Inspectie houdt gericht toezicht op veiligheidscode geneesmiddelen
sep25

Inspectie houdt gericht toezicht op veiligheidscode geneesmiddelen

Sinds 9 februari 2019 moet op iedere verpakking van een UR-geneesmiddel een unieke code staan. UR-geneesmiddelen zijn geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Er werden veel onterechte alerts verwacht door technische en procedurele problemen. Daarom had de Inspectie een stabilisatieperiode ingesteld. Deze stabilisatieperiode (soft launch) van de implementatie van de veiligheidskenmerken (FMD) voor geneesmiddelen wordt per 1 oktober 2019 beëindigd. De inspectie start nu gericht toezicht. Het systeem is inmiddels voldoende stabiel en het aantal onterechte alerts is sterk gedaald. Daarom start de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) nu met de fase van gericht toezicht. Melden bij niet-pluisgevoel In deze fase hoeven is het nog niet nodig om niet alle alerts individueel te melden. Het aantal alerts is namelijk nog te hoog om iedere melding op individueel niveau nader te onderzoeken. Daarom wordt het beleid voortgezet dat apotheekhoudenden en groothandels alleen bij een niet-pluisgevoel de verpakking moeten tegenhouden en dit moeten melden bij de IGJ. Alle alerts, dus ook de alerts die niet expliciet zijn gemeld bij IGJ, worden centraal geanalyseerd. Als daaruit blijkt dat er alerts zijn die een sterke aanwijzing geven van een mogelijke vervalsing, dan gaat de Inspectie deze nader onderzoeken. Wel zijn alle betrokkenen verplicht om na te gaan of de alert wordt veroorzaakt door een technisch of procedureel probleem in het eigen bedrijf. Zij moeten dan actie ondernemen om deze oorzaak weg te nemen. Specifieke aandachtspunten De komende tijd wil de inspectie dat het aantal onterechte alerts sterk daalt en het gebruik van het systeem verbetert. Om dat te bereiken, richt de IGJ zich in deze fase op apotheekhoudenden en groothandels die nog niet zijn aangesloten, niet of nauwelijks scannen en/of structureel veel alerts veroorzaken. Het toezicht zal in eerste instantie stimulerend zijn, aldus de IGJ, tenzij er aanwijzingen zijn van grote risico’s voor de patiëntveiligheid. Zie ook bericht van IGJ: Veiligheidskenmerken geneesmiddelen Bron:...

Lees Verder
Stomadrager centraal in pamflet over stomazorg
sep25

Stomadrager centraal in pamflet over stomazorg

In ons land zijn er bijna 40.000 mensen met een stoma. Sinds 2018 zijn er nieuwe afspraken over de aanspraak op stomahulpmiddelen. Het sleutelwoord hierbij is functioneringsgericht. Klinkt mooi, maar wat betekent dit concreet voor de persoon met een stoma? De Stomavereniging, stomaverpleegkundigen, leveranciers van medische hulpmiddelen, fabrikanten en zorgverzekeraars lanceren gezamenlijk een pamflet. Daarin staat duidelijk beschreven hoe de functioneringsgerichte aanspraak op stomahulpmiddelen werkt. De kern is dat de stomadrager centraal staat. Bij het uitzoeken van stomamateriaal moet niet worden uitgegaan van het aanbod. Uitgangspunt moet zijn wat de stomadrager nodig heeft om te kunnen leven zoals hij of zij wil. Informatief voor patiënten én professionals Het pamflet bevat de 10 belangrijkste vragen en antwoorden over stomamaterialen en bijbehorende hulpmiddelen. Deze informatie handig voor mensen met een stoma. Tegelijk biedt de tekst ook duidelijkheid aan alle professionals die met stomazorg te maken hebben, zoals stomaverpleegkundigen en leveranciers van hulpmiddelen. Het is voor het eerst dat alle relevante partijen rondom stomazorg op deze manier hun afspraken naar buiten brengen. De gezamenlijke afspraken zijn reeds in 2018 vastgelegd in het kwaliteitsregister van het Zorginstituut Nederland. Afspraken maken vereist ook uitvoering in de praktijk. Het pamflet ondersteunt het daadwerkelijk in de praktijk brengen van de gemaakte afspraken. Dit motiveert alle partijen om mensen met een stoma volgens dezelfde uitgangspunten tot een passende oplossing te laten komen. De belangrijkste afspraak is dat de stomamaterialen passen bij de zorgvraag van de stomadrager. Daarnaast moet het voorschrijven doeltreffend en doelmatig zijn. Dit betekent dat ook wordt gelet op de kosten. Downloaden of bestellen Zie hetpamflet ‘Stomamaterialen en hulpmiddelen: wat moet je weten?’ Extra exemplaren zijn te bestellen door een e-mail te sturen naar info@stomavereniging.nl onder vermelding van ‘pamflet stomahulpmiddelen’. Bron:...

Lees Verder
Zorg voor eczeem en psoriasis onder de loep
sep25

Zorg voor eczeem en psoriasis onder de loep

Er zijn bijna 2 miljoen mensen met eczeem. Daarnaast hebben ruim 450.000 mensen psoriasis. Zij ervaren in het dagelijks leven veel last van hun aandoening en komen minimaal eens keer per jaar bij de huisarts. Een deel van deze patiënten wordt doorverwezen naar een dermatoloog. Volgens Zorginstituut Nederland biedt de zorg voor mensen met eczeem en psoriasis goede mogelijkheden voor verbetering. Dit stelt althans het Zorginstituut vast op basis van de uitkomsten van haar rapport ‘Systematische analyse Ziekten van huid en onderhuid’. Snellere diagnose en effectievere behandeling Bij eczeem zijn er aanwijzingen dat betere zorg voor de patiënt mogelijk is door de ziekte sneller te herkennen en minder allergietesten te doen. Ook is verbetering van therapietrouw mogelijk in de behandeling. Evenals de inzet van lichttherapie en van medicijnen die moeten worden ingenomen (systemische behandeling). Bij psoriasis bestaan vermoedens dat snelle diagnose mogelijk is. Daardoor krijgen patiënten eerder de juiste behandeling. Verder is bij de diagnose naar alle waarschijnlijkheid meer aandacht nodig voor comorbiditeit: de combinatie dus van psoriasis met andere aandoeningen. Voor een betere behandeling van psoriasis moeten patiënten voor de juiste behandeling sneller terecht kunnen in het ziekenhuis. Zelfmanagement Zelfmanagement is eveneens een belangrijk aandachtspunt voor de zorgtrajecten van eczeem en psoriasis. Er moet betere begeleiding komen voor patiënten in het goed leren smeren met basiszalven. Ook mag er meer aandacht komen voor het leren omgaan met de aandoening (psychosociale ondersteuning). Nader onderzoek Samen met de betrokken partijen gaat het Zorginstituut de verbetermogelijkheden in de zorg voor mensen met eczeem en psoriasis verder onderzoeken. Dat gebeurt in de verdiepingsfase van dit Zinnige Zorg-project. De uitkomsten daarvan zijn concrete verbeterafspraken. Het programma Zinnige Zorg Het onderzoek naar eczeem en psoriasis maakt deel uit van het programma Zinnige Zorg. Daarin brengt het Zorginstituut samen met patiëntenorganisaties, zorgprofessionals, zorginstellingen en zorgverzekeraars in beeld hoe uit de basisverzekering vergoede zorg in de praktijk wordt geleverd. Elk Zinnige Zorg-project neemt een zorggebied onder de loep vanuit het perspectief van de patiënt. Vanaf het moment dat de aandoening ontstaat tot en met de nazorg. Zie het Zinnige Zorg – Rapport screeningsfase Ziekten van huid en...

Lees Verder
Als nieuwsgierigheid niet bestond, zou er weinig gedaan worden voor het welzijn van naasten.
sep24

Als nieuwsgierigheid niet bestond, zou er weinig gedaan worden voor het welzijn van naasten.

F. Nietzsche De afgelopen jaren heb ik veel mensen geïnterviewd maar nog nooit een professor én doctor én ingenieur én basisarts in opleiding tot specialist ouderenzorg verenigd in één persoon: Jacqueline Dekker. Eerlijk gezegd ben ik van tevoren een beetje nerveus en ook Jacqueline is gespannen: “Ik heb in mijn leven veel gepubliceerd maar over mezelf praten, is heel wat anders.” Onze zenuwen kunnen we dus mooi tegen elkaar wegstrepen. Wat er dan overblijft is een fijn gesprek met een vriendelijke, ambitieuze persoonlijkheid die haar hart heeft verpand aan de ouderenzorg en gedreven wordt door een nooit aflatende nieuwsgierigheid. Al die titels? Hoe is het zo gekomen? Jacqueline: “Ik ben een boerendochter uit Zeeuws-Vlaanderen die na haar middelbare school voedingswetenschappen ging studeren in Wageningen. Ik was de eerste in de familie die ging studeren, in die zin was het wel bijzonder. Na mijn afstuderen ben ik het onderzoek ‘ingerold’ en ben in Wageningen gepromoveerd op onderzoek naar elektrocardiografische indicatoren van autonome dysfunctie; cardiovasculaire ziekten en sterfte. Het onderzoek ‘ingerold’ betekent echter niet dat ik toevallig op dit onderwerp ben gepromoveerd. Toeval bestaat niet. ‘Geluk zoekt zich zelve’: je moet oog hebben voor leuke, interessante dingen en je daarop richten. Dat is precies wat ik heb gedaan en nog steeds doe.” Daarna ging je aan de slag als onderzoeker? “Op een congres kwam ik een epidemioloog tegen die mij attendeerde op een vacature bij de VU in Amsterdam. Ik heb gesolliciteerd en heb daar vervolgens 20 jaar gewerkt als diabetesonderzoeker. De laatste 10 jaar als hoogleraar en professor; onderzoek doen, promovendi begeleiden en colleges geven. Daarnaast heb ik 400 publicaties geschreven. De meeste niet als eerste auteur, maar samen met anderen. Onderzoek doen is interessant en boeiend en ook het samenwerken in een multidisciplinair team past bij mij.” De meeste mensen zouden zeggen: je hebt leuk werk en aanzien. Lekker blijven zitten? “Een collega in het onderzoeksteam was huisarts en ‘dreigde’ met pensioen te gaan. Het was de vraag of hij vervangen zou worden. Toen dacht ik: ‘waarom ga ik zelf geen geneeskunde doen?’ Ik was 45 en drie jaar later basisarts. Ik besloot als arts te blijven werken want het patiëntencontact is g-e-w-e-l-d-i-g! De directe bevrediging die je krijgt als je patiënten kunt helpen is zo mooi. Aan het einde van een dag zijn er zeker een paar mensen die blij met me zijn omdat ze een goed gesprek hebben gehad of omdat ze de juiste medicatie voorgeschreven hebben gekregen.” Ongelooflijk knap. Ik neem aan dat jij geen Netflix hebt? “Ha, nee. Ik heb altijd snoeihard gewerkt. Eerlijk is eerlijk. Maar ik vond het ook boeiend en dan voelt...

Lees Verder
Minder kookboekgeneeskunde en meer maatwerk
sep23

Minder kookboekgeneeskunde en meer maatwerk

FarmaMagazine | Minder kookboekgeneeskunde en meer maatwerk voor de individuele patiënt; dat is in een notendop de belangrijkste koerswijziging van het cardiovasculair risicomanagement (CVRM). Afgelopen mei ging de herziene NHG-Standaard van kracht, met daarin concrete handvatten voor gepersonaliseerde zorg. Opvallende wijzigingen zijn de meer gedifferentieerde streefwaarden voor bloeddruk en cholesterol en baanbrekend zijn de aanbevelingen voor interventies op populatieniveau om het risico op hart- en vaatziekten te verlagen. Structurele zorg voor de preventie van hart- en vaatziekten (HVZ) is geen overbodige luxe: bijna een op de elf Nederlanders lijdt eraan en na kanker vormt het de belangrijkste doodsoorzaak; per dag overlijden gemiddeld 50 mannen en 56 vrouwen aan een hart- en vaatziekte. Iedere huisarts heeft er dan ook dagelijks mee te maken; maar liefst 450 patiënten per normpraktijk hebben een verhoogd cardiovasculair risico. En dit aantal zal de komende jaren niet afnemen, zeker gezien het gegeven dat een kwart van de populatie een verhoogd cholesterolgehalte heeft, de helft een verhoogde bloeddruk, één op de vier van vijftien jaar en ouder rookt en bijna de helft van de populatie boven de twintig jaar aan overgewicht lijdt. Het meten van de belangrijkste risicofactoren voor artherosclerose (het onderliggende lijden bij HVZ) en het daarop inzetten van interventies om de kans op een event te verkleinen, heeft dus hoge prioriteit. Vooral een verantwoordelijkheid voor de eerste lijn; huisartsenpraktijken vormen tenslotte de spil van preventie van hart- en vaatziekten. Multidisciplinair samenwerkingsverband Onlangs is de richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM) herzien, dit gebeurde in een multidisciplinair samenwerkingsverband van het Nederlands Huisartsen Genootschap, de Nederlandse Internisten Vereniging en de Nederlandse Vereniging voor Cardiologie. De NHG-Standaard CVRM die kort daarop van kracht ging, is inhoudelijk gelijk aan de CVRM-richtlijn. Aan de richtlijn ligt de Europese richtlijn van de European Society of Cardiology (ESC) ten grondslag, aangepast aan de Nederlandse situatie (met een zeer georganiseerde eerste lijn) en de meest recente wetenschappelijke en klinische inzichten. De multidisciplinaire richtlijn is gericht op medische zorgverleners uit de eerste lijn en een groot aantal specialismen uit de tweede lijn, zoals cardiologie, interne geneeskunde en nefrologie. Het grote voordeel hiervan is dat patiënten nu onafhankelijk van wie de hoofdbehandelaar is, dezelfde diagnostiek en behandeling krijgen. “De belangrijkste verandering van de herziene richtlijn, is dat het niet meer een document is met vaste antwoorden, maar dat het een bundeling handvatten is op basis waarvan je in samenspraak met je patiënt het beleid bepaalt,” vertelt Judith Tjin-A-Ton, kaderhuisarts hart- en vaatziekten in Amstelveen en een van de leden van de CVRM-werkgroep. Ze vervolgt: “De NHG-Standaard is dus minder protocollair, daarmee vereist het van de betrokken zorgverleners automatisch meer klinische vaardigheden; je moet de diverse risicofactoren...

Lees Verder
Als een vis in het water
sep20

Als een vis in het water

FarmaMagazine | Vraagt de ene vis aan de andere: “Hoe is het water?” Zegt de andere: “Wat is water in hemelsnaam?” Een simpel grapje dat een complex cultureel fenomeen aankaart: we ervaren de ons omringende wereld als normaal, het is de wereld die we kennen en gaan ervan uit dat ook anderen in die wereld leven. We nemen de eigen cultuur aan voor zo normaal dat we hem niet onderzoeken en ons niet realiseren dat anderen in een andere, voor hen eveneens normale, wereld leven. De consequentie voor een vis niet te weten wat water is, is niet groot, zolang hij maar in het water blijft. Zich niet bewust van veranderingen en opties, leeft de vis als een vis in het water. Ignorance is bliss, is denk ik zijn tweede levensmoto. Vraag is: hoe bewust zijn wij ons als zorgprofessionals van onze omgeving? In tegenstelling tot de vissen kunnen wij ons niet onwetend in onze eigen, veilige waterplas bewegen. Niet alleen de patiënt, die van waterplas naar waterplas springt, brengt ons onbewust, maar ook bewust in contact met water uit andere plassen. Maar ook water uit zeeën en oceanen vult langzaam onze plas. We zijn niet langer solisten in de zorg met een duidelijke afgebakend aanbod en verantwoordelijkheid, sterker: externe ontwikkelingen dwingen ons onze professie continue te herijken. Olieplatformen, plastic, dijken en nieuwe waterwegen beïnvloeden de kwaliteit van ons water en wijzigen onze zwemroutes. Ignorance is zeker geen bliss en heeft grotere gevolgen. Of we nu blij zijn met nieuwe waterwegen of niet, feit is dat ze er zijn. Nieuwe wegen en het vermengen van water verplichten ons de eigen wereld te herontdekken en een nieuw evenwicht te vinden. Gelukkig heeft de evolutie de mens en dus hopelijk ook de zorgprofessional adaptable gemaakt, een cruciale overlevingsvaadigheid. Het omgaan met verandering en inspelen op een veranderende buitenwereld lijkt momenteel een rode draad te zijn binnen de zorg. Willen we voorkomen dat een tsunami ons gaat overspoelen en al het bekende water in onze poel volledig vervangt dan zullen we niet alleen de herkomst van de vloedgolf moeten kennen, maar ook onze eigen water. Als we die niet kennen, kan het water zomaar ineens vervangen zijn en wordt leven als een vis vervangen door meedrijven met de stroom… en zo ver ik weet zwemmen alleen dode vissen met de stroom mee. Het kennen van de eigen cultuur en omgeving is cruciaal om ons, volgens Darwin’s inzicht, aan te passen aan de veranderingen van deze tijd en daardoor te kunnen (over)leven. Laten we niet het stokje van de vissen overnemen zodat de quote niet zal worden: Fish are the second last to...

Lees Verder
Kabinetsplannen 2020 voor de zorg
sep20

Kabinetsplannen 2020 voor de zorg

Citaat uit de Troonrede van koning Willem-Alexander: ‘De vraag voor de lange termijn is: hoe houden we de zorg goed en toegankelijk voor iedereen? Hoe zorgen we straks voor genoeg liefdevolle handen aan het bed en in de thuiszorg – de onmisbare mensen die dag en nacht beschikbaar zijn? En hoe passen we technische zorginnovaties op brede schaal toe?’ Belangrijke vragen voor het kabinet. De zorg krijgt komend jaar 88 miljard euro en dat is ruim 3 miljard meer dan dit jaar. Daarvan gaat 100 miljoen naar de huisartsenzorg en de wijkverpleging. Geneesmiddelen Om de kosten voor geneesmiddelen in toom te houden, worden vanaf 2020 de maximumprijzen van geneesmiddelen verlaagd. Dit heeft het kabinet bekend gemaakt tijdens Prinsjesdag. Om die verlaging door te voeren, wordt de Wet op de Geneesmiddelprijzen aangepast. De maximumprijzen van geneesmiddelen worden nu berekend op basis van de prijzen in een aantal Europese landen, waaronder Duitsland. Dat land wordt vervangen voor Noorwegen, waar lagere tarieven gelden. Dit levert een forse besparing op van rond de € 300 miljoen, aldus het kabinet. Daarnaast blijft het kabinet onderhandelen met fabrikanten over lagere prijzen. Dat betreft geneesmiddelen van meer dan € 50.000 per patiënt of voor alle patiënten samen meer dan € 40 miljoen euro per jaar.  Daarbij wordt de samenwerking gezocht met andere Europese landen. Tevens zal het kabinet aandringen op meer openheid over de opbouw van medicijnprijzen en zal ze farmaceutische bedrijven blijven aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De juiste zorg op de juiste plaats De kreet ‘juiste zorg op de juiste plaats’ is inmiddels een beleidsdoelstelling. Zorg bij huis prettig is voor mensen. Maar vooral: zorg in de buurt kan bijdragen aan beheersing van de zorgkosten. Het kan voorkomen dat mensen uiteindelijk meer en dus duurdere zorg nodig hebben. Daarom krijgen huisartsen en de wijkverpleging in 2020 € 100 miljoen extra. Het totale budget voor huisartsen komt daarmee in 2020 uit op een geraamde € 3,2 miljard. Voor de wijkverpleging is het totale budget geraamd op rond de € 4,1 miljard. Arbeidsmarktproblematiek Ander uiterst belangrijk aandachtspunt is de arbeidsmarktproblematiek. Voor behoud van personeel en opleiding van mensen in de zorg trekt het kabinet in 2020 € 50 miljoen extra uit. Dit geld komt boven op de € 370 miljoen die het kabinet al eerder beschikbaar stelde. Volgend jaar komt het kabinet met plannen voor aanpak van de problematiek. Eigen bijdrage Wmo en zorgtoeslag Om de stapeling van zorgkosten terug te dringen, betalen ouderen en chronisch zieken vanaf 2020 maximaal € 19 per maand voor een maaltijdservice, vervoerspas of boodschappendienst. Die bijdrage voor algemene voorzieningen uit de Wmo hangt nu nog af van de hoogte van hun inkomen. De...

Lees Verder
Landelijke richtlijn prikaccidenten vernieuwd
sep19

Landelijke richtlijn prikaccidenten vernieuwd

FarmaMagazine | Na een prikincident is desinfectie met een huiddesinfectans geboden en na een mensenbeet blijft profylaxe met antimicrobiële middelen geboden. Dit zijn enkele opvallende zaken in de nieuwe Landelijke Richtlijn Prikaccidenten die het RIVM in april 2019 uitbracht. Deze vervangt de oude richtlijn uit 2007. Het RIVM schat dat er jaarlijks 25 tot 30 duizend prikaccidenten plaatsvinden in Nederland. Met een ‘prikaccident’ wordt bedoeld het komen van bloed – of een andere besmettelijke lichaamsvloeistof – van een persoon in het lichaam van een andere persoon via prikken, spatten of bijten. Bij een prik- of snijaccident gebeurt dit via een scherp voorwerp, bijvoorbeeld een injectienaald of scalpel. Bij een spataccident komt het bloed – of een andere lichaamsvloeistof – op slijmvliezen of niet intacte huid terecht. Bij een bijtaccident komt bloed van degene die gebeten wordt op het mondslijmvlies van de bijter of speeksel (al dan niet vermengd met bloed van de bijter) in de open bijtwond. Via prikaccidenten kunnen hepatitis B-virus (HBV), hepatitis C-virus (HCV) en humaan immunodeficiëntievirus (hiv) worden overgedragen. Herziening Het RIVM (Centrum Infectieziektebestrijding/Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding) bracht in april 2019 een herziening van de Landelijke Richtlijn Prikaccidenten uit. Deze volgt de vorige richtlijn op die dateert uit 2007. De oude richtlijn werd destijds in het leven geroepen omdat er behoefte was aan uniformiteit bij de beoordeling van prikaccidenten. Voor die tijd beschikten huisartsen, bedrijfsartsen, spoedeisende hulpafdelingen en GGD’s vaak over eigen richtlijnen of protocollen. De aanbevolen maatregelen konden daarom fors verschillend zijn. De landelijke richtlijn moest dit probleem het hoofd bieden. Tussen 2007 en 2017 is de landelijke richtlijn op een aantal punten aangepast. Vervolgens nam tussen 2017 en 2019 een commissie van experts de richtlijn opnieuw op de schop. Het resultaat is er nu dus in de vorm van de herziene versie. Eén van de veranderingen is dat de richtlijn nu beschikt over een duidelijk overzicht van de te nemen stappen bij de verschillende risico’s op virusoverdracht. Daarnaast is de passage over wondreiniging grotendeels aangepast aan het nieuwe NHG-advies voor wondzorg. Uitzondering is dat na een prikaccident desinfectie met een huiddesinfectans nodig blijft. Bij een mensenbeet geldt profylaxe met antibiotica zoals de NHG-Behandelrichtlijn Traumatische wonden en bijtwonden die omschrijft. Beoordeling door zorgverlener De Landelijke Richtlijn Prikaccidenten beschrijft het medische beleid na een prikaccident. Alle artsen, verpleegkundigen, deskundigen infectiepreventie en overige hulpverleners die belast kunnen zijn met het beoordelen van een prikaccident, kunnen terecht bij deze richtlijn. Prik-, spat-, snij en bijtaccidenten komen voornamelijk voor tijdens de medische beroepsuitoefening in het ziekenhuis, het laboratorium of de huisartsenpraktijk. Verder kunnen ze optreden in extramurale setting of in de openbare gezondheids­zorg: verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg, ambulancediensten, instellingen voor...

Lees Verder
Krasse taal
sep18

Krasse taal

FarmaMagazine | Waar zullen we het nu weer eens over hebben, Bas? Hoe Ajax nu wel met de cup met de grote oren er vandoor gaat? Of over de begroting van VWS zoals die op Prinsjesdag is gepresenteerd? Wat denk je zelf, Niels. In de farmaceutische zorg gaat het nog maar over een ding: De Dure Geneesmiddelen. Iedere keer weer. Zelfs de politieke jongeren vinden er iets van. Lees het interview met misschien wel de nieuwe minister van VWS in deze editie maar eens. Of neem Dé Brief van minister Bruins, Bas, waarin hij de farmaceutische industrie gemakshalve over een kam scheert, in de hoek zet, ja zelfs op het strafbankje pal onder de guillotine wil plaatsen. Het moet afgelopen zijn met dat schimmige gedoe over prijzen van geneesmiddelen. Kom uit de kast, wees transparant. Want anders zal mijn toorn over u komen en hak ik persoonlijk uw… Dat is genoeg, Niels. Allemaal geregistreerde krasse taal, zo vlak voor Prinsjesdag nog even laten zien dat deze minister toch echt wel lef en tanden heeft. Pre-verkiezingenpraat ook. In 2021 zijn er weer verkiezingen en de campagne is nu al begonnen zo lijkt het. Dat het een politiek spel is snap ik, Bas. Farmaceutische bedrijven die van het ene moment op het andere de prijs van een geneesmiddel omhoog gooien zijn verkeerd bezig. Kappen daarmee. Maar door te polariseren, een hele bedrijfstak aan de schandpaal te nagelen doet de discussie geen goed. De oplossing ligt alleen maar verder weg. De standpunten verharden, de hakken gaan in het zand en we komen geen stap verder. In plaats van lopen te gillen, Niels, moet de minister zijn werk eens goed gaan doen. Het is ooit een politieke keuze geweest om het ontwikkelen en vermarkten van geneesmiddelen over te laten aan commerciële bedrijven. Dan mag je verwachten dat bedrijven er ook geld mee willen verdienen. Maar als de minister vindt dat de farmaceutische industrie de markt verstoort of het maatschappelijke belang niet langer dient, kom dan ook met een politieke oplossing en ga geen moddergooien: vraag de kamer om nieuwe wetgeving die markt en maatschappij in evenwicht brengt. Of neem een keer de trein naar Brussel. Dus minister, gooi ook eens dat roer om, ga terug naar de basis, kom met nieuwe wetgeving, maar stop met naming en shaming. Dit was best wel een stevige column, Bas. Ja, ik schrik er zelf ook een beetje van,...

Lees Verder
‘Farmaceutische kolom is elftal zonder coach’
sep17

‘Farmaceutische kolom is elftal zonder coach’

Dave van der Kruijssen, arts en voorman politieke jongeren FarmaMagazine | Academische centra en de farmaceutische industrie moeten heel snel maatschappelijk verantwoord én transparant zijn. Anders kunnen ze financiering met maatschappelijk geld wel vergeten. Dave van der Kruijssen, arts en voorman van de samenwerkende politieke jongerenorganisaties op het gebied van dure geneesmiddelen over een oplossing van het hoofpijndossier dure geneesmiddelen. “De farmaceutische kolom is een elftal zonder coach. Daarom voelen politieke jongeren zich verantwoordelijk.” Het moet maar eens afgelopen zijn met de discussie achteraf en achter gesloten deuren over dure geneesmiddelen. Nu zijn het durvalumab, dat werkt bij de behandeling bij longkanker, en abemaciclib, in te zetten bij borstkanker. Deze geneesmiddelen komen alsnog in het basispakket van de zorgverzekering. Ze waren eerst te duur, maar na onderhandelingen met de fabrikant door minister Bruins van VWS komen ze alsnog in het pakket. Tegen welke prijs is niet bekend. Daar moet een einde aan komen, aan die gesprekken in de achterkamertjes, als het middel al op de markt is, het gebrek aan transparantie en het ontbreken aan maatschappelijk besef bij kennisinstellingen en industrie, zo stellen de politieke jongerenorganisaties. Geneesmiddelen moeten beschikbaar zijn en blijven voor patiënten tegen aanvaardbare en transparante kosten. En om dat te bereiken moet de overheid heldere voorwaarden stellen aan zowel academische ziekenhuizen als industrie. Arts en politicus Voorman Dave van der Kruijssen is voorzitter van License to Heal, een initiatief van de politieke jongerenpartijen. Naast politicus, lid van D66 en trekker van het gezondheidsdossier bij de jongerentak van zijn partij is hij vooral arts. Hij studeerde geneeskunde, deed ervaring op als arts-assistent interne geneeskunde en werkt op dit moment als arts-onderzoeker in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. “Als arts ben ik verantwoordelijk voor de patiënt. Die verantwoordelijkheid gaat verder dan de spreekkamer. Wij zorgverleners voelen ons verplicht om mee te denken over een toekomstbestendig gezondheidszorgsysteem. Artsen en apothekers moeten actief meedenken over de oplossingen in het dossier dure geneesmiddelen, want wij begrijpen als geen ander het belang van geneesmiddelen voor patiënten. Daarom zijn wij met dit vraagstuk aan de slag gegaan.” Volgens Van der Kruijssen heeft een derde van de wereldbevolking geen toegang tot essentiële geneesmiddelen. “Waren het voorheen vooral HIV-medicatie in ontwikkelingslanden nu is het probleem veel breder. Het probleem doet zich echter ook voor in de westerse landen waaronder Nederland. Ik weet nog goed toen internist Marcel Levi als bestuursvoorzitter van het AMC in 2016 de noodklok luidde. Hij maakte zich grote zorgen over de steeds grotere aantallen dure geneesmiddelen die op het ziekenhuisbudget drukken waardoor de beschikbaarheid sterk onder druk kwam te staan. Een trend die alleen maar doorzet. Het onderwerp dure geneesmiddelen en...

Lees Verder