Richtlijn Pijn bij kanker, gevorderde stadia van COPD of hartfalen: Uiterst nuttige leidraad voor  huisartsen en apothekers
apr30

Richtlijn Pijn bij kanker, gevorderde stadia van COPD of hartfalen: Uiterst nuttige leidraad voor huisartsen en apothekers

De spreuk ‘La médecine c’est guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours’ is oorspronkelijk waarschijnlijk niet afkomstig van de Franse chirurg Ambroise Paré (1510-1590), maar dat doet aan de geldigheid ervan – ook heden ten dage – niets af. Onderdeel van ‘soulager’ is de pijnstilling die altijd veel aandacht behoeft. Het is daarom van groot belang dat de ‘Richtlijn Pijn bij patiënten met kanker of gevorderde stadia van COPD of hartfalen’ tot stand is gebracht. Deze Richtlijn is in de ‘autorisatiefase’ en dus nog niet door alle betrokkenen goedgekeurd maar het lijkt redelijk te verwachten dat er geen wijzigingen meer in zullen worden aangebracht. De onderhavige richtlijn is een samenvoeging van twee bestaande richtlijnen, namelijk ‘Pijn in de palliatieve fase’ (zie Pallialine; ‘consensus-based’) en ‘Diagnostiek en behandeling van pijn bij patiënten met kanker’ van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) uit 2015 (‘evidence-based’). Resultaten van aanvullend literatuuronderzoek zijn toegevoegd. Waar mogelijk zijn evidence-based aanbevelingen opgenomen, maar als dat niet mogelijk bleek zijn de aanbevelingen consensus-based. Deze aanbevelingen komen in veel opzichten overeen met die van de NHG-Standaard Pijn (2015) die echter als doelgroep een veel bredere groep patiënten heeft, namelijk alle patiënten met pijn, ongeacht de onderliggende aandoening. Definities van pijn Hoewel er verschillende definities van pijn zijn is die van McCaffery (1989) waarschijnlijk wel de meest praktische: ‘pijn is datgene wat een persoon die het ervaart zegt dat het is en is aanwezig wanneer hij/zij zegt dat het aanwezig is’. De ene pijn is de andere niet en daarom is het nuttig dat deze richtlijn een beknopt overzicht geeft van de indelingen en vormen van pijn die worden onderscheiden. Dit is ook voor de behandeling van belang. Nociceptieve pijn wordt veroorzaakt door weefselbeschadiging (maar niet van het zenuwstelsel) en is het gevolg van stimulering van nociceptoren (pijnreceptoren). Neuropathische pijn is het gevolg van een beschadiging of functiestoornis van het centrale of perifere somatosensorische zenuwstelsel. Deze pijn wordt vaak ervaren als brandend, schietend en/of stekend en kan gepaard gaan met sensibiliteitsstoornissen. Allodynie is pijn als gevolg van een prikkel die normaliter niet tot een pijnsensatie leidt. Viscerale pijn is nociceptieve pijn die uitgaat van ingewanden van borst of buik en is niet altijd duidelijk te plaatsen en vaak borend, drukkend of krampend van aard. Doorbraakpijn is een voorbijgaande toename van pijn die spontaan optreedt of als gevolg van een bepaalde, al dan niet voorspelbare oorzaak bij overigens voldoende behandelde achtergrondpijn. Kanker, COPD en hartfalen Pijn komt veel voor bij levensbedreigende ziektes, vooral maar zeker niet alleen bij mensen met kanker. Ook bij mensen met COPD en hartfalen wordt in zo’n 2/3 van de gevallen pijn gemeld. Pijn bij patiënten met...

Lees Verder
What to believe…
apr30

What to believe…

Wetenschap is, kort door de bocht en zonder de nodige nuance: bewijzen. Wetenschappelijk bewijs bevestigt of ontkracht een theorie. De apotheker in mij kan deze heldere indeling van verificatie of falsificatie zeker waarderen. Zolang we onze professie uitoefenen binnen de muren van de wetenschap is alles duidelijk. Een theorie is bewezen en daarmee, per definitie, geloofwaardig. Complexer wordt het als we deze opgedane kennis toepassen buiten de muren van de universiteiten en onderzoeksinstituten. In de dagelijkse praktijk worden we overspoeld door een variëteit aan interpretaties van bewijs en deskundigheid. Buiten de muren van de wetenschap is wetenschappelijk bewijs niet langer de enige waarheid en verliest het een deel van haar geloofwaardigheid. Dat dit gevolgen kan hebben voor onze gezondheid bewijst de publieke discussie over nut of gevaar van vaccineren. De overheid heeft uitgevers verzocht ‘anti vaccinatie publicaties’ niet meer prominent op hun website te vermelden en heeft een heuse ‘vaccinatie alliantie’ in het leven geroepen, met als doel de communicatie over vaccineren te verbeteren. En hoewel communiceren in onze tijd de oplossing lijkt voor ieder probleem, denk ik niet dat enkel beter communiceren de vaccinatiegraad weer snel zal doen stijgen. Ergens in het proces van kennisopbouw en wetenschappelijke onderbouwing zijn we vergeten stil te staan bij de ontvanger van de boodschap. Wetenschappelijke bewijs alleen is niet meer voldoende om vertrouwen in de boodschap mee te geven. Met de toegenomen beschikbaarheid van informatie is niet alleen de hoeveelheid kennis toegenomen, maar ook de individuele vrijheid om te kiezen voor wat te geloven en wat niet. En deze waarheid heeft maar één fundament. En dat is niet bewijslast, maar vertrouwen. Niet het vertrouwen in data en feiten, maar vertrouwen in de brenger van de boodschap. Wanneer we dus op zoek gaan naar hoe we het geloof van het individu in de bestaande kennis en kunde van de gezondheidszorg kunnen versterken, dan zal het opnieuw en beter formuleren van de boodschap geen blijvend effect hebben. De onderliggende (onderzoeks-)vraag moet volgens mij dan ook zijn hoe het verloren (blinde) vertrouwen in wetenschap en zorg omgezet kan worden in een gefundeerd en begrijpelijk vertrouwen in kennis en expertise. Het probleem van de dalende vaccinatiegraad, waardoor bacteriën en virussen terrein winnen ten koste van onze gezondheid, is een duidelijk signaal dat er meer van ons verwacht wordt dan het opstellen van een nieuw communicatieplan met betrekking tot wetenschappelijke feiten. Vertrouwen is een concept dat niet te verwerken is in een geneesmiddel of in een therapie maar wat we vorm zullen moeten geven in onze eigen dagelijkse omgang met de patiënt en in onze rol in de maatschappij. Een juiste dosis vertrouwen draagt uiteindelijk bij aan...

Lees Verder
Historisch avondje
apr30

Historisch avondje

Dat was weer een ouderwets avondje voor de televisie, Bas! Met z’n allen voor de buis. Tot op de laatste minuut hopen op een mooie uitslag. En dan dat einde, zoiets verzin je toch niet! Ja, ik had het ook niet verwacht, Niels. Zat ook op het puntje van mijn stoel te kijken. In de allerlaatste minuut scoren die Duitsers dan toch nog de winnende 2-3, Niels. Blijven Duitsers, die Duitsers. Waar heb jij het nu weer over, Bas? Ik doel natuurlijk op de televisieavond met de uitslagen van de verkiezingen Provinciale Staten. Een nu al historische avond met verrassende uitslagen, dito winnaars en een eh bijzondere voordracht van onze nieuwe politieke held. Heb jij enig idee wat dat Forum voor Democratie met de zorg wil? Misschien iets met minder zonnepanelen en windmolens op de daken van ziekenhuizen, Niels? En meer geld voor de zorg natuurlijk. Met dat laatste is natuurlijk weer niks mis mee. We willen allemaal meer geld naar de zorg. Als het maar leidt tot de juiste zorg op de juiste plek. Het nieuwe mantra dat nu ook wordt gebezigd door Marian Kaljouw, de eerste vrouw van de Nederlandse Zorgautoriteit. De NZa heeft inderdaad de koers bepaald, Bas. In het interview in deze editie vertelt Marian Kaljouw dat het gaat om ketenzorg, samenwerken, de regio centraal en de inzet van e-health. Waarbij in haar visie de eerste lijn alleen maar belangrijker wordt. Ik citeer: “De eerste lijn is nu al heel erg belangrijk en zal nog meer de hoofdrol spelen bij zorg en welzijn en preventie.” Die moeten we onthouden. Inderdaad mooie woorden, Niels. Dat juiste zorg op de juiste plaats betekent ook het einde van het monodisciplinair denken en doen. Zorgverlenen is nu eenmaal samenwerken. Maar ik vraag me wel af hoe ketenzorg en de regio centraal zich verhouden met het politieke beginsel van marktwerking in de zorg. De zorg is immers gevormd volgens liberale uitgangspunten. Is het voor marktpartijen straks nog wel aantrekkelijk om samen te werken, kan de markt z’n werk nog wel doen en hoe zitten zorgverzekeraars daarin? Goed punt, Bas. Terechte vragen waarop nog geen antwoord is. Een visie op de toekomst van de zorg is een vergezicht dat zich nog moet vertalen naar de praktijk. En die vertaalslag, dat gaat nog wel even duren gezien de stroperigheid waarin systemen nu eenmaal veranderen in een collectieve sector als de zorg. Als we lang wachten zijn er nieuwe verkiezingen voor de Tweede Kamer, hebben we een nieuwe regering en nieuw zorgbeleid, Niels. Toch maar even die zorgparagraaf van FvD lezen dan maar,...

Lees Verder

Klinische chemie: Endocrinologische afwijkingen

In het kort De nascholing Endocrinologische afwijkingen behandelt de normale hormonale regulatie van de schildklier, bijnier en de gonaden. De stoornissen in de productie van schildklierhormonen en steroïdhormonen wordt behandeld, evenals fertiliteitsproblemen. Tot slot komt de werking en de bijwerkingen van medicatie voor de behandeling van deze aandoeningen aan de orde. Voor wie Openbaar apothekers, Poliklinische apothekers Duur Cursus van 9.00  tot 17.00 uur Datum en locatie: 6 februari 2020,  BCN Utrecht Accreditatie 4 uur Openbaar apotheker 4 uur  Poliklinisch apotheker 4 uur Ziekenhuisapotheker Kosten € 240,00 (excl. BTW) Aanbieder PAOFarmacie Aanmelden...

Lees Verder

BIG-6: Diabetes

In het kort De module diabetes is onderdeel van de cyclus BIG-6: Klinische farmacotherapie, die u leert uw farmaceutische expertise in te zetten om de kwaliteit van de farmacotherapie te verhogen. Deze cursus maakt u wegwijs in de snel veranderende diabetesmarkt, waarin het aanbod van antidiabetica explosief groeit. De docenten gaan onder andere in op de bewijzen voor de medicamenteuze preventie van micro- en macrovasculaire complicaties. Zij vertellen ook welke bloedsuikerverlagende middelen de voorkeur hebben en wat de rationale is voor combinaties van middelen.  Aan het einde van de nascholing is uw kennis van de farmacotherapie bij diabetes mellitus op een wetenschappelijke, maar praktisch toepasbare wijze up-to-date gebracht.. Voor wie Openbaar apothekers, Poliklinische apothekers Duur Cursus van 9.00  tot 17.00 uur Datum en locatie: 16 januari 2020,  BCN Utrecht Accreditatie 6,5 uur (StiPCO 6,5) (Openbaar apotheker(s)) 6,5 uur (StiPCO 6,5) (Poliklinisch apothekers) Kosten € 390,00 (excl. BTW) Aanbieder PAOFarmacie Aanmelden...

Lees Verder

BIG-6: Psychofarmacologie (fysieke bijeenkomst)

In het kort De module Psychofarmacologie is onderdeel van de cyclus BIG-6: Klinische farmacotherapie, die u leert uw farmaceutische expertise in te zetten om de kwaliteit van de farmacotherapie te verhogen. In deze cursus krijgt u grip op de toepassing van psychofarmaca, die behoren tot de meest onbegrepen en onbekende geneesmiddelen. De docenten gaan onder andere in op het bijwerkingenprofiel van antidepressiva en de bewijslast voor het langdurig toepassen van benzodiazepines. Ook de zinvolle en onzinnige combinaties van antidepressiva komen aan de orde. Aan het einde van de nascholing is uw kennis van de psychofarmacologie op een wetenschappelijke, maar praktisch toepasbare wijze up-to-date gebracht. Voor wie Openbaar apothekers, Poliklinische apothekers Duur Cursus van 9.00  tot 17.00 uur Datum en locatie: 6 februari 2020,  BCN Utrecht Accreditatie 6,5 uur (StiPCO 6,5) (Openbaar apotheker(s)) 6,5 uur (StiPCO 6,5) (Poliklinisch apothekers) Kosten € 390,00 (excl. BTW) Aanbieder PAOFarmacie Aanmelden...

Lees Verder
Aanvraag en voorwaarden facultatieve prestatie eerstelijnsdiagnostiek
apr29

Aanvraag en voorwaarden facultatieve prestatie eerstelijnsdiagnostiek

Per 2020 gelden voor eerstelijnsdiagnostiek vrije tarieven, met uitzondering van trombosezorg. Er zijn geen vastgestelde maximumtarieven: zorgaanbieders en zorgverzekeraars onderhandelen zelf over de prijs en behandeling. Ze kunnen ook nieuwe prestaties voor eerstelijnsdiagnostiek afspreken: een facultatieve prestatie. De NZa geeft aan hoe zo’n facultatieve prestatie voor eerstelijnsdiagnostiek kan worden aangevraagd. Als zorgaanbieders en zorgverzekeraars samen besluiten een facultatieve prestatie voor eerstelijnsdiagnostiek aan te vragen, dan kunnen zij bij de NZa een aanvraag indienen via een aanvraagformulier. De aanvraag moet door minstens één zorgaanbieder en minstens één zorgverzekeraar zijn ondertekend. Prestatiebeschikking Bij goedkeuring wordt de facultatieve prestatie in een prestatiebeschikking vastgesteld. Hiermee is de facultatieve prestatie toegankelijk voor alle zorgaanbieders die eerstelijnsdiagnostiek verlenen. Uiteindelijk wordt de prestatie onderdeel van het dbc-pakket. Het is afhankelijk van de planning of de prestatie landt in een a- of b-release van het pakket. Voorwaarden Voor een facultatieve prestatie moet u voldoen aan de voorwaarden uit artikel 12 van BR/REG-19122a. Een paar belangrijke zaken op een rij: Een facultatieve prestatie mag bestaande zorgactiviteiten bevatten. Het is wel een voorwaarde dat de facultatieve prestatie iets nieuws toevoegt. Een facultatieve die alleen bestaande zorgactiviteiten bevat, wordt in de aanvraagprocedure niet goedgekeurd. De facultatieve prestatie betreft eerstelijnsdiagnostiek. Eerstelijnsdiagnsotiek is diagnostiek aangevraagd door de eerste lijn (meestal huisarts) uitgevoerd in de tweede lijn (ziekenhuis/huisartsenlab/zbc). Zorgaanbieders mogen de beschikbaar gestelde facultatieve prestatie alleen in rekening brengen als hierover afspraken zijn gemaakt met de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt. Overzicht van alle aanvragen en prestatiebeschikkingen Goedgekeurde aanvragen stellen we vast in een prestatiebeschikking. De NZa publiceert een overzicht van ingediende aanvragen voor een facultatieve prestatie en alle prestatiebeschikkingen. Er zijn momenteel nog geen aanvragen in behandeling.   Bron: NZa...

Lees Verder
Apothekers kunnen labgegevens ophalen via LSP en het XDS-systeem
apr29

Apothekers kunnen labgegevens ophalen via LSP en het XDS-systeem

Apothekers hebben gegevens uit het laboratorium nodig om de juiste medicatie aan patiënten te kunnen verstrekken. Zonder dit gegevens kunnen apothekers geen optimale medicatiebewaking doen. Om over die gegevens te beschikken, zijn er verschillende scenario’s. Het meest geschikte scenario is als een apotheker via het Landelijk Schakelpunt (LSP) gegevens zelf ophaalt uit het XDS-systeem van het laboratorium. Uit onderzoek van Nictiz blijkt dat deze werkwijze toekomstbestendig is en –minstens zo belangrijk – landelijk dekkend. Nictiz heeft zes infrastructurele scenario’s onderzocht die uitwisseling van laboratoriumresultaten tussen laboratoria en de stads- en/of ziekenhuisapotheek mogelijk maken. Sommige zijn niet geschikt. Zo krijgt een apotheker bij het scenario ‘Raadplegen laboratoriumresultaten via viewer’ de labgegevens niet digitaal waardoor geautomatiseerde medicatiebewaking onmogelijk is. Ook weet een apotheker niet bij welke laboratoria de labgegevens van de patiënten te vinden zijn. Bij het scenario ‘Ophalen middels LSP en XDS-repository’ is dit wel mogelijk. LSP en XDS-repository De belangrijkste kenmerken van ‘Ophalen van labgegevens via het LSP en XDS-repository’ zijn: Apothekers halen recente en historische labgegevens elektronisch op bij alle Nederlandse laboratoria met het lab2zorg-bericht uit de informatiestandaard Labuitwisseling van Nictiz. Laboratoria sturen elektronisch 24/7 de labresultaten aan de apothekers en hebben hun coderingen geharmoniseerd conform de Nederlandse Labcodeset. De apotheek- en laboratoriumsystemen maken gebruik van een modern HL7-standaard bericht. Roadmap Onlangs uitte minister Bruins in zijn tweede brief over gegevensuitwisseling in de zorg aan de Tweede Kamer dat het zorgbreed uitwisselen van onder meer medicatiegegevens en labwaarden tussen zorgverleners en patiënt essentieel zijn om de medicatieveiligheid te verbeteren. Meer informatie Het rapport ‘Onderzoek digitale uitwisseling laboratoriumresultaten naar apotheken’ is digitaal beschikbaar. Neem voor meer informatie over het onderzoek of over de informatiestandaard Labuitwisseling contact op met Gert Koelewijn via e-mail of twitter.   Bron: Nictiz...

Lees Verder
Heeft HbA1c POCT potentie in de huisartsenzorg?
apr29

Heeft HbA1c POCT potentie in de huisartsenzorg?

Het hemoglobine (Hb) bij gezonde volwassenen bestaat voor 97% uit HbA (A van Adult). Door binding van glucose (glycering) aan hemoglobine in de rode bloedcellen ontstaat HbA1c. De mate van dit glyceringsproces is te meten in het bloed. In de levenscyclus (120 dagen) van de rode bloedcel is het proces van glycering progressief: 50% van het resultaat reflecteert de glycemische controle van de laatste 30 dagen voorafgaand aan de bloedtest, 25% de periode van 30-60 dagen, en 25% de periode van 60-120 dagen voorafgaand aan de bloedtest.1 Praktisch gezien hanteren we 8-12 weken als periode waarover HbA1c getalsmatig de glycemische controle samenvat. Daarmee is Hba1c een goede maat om de glycemische instelling bij patiënten met diabetes te monitoren. Lees meer  ...

Lees Verder
Toegang nieuw geneesmiddel kan sneller
apr25

Toegang nieuw geneesmiddel kan sneller

Vergoedingsprocedures zorgen ervoor dat de patiënten vaak een jaar moeten wachten op toegang tot een nieuw medicijn. Dat kan anders, stelt BS Health Consultancy, na onderzoek. In alle stappen van de procedures vindt vertraging plaats. Analyse van de doorlooptijd maakt duidelijk dat de processen sneller kunnen, waardoor de patiënt eerder toegang krijgt tot een nieuw medicijn. Op verzoek van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen heeft BS Health de toelating tot het pakket en prijsonderhandelingen geïnventariseerd en gekeken tot welke vertragingen deze leiden. BS Health onderzocht 98 innovatieve geneesmiddelen met EMA-goedkeuring. De vertragingen vinden plaats in alle fases van de procedures. Bij de indiening van een vergoedingsdossier, het verzoek van de minister om toetsing, de beoordeling door Zorginstituut Nederland en het sluiten van een financieel arrangement. Daarnaast stelde BS Health vast tot welke doorlooptijd de add on toekenning leidt. De uitkomsten staan in het rapport ‘Toegankelijkheid van innovatieve geneesmiddelen’. Extramuraal Geneesmiddelen die via de openbare apotheek bij de patiënt komen, worden niet automatisch vergoed vanuit de basisverzekering. Een farmaceutisch bedrijf moet een vergoeding aanvragen via het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Deze aanvraag gaat naar de minister van Medische Zorg, die advies vraagt aan het Zorginstituut. Op basis van dit advies worden deze middelen in een cluster geplaatst met een vergoedingslimiet (lijst 1a) of op een aparte lijst gezet zonder limiet (1b). Deze procedure duurt bij lijst 1a gemiddeld 365 dagen, en bij lijst 1b gemiddeld 327 dagen. Bij kostbare geneesmiddelen onderhandelt de minister soms nog met het geneesmiddelenbedrijf over een financieel arrangement. Net als bij de sluis gebeurt dit als het in totaal meer dan € 40 miljoen per jaar kost óf meer dan € 50.000 per patiënt en meer dan € 10 miljoen in totaal. Dit duurt gemiddeld 237 dagen. Deze GVS-procedures kunnen korter door meer risicogericht te beoordelen, stelt BS Health. Dat betekent dat het Zorginstituut er alleen naar kijkt als de prijs van een behandeling een grens overschrijdt of de totale budgetimpact hoog is. Zo kunnen veel geneesmiddelen meteen instromen in de basisverzekering. Intramuraal Als de minister bij intramurale geneesmiddelen besluit om met een farmaceutisch bedrijf te onderhandelen over een financieel arrangement, komt het medicijn in de sluis terecht en hebben patiënten doorgaans geen toegang tot dit middel. Het duurt dan gemiddeld 344 dagen voordat de patiënt erover kan beschikken. BS Health beveelt aan om goede afspraken te maken over retourbetalingen voor medicijnen die door geneesmiddelenbedrijven tijdens de sluisperiode ‘om niet’ worden verstrekt. Zo kan de patiënt toch snel toegang krijgen. Dit is vooral van belang bij levensbedreigende aandoeningen. Een andere aanbeveling is om de Horizonscan, die de verwachte financiële impact van nieuwe medicijnen tweejaarlijks in kaart brengt, leidend te maken...

Lees Verder