Medicijnen op maat: apotheken bieden dna-test
jan21

Medicijnen op maat: apotheken bieden dna-test

Medicatie op maat: een mooie kreet, maar het is zeker nog geen dagelijkse praktijk. Het gebruik van de farmacogenetische test staat nog in de kinderschoenen. Daarmee wordt een dna-analyse gemaakt, waarin het vermogen van de lever wordt vastgesteld om specifieke geneesmiddelen af te breken of om te zetten in werkzame stoffen. Met de farmacogenetische test kan dus worden bepaald welke geneesmiddelen, in welke specifieke doses, individueel het beste werken. Alphega en Boots apotheken bieden dit sinds kort aan. Uit onderzoek blijkt dat tien tot twintig procent van alle patiënten het risico loopt dat medicijnen niet goed werken omdat hun lever ze anders afbreekt. Dat kan zeer ernstige en soms zelfs levensbedreigende gevolgen hebben. Deze mensen hebben meer of juist minder dan de standaard dosis nodig. Een farmacogenetische test kan uitsluitsel geven om te bepalen welk geneesmiddel geschikt is en in welke dosering. Na ziekenhuizen nu ook apotheken Ziekenhuizen maakten de afgelopen jaren gebruik van dna-testen voor medicijngebruik en hoewel het nog zeker geen gemeengoed is, neemt aantal gestaag toe. Het Leids Universitair Medisch Centrum startte twee jaar terug als eerste ziekenhuis in Nederland met het preventief opslaan van dna-profielen om het medicijngebruik te verbeteren. Het is echter niet gebruikelijk dat apotheken dna-testen aanbieden. Alphega apotheken bieden als eerste deze extra service aan. Dna-paspoort Wangslijm van een patiënt wordt opgestuurd naar een laboratorium in de Verenigde Staten, waar dna-analyse wordt gemaakt. De privacy is daarbij uiteraard gewaarborgd. Het dna-monster is gekoppeld aan een nummer, zodat er geen patiëntgegevens bekend zijn. Na een paar dagen krijgen de apotheken een dna-paspoort. Daarin is vastgesteld wat het vermogen van de lever is om specifieke medicijnen af te breken of om te zetten in werkzame stoffen. Met deze test kunnen de apothekers voor een patiënt bepalen welke geneesmiddelen in welke dosering het beste werken. Alleen na uitdrukkelijke toestemming van de patiënt worden de gegevens gedeeld, bijvoorbeeld met de huisarts. Samenwerking met huisarts Die samenwerking met de huisarts noemt Ron van Schaik, hoogleraar farmacogenetica Erasmus MC, van groot belang. Dat zal ook wel plaatsvinden. Want voorlopig worden deze tests alleen door verzekeraars vergoed als de huisarts ze aanvraagt. Doet een apotheek dat zonder afstemming met de huisarts, dan moet de patiënt zelf betalen. Bronnen: Alphega apotheek, De Gelderlander, De...

Lees Verder
Geneesmiddelentekort neemt nog steeds sterk toe
jan21

Geneesmiddelentekort neemt nog steeds sterk toe

Opnieuw dramatische cijfers over het geneesmiddelentekort in ons land. Deze is namelijk in 2019 bijna verdubbeld! Dat is de trieste uitkomst van een inventarisatie door KNMP Farmanco. De tekorten liepen vorig jaar op naar 1492. In 2018 was dat aantal nog 769. Patiënten, apothekers en andere zorgverleners ondervinden hier vanzelfsprekend dagelijks enorme hinder van. De tekorten ontstonden vooral bij crèmes, zalven en lotions voor huidaandoeningen, bloeddrukverlagers en geneesmiddelen voor behandeling van maagklachten, zoals ranitidine. Deze worden door grote patiëntengroepen gebruikt. Zie voor een overzicht van de tekorten de infographic. Oorzaken De almaar oplopende geneesmiddelentekorten hebben diverse oorzaken. Dat kunnen problemen zijn in de keten met productie, distributie en kwaliteit. Maar er zijn ook economische redenen aan te wijzen. Zodra na een tekort de productie weer op gang komt, staat Nederland achteraan de rij. Ons land is namelijk geen aantrekkelijk afzetgebied, vanwege door de lage prijzen voor fabrikanten en het beperkte inwoneraantal. Zie ook de video op de NOS-site met toelichting waarom een medicijn soms op is. Of bekijk de uitzending van radar tros van 20 januari jl. over dit probleem. Mogelijke oplossingen Wat kunnen oplossingen zijn? In ieder geval het plan van de minister van VWS om ijzeren voorraden aan te leggen, zo stelt de KNMP. Voorts is ze er een voorstander van de productie van geneesmiddelen terug te halen naar Europa. ‘In beide gevallen vergt dat investeringen’, stelt KNMP-voorzitter Prins. ‘En het kost tijd. Het aanleggen van ijzeren voorraden kan binnen een paar jaar worden geregeld. Het produceren in Europa vraagt om meer geduld. De beweging richting China en India werd ook niet op een dag gemaakt. We zijn nu erg afhankelijk geworden van deze verre landen.’ Een derde optie is wat betreft de KNMP een modernisering van het inkoopbeleid. ‘Bij zulke lage prijzen kunnen meerdere middelen voor langere tijd als preferent worden aangewezen.’ KNMP Farmanco houdt al zestien jaar statistieken bij over geneesmiddelentekorten in Nederland. Indien een geneesmiddel gedurende minimaal 14 dagen landelijk niet verkrijgbaar is, noteert Farmanco een nieuw tekort voor het jaarlijkse overzicht. Bronnen: KNMP en...

Lees Verder
Publieke sector steeds vaker financiële rol in medicijnontwikkeling
jan16

Publieke sector steeds vaker financiële rol in medicijnontwikkeling

De publieke sector speelt een steeds grotere rol in de financiering van de ontwikkeling van nieuwe medicijnen in het latere stadium. In het beginstadium vindt financiering vaak plaats door overheidsinstellingen of semioverheidsinstellingen. In een later stadium, zoals in een klinische trial, heeft veelal de farmaceutische industrie een belangrijk aandeel in de financiering. Echter: er lijkt een trend gaande te zijn, waarbij de publieke sector (zoals universiteiten en academische ziekenhuizen) ook de ontwikkeling in een later stadium voor een groot aandeel financiert.  Dat blijkt uit Amerikaans onderzoek dat recent is gepubliceerd in het BMJ. De onderzoekers hebben daarbij alle medicijnen meegenomen die de Amerikaanse FDA (Food and Drug Administration) in periode 2008-2017 heeft goedgekeurd. Ze hebben onder ander gekeken naar de totstandkoming van de patenten waarop de medicijnen zijn gebaseerd. Als een patent in bezit was van een onderzoeksinstelling uit de publieke sector – zoals universiteiten en academische ziekenhuizen – of wanneer financiering door zo’n instituut werd genoemd, beschouwden ze het medicijn als gefinancierd door de publieke sector. Ze rekenden ook de spin-offs van deze instituten die zijn gebaseerd op dezelfde technologie of innovatie van een medicijn tot de publieke sector. Uitkomsten Dat leidde tot de volgende uitkomsten. Van de 248 goedgekeurde medicijnen in de periode van 2008 – 2017 was 25% gefinancierd door de publieke sector in een laat stadium van de ontwikkeling. Dit betrof voor 19% de onderzoeksinstituten zelf en voor 6% spin-offs van een van deze onderzoeksinstituten. Dit aandeel is groter dan de decennia daarvoor. Daarnaast bleek dat medicijnen gefinancierd door de publieke sector een grotere kans hadden op goedkeuring van de FDA, dan de medicijnen die de farmaceutische industrie financierde: 68% versus 47%. Bron:...

Lees Verder
Bloedserieus
jan15

Bloedserieus

“Zullen we een foto maken bij deze uil?” Ineke van Seumeren staat in de tuin van haar huis in Utrecht. In haar werkende leven was ze gynaecoloog. Ze gaat lachend achter de uil staan. Toeval of niet, een betere metafoor had ze niet kunnen kiezen. Uil, symbool van wijsheid. Nachtvogel met een groot gezichtsveld, goede oren en een scherpe blik. Het is dezelfde wijze blik die Ineke heeft voor de maatschappelijke kant van haar vak. Ineke: “Ik vind het heel belangrijk dat meisjes en vrouwen zelfbeschikkingsrecht hebben. Dat zij zelf kunnen beslissen en keuzes niet worden opgedrongen door anderen. Ook al ben ik met pensioen, ik ben en blijf strijdvaardig. Dat zit gewoon in me.” In 1971 rondde je je studie geneeskunde af. Vanwaar de keuze voor gynaecologie? Ineke: “Ik wilde eerst tropenarts worden, in de voetsporen van Albert Schweitzer. Een romantisch en avontuurlijk beeld maar het werd toch gynaecologie. Ik hou van het beschouwende, van maatschappelijke relevantie en van het chirurgische gedeelte. Bovendien had ik tijdens mijn studie geneeskunde een fantastische hoogleraar gynaecologie. Die man was een voorbeeld voor mij. Mijn opleidingsplaats tot gynaecoloog heb ik in het academisch ziekenhuis in Utrecht gevolgd. De hoogleraar verbond hier echter wel een voorwaarde aan: ‘zwanger worden tijdens de opleiding kan niet!” Wat een heftige voorwaarde? “Zeker. Nu vind ik het jammer maar toen stond ik er minder bij stil. Ik had geen partner en werkte de klok rond. Misschien heb ik daardoor wel meer dingen kunnen bereiken. Later werden collega’s wel zwanger tijdens hun opleidingsperiode. Het hoorde bij de tijd maar ‘die goede oude tijd’ was echt niet altijd goed.” Toen je eenmaal gynaecoloog was, was het zoals je bedacht had? “Het is een prachtig vak. Het bestrijkt het gehele vrouwenleven. Van geboorte tot overlijden; menstruatie, zwangerschap, menopauze, verzakkingsproblemen en kwaadaardige aandoeningen. Het komt allemaal voorbij. Ik heb altijd veel tijd genomen voor patiënten zodat ik me een goed beeld kon vormen van de klachten maar ook van de achtergrond van een patiënt. Tegenwoordig is het een stuk zakelijker. Er is meer tijdsdruk en alles verloopt volgens protocol. Ik begrijp wel dat protocollen nodig zijn maar kost wat kost eraan vasthouden was voor mij taboe. Niet iedereen past in dezelfde mal.” In 1998 ben je weer fulltime in het UMC gaan werken, specialisatie in kinder- en jeugdgynaecologie. Het is de tijd waarin je de maagdenpil ontwikkelde. Hoe kijk je daarop terug? “Tijdens het spreekuur kind- en jeugd gynaecologie, zag ik kinderen van 0 tot 16 jaar. Kinderen met aangeboren afwijkingen, eetstoornissen, misbruik- en menstruatieproblemen, de gevolgen van besnijdenissen maar ook meisjes die geen maagd meer waren en mij vroegen hun...

Lees Verder
2020… ‘Het jaar van Bruno Bruins’
jan13

2020… ‘Het jaar van Bruno Bruins’

Uw inwerkperiode als minister van VWS is nu echt wel voorbij. Over twee jaar zijn er verkiezingen en dat betekent dat het volgend jaar tijd is om tot executie te komen van uw overtuigende politieke ambities en visie op een toekomstbestendige zorg. In de voorliggende periode heeft u natuurlijk een scherp inzicht ontwikkeld in welke systeemfouten er in de zorg zijn geslopen. U erkent vanzelfsprekend dat de instituties, inclusief VWS zelf, hyperventilerend boven op de zorgrots zijn blijven zitten en daarmee het zorginfarct in stand houden. Natuurlijk bent u inmiddels ook de mening toegedaan dat de staatgereguleerde prijzen in de zorg niets met marktwerking te maken hebben. De wet normering topinkomens heeft karaktertrekken die doen denken aan het Kremlin. Winst maken in de zorg is door het Kabinet tot taboe verheven en daarmee is de schop aan de wortel van ondernemerschap gezet. Het is velen dan ook een raadsel hoe wij het systeem van deze overgereguleerde markt toch marktwerking zijn blijven noemen. Naar wij vernemen, is het verbijsterend hoe de zorgverzekeraars zoveel macht hebben opgedrongen gekregen welke niet heeft geleid tot keuzevrijheid, opheffen van de wachttijden, dalende prijzen en het belangrijkste… inzicht in kwaliteit. Er is een enorme regelgeving die uniek is voor de zorg. U kunt daar niet trots op zijn. Niet alleen zorgkantoren spelen zorgaanbieders met regelmaat tegen elkaar uit. Zorgplafonds zijn aan de orde van dag, maar staan natuurlijk haaks op het zo gewenste medisch ondernemerschap. Met alle externe en interne regelgeving is het maar de vraag of de arts in de spreekkamer met de eed van Hippocrates zonder last of ruggespraak zelf de regisseur is in het professioneel handelen. Maar nog lastiger voor u is hoe om te gaan met twee pagina’s embryonaal geprevel uit het regeerakkoord. Het advies: breng het in stemming op zondag, want dan letten ze toch niet op. Ondertussen zijn budgetten in de zorg uw eigen heilige graal geworden. Maar elke minister die het woord waarde alleen in termen van geld weet te duiden, ontkent daarmee de feitelijke betekenis van zorg. Uw hoofdlijnenakkoorden lijken vooral budgettaire kaders te borgen om uw collega minister van Financiën te behagen, maar zijn natuurlijk gebrek aan vertrouwen in de operatiemodus van de zorgprofessional. Ondanks al uw bestuurlijke bemoeienis zal de begroting binnenkort de 100 miljard overstijgen. Voor de duidelijkheid: elk jaar weer. Dit zijn 33 x de kosten van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam. De beheersbaarheid van het zorgdossier vereist een adequate aanpak, daadkracht en politieke visie van u en van de Tweede Kamer. Dit omdat anders het koekoeksjong, welke velen zo dierbaar is, wreed verstoten zal worden. Beste Bruno, op straffe van een half jaar...

Lees Verder
Nieuwe subsidieronde in programma Goed Gebruik Geneesmiddelen
jan12

Nieuwe subsidieronde in programma Goed Gebruik Geneesmiddelen

De subsidieoproep Grote Trials 4 is per 19 december jl. opengesteld. De Grote Trials Ronde is bedoeld voor studies die op hoog evidence niveau uitsluitsel kunnen geven over een doelmatigheidsvraagstuk met betrekking tot de toepassing van geneesmiddelen in de praktijk. De resultaten van de studie moeten nationale impact hebben en direct toepasbaar zijn in de dagelijkse klinische praktijk. Deadline voor het indienen van projectideeën is 3 maart 2020, 14.00 uur. Deze subsidie valt onder het programma: Goed Gebruik Geneesmiddelen. Het totale subsidiebudget voor deze oproep bedraagt 10 miljoen euro. Deze ronde is erop gericht vraagstellingen te beantwoorden die een groot, kwalitatief hoogwaardig multicenter onderzoek vereisen. Daarom wordt een ondergrens van 1 miljoen euro gehanteerd voor het totale budget, inclusief eventuele cofinanciering. Cofinanciering is geen harde eis in dit geval, maar kan beslist zinvol zijn, zeker voor de implementatie. Implementatie is voorwaarde De implementatie moet een substantiële impact hebben op gezondheidswinst, kostenbesparingen en / of kwaliteit van zorg. De route naar implementatie staat reeds in de aanvraag aangegeven. Een voorwaarde voor financiering is dan ook dat, naast een breed draagvlak voor het voorstel, de implementatie van de uitkomsten van het project worden gewaarborgd. Ranking Wanneer het budget ontoereikend is, spelen de volgende prioriteiten mee voor toekenning: • Goed onderbouwde concrete opbrengsten voor de praktijk op het vlak van gezondheidswinst, kostenbesparingen en/of kwaliteit van zorg; • Haalbaarheid en doorlooptijd, waarbij de voorkeur uitgaat naar studies die binnen 5 jaar resultaten opleveren die nationale impact hebben; • Behoefte aan opbouw van bestendige infrastructuur in het betreffende indicatiegebied; • Onderwerpen die op een kennisagenda staan van bijvoorbeeld FMS, NHG of KNMP. Hoe meer van deze kenmerken voor de uitgewerkte aanvraag van toepassing zijn, hoe hoger de plaats in de ranking. Aanvragen kunnen alleen worden via het elektronisch indiensysteem van ZonMw (ProjectNet). De tekst moet in het Engels zijn, Nederlandstalige aanvragen moeten niet meegenomen. Sluitingsdatum voor het indienen van projectideeën is dinsdag 3 maart 2020, om 14.00 uur. Heeft u mogelijk interesse? Bekijk dan alle achtergrondinformatie en voorwaarden op de site van ZonMw. Bron:...

Lees Verder
Follow the White Rabbit…
jan10

Follow the White Rabbit…

Alice’s Adventures in Wonderland, het kinderboek dat groeide uit vertellingen van Lewis Caroll, pseudoniem voor de wiskundige Charles Dogson, aan Alice en haar zusjes tijdens een roeitochtje, is al decennia onderwerp van diepgravende analyses. Alice helpt ons om de wereld om ons heen te begrijpen tijdens het volwassen worden. Soms misschien ook om er aan te ontspannen. Mad Hatter, the White Rabbit en the Queen of Hearts spoken door mijn hoofd als ik probeer te begrijpen hoe de zorgwereld zich ontwikkelt. Gezondheid in plaats van ziekte, eigen verantwoordelijkheid van de patiënt, juiste zorg op de juiste plek: kreten die ik steeds hoor en lees, maar als ik dan om me heen kijk, met of zonder looking glass, zie ik niet veel veranderen. Integendeel: hoe noodzakelijker het lijkt om te veranderen, des te meer lijken we vast te houden aan wat we weten en hoe we het altijd al deden. Zo sterk als wijzelf en onze omgeving veranderen tijdens onze groei naar volwassenheid, zo onveranderlijk lijkt de zorg. E-health, zorgtechnologie, geneesmiddelen op basis van targetidentificatie, onderwerpen van gesprek, maar na jaren nog steeds geen standing practice. Zou Alice net zo verwonderd kunnen zijn over onze wereld als ze in deze wereld wakker zou zijn geworden? Volwassen worden gaat vanzelf, de een misschien iets beter dan de ander, maar veranderen doen we allemaal. De zorg lijkt echter maar niet volwassen te (willen) worden. Het volgen van the White Rabbit houdt op bij het rondjes draaien om the rabbit hole. De patiënt, daarentegen, lijkt Alice’s reis door Wonderland wel gemaakt te hebben. Daarbij is hij zich steeds meer bewust geworden dat zijn ziekte slecht een deel is van wie hij is. Hij wil zelf verantwoordelijk zijn, kan zijn situatie vanuit een bredere context overzien en keuzes maken die passen bij zijn persoonlijke doelen, daarbij zijn eigen directe omgeving in ogenschouw nemen. Tot: het contact met de zorg. Dan nemen we nog steeds graag de rol van dé ouder over, wij weten wat wijs is, welke keuzes de beste zijn en welk doel wij willen bereiken. De patiënt hoeft alleen maar te luisteren. Alles komt goed. Zijn wij de Queen of Hearts die niet wil veranderen? Die wil blijven heersen over haar rijk? Alice verlaat Wonderland doordat zij te groot geworden is, volwassen genoeg om de wereld zelf aan te kunnen. De reis van de patiënt naar volwassenheid zet door, mijns inziens, een waardevolle en terechte reis. Ik hoop van harte dat de zorg daarin meegroeit. Daarvoor wordt het wel tijd dat we ons oprecht gaan verdiepen in de wereld van de patiënt, die zoveel groter is dan de sporadische contacten die zij...

Lees Verder
Jaarcongres ‘Leefstijlgeneeskunde, revolutie in  de zorg?’
jan09

Jaarcongres ‘Leefstijlgeneeskunde, revolutie in de zorg?’

Onze zorg staat onder enorme druk. Toename van chronische aandoeningen, stijgende kosten en hoge werkdruk voor zorgprofessionals; er moet iets gaan veranderen! Een groot deel van de ziektelast kan worden voorkomen door verandering van de zorg rondom voeding en leefstijl. Maar, hoe kunnen we dat vormgeven? Wat is daarvoor nodig? Hoe draagt leefstijlgeneeskunde bij aan duurzame gezondheid?De rol van technologie: ‘personalised medicine’ en technologische innovatiesTransitie van precision medicine naar precision health: de rol van prediction en preventionDe verbinding van overheid, de zorgprofessional, financiële instellingen, commerciële aanbieders en burgers/patiënten in deze transitie Sprekers zijn o.a.: Prof. dr. Carina Hilders, Raad van Bestuur ReinierHaga groep Prof. Mike Trenell, Changing Health UK Dr. Marian Kaljouw, voorzitter Raad van Bestuur NZa Naast het plenaire deel in het Beatrixtheater, zijn er workshops en wordt in de expozaal een ‘Leefstijlplein’ gecreëerd waar nieuwe innovaties, regionale leefstijl-initiatieven, producten en diensten onder de aandacht worden gebracht. Verkiezing Leefstijlprofessional 2020 We nodigen consumenten en zorgprofessionals uit om hun ‘Leefstijlprofessional 2020’ te nomineren. Iemand die bij de behandeling van zijn of haar patiënt in eerste instantie kijkt naar pijlers van het leefstijlroer: voeding, beweging, ontspanning, zingeving, slaap en sociaal functioneren. Deze leefstijlprofessional kent de impact van leefstijlverandering op de gezondheid en vitaliteit van de patiënt. En geeft uiteraard zelf het goede voorbeeld. Doelgroep: Primair: zorgprofessionals op het gebied van voeding & leefstijl: (huis)artsen, specialisten, praktijkondersteuners, apothekers, diëtisten, artsen in opleiding, zorgverzekeraars en beleidsmakers. Secundair: aan leefstijl en zorg gerelateerde  bedrijven, zoals Food, IT. Voor meer info en inschrijvingen klik...

Lees Verder
“We moeten veel meer praten over pijn”
jan09

“We moeten veel meer praten over pijn”

Communicatie is het sleutelwoord om pijnbestrijding bij kankerpatiënten verder te verbeteren, volgens dr. Nick van Dasselaar, voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. “Slechts dertig procent van de patiënten geeft aan dat de oncoloog hen naar pijnklachten vroeg.” “Bij de behandeling van kanker staat vooral de aanpak van de tumor en eventuele metastasen centraal. Patiënten denken dat pijn er gewoon bij hoort. Als ze de diagnose kanker te horen krijgen, vragen ze vooral wat dat betekent voor hun overleving. Op dat moment hebben ze vaak nog geen ervaring met pijn. Pas als ze verder gekomen zijn in het behandeltraject en de pijn op een gegeven moment erger is geworden – bijvoorbeeld bij botkanker, botmetastasen van prostaatcarcinoom of door chemotherapie geïnduceerde neuropatische pijn – komen ze bij ons terecht”, zegt dr. Nick van Dasselaar die werkt als anesthesioloog-pijnspecialist in het Reinier de Graaf Gasthuis in Delft. Daarnaast is hij voorzitter van de Stichting Pijn bij Kanker. “Jammer, want patiënten lijden op deze manier onnodig. Adequate pijnstilling is vaak te realiseren.” De behandeling van pijn bij kanker is nog vaak onvoldoende. In de richtlijn Diagnostiek en Behandeling van Pijn bij Patiënten met Kanker van de Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA) staat dat bij ongeveer een derde van de kankerpatiënten sprake is van onderbehandeling van pijn. “Dit herken ik in de praktijk”, zegt Van Dasselaar. “Er is een disbalans tussen wat patiënten ervaren en wat artsen weten. Uit onderzoek is gebleken dat artsen in tachtig procent van de gevallen aangeven dat ze hebben gevraagd naar pijnklachten bij de patiënten. Maar slechts dertig procent van de patiënten geeft aan dat de arts hen gevraagd heeft naar pijnklachten. Een mogelijke verklaring voor dit verschil is dat patiënten zo intensief met hun ziekte bezig zijn dat ze zich niet altijd kunnen herinneren dat hun arts hiernaar heeft gevraagd. Een andere verklaring is dat artsen vooral gericht zijn op de curatieve behandeling van kanker en verwachten op deze manier pijn weg te nemen. Verder kan ook een rol spelen dat patiënten terughoudend zijn hun pijnklachten te melden uit angst voor afhankelijkheid van pijnmedicatie en het verlies van autonomie.” Duidelijk is dat een groot deel van de kankerpatiënten adequate pijnbestrijding misloopt. En dat is precies waarom de Stichting Pijn bij Kanker is opgericht. “We willen kankerpatiënten als het ware ‘opleiden’. Dat ze weten dat het mogelijk is om goede pijnbestrijding te krijgen”, zegt voorzitter Van Dasselaar. Maar ook de communicatie tussen zorgverleners onderling moet beter. “De pijnbestrijding moet volwassen worden. Nieuwe ontwikkelingen bij pijnbestrijding bij kanker betreffen niet zozeer nieuwe medicatie, maar vooral stappen in de communicatie. Alle zorgverleners zijn van goede wil, de protocollen en ervaring...

Lees Verder
Diagnostiek democratiseert
jan09

Diagnostiek democratiseert

De kwaliteit van de vele POC- en zelftesten moet beter. Een nieuw kenniscentrum gaat de kwaliteit van de apparatuur beoordelen én borgen. “POCT ontwikkelt zich snel. We moeten echter wel het kaf van het koren scheiden”, zo stelt Rogier Hopstaken, huisarts en innovator. Op zijn visitekaartje staat innovatiespecialist. Bij Star-shl diagnostische centra, dat binnenkort een nieuw laboratorium in Rotterdam opent, verbindt hij zorg, wetenschap en bedrijfsleven aan elkaar als het gaat om POCT. “Ik beweeg mij tussen alle organisaties door. Ben betrokken bij het maken van richtlijnen, informeer zorgverzekeraars over de kosteneffectiviteit van POCT, zet universiteiten aan tot onderzoek en laat huisartsen de voor- en nadelen ervan zien. Dat kan ik doen vanuit een eerstelijns diagnostisch centrum dat geworteld is in de huisartsenzorg en facilitator is van deze toepassingen.” POCT (Point-of-Care Testing) is het uitvoeren en analyseren van een laboratoriumtest in de buurt van de patiënt. De testresultaten zijn snel bekend en de zorgverlener kan nog tijdens het consult de uitkomst en de vervolgstappen met de patiënt bespreken. De patiënt staat ook positief tegenover POCT: snelle service en een vingerprik is minder belastend dan bijvoorbeeld een venapunctie. En ook huisartsen willen eraan. Het wachten is op het apparaat dat veel meer testen in een keer kan doen. Dit ‘alles-in-1’ apparaat zal een belangrijke stap zijn in het sneller diagnosticeren van patiënten, stelt Rogier Hopstaken. Waar komt die fascinatie voor POCT vandaan? “Tijdens de gecombineerde opleiding huisarts en onderzoeker kwam ik er al snel achter dat er handigere en betere manieren zijn dan gebruik te maken van de eigen zintuigen om de diagnose pneumonie te stellen. Wist je dat de ontdekker van de stethoscoop de eerste POCT daarvoor heeft ontwikkeld? Zijn houten instrument kwam in plaats van luisteren met het oor op de borstkast. Daarmee is het begonnen, daarna is het heel lang stil gebleven in de ontwikkeling. Tot een Noorse onderzoeker in de jaren tachtig van de vorige eeuw aantoonde dat het prikken van bloed een beter resultaat oplevert bij het voorspellen van longontsteking dan welke andere tool die huisartsen dan ook hebben. Dit onderzoek heeft echter buiten Scandinavië weinig bekendheid gekregen. Pas toen ik met mijn eigen onderzoek de meerwaarde van een POC test bij lageluchtweginfecties kon aantonen begon het te lopen.” Het onderzoeksteam toonde vervolgens aan dat de C-reactief proteïne (CRP)-POC test het aantal antibioticumvoorschriften fors verlaagde. CRP-POCT onderscheidt dus pneumonie van andere luchtweginfecties en kan zo onnodig antibioticumgebruik voorkomen. “De resultaten van dit onderzoek spraken voor zich. We hebben aangetoond dat gebruik van deze test leidt tot minder gebruik van antibiotica. Als we dit ook wereldwijd kunnen realiseren is dat een enorme sprong voorwaarts. POCT heeft...

Lees Verder