Adviezen om Coronavirus tegen te gaan

Goed de handen wassen, hoesten en niezen in de binnenkant van je elleboog en papieren zakdoekjes gebruiken. Die algemene hygiënemaatregelen zijn belangrijk om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Op advies van het RIVM wordt sinds maandagavond 9 maart 2020 ook opgeroepen om geen handen te schudden.

In de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) zijn betrokken ministers op 9 maart bijgepraat over de aanpak van het nieuwe coronavirus. Vanuit verschillende invalshoeken is gesproken over maatregelen en de gevolgen voor Nederland. Het kabinet onderstreept het belang om adviezen van het RIVM op te volgen.

Specifieke adviezen voor Noord-Brabant
Sinds vrijdag 6 maart gelden voor inwoners van de provincie Noord-Brabant specifieke adviezen. Bij klachten van verkoudheid, hoesten of koorts, wordt ze gevraagd sociale contacten te beperken. Dat betekent: ga niet naar school, werk of plekken waar veel mensen bij elkaar zijn. Ze kunnen contact met de huisarts opnemen als de klachten erger worden. Deze oproep blijft de komende zeven dagen gelden, t/m maandag 16 maart. 

Aan werkgevers wordt gevraagd om waar dat redelijkerwijs kan, het mogelijk te maken dat inwoners van Noord-Brabant thuis werken. Ook wordt gevraagd om te bekijken of werktijden kunnen worden gespreid. Die aanvullende maatregelen kunnen eraan bijdragen aan het tegengaan van besmetting, en geldt t/m maandag 16 maart.

Rest van Nederland
Voor inwoners van de rest van Nederland blijft de oproep gelden om thuis te blijven bij verkoudheidsklachten of verhoging tot 38,0 graden Celsius, wanneer je contact hebt gehad met een patiënt met het coronavirus of wanneer je in een gebied bent geweest waar veel patiënten zijn met het nieuwe coronavirus. Bij milde klachten hoeft de huisarts niet te worden gebeld, omdat het een gewone verkoudheid kan zijn. Advies is om thuis uit te zieken en te zorgen dat je anderen niet besmet. Als de klachten erger worden, neem dan telefonisch contact op met de huisarts. Ga niet zelf naar de praktijk, maar bel.

Bron: Rijksoverheid