenrijk, is het percentage zelfs gestegen. In Griekenland is het percentage rokers gedaald van 40(!) procent in 2006 naar 27 procent in 2014. Maar in veruit de meeste landen zijn er inmiddels minder rokers. Met als Europese winnaar IJsland, waar slechts 9 procent van de bevolking rookt. Meer informatie Zie de berichtgeving van het CBS Zie het OESO-rapport: Health at a glance...

Lees Verder
Teller voor inhalatoren zonder tellers
nov05

Teller voor inhalatoren zonder tellers

Het is van belang dat longpatiënten die een dosisaerodsol gebruiken, weten of er nog medicatie geïnhaleerd kan worden. Echter: in ons land zijn er ruim 600.000 patiënten die longmedicatie gebruiken via een laarsmodel dosisaerosol, die niet over een geïntegreerde teller beschikt. De CountAir® lost dit probleem op. De CountAir® telt af. Hierdoor weet de patiënt ten alle tijden hoeveel medicatie er nog over heeft voordat deze op pad gaat. De CountAir® is het eerste medische hulpmiddel speciaal ontwikkeld voor alle COPD en astmapatiënten die gebruik maken van een dosisaerosol zonder ingebouwde teller. De CountAir® telt het aantal doseringen. Zo kan de patiënt zien hoeveel doseringen er nog in de inhalator aanwezig zijn. Patiëntveiligheid In Nederland zijn meer dan 600.000 patiënten, die op dit moment longmedicatie via een dosisaerosol gebruiken waar geen teller op zit. Uit onderzoek is gebleken dat bij gebruik van een inhalator met een teller het aantal bezoeken aan de spoedeisende hulp voor longklachten bijna 50% lager is. Ook het aantal ziekenhuisopnames voor long-gerelateerde klachten is een stuk lager bij gebruik van een inhalator met teller. Verder kwam naar voren dat veel patiënten hun dosisaerosol door gebruikten, terwijl de medicatie al op was en zij dus geen of een tekort aan werkzame stof inhaleerden. Daarom is het belangrijk voor een patiënt om te weten of er nog medicatie wordt geïnhaleerd of dat deze al op is. De CountAir® lost dit probleem op. Deze past op vrijwel alle dosisaerosolen Instructies Zie de gebruikersinstructie en de uitleg op You over het gebruik van CountAir®  Het instructiefilmpje en de gebruiksinstructie zijn goedgekeurd door een expertteam van zorgverleners en patiënten. Bron: Stichting...

Lees Verder
Vrouwen nog vaak terughoudend om klachten te melden
nov04

Vrouwen nog vaak terughoudend om klachten te melden

“Urineverlies en verzakkingen bij vrouwen zijn niet alleen ouderdomskwalen, zoals weleens wordt gedacht. De grootste risicofactor voor het ontstaan van bijvoorbeeld stressincontinentie is de eerste vaginale bevalling. Incontinentie komt dus ook voor bij vrouwen in de dertig”, zegt hoogleraar urogynaecologie prof dr. Jan-Paul Roovers. Veel vrouwen zijn terughoudend om met hun klachten rond verzakkingen of urine-incontinentie naar hun huisarts te gaan. Zonde, want klachten rond urine-incontinentie of verzakkingen zijn goed te verhelpen, zegt prof. dr. Jan-Paul Roovers. Hij werkt in het Amsterdam UMC en is als medisch directeur wetenschap en innovatie verbonden aan Bergman Clinics. “Ik denk dat we de zorg zodanig moeten organiseren dat vrouwen bij een huisarts terechtkunnen, met wie zij hun klachten durven te bespreken.” De NHG-Standaard Incontinentie voor urine bij vrouwen (2015) beschrijf dit probleem ook en beveelt aan bij indirecte signalen van urine-incontinentie na te gaan of de vrouw een hulpvraag heeft. Bijvoorbeeld als een vrouw vraagt incontinentiematerialen voor te schrijven of als de arts er toevallig achter komt dat de vrouw maandverband draagt als opvangmateriaal. Typen incontinentie Urine-incontinentie komt voor bij een kwart tot de helft van alle volwassen vrouwen, de prevalentie neemt toe met leeftijd. Er zijn twee soorten urine-incontinentie: aandrang(urgency)-incontinentie en stressincontinentie. Deze typen incontinentie komen ook als mengvorm voor. Roovers: “Beide typen kunnen voorkomen in zowel de aan- als afwezigheid van een vaginale verzakking.” Bij stressincontinentie is er urineverlies bij inspanning, zoals (chronisch) hoesten, niezen, lachen, bukken, tillen, traplopen, rennen of springen. Bij stressincontinentie schiet het mechanisme dat de urethra afsluit bij intra-abdominale drukverhoging tekort. De voornaamste risicofactoren zijn zwangerschap en bevalling. Overige risicofactoren zijn: postmenopauzale status (urogenitale atrofie), urogenitale prolaps (verzakking) en eerdere operaties in het kleine bekken. Bij urgency-incontinentie kan ineens sterke aandrang optreden om te urineren. Het toilet kan dan niet meer tijdig worden bereikt. Bij urgency-incontinentie treden onwillekeurige detrusorcontracties op door overprikkeling vanuit centrale zenuwstelsel of door verhoogde prikkelgevoeligheid. De oorzaak is vaak onbekend. Soms is er een neurologische aandoening in het spel of is de blaas geïrriteerd geraakt door een cystitis, radiotherapie of cafeïne. Ook eerdere operaties in het kleine bekken zoals voor stressincontinentie kunnen een oorzaak zijn voor urgency-incontinentie. Urgency-incontinentie en gemengde incontinentie komen relatief vaker voor bij oudere vrouwen. Behandeling incontinentie Bij alle typen incontinentie geldt dat de apotheek en de continentieverpleegkundige een belangrijke rol hebben bij het verstrekken van het juiste verbandmateriaal. Huisartsen kunnen leefstijladviezen verstrekken rond bijvoorbeeld gewichtsvermindering bij mensen met obesitas en goede toiletgewoonten. Bij stressincontinentie zijn bekkenbodemspieroefeningen, bij voorkeur door een gespecialiseerde bekkenfysiotherapeut, eerste keus. Medicatie wordt niet aanbevolen. Bij matige en ernstige klachten is operatieve plaatsing van een midurethraalbandje een optie. Dit kan eerste keus zijn als de...

Lees Verder
Wie ben ik?
nov04

Wie ben ik?

‘Dicht bij jezelf blijven’ is de sleutel tot meer energie en minder burn-out, maar hoe doe je dat als je nog niet ontdekt hebt wie ‘jezelf’ is? Toen ik, in de vorige eeuw, afstudeerde als apotheker hadden we het er niet over. We waren opgeleid om het juiste geneesmiddel, op de juiste tijd, in de juiste dosering, aan de juiste patiënt te verstrekken. Sterker nog, in die tijd werd ik de eerste twee maanden van mijn carrière als openbaar apotheker letterlijk in het diepe gesmeten. “Hier is de sleutel, dit zijn je assistenten en daar is je collega in de andere apotheek, als er wat is kan je bij haar terecht” en weg was hij met zijn gezin vakantie vieren in de US. Tegenwoordig is het anders! Net afgestudeerde apothekers worden tijdens hun werkzaamheden in de praktijk begeleid en opgeleid tot zorgprofessional met als uitgangspunt het CanMEDS model. Deze trend is komen overwaaien vanuit Canada via de geneeskunde. Momenteel gebruiken bijna alle zichzelf respecterende zorgprofessionals deze systematiek. De CanMEDS rollen worden in een zesbladige bloem geïllustreerd met in het hart de zorgprofessional. De blaadjes beschrijven rollen zoals de samenwerker, de communicator, de organisator etc, afhankelijk voor welke zorgprofessional dit model van toepassing is. En zoals bij elke systematiek zijn hier zowel voor- als nadelen aan, maar dat voert nu te ver om op in te gaan. Zorgprofessionals van nu wordt aangeraden ‘dicht bij zichzelf te blijven’ en tegelijkertijd dienen zij hun eigen stijl te vinden in de zes rollen van de CanMEDS. Geen gemakkelijke opgave zou je zeggen en dat blijkt ook uit de praktijk. Doordat jarenlang gefocust is op de kennis, inzichten en vaardigheden waaraan deze professionals moeten voldoen, bleef er weinig zorg over voor henzelf. Gelukkig is er sinds kort ook het inzicht om het hart van de bloem, in de vorm van de persoonlijke ontwikkeling van die zorgprofessional, aandacht te geven. En zoals het gezegde luidt: Wat aandacht krijgt, groeit! Terwijl ik genietend getuige mag zijn van de groei die deze professionals doormaken, denk ik terug aan die begintijd. Aan die eerste maanden dat ik, zonder rolmodel, voor het eerst een euthanaticum aan het bereiden was. Met ‘mijn’ assistenten kon ik het niet delen en mijn collega in de andere apotheek had een vrije dag. Terwijl ik daar in mijn eentje in het lab stond ging er van alles door me heen, maar vooral dat er een patiënt bij het innemen van dit drankje zou overlijden. Was dit dan het juiste geneesmiddel, op de juiste tijd, in de juiste dosering aan de juiste patiënt verstrekken? Helaas heb ik tot op heden geen antwoord op dit dilemma....

Lees Verder
Geneesmiddelenbuffer van vijf maanden moet tekorten voorkomen
nov04

Geneesmiddelenbuffer van vijf maanden moet tekorten voorkomen

Minister Bruins van Medische Zorg wil dat fabrikanten en groothandels zorgen voor een geneesmiddelenvoorraad van vijf maanden. Deze voorraadverplichting moet voorkomen dat er een medicatietekort ontstaat bij stokkende aanvoer. Zo’n buffer zal naar schatting 85 procent van tijdelijke geneesmiddelentekorten kunnen opvangen. Ook komen er afspraken over het onnodig vernietigen van geneesmiddelen. Het aanleggen van die zogeheten ‘ijzeren voorraad’ van vijf maanden begint in 2020 en vindt gefaseerd plaats. Het zal in totaal zo’n twee jaar in beslag nemen. Partijen bepalen gezamenlijk met welke medicijnen wordt gestart. De kosten bedragen zo’n 25 miljoen euro. Tegelijk levert het ook winst op. Apothekers en groothandels zijn bij tekorten minder tijd kwijt met het zoeken naar alternatieve geneesmiddelen. Ook voorkomt het de inzet van duurdere vervangende geneesmiddelen. Productie naar Europa Om de tekorten structureel aan te pakken, is tevens een Europese aanpak van belang. Europa is in toenemende mate afhankelijk geworden doordat de productie van (grondstoffen voor) geneesmiddelen op steeds minder plekken plaatsvindt. En veelal in landen buiten Europa. De minister is daarom met andere Europese lidstaten in gesprek om deze productie weer deels terug te halen naar Europa. Afspraken en toezicht De minister gaat met firma’s, groothandels, apothekers en zorgverzekeraars in gesprek over de financiering van de voorraden. Het is de bedoeling dat deze partijen samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het tegengaan van geneesmiddelentekorten. Zo worden er afspraken gemaakt om te voorkomen dat geneesmiddelen onnodig moeten worden vernietigd. De afspraken voor het aanleggen van extra voorraad worden vastgelegd in een beleidsregel en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaat daarop toezien. IJzeren voorraad Minister Bruins: “Ik vind dat in ons land geneesmiddelen altijd beschikbaar moeten zijn. De aanleg van deze ijzeren voorraad voorkomt dat patiënten met lege handen staan. Daarnaast komt er voor de apotheker meer ruimte voor de zorg aan de patiënt in plaats van op de dagelijkse zoektocht naar andere medicijnen. Maar we zijn er nog niet. We moeten in Europa onderzoeken of de productie van cruciale geneesmiddelen en grondstoffen ook weer in de EU mogelijk is. Elke patiënt moet kunnen rekenen op het geneesmiddel dat hij of zij nodig heeft.” Bron:...

Lees Verder
Blijvend aandacht nodig voor therapietrouw bij COPD
nov01

Blijvend aandacht nodig voor therapietrouw bij COPD

Rond de medicamenteuze behandeling van COPD zijn er weer wat nieuwe inzichten. Zo noemt de GOLD-richtlijn uit 2019 ook triple-behandeling als optie bij deze aandoening. Wat niet nieuw is, maar blijvend aandacht nodig heeft, is therapietrouw en juist gebruik van inhalatiemedicatie. Het Zorgpad Inhalatiemedicatie van de Long Alliantie Nederland legt daar de vinger bij. Welke medicamenteuze behandelopties zijn er anno 2019 bij COPD? Hoe kunnen huisartsen en apothekers COPD-patiënten zo goed mogelijk begeleiden bij het gebruik van hun medicatie? Dit artikel schetst twee in het oog springende ontwikkelingen rondom de behandeling van COPD: triple-therapie en therapie(on)trouw. Medicamenteuze behandeling Enkele grote studies hebben gekeken naar diverse combinatietherapieën bij COPD. Centraal daarin stonden de zogenaamde langwerkende bèta-agonisten (LABA’s), langwerkende muscarine-antagonisten (LAMA’s) en inhalatiecorticosteroïden (ICS). Een relatief nieuw fenomeen is behandeling van COPD met de zogeheten triple-therapie (LABA + LAMA + ICS). Enkele van deze triple-therapieën zijn geregistreerd voor de onderhoudsbehandeling van volwassenen met matige tot ernstige COPD die onvoldoende baat hebben bij LABA + ICS of LABA + LAMA. In de NHG-Standaard COPD uit 2015 is nog geen aanbeveling over triple-therapie opgenomen, maar de nieuwe GOLD-richtlijn uit 2019 heeft hierover wel een aanbeveling: triple-therapie is een optie bij patiënten met > 100 cellen bloed-eosinofielen/µl die aanhoudende exacerbaties hebben, ondanks onderhoudsbehandeling met LABA + LAMA of LABA + ICS (zie ook kader). Zayed et al. (2019) voerden een meta-analyse uit van 12 gerandomiseerde trials die de effecten van triple-therapie (LABA + LAMA + ICS) vergeleken met de die van duo-therapie (LABA + LAMA of LABA + ICS). Behandeling met de triple-therapie leidde minder vaak tot exacerbaties dan therapie met LABA + LAMA of LABA + ICS), maar gaf wel vaker pneumonie dan behandeling met LABA + LAMA. Zayed et al. betrokken in hun meta-analyse data van in totaal 19.322 COPD-patiënten waarvan ongeveer de helft afkomstig was uit de IMPACT-studie (Lipson 2018), die hieronder ook wordt aangestipt. Uit de meta-analyse van Zayed blijkt dat het aantal exacerbaties bij triple-therapie met 25% (95%BI 17 – 31%) verminderde ten opzichte van duotherapie. Een klinisch relevant effect, omdat de grens voor klinische relevantie ligt bij een verschil van 10%. De verschillen in uitkomsten qua longcapaciteit en kwaliteit van leven waren klinisch niet relevant. Toevoegen van ICS aan de behandeling met LABA + LAMA vergroot het risico op pneumonie. De auteurs konden de effecten van triple-therapie niet analyseren in relatie tot het aantal bloed-eosinofielen wat in de GOLD-richtlijn een belangrijk criterium is om drievoudige therapie toe te passen. In de IMPACT-studie (Lipson 2018) werd het effect van triple-therapie met fluticasonfuroaat + umeclidinium + vilanterol vergeleken met de duo-therapieën fluticasonfuroaat + vilanterol en umeclidinium + vilanterol. Dit gebeurde...

Lees Verder
Bij actinische keratose is 5-FU-crème het meest effectief
nov01

Bij actinische keratose is 5-FU-crème het meest effectief

Actinische keratose is een huidafwijking die voorkomt bij circa 30% van de personen boven de 50 jaar. Heel vaak dus, bij mannen meer dan bij vrouwen. Blootstelling aan zonlicht is de belangrijkste oorzakelijke factor. Onbehandeld bestaat er een risico op maligne ontaarding. Op basis van effectiviteit en kostenoverwegingen blijkt gebruik van tweemaal daags 5-fluoro-uracilcrème (5-FU-crème), gedurende 4 weken, een goede eerste behandelkeus. Zeker als aanstippen met vloeibare stikstof (cryotherapie) of verantwoord afwachten geen optie meer is. Actinische keratose wordt beschouwd als een premaligne verhoorningsstoornis van de huid en kan geleidelijk overgaan in plaveiselcelcarcinoom. De kans daarop is klein, maar wordt groter naarmate er meer en uitgebreidere laesies zijn of voorafgaand aan een eerdere behandeling al aanwezig waren. Significant effectiever Nieuw onderzoek toont aan dat de 5-FU–crème het meest effectief is. In een gerandomiseerd Nederlands onderzoek zijn vier lokale veldbehandelingen op een groot aaneengesloten huidgebied op het hoofd met minstens vijf actinische keratose-laesies onderling vergeleken. De vier lokale behandelingen zijn: 5-FU-crème tweemaal daags gedurende 4 wekenIngenolmebutaatgel eenmaal op drie achtereenvolgende dagenImiquimodcrème driemaal per week gedurende 4 wekenMethyl-5-aminolevulinaatcrème gevolgd door fotodynamische therapie (PDT) met rood licht Bij de eindcontrole twaalf maanden na laatste behandeling bleek de 5-FU-crème significant effectiever dan de andere behandelopties. Behalve dat 5-FU-crème het meest effectieve middel is, vormt het kostenaspect een extra argument om te kiezen voor 5-FU-crème bij de veldbehandeling van actinische keratose. De kosten zijn volgens de richtlijn Actinische Keratose van de NVDV het laagst voor 5-FU-crème, op cryotherapie na. Bijwerkingen Overigens moet men bij het toepassen van 5-FU-crème wel rekening houden met vaak voorkomende lokale bijwerkingen als roodheid, lokale pijn, jeuk, brandende huid en schilfering. In de NHG-Standaard Verdachte huidafwijkingen is 5-FU-crème opgenomen als behandeloptie voor actinische keratose. Lees alle informatie van het onderzoek met de resultaten in het Geneesmiddelen Bulletin Medische...

Lees Verder
Protocollen voor corticosteroïd neussprays
nov01

Protocollen voor corticosteroïd neussprays

Veel mensen gebruiken hun corticosteroïd neusspray niet op de juiste manier, blijkt in de praktijk. Het is ook niet altijd eenvoudig, omdat er verschillen bestaan tussen de bijsluiters van de diverse neussprays. Dat kan leiden tot onduidelijkheid bij zowel patiënten als zorgverleners. Verkeerd gebruik kan bijwerkingen tot gevolg hebben, zoals neusbloedingen. Eenduidige instructies zijn nodig voor het bevorderen van het goed toedienen van neussprays. Long Alliantie Nederland (LAN) heeft daarom in samenwerking met het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) en met diverse LAN-leden twee neussprayprotocollen ontwikkeld: – een protocol voor de regulierecorticosteroïd neusspray – een protocol voor de Avamys corticosteroïd neusspray Deze Avamys corticosteroïd neusspray heeft namelijk een andere vorm en wijkt in gebruik iets af van het reguliere neussprayflesje. De protocollen zijn toegevoegd aan de website www.inhalatorgebruik.nl. Daar worden ook patiëntenkaarten beschikbaar gesteld. Bovendien laat de KNMP instructiefilmpjes ontwikkelen die ze zal plaatsen op Apotheek.nl en Inhalatorgebruik.nl. 1,3 miljoen gebruikers In 2015 gebruikten ongeveer 1,3 miljoen mensen intranasale corticosteroïden. Intranasale corticosteroïden in de vorm van neusspray worden voorgeschreven bij allergische rhinitis. Uit de studie van het MCL blijkt dat patiënten weinig tijd en aandacht besteden aan de toediening. Een aantal belangrijke stappen worden niet toegepast, waarbij ook het schoonmaken van de spraykop vaak wordt vergeten. In het nieuwe protocol wordt aandacht besteed aan het gebruiksklaar maken van de neusspray, het vooraf schoonmaken van de neus, de juiste houding bij het toedienen en de schoonmaakstappen. Omdat er goed onderzoek bestaat naar de beste toedieningswijze, is er bij het opstellen van het protocol gebruik gemaakt van enkele beschikbare studies en van observaties uit de praktijk. Meer onderzoek in de toekomst is zeker wenselijk. Het advies over de positie van de spraykop is evidence based. Het is belangrijk van het neustussenschot af te richten, dus naar de buitenzijde van de neusvleugel. Dit om te voorkomen dat het vaatrijke gebied in het tussenschot beschadigt raakt, wat tot neusbloedingen kan leiden. De armen kruiselings houden, zoals in het protocol aangegeven, vergemakkelijke deze juiste positie van de spraykop. Groter bewustzijn Het is van belang dat er een groter bewustzijn komt van het belang van een eenduidige en volledige instructie over het juist gebruik van de neusspray. Daar wordt op dit moment nog niet zo uitgebreid bij stilgestaan. De publicatie van het neusspray-instructiemateriaal kan hieraan bijdragen. Bron:...

Lees Verder