Subsidieronde Langdurige Zorg en Ondersteuning
jan30

Subsidieronde Langdurige Zorg en Ondersteuning

Het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning heeft een nieuwe subsidieoproep geopend. Het doel is om kennis op te doen over een praktijkkwestie in de langdurige zorg en ondersteuning, gericht op de relatie tussen cliënten, naasten en/of mantelzorgers en zorg- en ondersteuningsprofessionals. Het moet dus gaan om een kwestie die voortkomt uit de dagelijkse zorg- en ondersteuningspraktijk in de Wet Langdurige Zorg. De praktijkkwestie gaat over de relatie tussen de cliënt, naasten/mantelzorgers en de zorg- en ondersteuningsprofessionals. Deze kwestie wordt vertaald naar een passende onderzoeksvraag. En vervolgens wordt via praktijkgericht onderzoek gezocht naar antwoorden. Die opgedane kennis wordt vervolgens direct ingezet in de praktijk. Enkele voorbeelden Om het wat concreter te maken: denk bijvoorbeeld aan thema’s die bijdragen aan het verbeteren van de relatie tussen cliënt/mantelzorgers en zorg- en ondersteuningsprofessionals. Of een interventie die bijdraagt het aan verstevigen van de eigen regie. Of shared decision making. Andere thema’s kunnen zijn; de organisatie van zorg en ondersteuning t.b.v. de relatie tussen cliënt, naasten/mantelzorgers en zorg- en ondersteuningsprofessionals. Of het ontzorgen van mantelzorgers en/of naasten. Zo draagt het versterken van de relatie tussen cliënten, naasten/mantelzorgers en zorg- en ondersteuningsprofessionals bij aan de verbetering van kwaliteit van zorg, ondersteuning en het welbevinden van cliënten. Evenals aan de kennisinfrastructuur en de wisselwerking tussen theorie en praktijk van de langdurige zorg- en ondersteuningssector. Start met een projectidee Om in aanmerking te kunnen komen voor subsidie, moet eerst een projectidee worden ingediend. De deadline daarvoor is dinsdag 03 maart 2020 om 14.00 uur. Pas na een positief advies van de programmacommissie kan een uitgewerkte aanvraag worden ingediend. Samenstelling projectgroep Deze subsidieronde vraagt om een samenwerking tussen praktijk en onderzoek. Aanvragers vormen daarom een projectgroep die moet bestaan uit: – een kennisorganisatie; – een praktijkorganisatie; – (vertegenwoordiging van) cliënten; – (vertegenwoordiging van)  naasten/mantelzorgers; – zorg- en ondersteuningsprofessionals. Overige voorwaarden De doelgroep betreft zorgbehoevenden die vallen onder of gebruik maken van de Wet langdurige zorg. Er is € 2 miljoen beschikbaar voor projecten gericht op de Wlz extramuraal en € 4 miljoen voor projecten gericht op de Wlz intramuraal. Per project kan maximaal €300.000,- worden aangevraagd. Cofinanciering van minimaal 5%, in kind en/of in cash, is verplicht. De maximale looptijd van projecten is 36 maanden. De projecten dienen uiterlijk 1 december 2020 van start te gaan. Meer informatie Zie op de site van ZonMw alle informatie over deze subsidieoproep, waaronder voorwaarden en wijze van...

Lees Verder
Modernisering GVS heeft grote impact
jan29

Modernisering GVS heeft grote impact

De vergoedingen voor geneesmiddelen gaan naar beneden, zo vermeldt minister Bruno Bruins van medische zorg in een brief aan de Tweede Kamer. Daarin gaat hij in op zijn voornemens tot het moderniseren van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) en een herberekening van de vergoedingslimieten. En die voornemens hebben grote gevolgen, tot (hoewel vermijdbaar) eigen bijbetalingen aan toe. Bruins wil het GVS weer effectiever maken door een herberekening van de vergoedingslimieten, die nog dateren uit 1998. In de herberekening worden nieuwe geneesmiddelen en prijswijzigingen na 1998 meegenomen. Hiermee wil hij fabrikanten van relatief hoog geprijsde geneesmiddelen aanzetten tot het matigen van hun prijzen. Bijbetaling En dan volgt er een opvallende zin: namelijk: “Daar waar fabrikanten hun prijzen niet matigen maar een geneesmiddel boven de vergoedingslimiet prijzen, ontstaat een bijbetaling voor de patiënt. De patiënt kan er dan overstappen naar een vergelijkbaar geneesmiddel zonder bijbetaling.” Bruins beseft dat dit voor patiënten belastend kan zijn. Daarover schrijft hij: “Ik zou dat betreuren, want we mogen verwachten dat fabrikanten hun prijzen matigen. Maar als dat niet gebeurt, doe ik toch een beroep op patiënten, voorschrijvers en apothekers om zo bij te dragen aan betaalbare geneesmiddelenzorg.’  Vangnet De minister vindt het echter onwenselijk als patiënten niet in staat zijn om te wisselen naar een vergelijkbaar geneesmiddel zonder bijbetaling. Mede daarom wil de minister niet alleen een herberekening uitvoeren, maar het GVS ook moderniseren. Onderdeel daarvan is te komen tot een vangnet voor uitzonderlijke gevallen, waarin een patiënt om medische redenen alleen een geneesmiddel met een bijbetaling kan gebruiken. Dan hoeft de patiënt niet bij te betalen. Hij wil daartoe het begrip ‘medische noodzaak’ toepassen op de GVS-bijbetaling. Het wordt daarmee, ook na een herberekening, dus voor iedere patiënt mogelijk om een geneesmiddel zonder bijbetaling te kiezen. Bijbetalingen worden voor patiënten dus in principe vermijdbaar, aldus Bruins. Als er toch sprake is van GVS-bijbetalingen zijn deze dit jaar (t/m 31 december 2021) gemaximeerd op € 250 per patiënt per jaar om stapeling van eigen betalingen voor patiënten te beperken. Bijbetalingen vermijdbaar Bruins benadrukt nogmaals in zijn brief dat er in elk cluster tenminste één geneesmiddel zonder bijbetaling beschikbaar voor de patiënt. Indien de patiënt om medische redenen een geneesmiddel met bijbetaling moet gebruiken, vervalt door het vangnet de bijbetaling. ‘Bijbetalingen zijn dus, door de herberekening en dit vangnet, in principe voor iedere patiënt vermijdbaar na invoering van de modernisering in de tweede helft van 2021.’ Gevolgen in de uitvoering Om de modernisering van het GVS, inclusief de herberekening, goed te doen landen, zegt minister Bruins nauw op te trekken met patiëntenorganisaties, zorgverzekeraars, voorschrijvers en apothekers: ‘Zeker gezien de uitvoeringsgevolgen’. Want een herberekening kan tot gevolg hebben dat patiënten...

Lees Verder
Terugroepactie Picato
jan28

Terugroepactie Picato

Het geneesmiddel Picato 150 en 500 mcg/g gel wordt teruggeroepen bij de patiënt. Er zijn namelijk aanwijzingen dat gebruikers een verhoogd risico hebben op huidkanker. Door de schorsing van de handelsvergunning is Picato niet langer beschikbaar. In overleg met de voorschrijver kan worden overgestapt op een crème met imiquimod (Aldara en Zyclara) of fluorouracil (Efudix). Picato is een geneesmiddel tegen de huidaandoening actinische keratose. Dit zijn ruwe plekken op de huid, veroorzaakt door langdurige blootstelling van de huid aan de zon. Picato is een gel die patiënten eenmaal per dag gedurende drie dagen op de aangedane huid moeten aanbrengen. Uit onderzoek blijkt dat bij gebruikers van Picato vaker huidkanker voorkomt. Het is echter nog niet duidelijk of er ook een verband is met het gebruik van Picato.Het verband tussen het verhoogde risico op huidkanker en het gebruik van Picato wordt momenteel onderzocht. In afwachting van de resultaten heeft het Europees medicijnagentschap (EMA) de handelsvergunning van Picato geschorst.   Actie door apothekers Apothekers worden verzocht om: – De voorraad te controleren op aanwezigheid van verpakkingen Picato en deze in quarantaine te plaatsen; – Na te gaan bij patiënten of zij een verpakking in hun bezit hebben, en zo ja, dit in overleg met de voorschrijver om te ruilen voor een passend alternatief. – Alle aanwezige verpakkingen (zowel onaangebroken als aangebroken) te retourneren via de groothandel. Originele Nederlandse producten van LEO Pharma kunnen ook via Movianto worden geretourneerd. Patiëntenvragen Mensen die deze middelen gebruiken, kunnen met vragen contact opnemen met hun apotheek of hun behandelend arts. Voor vragen waarmee ze niet terecht kunnen bij deze zorgverleners, kunnen ze contact opnemen met het Landelijk Meldpunt Zorg. Meer informatie Op de site van de KNMP staat meer informatie die van belang is voor deze terugroepactie. Onder andere een voorbeeldbrief voor het contact van een apotheker met een patiënt, en een SFK-search. Bronnen: IGJ, CBG en...

Lees Verder
Leer meer over eenheid van taal in de zorg
jan27

Leer meer over eenheid van taal in de zorg

Op 13 februari a.s. is er een symposium over SNOMED. Dit betreft het internationals terminologiestelsel, waarin reeds ruim 150.000 medische termen in het Nederlands beschikbaar zijn. Want eenheid van taal is de basis voor gegevensoverdracht in de zorg, zowel tussen zorgverleners onderling als tussen zorgverleners en patiënten. SNOMED is een van de standaarden die gaat worden gebruikt bij het opstellen van de persoonlijke gezondheidsomgeving (PGO). Patiënten kunnen de informatie in hun gezondheidsomgeving beter begrijpen doordat medische termen uit SNOMED direct gekoppeld zijn aan een patiëntvriendelijke term. Zorgverleners moeten dus van dit systeem op de hoogte zijn. Hoe kun je efficiënt gebruik maken van dit stelsel van medische termen met de bijbehorende synoniemen? Leer daar meer over tijdens het symposium. Informatieoverdracht Het gebruik van dit systeem is een van de randvoorwaarden die nodig zijn voor het verder uitvoeren van digitale uitwisseling volgens het MedMij-afsprakenstelsel. SNOMED gaat ook een belangrijke rol bij spelen is de digitale overdracht van patiëntgegevens (eOverdracht). Bijvoorbeeld bij ontslag uit het ziekenhuis met informatieoverdracht naar de wijkverpleegkundige of de huisarts. Het is daarbij uiteraard van groot belang dat alle beroepsgroepen in de eerste en in de tweede lijn dezelfde aanduidingen gebruiken voor bepaalde behandelingen. Dat is nu beslist nog niet altijd het geval en met SNOMED wordt dat dus meer gelijk getrokken. Inzet zorgverleners Succesvol gebruik en effect van SNOMED is vooral afhankelijk van de inzet van zorgverleners, die het systeem moeten vullen. En dat is nog geen sinecure. Daarom is hun deelname aan het symposium zeer gewenst. Meer informatie Kijk hier voor alle informatie over het symposium. Kijk hier voor alle informatie over de ontwikkeling van SNOMED. Nictiz organiseert het symposium in samenwerking met: CMIO Netwerk, CNIO Netwerk, FMS (Federatie Medisch Specialisten), InEen, NFU (Nederlandse Federatie van Universitair Medisch Centra), NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap), NVZ (Nederlands Vereniging van Ziekenhuizen), Patiëntfederatie Nederland, V&VN, ministerie van VWS, Zorgverzekeraars...

Lees Verder
Gedragscode farmaceutische industrie: stap naar méér
jan23

Gedragscode farmaceutische industrie: stap naar méér

Afgelopen week is de gedragscode farmaceutische industrie overhandigd aan minister Bruins van Medische Zorg. ‘Een schitterend document, een mijlpaal in onze geschiedenis’, volgens Aarnoud Overkamp, voorzitter van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. Er zijn echter ook andere geluiden te horen. Minister Bruins stelt dat het goed is dat deze code er is, maar vindt dat deze nu nog tekort schiet. De code vermeldt namelijk niets over maatschappelijk verantwoorde prijzen en transparantie over de opbouw van de prijs. “Die mis ik”. Ook Andre Rouvoet en voorzitter van het Adviescollege dat toezicht houdt op de code, merkt op dat de “code nog wel een paar tandjes scherper moet.” In de code met in totaal 38 gedragsregels gaat het in geen enkel opzicht over de hoge prijzen van nieuwe medicijnen. Ook is er niets opgenomen over hete hangijzers zoals het zo lang mogelijk vasthouden van patenten en octrooien. Evenmin over het aanvragen marktexclusiviteit voor al langer bestaande middelen, waarna de prijs exorbitant wordt verhoogd, zoals het geval was bij CDCA. Verdergaande spelregels Bijna cynisch wordt wel gezegd dat de code weinig meer inhoudt dan dat de farmaceutische industrie in fraaie bewoordingen toezegt zich te houden aan de bestaande wet- en regelgeving. Maar dat moest ze uiteraard al. Terwijl de spelregels in de code juist verder moeten, stelt Rouvoet. “Zodat we een volgende keer dat zoiets voorbij komt, dat beet kunnen pakken en kunnen zeggen: nee, zo moet het niet. Die concretisering moet er op een aantal punten echt nog in.” Geneesmiddelentekort Overkamp zegt ter verdediging dat bindende afspraken over het prijsbeleid van de veertig aangesloten bedrijven niet mogelijk zijn. Niet alleen omdat het niet mag vanwege de mededingingsautoriteit, maar ook omdat internationale hoofdkantoren deze doorgaans bepalen. “De branchevereniging kan weinig vinden van individueel prijsbeleid”, stelt hij vast. Overigens is er in de code wel een artikel opgenomen dat de aangesloten bedrijven verplicht om jaarlijks te rapporteren hoeveel zij uitgeven aan onderzoek en ontwikkeling van geneesmiddelen in Nederland. Met een ander artikel zeggen de fabrikanten toe hun beleid erop te richten om geneesmiddelen duurzaam beschikbaar te hebben en te houden en geneesmiddelentekorten te voorkomen. Nog zo’n heet hangijzer, maar waarover de code wel iets meldt. Op naar een verbeterde versie Het is duidelijk; de code waaraan twee jaar is gewerkt en die een eind moet maken aan de maatschappelijke onvrede over de houding van farmabedrijven, is daarin niet geslaagd. Althans: deze versie niet. Minister Bruins geeft nadrukkelijk aan dat hij vindt dat in een code voor farmaceutische bedrijven iets hoort te staan over goede medicijnen voor redelijke prijzen. De transparantie over hoe de prijzen van geneesmiddelen tot stand komen, is volstrekt onvoldoende. Nog voordat...

Lees Verder
Medicijnen op maat: apotheken bieden dna-test
jan21

Medicijnen op maat: apotheken bieden dna-test

Medicatie op maat: een mooie kreet, maar het is zeker nog geen dagelijkse praktijk. Het gebruik van de farmacogenetische test staat nog in de kinderschoenen. Daarmee wordt een dna-analyse gemaakt, waarin het vermogen van de lever wordt vastgesteld om specifieke geneesmiddelen af te breken of om te zetten in werkzame stoffen. Met de farmacogenetische test kan dus worden bepaald welke geneesmiddelen, in welke specifieke doses, individueel het beste werken. Alphega en Boots apotheken bieden dit sinds kort aan. Uit onderzoek blijkt dat tien tot twintig procent van alle patiënten het risico loopt dat medicijnen niet goed werken omdat hun lever ze anders afbreekt. Dat kan zeer ernstige en soms zelfs levensbedreigende gevolgen hebben. Deze mensen hebben meer of juist minder dan de standaard dosis nodig. Een farmacogenetische test kan uitsluitsel geven om te bepalen welk geneesmiddel geschikt is en in welke dosering. Na ziekenhuizen nu ook apotheken Ziekenhuizen maakten de afgelopen jaren gebruik van dna-testen voor medicijngebruik en hoewel het nog zeker geen gemeengoed is, neemt aantal gestaag toe. Het Leids Universitair Medisch Centrum startte twee jaar terug als eerste ziekenhuis in Nederland met het preventief opslaan van dna-profielen om het medicijngebruik te verbeteren. Het is echter niet gebruikelijk dat apotheken dna-testen aanbieden. Alphega apotheken bieden als eerste deze extra service aan. Dna-paspoort Wangslijm van een patiënt wordt opgestuurd naar een laboratorium in de Verenigde Staten, waar dna-analyse wordt gemaakt. De privacy is daarbij uiteraard gewaarborgd. Het dna-monster is gekoppeld aan een nummer, zodat er geen patiëntgegevens bekend zijn. Na een paar dagen krijgen de apotheken een dna-paspoort. Daarin is vastgesteld wat het vermogen van de lever is om specifieke medicijnen af te breken of om te zetten in werkzame stoffen. Met deze test kunnen de apothekers voor een patiënt bepalen welke geneesmiddelen in welke dosering het beste werken. Alleen na uitdrukkelijke toestemming van de patiënt worden de gegevens gedeeld, bijvoorbeeld met de huisarts. Samenwerking met huisarts Die samenwerking met de huisarts noemt Ron van Schaik, hoogleraar farmacogenetica Erasmus MC, van groot belang. Dat zal ook wel plaatsvinden. Want voorlopig worden deze tests alleen door verzekeraars vergoed als de huisarts ze aanvraagt. Doet een apotheek dat zonder afstemming met de huisarts, dan moet de patiënt zelf betalen. Bronnen: Alphega apotheek, De Gelderlander, De...

Lees Verder
Geneesmiddelentekort neemt nog steeds sterk toe
jan21

Geneesmiddelentekort neemt nog steeds sterk toe

Opnieuw dramatische cijfers over het geneesmiddelentekort in ons land. Deze is namelijk in 2019 bijna verdubbeld! Dat is de trieste uitkomst van een inventarisatie door KNMP Farmanco. De tekorten liepen vorig jaar op naar 1492. In 2018 was dat aantal nog 769. Patiënten, apothekers en andere zorgverleners ondervinden hier vanzelfsprekend dagelijks enorme hinder van. De tekorten ontstonden vooral bij crèmes, zalven en lotions voor huidaandoeningen, bloeddrukverlagers en geneesmiddelen voor behandeling van maagklachten, zoals ranitidine. Deze worden door grote patiëntengroepen gebruikt. Zie voor een overzicht van de tekorten de infographic. Oorzaken De almaar oplopende geneesmiddelentekorten hebben diverse oorzaken. Dat kunnen problemen zijn in de keten met productie, distributie en kwaliteit. Maar er zijn ook economische redenen aan te wijzen. Zodra na een tekort de productie weer op gang komt, staat Nederland achteraan de rij. Ons land is namelijk geen aantrekkelijk afzetgebied, vanwege door de lage prijzen voor fabrikanten en het beperkte inwoneraantal. Zie ook de video op de NOS-site met toelichting waarom een medicijn soms op is. Of bekijk de uitzending van radar tros van 20 januari jl. over dit probleem. Mogelijke oplossingen Wat kunnen oplossingen zijn? In ieder geval het plan van de minister van VWS om ijzeren voorraden aan te leggen, zo stelt de KNMP. Voorts is ze er een voorstander van de productie van geneesmiddelen terug te halen naar Europa. ‘In beide gevallen vergt dat investeringen’, stelt KNMP-voorzitter Prins. ‘En het kost tijd. Het aanleggen van ijzeren voorraden kan binnen een paar jaar worden geregeld. Het produceren in Europa vraagt om meer geduld. De beweging richting China en India werd ook niet op een dag gemaakt. We zijn nu erg afhankelijk geworden van deze verre landen.’ Een derde optie is wat betreft de KNMP een modernisering van het inkoopbeleid. ‘Bij zulke lage prijzen kunnen meerdere middelen voor langere tijd als preferent worden aangewezen.’ KNMP Farmanco houdt al zestien jaar statistieken bij over geneesmiddelentekorten in Nederland. Indien een geneesmiddel gedurende minimaal 14 dagen landelijk niet verkrijgbaar is, noteert Farmanco een nieuw tekort voor het jaarlijkse overzicht. Bronnen: KNMP en...

Lees Verder
Publieke sector steeds vaker financiële rol in medicijnontwikkeling
jan16

Publieke sector steeds vaker financiële rol in medicijnontwikkeling

De publieke sector speelt een steeds grotere rol in de financiering van de ontwikkeling van nieuwe medicijnen in het latere stadium. In het beginstadium vindt financiering vaak plaats door overheidsinstellingen of semioverheidsinstellingen. In een later stadium, zoals in een klinische trial, heeft veelal de farmaceutische industrie een belangrijk aandeel in de financiering. Echter: er lijkt een trend gaande te zijn, waarbij de publieke sector (zoals universiteiten en academische ziekenhuizen) ook de ontwikkeling in een later stadium voor een groot aandeel financiert.  Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat recent is gepubliceerd in het BMJ. De onderzoekers hebben daarbij alle medicijnen meegenomen die de Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) in periode 2008-2017 heeft goedgekeurd. Ze hebben onder ander gekeken naar de totstandkoming van de patenten waarop de medicijnen zijn gebaseerd. Als een patent in bezit was van een onderzoeksinstelling uit de publieke sector – zoals universiteiten en academische ziekenhuizen – of wanneer financiering door zo’n instituut werd genoemd, beschouwden ze het medicijn als gefinancierd door de publieke sector. Ze rekenden ook de spin-offs van deze instituten die zijn gebaseerd op dezelfde technologie of innovatie van een medicijn tot de publieke sector. Uitkomsten Dat leidde tot de volgende uitkomsten. Van de 248 goedgekeurde medicijnen in de periode van 2008 – 2017 was 25% gefinancierd door de publieke sector in een laat stadium van de ontwikkeling. Dit betrof voor 19% de onderzoeksinstituten zelf en voor 6% spin-offs van een van deze onderzoeksinstituten. Dit aandeel is groter dan de decennia daarvoor. Daarnaast bleek dat medicijnen gefinancierd door de publieke sector een grotere kans hadden op goedkeuring van de FDA, dan de medicijnen die de farmaceutische industrie financierde: 68% versus 47%. Bron:...

Lees Verder
Bloedserieus
jan15

Bloedserieus

“Zullen we een foto maken bij deze uil?” Ineke van Seumeren staat in de tuin van haar huis in Utrecht. In haar werkende leven was ze gynaecoloog. Ze gaat lachend achter de uil staan. Toeval of niet, een betere metafoor had ze niet kunnen kiezen. Uil, symbool van wijsheid. Nachtvogel met een groot gezichtsveld, goede oren en een scherpe blik. Het is dezelfde wijze blik die Ineke heeft voor de maatschappelijke kant van haar vak. Ineke: “Ik vind het heel belangrijk dat meisjes en vrouwen zelfbeschikkingsrecht hebben. Dat zij zelf kunnen beslissen en keuzes niet worden opgedrongen door anderen. Ook al ben ik met pensioen, ik ben en blijf strijdvaardig. Dat zit gewoon in me.” In 1971 rondde je je studie geneeskunde af. Vanwaar de keuze voor gynaecologie? Ineke: “Ik wilde eerst tropenarts worden, in de voetsporen van Albert Schweitzer. Een romantisch en avontuurlijk beeld maar het werd toch gynaecologie. Ik hou van het beschouwende, van maatschappelijke relevantie en van het chirurgische gedeelte. Bovendien had ik tijdens mijn studie geneeskunde een fantastische hoogleraar gynaecologie. Die man was een voorbeeld voor mij. Mijn opleidingsplaats tot gynaecoloog heb ik in het academisch ziekenhuis in Utrecht gevolgd. De hoogleraar verbond hier echter wel een voorwaarde aan: ‘zwanger worden tijdens de opleiding kan niet!” Wat een heftige voorwaarde? “Zeker. Nu vind ik het jammer maar toen stond ik er minder bij stil. Ik had geen partner en werkte de klok rond. Misschien heb ik daardoor wel meer dingen kunnen bereiken. Later werden collega’s wel zwanger tijdens hun opleidingsperiode. Het hoorde bij de tijd maar ‘die goede oude tijd’ was echt niet altijd goed.” Toen je eenmaal gynaecoloog was, was het zoals je bedacht had? “Het is een prachtig vak. Het bestrijkt het gehele vrouwenleven. Van geboorte tot overlijden; menstruatie, zwangerschap, menopauze, verzakkingsproblemen en kwaadaardige aandoeningen. Het komt allemaal voorbij. Ik heb altijd veel tijd genomen voor patiënten zodat ik me een goed beeld kon vormen van de klachten maar ook van de achtergrond van een patiënt. Tegenwoordig is het een stuk zakelijker. Er is meer tijdsdruk en alles verloopt volgens protocol. Ik begrijp wel dat protocollen nodig zijn maar kost wat kost eraan vasthouden was voor mij taboe. Niet iedereen past in dezelfde mal.” In 1998 ben je weer fulltime in het UMC gaan werken, specialisatie in kinder- en jeugdgynaecologie. Het is de tijd waarin je de maagdenpil ontwikkelde. Hoe kijk je daarop terug? “Tijdens het spreekuur kind- en jeugd gynaecologie, zag ik kinderen van 0 tot 16 jaar. Kinderen met aangeboren afwijkingen, eetstoornissen, misbruik- en menstruatieproblemen, de gevolgen van besnijdenissen maar ook meisjes die geen maagd meer waren en mij vroegen hun...

Lees Verder
2020… ‘Het jaar van Bruno Bruins’
jan13

2020… ‘Het jaar van Bruno Bruins’

Uw inwerkperiode als minister van VWS is nu echt wel voorbij. Over twee jaar zijn er verkiezingen en dat betekent dat het volgend jaar tijd is om tot executie te komen van uw overtuigende politieke ambities en visie op een toekomstbestendige zorg. In de voorliggende periode heeft u natuurlijk een scherp inzicht ontwikkeld in welke systeemfouten er in de zorg zijn geslopen. U erkent vanzelfsprekend dat de instituties, inclusief VWS zelf, hyperventilerend boven op de zorgrots zijn blijven zitten en daarmee het zorginfarct in stand houden. Natuurlijk bent u inmiddels ook de mening toegedaan dat de staatgereguleerde prijzen in de zorg niets met marktwerking te maken hebben. De wet normering topinkomens heeft karaktertrekken die doen denken aan het Kremlin. Winst maken in de zorg is door het Kabinet tot taboe verheven en daarmee is de schop aan de wortel van ondernemerschap gezet. Het is velen dan ook een raadsel hoe wij het systeem van deze overgereguleerde markt toch marktwerking zijn blijven noemen. Naar wij vernemen, is het verbijsterend hoe de zorgverzekeraars zoveel macht hebben opgedrongen gekregen welke niet heeft geleid tot keuzevrijheid, opheffen van de wachttijden, dalende prijzen en het belangrijkste… inzicht in kwaliteit. Er is een enorme regelgeving die uniek is voor de zorg. U kunt daar niet trots op zijn. Niet alleen zorgkantoren spelen zorgaanbieders met regelmaat tegen elkaar uit. Zorgplafonds zijn aan de orde van dag, maar staan natuurlijk haaks op het zo gewenste medisch ondernemerschap. Met alle externe en interne regelgeving is het maar de vraag of de arts in de spreekkamer met de eed van Hippocrates zonder last of ruggespraak zelf de regisseur is in het professioneel handelen. Maar nog lastiger voor u is hoe om te gaan met twee pagina’s embryonaal geprevel uit het regeerakkoord. Het advies: breng het in stemming op zondag, want dan letten ze toch niet op. Ondertussen zijn budgetten in de zorg uw eigen heilige graal geworden. Maar elke minister die het woord waarde alleen in termen van geld weet te duiden, ontkent daarmee de feitelijke betekenis van zorg. Uw hoofdlijnenakkoorden lijken vooral budgettaire kaders te borgen om uw collega minister van Financiën te behagen, maar zijn natuurlijk gebrek aan vertrouwen in de operatiemodus van de zorgprofessional. Ondanks al uw bestuurlijke bemoeienis zal de begroting binnenkort de 100 miljard overstijgen. Voor de duidelijkheid: elk jaar weer. Dit zijn 33 x de kosten van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. De beheersbaarheid van het zorgdossier vereist een adequate aanpak, daadkracht en politieke visie van u en van de Tweede Kamer. Dit omdat anders het koekoeksjong, welke velen zo dierbaar is, wreed verstoten zal worden. Beste Bruno, op straffe van een half jaar...

Lees Verder