Ivoren toren
okt30

Ivoren toren

Dat was een groot politiek succes, Bas! Het schrappen van de vergoeding vitamine-D. Sinds januari van dit jaar worden de meest gebruikte vitamine-D-tabletten niet meer vergoed door de basisverzekering. Een maatregel die de zorg goedkoper zou moeten maken. Zou moeten, want het blijkt dat de kosten helemaal niet afnemen, maar juist toe. En wel met 5 miljoen. Kwestie van foutje, bedankt. Maar wees eerlijk: deze maatregel was op voorhand al gedoemd te mislukken, Niels. Al bij het maken van de plannen was zo een beetje iedereen tegen, van patiënten-vereniging tot zorgverlener. Maar de beleidsmakers in Den Haag dachten het weer eens beter te weten en voerden de maatregel in. Dat kan wel zo zijn, Bas. Een eenvoudig rekensommetje: de totale kosten voor de vitaminepillen met 800 eenheden bedroeg vorig jaar 38,4 miljoen euro. Daarvan was slechts 9 miljoen euro voor de medicijnen en ruim 29 miljoen voor de apothekers die de middelen overhandigden. Daar zou toch winst te behalen moeten zijn, want deze producten zijn als zelfzorg en dus zonder recept bij de drogist en apotheek te halen. Laaghangend fruit dus. Dat zou je inderdaad denken, maar de praktijk die we al van verre zagen aankomen is weer eens weerbarstiger, Niels. Er spelen dingen af in de spreekkamer van de huisarts die niet te voorspellen zijn. De helft van de patiënten die vorig jaar nog vitamine 800 eenheden kreeg voorgeschreven op recept, kreeg dit jaar van de huisarts een recept voor 5.600 eenheden. Sterker nog, er waren patiënten die zijn overgestapt van 800 naar 25.000 eenheden Je hebt gelijk, Bas. Als er iemand iets te verwijten valt zijn het de bedenkers van dit soort plannen. Die vanuit de ivoren toren neerkijken op de werkers in het zorgveld en denken dat het eenvoudig is om het gedrag van patiënten en zorgverlener in de spreekkamer en aan de balie te beïnvloeden door dit soort maatregelen. Zo werkt het niet in de zorg weten we. Maar hoe het dan wel moet? Leuk dat laaghangend fruit, maar dat levert dus geen ene euro op, Niels. Willen we echt iets veranderen in de zorg dan moeten we maatregelen nemen die wel effect hebben. Laten we om te beginnen alleen nog maar therapieën vergoeden uit het basispakket die bewezen effect hebben. Is iets niet evidence based, hup uit het basispakket. Goed idee, Bas. Zal ik de beleidsmakers in Den Haag eens bellen hierover? Doe maar niet, Niels. Die zijn vast te druk om het ‘grote’ succes van de vitamine D maatregel politiek uit te leggen en het gesprek aan te gaan met zorgverzekeraars en betrokken beroepsgroepen om eens na te gaan hoe dit toch allemaal...

Lees Verder
Intranet maakt de zorg efficiënt en eenvoudig
okt30

Intranet maakt de zorg efficiënt en eenvoudig

Het begon aan de keukentafel van huisarts Sipke Smits in Egmond en langzaam verovert het communicatieplatform ZichtopZorg de eerste lijn: veilig en eenvoudig informatie en bestanden uitwisselen over de zorg van de patiënt. En apothekers en huisartsen hoeven elkaar niet meer te bellen. Sipke Smits over zijn intranet dat de zorg efficiënter, eenvoudiger en beter moet maken. ZichtopZorg laat zich het makkelijkst vergelijken met het bekende berichtenplatform Whatsapp, maar dan veilig en voorzien van tal van extra mogelijkheden om de communicatie tussen de zorgverleners eenvoudiger en efficiënter te maken.Het idee ontstond bij Sipke Smits thuis. Aan de keukentafel zag huisarts Smits zijn dochter studeren en beeldbellen met een vriendin. De vriendinnen hadden contact met hun smartphone, wisselden informatie en bestanden uit. Kunnen we dat idee ook niet toepassen in de zorg? Hoe kunnen we handiger onderling communiceren? Een vraag die hem bezighield. Want Smits is dan wel op de eerste plaats huisarts, hij is ook geïnteresseerd in automatisering en de mogelijkheden die ICT biedt voor een efficiëntere zorg. Niet zonder succes, want al in 2008 lanceerde hij in Nood-Holland een eigen verwijssysteem, anders en volgens hem vooral praktischer dan zorgdomein. Een systeem dat in zijn ogen beter werkt in de praktijk van de zorgverlener. En dat werd een succes, de zorg in Noord-Holland kan er niet meer zonder. De ervaringen aan de keukentafel in Egmond werden omgezet naar een idee voor toepassing in de zorg. In de zorg staat samenwerking tussen de zorgverleners steeds meer centraal. De zorg rondom de patiënt gebeurt meer in teamverband, integraal. Teams van zorgverleners die elkaar goed op de hoogte moeten houden om zo de beste zorg aan de patiënt te leveren. Klein beginnen “Ik ben dicht bij huis begonnen om het idee in mijn dagelijkse praktijk vorm te geven. Want succesvol innoveren betekent klein beginnen. Zo ben ik gestart met het dagelijkse contact tussen huisarts en apotheker. Huisartsenpraktijken en apotheken bellen heel wat af. Het gaat om inhoudelijke en procesvragen over de patiënt. Klopt de geboortedatum wel, is de dosis de juiste, hoe zit het met de nierfunctie, kunnen de geneesmiddelen thuisbezorgd worden? Grote en vooral heel veel kleine vragen. Probleem met bellen tussen huisarts en apotheek is dat de beller altijd inbreekt in het werkproces van de ander: ‘daar gaat die telefoon weer, ik moet nu mijn werk neerleggen’. Dan heb je de keuze om de telefoon niet op te nemen of je werkzaamheden te onderbreken om het gesprek wel aan te gaan. Beide zijn niet gewenst. Het levert ondertussen wel frustratie en irritaties op, van beide kanten. In de pauzes met de assistentes lieten we wel eens de telefoon gaan: daar...

Lees Verder
Gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de zorg geactualiseerd
okt28

Gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de zorg geactualiseerd

Op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) dient de zorgaanbieder van elke patiënt een dossier bij te houden. Bij uitwisseling van patiëntgegevens tussen zorgaanbieders moet worden voldaan aan wettelijke voorschriften. Met name het invullen van de patiëntenrechten (o.a. informatieverstrekking en toestemming) blijkt lastig. De Gedragscode EGiZ voorziet in een oplossing. Het geeft praktische richtlijnen voor zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden om aan geldende regelgeving te kunnen voldoen. Recent is een nieuwe versie verschenen, aangepast aan de laatste wet- en regelgeving, waaronder de AVG. Het doel van de Gedragscode is de formulering van een heldere en toepasbare set (gedrags)regels en bijbehorende normen voor gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders. Bij de totstandkoming is een aantal uitgangspunten gehanteerd. In de eerste plaats moet de Gedragscode toepasbaar zijn voor het belangrijkste deel van de bestaande en in de nabije toekomst denkbare oplossingen. In de tweede plaats dienen de normen te voldoen aan de geldende (privacy)regelgeving. Tegelijkertijd moet een balans worden gevonden tussen de handhaving van de rechten van de patiënt en de werkbaarheid in de praktijk. Constante zoektocht Problemen bij gegevensuitwisseling zijn: het vaak door elkaar lopende voorzieningen, de diversiteit aan behandelrelaties en de schijnbare onmogelijkheid om alle betrokkenen over alle vormen van uitwisseling begrijpelijk te blijven informeren. Er is sprake is van een constante zoektocht naar de balans tussen enerzijds het kunnen beschikken over informatie van patiënten en anderzijds de verplichtingen tot beveiliging van die informatie en de bescherming van de privacy van patiënten. Alle vormen van digitale uitwisseling De Gedragscode is van toepassing op alle vormen van elektronische gegevensuitwisseling. Hieronder valt enerzijds het gebruik van elektronische uitwisselingssystemen voor pull-verkeer. De Gedragscode gebruikt hiervoor de term ‘Elektronisch Uitwisselingssysteem’. Anderzijds valt ook de verzending van persoonsgegevens via push-verkeer onder de reikwijdte van de Gedragscode Gezondheidszorgbreed De Gedragscode is gericht alle zorgaanbieders, zorginstellingen en zorgverleners in de eerstelijnszorg, de ziekenhuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg, de verpleging, verzorging en thuiszorg, de gehandicaptenzorg en overige zorg (zoals GGD, Arbo, Jeugdzorg, WMO, Ambulancediensten en medische laboratoria). De Gedragscode en een samenvatting daarvan is te downloaden op de site van de KNMG De gedragscode EGiZ is een resultaat van samenwerking tussen de volgende organisaties: KNMG en federatiepartners, NVZ, Ineen, KNMP en regio-organisaties SIGRA (voorheen EZDA), Zorgring NHN, Sleutelnet, RSO Haaglanden, Zorgnet Oost (voorheen IZIT), RZCC, REN West-Brabant en...

Lees Verder
Informatiebijeenkomst STIP Ronde Therapietrouw
okt28

Informatiebijeenkomst STIP Ronde Therapietrouw

STIP (Stimuleren Toepassing In de Praktijk) Ronde 4 richt zich op het bevorderen van therapietrouw. De inzet van deze ronde is het stimuleren van de toepassingen van interventies gericht op therapietrouw. Dicht op de klinische praktijk, bij thuiswonende patiënten. De oproep voor deze ronde publiceert ZonMw medio november. Geïnteresseerd? Op 4 december 2019 vindt over deze subsidieronde een informatiebijeenkomst plaats. De bijeenkomst is voor potentiële aanvragers in deze ronde. Zoals apothekers, huisartsen, verpleegkundigen, thuiszorgorganisaties of gemeentes, die therapietrouw-interventies. De inzet is de boogde projectleiders voor te bereiden op het indienen van het projectidee. Informatie over de ronde Het GGG-programma wil de inzet van therapietrouw-interventies in de praktijk op lokaal niveau ondersteunen. En de therapietrouw verder brengen door bundeling en verspreiding van de opgedane kennis en ervaring. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de inventarisatie van therapietrouw-interventies in opdracht van VWS. Het vertrekpunt zijn aantoonbaar succesvolle interventies, die relatief eenvoudig in de praktijk zijn in te zetten. De nadruk ligt op oplossingen die uiteindelijk zonder subsidie of ondersteuning in de praktijk kunnen worden uitgevoerd. De bedoeling is om deze interventies in kleinschalige projecten verder te brengen naar andere stadsdelen/gemeentes/regio’s. Hierbij wordt gewerkt met het concept van proeftuinen. Subsidieoproep voor de projectideeën De eerste fase betreft een projectidee. Daarin wordt ook de beoogde opzet van het project beschreven. Per proeftuin is maximaal 200.000 euro beschikbaar voor een looptijd van 2 jaar. De deadline voor indienen van het projectidee is: 14 januari 2020, 14.00 uur. Na de selectie van de projectleiders wordt gewerkt aan een uitgewerkte aanvraag waarin het plan van aanpak van de proeftuin in detail wordt uitgewerkt met hulp van experts uit het Make-It consortium. Informatiebijeenkomst Op 4 december 2019 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht een informatiebijeenkomst plaats voor deze ronde. Het programma is als volgt: 16.30 – 17.00 uur:     inloop en ontvangst (met broodjes) 17.00 – 18.30 uur:     presentaties over proces, doelstelling en inhoud van de ronde, gestelde voorwaarden en uitwisseling plannen voor proeftuinen. 18.30 – 19.00 uur:     netwerkgelegenheid. Potentiële aanvragers kunnen over hun plannen sparren met experts en andere geïnteresseerden. Proeftuin-projectleider De interventie waarop een proeftuin wil inzetten, wordt bepaald op basis van een analyse van de lokale behoeften, wensen, draagvlak en haalbaarheid. Een belangrijk aspect bij de selectie van de projecten is de rol van de proeftuin-projectleider. Bij voorkeur mensen die werkzaam zijn in de praktijk waarin ambulante thuiswonende patiënten centraal staan, die ervaring hebben met complexe praktijkgerichte projecten door de zorgketen heen en die als boegbeeld kunnen fungeren. Meer informatie en aanmelden Zie voor alle informatie de site van ZonMw. Aanmelden voor de bijeenkomst kan tot 27 november 2019 via het aanmeldformulier.  Hierin wordt u gevraagd aan te...

Lees Verder
Beleidskader voorwaardelijke toelating geneesmiddelen per direct ingegaan
okt23

Beleidskader voorwaardelijke toelating geneesmiddelen per direct ingegaan

Bijna alle nieuwe geneesmiddelen worden vergoed uit het basispakket. Bij sommige geregistreerde geneesmiddelen is dat echter niet het geval, omdat er onvoldoende bewijs is voor (kosten)effectiviteit. Deze typen geneesmiddelen kunnen in aanmerking komen voor voorwaardelijke toelating. Het beleidskader voorwaardelijke toelating geneesmiddelen is per direct in werking getreden. De nieuwe voorwaardelijke toelating richt zich specifiek op weesgeneesmiddelen, geneesmiddelen die de EMA met voorwaarden tot de markt heeft toegelaten (de conditionals) en geneesmiddelen die de EMA onder exceptionele omstandigheden tot de markt heeft toegelaten (de exceptionals). Juist voor deze typen geneesmiddelen kan het lastig zijn of kan het langer duren (soms vele jaren) om de effectiviteit te bewijzen. Terwijl het Zorginstituut Nederland juist kijkt naar effectiviteit in haar advies voor opname in het basispakket. BudgetMinister Bruins gaat in zijn brief aan de Tweede Kamer in op het nieuwe beleid. Het gaat dus vooral over middelen voor ernstige of zeldzame aandoeningen waarvoor nog geen goede behandeling is. Voor de nieuwe voorwaardelijke toelating van geneesmiddelen voor 2019 een budget van € 24,2 miljoen beschikbaar gesteld. Dit bedrag loopt op naar € 26,8 miljoen in 2021. Mocht op termijn het budget onvoldoende budget zijn, dan zal een wachtrij ontstaan. Binnen deze wachtrij geldt als uitgangspunt dat zodra budget beschikbaar is, een middel kan instromen op basis van first come, first serve. Strenge voorwaarden Het gaat dus vaak om (zeer) dure geneesmiddelen. Daarom stelt de minister strenge randvoorwaarden. De fabrikant moet zich committeren aan een sterk verlaagde prijs tijdens de voorwaardelijke toelating. Daarbij eist Bruins dat de totale uitgaven per individueel geneesmiddel in de voorwaardelijke toelating openbaar worden gemaakt. Naast het onderzoek naar de effectiviteit moet, waar mogelijk, worden vastgelegd hoe de doelmatige inzet van het geneesmiddel wordt bevorderd. De fabrikant en de onderzoeksinstelling zich committeren aan de ZonMw-voorwaarden van open access publications en Fair Data principles voor de toegang tot de data die gegenereerd is in het onderzoek tijdens de voorwaardelijke toelating. Tot slot: alle betrokken partijen – fabrikant, behandelaren, onderzoeksinstelling en patiëntenorganisaties – committeren zich vooraf aan harde afspraken over het onderzoek in een convenant, schrijft de minister in zijn brief Beleidskader voorwaardelijke toelating...

Lees Verder
Goedkeuring ACM voor overname Thio-apotheken door BENU Apotheken
okt22

Goedkeuring ACM voor overname Thio-apotheken door BENU Apotheken

BENU Apotheken mag Thio-apotheken overnemen. Dat heeft de Autoriteit Consument & Markt (ACM) besloten. De goedkeuring komt tot stand ondanks de bezwaren die de zorgverzekeraars hebben geuit over deze overname. BENU Apotheken is een onderdeel van het concern waartoe ook de groothandel in medicijnen Brocacef behoort. Ze heeft enkele honderden apotheken in Nederland. Thio verkoopt 20 apotheken. ACM motiveert haar besluit als volgt. In Nederland zijn bijna 2.000 openbare apotheken. Net als in 2016 heeft de ACM geconstateerd dat er tussen de BENU apotheken en de Thio-apotheken nauwelijks concurrentie is. De Thio-apotheken zijn sinds 2012 partner apotheken van Brocacef en zij onderhandelen samen met zorgverzekeraars. De overlap tussen BENU Apotheken en Thio-apotheken is bovendien beperkt. In gebieden waar zij beide actief zijn, blijft voldoende concurrentie over. Versterking positie Brocacef Een aantal marktpartijen, onder wie enkele zorgverzekeraars, hebben hun zorgen geuit over deze overname. Zij geven daarnaast aan dat Brocacef sinds de overname van Mediq in 2016, waarbij zij voor de goedkeuring van de fusie een groot aantal apotheken moest afstoten, veel apotheken heeft overgenomen. Deze overnames leiden volgens hen tot een versterking van de positie van BENU. Zorgverzekeraars geven aan dat het daardoor moeilijker om goed te kunnen blijven onderhandelen met BENU. De ontwikkelingen waarop zorgverzekeraars wijzen, staan echter los van deze overname. Met deze ontwikkelingen kan de ACM daarom geen rekening houden bij haar beoordeling van de overname. Bron:...

Lees Verder
Presentatie boek Zo werkt de geneesmiddelenzorg
okt18

Presentatie boek Zo werkt de geneesmiddelenzorg

De wereld van de geneesmiddelen is complex. Voor huisartsen en apothekers zijn de verstrekkingen en voorwaarden, de registraties en routings, de wetgeving en weesgeneesmiddel bekend, maar probeer het maar eens goed uit te leggen aan anderen. Dat valt beslist niet mee. Dat hoeft niet meer, want alles staat helder toegelicht in het boek ‘Zó werkt de geneesmiddelenzorg.’ Deze uitgave wordt op 18 november a.s. officieel gepresenteerd.   Wie mogen geneesmiddelen maken, voorschrijven en verstrekken? Welke voorwaarden gelden voor apotheekbereidingen? Hoe lang duurt het gemiddeld om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? Hoeveel preferente geneesmiddelen zijn er? En wat bedoelen we met de sluis, add-ongeneesmiddelen en off-label gebruik? Zomaar wat onderwerpen die aan bod komen. Beeld en tekst In het boek wordt de wereld van de medicatie uitgelegd in meer dan 40 afbeeldingen en korte journalistieke teksten. Zodat iedereen kan weten hoe de complexe wereld van ontwikkeling, prijsstelling, registratie, verstrekking, vergoeding en veiligheid van geneesmiddelenzorg in elkaar zit. Bijeenkomst en programma Op maandagmiddag 18 november wordt Zó werkt de geneesmiddelenzorg officieel gepresenteerd in Nieuwspoort te Den Haag. Met deskundigen, platform- en specialpartners, de auteurs en andere betrokkenen wordt dit fraaie eindresultaat gevierd.   Op het programma staan: – De officiële presentatie van Zó werkt de geneesmiddelenzorg – In gesprek met interessante sprekers uit de sector – De Zó werkt de zorg – quiz Aanmelden Natuurlijk krijgen alle aanwezigen het boek mee naar huis. Wilt u erbij zijn? Laat het dan weten via info@zowerktdezorg.nl. Let op: Vanwege de beperkte beschikbaarheid, is de toegang niet...

Lees Verder
Gebruik van ketamine in uitgaanscircuit stijgt
okt18

Gebruik van ketamine in uitgaanscircuit stijgt

Ketamine wordt gebruikt tegen pijn of als narcosemiddel in de gezondheidszorg en diergeneeskunde. Het wordt daarnaast gebruikt voor recreatieve doeleinden, als zogenaamd (dissociatief) tripmiddel. Steeds meer jongvolwassenen gebruiken ketamine in het uitgaansleven. Het wordt dan meestal gesnoven, waarna na 5 tot 15 minuten het effect optreedt dat ongeveer een uur aanhoudt. Sinds 2015 is het aandeel incidenten op spoedeisende hulpposten meer dan verdubbeld. Gebruikers hadden daarbij met name last van angstklachten. Het Trimbos Instituut heeft een factsheet Ketamine uitgebracht, met veel achtergrondinformatie over het gebruik van dit middel. De effecten van ketamine zijn afhankelijk van de dosering, het lichaamsgewicht en de ervaring die iemand met het middel heeft. Bij ketamine treedt namelijk relatief snel gewenning op. Een hogere dosis is dan nodig om hetzelfde effect te bereiken. Effecten Waarom is het middel zo populair in het uitgaanscircuit? Vooral vanwege de milde, alcoholachtige, dromerige uitwerking, waarbij gebruikers euforisch, lacherig en ontspannen zijn. Dat is althans het gewenste effect. Ketamine zorgt ook voor dissociatieve effecten of een gevoelsmatige scheiding tussen lichaam en geest. Gebruik van ketamine is echter bepaald niet zonder gevaar. Wanneer een (te) hoge dosis ketamine wordt genomen, kunnen gebruikers een zogenoemde ‘K-hole’ ervaren. Ze kunnen zich dan niet bewegen en kunnen niet praten, lijken zich in een andere wereld te bevinden en omschrijven dat zij door een tunnel op weg zijn naar het licht. Sommigen hebben het gevoel (bijna) dood te gaan. Een overdosering ketamine kan coma en zelfs overlijden als gevolg hebben. Voor zover bekend komt een fatale overdosering gelukkig niet vaak voor, omdat het verschil tussen een ‘recreatieve’ dosering en een toxische dosering groot is. Het aantal sterfgevallen door het gebruik van ketamine is overigens niet bekend. Er bestaat in ons land geen verplichte registratie specifiek voor druggerelateerde sterfgevallen. Langdurig gebruik Bij langdurig en frequent gebruik van ketamine kunnen problemen aan de urinewegen ontstaan. Deze gaan soms gepaard met heftige buikpijnaanvallen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een aantal cognitieve functies (met name het geheugen) kan verslechteren. Het is nog niet bekend of deze afwijkingen blijvend zijn. Geneesmiddelenwet Vanwege de geneeskundige toepassingen valt ketamine onder de Geneesmiddelenwet. Zonder vergunning of doktersrecept is het produceren, verhandelen of in bezit hebben van ketamine strafbaar. Mogelijk is ketamine ook effectief bij de behandeling van therapieresistente depressie. Onderzoek hiernaar is nog...

Lees Verder
Goed gebruik antibiotica in de eerste lijn
okt17

Goed gebruik antibiotica in de eerste lijn

Antibiotica moet alleen worden voorgeschreven als dat echt noodzakelijk is. En dan het liefst alleen voor de bacterie die de infectie veroorzaakt. Zorgprofessionals weten dat en proberen zich daar veelal aan te houden. Echter: het gewenste antibioticum is niet altijd op voorraad. Patiënten krijgen dan een ander antibioticum, dat soms tegen meer soorten bacteriën werkt dan nodig is. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Daarin is gekeken of er belemmeringen zijn voor goed gebruik van antibiotica in de eerstelijnszorg. Het onderzoek is gericht op drie groepen van veelvoorkomende infectieziekten in de eerstelijnszorg: urineweginfecties, luchtweginfecties en huidinfecties Gepaste terughoudendheid De problematiek rondom antimicrobiële resistentie staat al jaren wereldwijd hoog op de agenda. De verspreiding van resistentie micro-organismen heeft aanzienlijke medische, sociale en economische consequenties. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse huisartsen terughoudend zijn in het voorschrijven van antibiotica. Door terughoudend gebruik van antibiotica en door het juiste antibioticum bij een infectie toe te passen, kan de resistentievorming worden beperkt. Dat gebeurt ook in de eerste lijn. Maar het kan nog beter. Regelmatig wordt antibiotica voorgeschreven terwijl daar volgens de richtlijnen geen indicatie voor is, zo blijkt uit onderzoek. Diagnostische tests Het algemene beeld is dat diagnostische tests belangrijk zijn om antibiotica rationeel te kunnen gebruiken. Om de juiste antibiotica te kunnen voorschrijven, is het belangrijk om te testen of een infectie wordt veroorzaakt door een bacterie of virus. Antibiotica werken namelijk niet als de infectie wordt veroorzaakt door een virus. In de behandelrichtlijnen is er ook voldoende aandacht voor diagnostiek en zorgverleners maken er passend gebruik van. Echter: als een patiënt ernstig ziek is, kan er niet altijd op de testuitslag worden gewacht en schrijven artsen gelijk een antibioticum voor. De tijd die nodig is voor een test, kan dus ook een belemmering vormen voor goed gebruik van antibiotica.  Beperkte beschikbaarheid Een andere belemmering is de beperkte of wisselende beschikbaarheid van antibiotica. Dit heeft als gevolg dat er soms een ander minder geschikt antibioticum voorgeschreven moet worden. Er zijn sinds 2017 allerlei maatregelen op nationaal niveau om de (gevolgen van) tekorten te beperken, ook van antibiotica. Tegengaan van antibioticaresistentie Er is nog geen klinische bewijsvoering voor de werkzaamheid van alternatieve producten (zoals cranberry-capsules tegen urineweginfecties) in de behandeling van bacteriële infecties. Deze kunnen dus ook niet worden ingezet om antibioticaresistentie verder tegen te gaan. De kansen in de strijd ten resistentie lijken vooral te zijn gelegen in onderzoek naar nieuwe diagnostische tests, het slimmer inzetten van bestaande antibiotica en de ontwikkeling van geneesmiddelen met een ander type werking dan antibiotica. Daarnaast is het belangrijk voor eerstelijns-zorgverleners om regionaal/lokaal het gebruik van antibiotica te monitoren en, op basis van spiegelinformatie over...

Lees Verder
Start kinkhoestvaccinatie voor zwangeren in december
okt14

Start kinkhoestvaccinatie voor zwangeren in december

Vanaf 16 december wordt de maternale kinkhoestvaccinatie opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Vanaf die datum kunnen zwangeren bij de JGZ de vaccinatie te halen. De vraag aan de verloskundig hulpverleners is om de zwangere hierover vanaf 2 december te informeren. Dan zijn de folders en posters bij alle praktijken geleverd en start er een publiekscampagne. De vaccinatie is met 22 weken, zodat prematuur geboren baby’s ook baat hebben van de vaccinatie. Verloskundige zorgverlenerDe verloskundige zorgverlener moeten zwangere vrouwen tussen de 14 en de 22 weken wijzen op de vaccinatie en een folder met uitnodigingsbrief geven. In komende maanden ontvangen verloskundigen een brief van het RIVM met meer achtergrondinformatie/factsheet en uitleg over de gang van zaken. Eind november worden de voorlichtingsmaterialen geleverd. Deze zijn dan ook bij te bestellen via de RIVM-site. E-learning voor huisartsen en verloskundigen Op de RIVM-site komt een gratis e-learning beschikbaar voor verloskundige zorgverleners en huisartsen. RIVM start een publiekscampagne om deze vaccinatie onder de aandacht te brengen. Die is vooral te zien op social media, en online magazines en platforms zoals van Ouders van Nu. De campagne start begin december en loopt vervolgens nog maanden door. Met 22 weken Het tijdstip van de vaccinatie is vervroegd van 28-32 weken naar 22 weken. Het voordeel hiervan is dat eventuele kwetsbare prematuur geboren baby’s ook baat hebben bij de vaccinatie. Er zijn geen nadelige effecten van vroeger vaccineren verwacht en bekend. VaccinatieschemaMet de invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie verandert ook het vaccinatieschema voor baby’s. De eerste vaccinatie kan meestal vervallen als de moeder is gevaccineerd. Baby’s krijgen dan een vaccinatie bij 3, 5 en 11 maanden. Als de moeder niet is gevaccineerd tijdens de zwangerschap krijgt de baby een vaccinatie bij 2, 3, 5 en 11...

Lees Verder