Hoop doet zweven
nov28

Hoop doet zweven

Recent was ik voor werk op Texel. Het zal een uur of zeven geweest zijn dat ik vanuit strandpaviljoen Paal 17 naar de ondergaande zon keek. In mijn zichtlijn zat een grijs bolletje met twee oren, hoorapparaat en grote kale plek waar ooit wel haar gezeten zal hebben. Wat er nog wel zat was pluizig. Er zat ook iets tegenover hem wat op een vrouw leek. Ze stonden op ‘standje zwijg’. Het kostte ze geen moeite op vakantie anderhalf uur niets tegen elkaar te zeggen. Een zwijghuwelijk heet zoiets, geloof ik. Mijn grootste angst. Maar soms begrijp je het wel. Vrouwen kunnen crèmes smeren wat ze willen, maar hier zie ik zelfs van een afstand dat het niet heeft geholpen. Ze zijn wellicht immuun voor de liefde geworden en bezweken onder de huwelijkse plichten of hoe zeg je dat netjes. Dat dit stel met de pont over mocht, is mij een raadsel. Om mij heen kijkend realiseer ik me dat dit het topje van de bejaardenberg is. Hier is voor Pia Dijkstra en haar donorwet binnenkort veel te halen. Ondertussen denk ik aan dat dunne randje cortex dat rest. Hoofdhaar wel te verstaan. Waarom groeit dat bij ons mannen het minst waar we het juist graag willen? Ik ken een cardioloog en hoor wel eens dat er bij een katheterisatie bij mannen een heel bos moet worden weggekapt. Ach, in gedachten zie ik ‘m al liggen: een wormpje dat al een eeuwigheid niet meer omhoog is gekomen. Ik moet er wel bij zeggen, dat ziekenhuis staat wel in het oosten van het land. Hier in de Randstad scheren we zo’n beetje alles weg en daarmee hebben we de schaamluis dakloos gemaakt. In Amsterdam pakken we dat nog frivoler aan. Daar zie je in het weekend mannen van 60 in een café doen alsof ze 25 zijn en een paringsdans oefenen… de volgende dag in de rij bij de GGD voor een SOA-test. Een mens is geen rationeel wezen. Zo was er deze zomer ophef bij restaurant het Olie Geultje in Burgstede. Je kijkt daar uit over de Oosterschelde. Prachtig uitzicht maar bereslecht eten. Oproer aan het strandje. Er lag een zeehond te sterven. Ouders en kinderen ontdaan, in tranen. De mensen van de dieren- ambulance werd agressief toegesnauwd waarom ze niet met een traumahelikopter waren gekomen. Toen de ambulance wegreed, vroeg een heftig snikkende vrouw aan mij: ‘Wat gaan ze nu met hem doen?’ Palliatief beleid, mevrouw. In werkelijkheid pakken ze uit het zicht van de menigte een hamer uit hun dieren EHBO-rugzak en slaan dat beest direct de hersens in. Althans dat hoop ik. Dat eindeloos oplappen en...

Lees Verder
Zo snel mogelijk ICS starten na diagnose ‘astma’
nov26

Zo snel mogelijk ICS starten na diagnose ‘astma’

De GINA-richtlijn van 2019 meldt de belangrijkste wijziging in astmabehandeling sinds dertig jaar: vanwege een verhoogd risico op exacerbaties beveelt deze toonaangevende richtlijn monotherapie met kortwerkende bèta-2-agonisten niet meer aan. Er moet altijd een inhalatiecorticosteroïde bij worden gegeven om dit risico te verlagen. Volgens de hernieuwde richtlijn van de Global Initiative for Asthma (GINA) voor volwassenen en kinderen vanaf vijf jaar is er sterk bewijs dat monotherapie met kortwerkende bèta-2-agonisten zoals salbutamol weliswaar kortdurende verlichting van astmasymptomen geeft, maar patiënten niet beschermt tegen ernstige exacerbaties. Regelmatig of frequent gebruik van deze middelen verhoogt zelfs het risico op exacerbaties. De richtlijn beveelt daarom nu aan om alle volwassenen en kinderen vanaf 12 jaar met astma te behandelen met inhalatiecorticosteroïden (ICS) om het risico op ernstige exacerbaties uit te sluiten. Bij personen met milde astma dient dit te gebeuren op geleide van symptomen (‘zo nodig’-gebruik) en bij ernstiger astma is een dagelijkse lage ICS-dosis aangewezen. De nieuwe aanbevelingen in de GINA-richtlijn vormen de meest ingrijpende wijziging in de behandeling van astma over de afgelopen dertig jaar. Deze nieuwe aanbevelingen vormen de weerslag van een twaalfjarige campagne van GINA om bewijs te verzamelen voor de verbetering van de behandeling van milde astma. Uitgangspunten daarbij waren verlaging van het risico op ernstige aan astma gerelateerde exacerbaties en sterfte. De GINA-richtlijn is weergegeven in de Pocket Guide die op zijn beurt weer een samenvatting is van het GINA-rapport over 2019, dat in zijn geheel te lezen is via www.ginasthma.org1. Astma Astma is een heterogene longziekte. Meestal is er sprake van een chronische luchtwegontsteking met aanvalsgewijs optredende bronchusobstructie als gevolg van toegenomen gevoeligheid van de luchtwegen voor allergische (Ig-E-gemedieerde) en niet-allergische prikkels (inspanning, rook, fijnstof, mist, kou, virusinfecties). Patiënten met astma hebben last van benauwdheid, piepende ademhaling, kortademigheid, hoest en energiegebrek2. Wereldwijd hebben zo’n 300 miljoen astmapatiënten astma. In Nederland kampen ongeveer 600.000 mensen met deze aandoening3. Over het algemeen wordt ervan uitgegaan dat 50 tot 75% van de astmapatiënten een milde vorm van astma heeft. Bij deze groep patiënten zijn de symptomen goed te beheersen met gebruik van SABA en een lage dosis ICS of een combinatie van ICS en formoterol. De wetenschappelijke inzichten rondom astmabehandeling zijn de afgelopen decennia verder verdiept. Er is hierdoor een brede range aan effectieve farmacotherapie voorhanden. Toch blijkt uit nationale en internationale cijfers dat de behandeling van astma relatief vaak suboptimaal is. In Nederland geldt dit bij een vijfde van de patiënten. Zorgelijk blijft het aantal gevallen van sterfte als gevolg van astma, 171 in 20182. Therapietrouw De therapietrouw bij ICS-onderhoudsmedicatie is laag: slechts een derde van de patiënten gebruikt dit volgens het voorschrift van de arts. Patiënten...

Lees Verder
Polyfarmacie is het thema van de bijwerkingenweek
nov26

Polyfarmacie is het thema van de bijwerkingenweek

De laatste week van november is de internationale ‘bijwerkingenweek’. Thema van dit jaar is polyfarmacie. Met als doel medicijngebruikers én zorgverleners bewust te maken van het belang van het melden van bijwerkingen, zeker als iemand meerdere medicijnen tegelijk gebruikt. Met als oproep: melden van bijwerkingen heeft zin, ook als ze in de bijsluiter staan. In ons land zijn medicijnautoriteit CBG en Bijwerkingencentrum Lareb initiators van de jaarlijkse campagne in het kader van de internationale bijwerkingenweek. Meer dan de helft van de Nederlanders gebruikt wel eens een medicijn op recept. En ruim een kwart van de inwoners gebruikt meer dan 5 medicijnen tegelijk. Vaak zijn dit ouderen en patiënten met chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten en diabetes. Polyfarmacie Het gebruik van meer medicijnen tegelijkertijd is dit jaar het thema van de bijwerkingenweek. Bij polyfarmacie kan het ene medicijn de werking van het andere medicijn beïnvloeden. Een voorbeeld is de combinatie van plaspillen met sommige pijnstillers, zoals ibuprofen of diclofenac (NSAID’s). Plaspillen zetten de nieren aan tot extra afvoer van vocht in het lichaam, terwijl ibuprofen en diclofenac de afvoer van vocht kunnen afremmen. Dit kan leiden tot extra bijwerkingen, zoals hartklachten. Zo’n volledig mogelijk beeld Meldingen van bijwerkingen dragen bij aan nieuwe of meer volledige informatie over medicijnen bij gebruik in de praktijk. Ton de Boer, voorzitter CBG: “Dit inzicht is essentieel om de veiligheid van medicijnen te bewaken. Op basis van informatie over bijvoorbeeld een nieuwe bijwerking, interacties tussen medicijnen of een opvallende toename in het aantal meldingen ondernemen we waar nodig actie, ook op Europees niveau.” Voorbeelden van dergelijke acties zijn het aanpassen van de informatie in de bijsluiter, het recept-plichtig maken van een medicijn en het actief verspreiden van risico-informatie. Melden Medicijngebruikers en zorgverleners kunnen een bijwerking of vermoeden daarvan melden bij Bijwerkingencentrum Lareb, via www.mijnbijwerking.nl. Afgelopen jaar zijn daar bijna 34.000 bijwerkingen gemeld. Bij het melden maakt het niet uit of het om een nieuwe of een bekende bijwerking gaat. Internationale bijwerkingenweek De internationale bijwerkingenweek is een jaarlijkse (social) mediacampagne waar dit jaar 57 landen aan meedoen, geïnitieerd door de Wereldgezondheidsorganisatie WHO.  Campagnematerialen Voor de campagne in ons land zijn een aantal zeer korte filmpjes ontwikkeld: Video algemeen Video ouderen Video...

Lees Verder
IJzeren Bruno
nov25

IJzeren Bruno

Minder dan 0,031 procent van de totale begroting, Bas. Dat is nodig om voor eens en altijd de boel vlot te trekken. Komt er eindelijk een einde aan het gedoe. Ja, het gaat niet goed met Feijenoord, Niels. Maar denk je echt dat die scorende middenvelder zo weinig kost om mee te draaien in de top van de eredivisie? Staan we straks toch nog te juichen op de Coolsingel! Zit je weer met je hoofd bij de bal, Bas. Die 0,031 procent van de totale zorgkosten van 88 miljard euro kost het om een einde te maken aan de tekorten aan geneesmiddelen. Kunnen apothekers en huisartsen eindelijk weer eens gewoon gaan zorgverlenen in plaats van eindeloos zoeken naar dat laatste doosje met de anticonceptiepil of een alternatief voor bumetanide. 28 miljoen voor een ijzeren voorraad van vijf maanden medicijnen, Niels. Maar vooral om een groot maatschappelijk probleem op te lossen. Geen nee-verkoop aan de balie, niet uren en dagen zoeken naar dat ene doosje, geen agressie aan de balie. Klinkt als een goed plan. Niks mis met dat plan van Bruno Bruins, Bas. Sinds 2010 is er sprake van oplopende tekorten en al jaren wordt gezocht naar en vooral gepraat over een oplossing. Nu zijn we 10 jaar verder en ligt er een voorstel dat in de kern door marktpartijen wordt gedragen. Alleen nog even afstemmen wie de rekening gaat betalen, Niels. De ministeriële inkt is nog niet droog of het grote wijzen naar elkaar is al begonnen: ‘ik ga dat niet betalen, dat moet jij maar doen. Nee, ik ook niet. Echt niet. En ik zeker niet.’ En zo gooien VWS, zorgverzekeraar, fabrikant, groothandel en apotheker de rekening over elkaars schutting.De discussie gaat niet alleen over wie de rekening betaalt, Bas. Grotere voorraad betekent grotere kans op verspilling en dus hogere kosten. Nu al worden er dagelijks ruim 4.500 verpakkingen vernietigd. Dat neemt alleen maar toe nu de schappen zich vullen met een voorraad van vijf maanden.Misschien is het een idee om een marktplaats voor overtollige medicijnen te starten, Niels? Kunnen apothekers onderling medicijnen uitwisselen zodat die niet worden vernietigd, maar gewoon gebruikt. Geen verspilling, maar wel lagere zorgkosten. Goed idee, Bas. Twee apothekers hebben hetzelfde plan en zijn inmiddels het platform PharmaSwap gestart waar in ieder geval al apothekers onderling medicatie kunnen verhandelen. Lees er alles over in deze uitgave. Dat scheelt. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de verspilling van geneesmiddelen op zo’n 100 miljoen per jaar wordt geschat. Mooie uitdaging voor PharmaSwap om ook de ijzeren voorraad bij groothandels én bij fabrikanten in het platform op te nemen en zo de verspilling nog verder tegen te...

Lees Verder
Meerwaarde van de gekoppelde glucosemeter nog goeddeels onbenut
nov25

Meerwaarde van de gekoppelde glucosemeter nog goeddeels onbenut

Labwaarden meten in de huisartspraktijk wordt dankzij de ontwikkelingen in Point of Care Testing (POCT) steeds gangbaarder. Wel is in glucosemeters nog een belangrijke slag te maken, want veel huisartspraktijken houden nog vast aan de consumentenmeters die hiervoor op de markt zijn. De overstap naar professionele gekoppelde meters biedt enorme voordelen. POCT zal zich steeds verder ontwikkelen in de eerste lijn. Het klinisch chemisch laboratorium van Maasziekenhuis Pantein in Beugen sorteerde hierop voor door via een pilot in achttien huisartspraktijken een POCT meter voor CRP, glucose en urine te plaatsen. Een zorgvuldig doorlopen traject, zo maakt Aldy Kuypers (klinisch chemicus en hoofd van het laboratorium) duidelijk: “We deden dit praktijk voor praktijk, want het kost tijd om de apparatuur in te richten in de huisartspraktijken, om de gebruikers te scholen en om de koppeling met het laboratorium tot stand te brengen. Iedere keer als een huisartspraktijk was geïmplementeerd, kon de volgende starten.” Na de pilot van twee maanden mocht de huisartsenpraktijk kiezen welke meters ze wilden behouden. Het bleek een aanpak die heel veel heeft opgeleverd, vertelt haar collega Lisette Ouwendijk, vakspecialist klinische chemie met aandachtsgebied POCT: “Doordat de huisarts snel de beschikking heeft over de juiste uitslag, kan hij handelen als de patiënt nog in de spreekkamer is.” Achterblijvende belangstelling Uit de pilot bleek dat de interesse voor de CPR-meters een succes was. In de urinestripmeters had veertig procent van de praktijken interesse, maar de interesse in de glucosemeter bleef ver achter. En dat is teleurstellend, vinden beiden. “De toegevoegde waarde van een professionele, gekoppelde glucosemeter is heel groot, maar die blijft nu dus goeddeels onbenut”, zegt Kuypers. “Ons vermoeden is dat dit komt omdat hiervoor een alternatief bestaat in de vorm van een makkelijk te verkrijgen consumentenmeter, met een eenvoudige bediening. Veel huisartspraktijken gebruiken die nog, en blijken moeilijk te bewegen om de stap te maken naar een professioneler alternatief. Terwijl het juist zo goed zou zijn als ze dit wel deden, want we streven ernaar om patiënten in de huisartspraktijk dezelfde kwaliteit zorg te bieden als in het ziekenhuis aanwezig is.” Dat kan ook heel goed, want het alternatief is gewoon voorhanden. “Feitelijk zijn er twee alternatieven”, verduidelijkt Ouwendijk, “een niet-gekoppelde en een gekoppelde professionele glucosemeter. Beide bieden een even goede meetkwaliteit, maar wij willen dat de gekoppelde meter de gouden standaard is en dat is niet voor niets. Het grote voordeel ervan is dat de meting die de huisarts doet, direct wordt opgeslagen in het patiëntdossier in zijn HIS én in het datasysteem van het laboratorium wordt opgenomen. Dit voorkomt dat de data handmatig in beide systemen moet worden ingevoerd, wat bij de ongekoppelde variant...

Lees Verder
Falen en opstaan
nov25

Falen en opstaan

“Ik ben heel vaak bang fouten te maken en deze niet op te merken, zo bang dat ik soms dan maar niets doe.” -Quote uit Foutenfestival 2018 georganiseerd door De Jonge dokter- Laatst werd ik uitgenodigd voor een selectiegesprek. Dit gesprek had ten doel mijn geschiktheid te testen, als durfal en visionair, voor een mogelijke bestuursfunctie. Tijdens dit gesprek werd mij gevraagd wat mijn visie was op wat zorgprofessionals nodig hebben in hun ‘leren en ontwikkelen’. Hier hoefde ik niet lang over na te denken. Gezien het rappe tempo van alle veranderingen in de zorg die tegenwoordig plaatsvinden en de uitdagingen waarmee ze te maken hebben, ben ik ervan overtuigd dat de belangrijkste uitdaging voor zorgprofessionals hun weerbaarheid is. Weerbaar zijn tegen nieuwe regels van de zorgverzekeraar of overheid, weerbaar tegen personeelswisselingen en -tekorten, weerbaar tegen boze en teleurgestelde patiënten en vooral weerbaar om de lol en energie in je werk te behouden. Door weerbaarheid van zorgprofessionals te stimuleren, worden ze autonoom en zitten ze zelf achter het stuur. Een manier om dit te doen is ze bewust te maken van het onbewuste. De bewustwording van automatische patronen die er door de jaren heen ingebakken zijn, maakt keuze voor nieuwe patronen mogelijk. Nieuwe patronen ontwikkel je door bijvoorbeeld zelfinzicht, kennis over gedrag(sverandering) en het leren organiseren van je eigen ontwikkeling. Veel zorgprofessionals kampen met onzekerheid en zijn, zoals geïllustreerd wordt in de bovenstaande quote van de jonge dokter, bang om fouten te maken. Zo bang, dat het verlammend werkt. Het is een utopie om te denken dat je geen fouten meer maakt. Zelfs de meest ervaren dokters maken ze nog steeds. Zo’n initiatief als het foutenfestival is een mooi voorbeeld van hoe we zorgprofessionals kunnen laten omgaan met fouten. Ook het deelnemen aan intervisie met vakbroeders zorgt voor herkenning en verbroedering en biedt daardoor nieuwe inzichten. Uit onderzoek blijkt dat ‘leren en ontwikkelen’ een belangrijke energiebron is voor zorgprofessionals. Als het resultaat hiervan is ‘vrijer over fouten durven praten’ en daardoor ‘durven falen’, dan slaan we twee vliegen in één klap. Met de selectiecommissie is het niets geworden, ze twijfelden aan mijn bestuurlijke sensitiviteit. Aan durf, overtuigingskracht en visie ontbrak het niet, maar of ik dan ook ‘het spel’ binnen zo’n bestuur kon spelen? Ik heb helaas het vuur in mijzelf niet goed kunnen beteugelen, ten bate van een bestuursfunctie. En ook al voelt dit als falen als je hoort dat men je niet geschikt vindt, ik neem deze ervaring mee in de rugzak, reflecteer op het gesprek, maak keuzes, herpak mezelf en ga weer...

Lees Verder
Marktplaats voor geneesmiddelen
nov25

Marktplaats voor geneesmiddelen

Minder verspilling van geneesmiddelen en een forse besparing op de zorgkosten. Apothekers Jelmer Faber en Piter Oosterhof willen er met het platform PharmaSwap voor zorgen dat apothekers medicijnen uitwisselen zodat die niet worden vernietigd. Het idee won daarmee onlangs de verkiezing Duurzame Zorgprofessional 2019. Ze zijn er nog steeds een beetje verbaasd over. Onlangs won hun idee voor een marktplaats voor duurdere geneemiddelen zowel de publieks- als de juryprijs tijdens de verkiezing Duurzame Zorgprofessional 2019. Het geldbedrag gaat meteen in het verder ontwikkelen van het digitale systeem om vraag en aanbod van medicijnen bij elkaar te brengen. Onnodige verspillingHet idee van Pharmaswap ontstond drie jaar geleden. Ook in de farmakolom werd steeds meer nagedacht over hoe er een eind kan komen aan de verspilling van medicatie. Patiënten, apothekers en leveranciers houden immers regelmatig medicatie over. Vanuit onderzoek weten we dat medicijnen door patiënten vaak niet goed bewaard zijn. Te koud, of juist te warm. Maar in de farmaceutische kolom gebeurt het bewaren van medicijnen volgens strenge wet- en regelgeving. Geneesmiddelen die houdbaarheidsdatum zijn gepasseerd worden weggegooid in de apotheek. Dat weggooien van deze geneesmiddelen is slecht voor het milieu, het is onnodige verspilling van grondstoffen en het kost ook nog eens onnodig veel geld. Terwijl de medicatie nog heel goed geschikt is voor de patiënt elders in het land. Circulaire economie Zonde, dachten Jelmer Faber, poliklinisch apotheker in het BovenIJ Ziekenhuis in Amsterdam, en Piter Oosterhof, collega in OLVG. Dat moet anders kunnen. Kunnen we die verspilling van medicatie en geld niet tegengaan? “In de praktijk van onze ziekenhuizen zagen we dat er sprake was van spillage. Medicijnen die volgens de wetgeving bewaard zijn gebleven en dus nog van uitstekende kwaliteit zijn moesten we na het verstrijken van de houdbaarheidsdatum weggooien. Dat is nu eenmaal de wet. Uit gesprekken met collega ziekenhuizen bleek dat dit probleem zich overal in Nederland voordoet: een overschot aan geneesmiddelen waarvoor op dat moment even geen patiënt is. Dus hebben wij de handschoen drie jaar terug opgepakt en zijn we in gesprek gegaan met ketenpartners in de farma. We hebben denk ik met iedereen gesproken. Het probleem werd erkend, de spillage was zichtbaar. Ook het ministerie van VWS zag het probleem, maar verwees ons door naar de beroepsgroep. De KNMP verwees ons weer door naar de industrie en de groothandel. De groothandels willen het niet terugnemen. Iedereen wees naar elkaar, maar ondertussen gebeurde er niets. Terwijl uit onderzoek blijkt dat de verspilling van geneesmiddelen op zo’n € 100 miljoen per jaar wordt geschat. Daar is dus heel veel winst te behalen. Toen we in gesprek kwamen met FLOOW2 ging het balletje al snel rollen.”...

Lees Verder
Transport van donorbloed en medicatie per drone
nov22

Transport van donorbloed en medicatie per drone

Door de toenemende filedruk is Nederland steeds minder goed bereikbaar. En dat heeft ook gevolgen voor de zorg, waar soms elke seconde telt. Zo worden traumahelicopters ingezet voor het vervoer van patiënten. Nu start er een driejarige pilot met de inzet van drones voor medische toepassingen. Daarbij gaat het om vaste corridors, van zorglocatie naar zorglocatie. Een consortium bestaande ANWB Medical Air Assistance, PostNL, Erasmus MC, Sanquin en technologiepartners KPN en Avy gaat onder de naam Medical Drone Service de mogelijkheden onderzoeken van de inzet van drones voor medische toepassingen. Spoedtransporten “Soms is er veel haast, zoals voor antibiotica-infusen die binnen een paar uur bij de patiënt moeten zijn. Jan-Dietert Brugma, apotheker bij Erasmus MC, is daarom enthousiast over drone delivery. Chantal van den Berg, communicatiemanager bij Sanquin sluit zich daarbij aan. “Maandelijks voeren we 100 zogenaamde A1 spoedtransporten uit, met zwaailicht en al. Dronebezorging is een interessante optie, die we graag samen willen gaan verkennen.” Logische vervolg Voor PostNL zit de meerwaarde van het project vooral in het onderzoeken van innovatieve transportoplossingen. Met deze oplossing wil ze de zelfredzaamheid van patiënten vergroten en tegelijkertijd de kosten in de hand houden door de logistiek te optimaliseren. Ook voor de ANWB is het logisch om aan te haken. Deze organisatie heeft al bijna 25 jaar ervaring met de inzet van traumaheli’s. Medische drones is een logisch vervolg daarop. Testvluchten De testvluchten worden uitgevoerd vanaf militair luchtvaartterrein Deelen. Het pilotproject omvat in verschillende fases. Eerst wordt er met een drone boven een beschermde testlocatie gevlogen, over een maximale afstand van 4 km. Daarna wordt boven dunbevolkt gebied van vaste locatie naar vaste locatie gevlogen. De laatste stap behelst vluchten van zorglocatie naar zorglocatie. Maximaal bereik van 100 km Avy en KPN zijn als technologiepartners betrokken bij het project. Avy levert de drone, een onlangs aangekondigd hybride toestel dat verticaal kan opstijgen en landen. De drone heeft een maximaal vliegbereik van 100 km en kan 1,5 kg aan lading meenemen. In de drone zit een speciaal compartiment dat geschikt is voor het vervoer van medische goederen.  Hiermee blijft de inhoud van het compartiment gedurende het vervoer te allen tijde stabiel. Uitdagingen zitten vooral in de veilige integratie van de drones met het reguliere luchtverkeer. Ervaring in andere landen In andere landen wordt al volop geëxperimenteerd met dronebezorging van donorbloed en medische hulpgoederen. In Antwerpen werd onlangs een eerste testvlucht uitgevoerd tussen twee ziekenhuizen, en in Zwitserland wordt er al enige tijd gevlogen met delivery drones. . Bron:...

Lees Verder
Subsidie voor therapietrouw-bevordering thuiswonende patiënten
nov21

Subsidie voor therapietrouw-bevordering thuiswonende patiënten

In een nieuwe subsidieronde van ZonMw staan projecten centraal die gericht zijn op het verbeteren van therapietrouw bij thuiswonende patiënten. Zeker interessant voor onder andere apothekers en huisartsen. De nadruk van deze call ligt op relatief eenvoudige oplossingen ter ondersteuning van goed gebruik van geneesmiddelen, die tevens gemakkelijk implementeerbaar zijn.  ZonMw denkt voor de subsidieaanvragen aan bestaande multidisciplinaire samenwerkingsverbanden in een wijk of beperkte regio (10-15 huisartspraktijken, enkele apotheken, thuiszorg en ziekenhuis). Het moet gaan om de invoering van een interventie die zijn nut bewezen heeft. Ook moeten betrokkenen willen onderzoeken hoe zo’n implementatie het beste kan worden uitgevoerd. ZonMw wil namelijk dat andere regio’s dergelijke initiatieven sneller kunnen invoeren. Koploperpositie Deze ronde richt zich op projecten waarbij patiëntenorganisaties, gezondheidscentra, apothekers, huisartsen, thuiszorg en/of ziekenhuizen betrokken zijn. Het gaat in deze ronde om al (bijna) bestaande samenwerkingsverbanden die een koploperpositie kunnen innemen. Twee fases Het traject bestaat uit twee fases. In fase 1 gaat het om een vooraanmelding (projectidee) met een korte schets van de proeftuin inclusief het uitvoerende samenwerkingsverband. Met een eerste schets van de implementatie van de interventie (beoogde setting, welke partijen te betrekken) en de haalbaarheid. Indieners ontvangen een besluit van ZonMw of men door mag naar fase 2. In fase 2 wordt een uitgewerkt voorstel verwacht, met een uitgebreide beschrijving van het plan van aanpak, de betrokken partijen, disseminatie en de begroting. Ondersteuning In deze eerste subsidieronde worden vier projecten geselecteerd die voldoen aan de vereisten. Per project is er maximaal € 200.000 subsidie beschikbaar. Er volgt nog een tweede ronde, maar het is nog niet bekend wanneer. De projecten worden intensief begeleid door het Make-It consortium, een samenwerkingsverband van experts op het gebied van therapietrouw, gedragsverandering en implementatie. Dit consortium begeleidt aanvragers vanaf het projectidee-fase tot aan de afronding, ontwikkelt het instrumentarium, evalueert de proeftuinen en ondersteunt in het verder verspreiden van de opgedane kennis. Gedetailleerde informatie Bent u geïnteresseerd en wilt u meer weten? Bekijk dan de volledige subsidieoproep met alle specifieke informatie over deze oproep. De deadline voor indiening van een subsidieaanvraag is 14 januari 2020, 14.00 uur. Geïnteresseerden worden sterk aangeraden om deel te nemen aan de informatiebijeenkomst op 4 december 2019 van 16.30 – 19.00 uur in de Jaarbeurs in Utrecht. Tijdens deze bijeenkomst krijgen deelnemers achtergrondinformatie over de vereisten, het proces en de inhoudelijke criteria voor de proeftuinen. In een interactieve workshop is ruimte om in kleine groepen de invulling van een potentiele proeftuin te bespreken met experts. Aanmelden voor de bijeenkomst kan tot uiterlijk 27 november 2019 via...

Lees Verder
Deelname huisartsen gevraagd voor internationaal Sjögren-onderzoek
nov19

Deelname huisartsen gevraagd voor internationaal Sjögren-onderzoek

Het Europese onderzoeksproject HarmonicSS is gericht op verbetering van de zorg voor patiënten met het primair syndroom van Sjögren (pSS). Nivel werkt daaraan mee. Ze zoekt huisartsen die inzicht willen geven in hun kennis op het gebied van Sjögren en die willen deelnemen aan een internationale workshop ter verbetering van de diagnostiek en behandeling van Sjögren-patiënten. Binnen het project wordt de kennis en ervaring van huisartsen op het gebied van Sjögren gebundeld. Het gaat om het in kaart brengen hoe huisartsen uit verschillende landen omgaan met de diagnostiek en behandeling van pSS-patiënten. Aanbevelingen Nivel heeft een vragenlijst ontwikkeld die ingaat op de inzichten van huisartsen over de behandeling. Met de uitkomsten van de vragenlijststudie zullen specialisten, beleidsmakers en onderzoekers die deelnemen aan dit project aanbevelingen opstellen ter verbetering van de zorg voor pSS-patiënten. Vragenlijst en workshop Nivel zoekt huisartsen vragenlijst willen invullen om zo inzicht te geven in hun kennis op het gebied van Sjögren. En die willen deelnemen aan een internationale workshop ter verbetering van de diagnostiek en behandeling van Sjögren-patiënten. Samen met EU-partners FIIBAP Madrid en Sant’ Anna School of Advanced Studies Pisa organiseert het Nivel een internationale workshop voor huisartsen, ter verbetering van de diagnostiek en zorg voor patiënten met het primair Sjögren-syndroom. De workshop vindt plaats bij het Nivel op zaterdag 18 januari 2020 van 10:00 tot 15:00 uur. Meer weten of deelnemen? Lees de uitnodiging voor deelname! Onderzoeksproject HarmonicSS HarmonicSS is een EU-gefinancierd project, waarin patiënten met het primaire syndroom van Sjögren (pSS) op regionaal, nationaal en internationaal vlak worden onderzocht. Met als doel om de behandeling te verbeteren en beleidsmakers te ondersteunen. Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn stelt routinematig geregistreerde elektronische gegevens over zorggebruik beschikbaar om vroegdetectiemodellen te ontwikkelen of populatieverschillen voor zeldzame ziekten zoals pSS te schatten. pSS is een onder-gediagnosticeerde, langdurige auto-immuunziekte die de vochtproducerende klieren van het lichaam aantast. Meer informatie over dit project staat op de...

Lees Verder