Als geld je drijfveer is moet je echt een ander vak kiezen

Portret van Denise van Vessem, voorzitter VJA

De apotheker is zorgverlener. Maar patiënt en huisarts kennen nog onvoldoende de meerwaarde van de medicatiespecialist. Daarom moeten apothekers zich dagelijks laten zien, stelt Denise van Vessem, voorzitter van de Vereniging van Jonge Apothekers (VJA). “De tekorten in geneesmiddelen is de kans om onze inhoudelijke vakkennis te laten zien.” Volgend jaar organiseert de VJA de zichtbaarheidsweek.

Op de dag van het interview is openbaar apotheker Denise van Vessem vrij, zoals zij om de woensdag vrij heeft. “De apotheker van vandaag werkt niet meer standaard 40 tot 80 uur per week, een groot verschil met de oudere generatie apothekers. Deze generatie bestond met name uit mannelijke ondernemers met één of meerdere apotheken in eigen bezit en werkte al gauw zo’n 70 uur in de week. Tegenwoordig zijn apothekers vaker een vrouw, hoeven zij niet per se meer een eigen onderneming en werken niet altijd meer fulltime. De liefde voor het vak is er absoluut nog steeds, maar net als in vele andere beroepen zijn óók apothekers zich bewust van de eigen gezondheid en hechten zij waarde aan een gezond en prettig leven. Ik zie om mij heen steeds vaker collega’s, huisartsen en andere zorgverleners met een burn-out. De apotheker van nu is zich hier bewust van en doet er alles aan om gezond te zijn en dat ook te blijven.”

Geen twijfel

Denise van Vessem is sinds 2017 openbaar apotheker. Haar ambitie om apotheker te worden kwam op de middelbare school naar voren. Met een moeder en zus als verpleegkundigen en een zusje dat biomedische wetenschappen studeerde, lag een keuze voor een loopbaan in de gezondheidszorg enigszins voor de hand. “Mijn interesse in menselijke gezondheid is er altijd geweest. Mensen helpen zit in mij. De studie geneeskunde zat er echter niet in, aangezien ik niet blij word van het zien van bloed en andere kwalen. Scheikunde, molecuulstructuren, de werking van het geneesmiddel, dát trok me enorm aan! Samen met de voorliefde voor het helpen van mensen was de studiekeuze duidelijk: Het werd farmacie.”
Over de stap om openbaar apotheker te worden, bestond ook geen enkele twijfel. “Ik wil de persoon waarvoor ik als apotheker iets kan betekenen en waarvoor ik alles doe ook daadwerkelijk zíen. Dit geldt voor alle levensfases waar de patiënt zich in bevindt en is dus onafhankelijk van leeftijd of verblijf in het ziekenhuis. Een baan als ziekenhuisapotheker trok me dus minder, aangezien je patiënten dan voor slechts relatief korte tijd meemaakt en mist in andere levensfases of omstandigheden. Als openbaar apotheker vind ik het belangrijk om langdurig en intensief contact met mijn patiënten te hebben.”

Op 1 april verruilde Denise de functie van tweede apotheker in IJsselstein voor die van beherend apotheker in Bussum. Een apotheek met potentie, zo geeft ze zelf aan. In de Bussumse apotheek liggen veel kansen en er is werk aan de winkel. “De apotheek heeft een enorm loyaal team, al behoeft de relatie met de patiënt en de artsen waarmee ik samenwerk, verbetering. Daarop wíl en móet ik dan ook inzetten: Laten zien wat de apotheker kan betekenen voor arts én patiënt. Zo heb ik de medicatiereviews opgezet. Op basis van comorbiditeiten, polyfarmacie en andere criteria maak ik een selectie van patiënten waarmee ik in gesprek ga over het gebruik van hun geneesmiddelen. De medicatiereview levert aantoonbaar gezondheidswinst op. Ik krijg nu al positieve respons: “Wat fijn dat iemand anders in de zorg dan mijn huisarts zich bezighoudt met mijn zorg!’.”

Voorzitter met een missie

Denise van Vessem heeft een missie. Het beeld dat de buitenwereld heeft van de apotheker klopt vaak niet met de praktijk. Dat beeld moet kantelen, een missie die haar gedreven heeft vorig jaar voorzitter te worden van de VJA.

De VJA staat voor de ‘Vereniging van Jonge Apothekers’ en telt zo’n 500 leden. De VJA is er met name voor de apothekers die net zijn afgestudeerd en doet dit middels verschillende wegen. Zo organiseert de VJA verschillende symposia waar kennisuitwisseling plaatsvindt, waarborgt de vereniging mede de kwaliteit van de opleiding tot openbaar apotheker specialist en heeft zij posities in de strijd om de beroepsbelangen voor jonge apothekers.

Het grootste deel van de leden is in loondienst. Daarom heeft de VJA zich in het verleden ingezet voor de totstandkoming van een cao voor apothekers in loondienst en is het een onderwerp dat nog steeds actief op de agenda van de vereniging staat.

Dit jaar bestaat de vereniging 25 jaar. Het speciale lustrum wordt dit jaar groots gevierd, als dat tenminste mogelijk is tegen die tijd, gezien de beperkingen die bij het ter perse gaan van deze editie nog steeds gelden.

Terug naar de missie van Denise van Vessem. “De maatschappij heeft nog steeds het beeld van de apotheker als die grijzende man met veel status, een grote auto en dito huis. Dat beeld gaat in de praktijk al lang niet meer op, maar kennelijk beklijft het in de hoofden van patiënten en relaties. Als geld je pure drijfveer is, moet je in mijn ogen echt een ander vak kiezen. Tegenwoordig kiezen apothekers bewust voor de studie farmacie om zorg te verlenen. De inhoud staat centraal, niet de status die daar vroeger kennelijk bij hoorde. De laatste jaren ontwikkelt de apotheker zich als zorgverlener en het helpen van mensen bij hun gezondheid. Maar die kanteling in beeld gaat niet snel genoeg.”

Wat wilt u bereiken als voorzitter van de VJA?

“Nederland laten zien wat een openbaar apotheker dagelijks doet om zijn patiënten zoveel mogelijk te helpen bij hun gezondheid. Onze meerwaarde duidelijk maken aan patiënt én voorschrijver is hierbij een pré. Apothekers moeten deze meerwaarde continu uitstralen én actief vertellen aan alle relaties: Lobbyen, lobbyen en lobbyen. Ga naar buiten, vertel je verhaal! Aan patiënten én huisartsen. Wees zichtbaar in bijvoorbeeld de lokale krant. Laat zien wie je bent en wat je doet. Toen ik net op deze nieuwe werkplek begon, was het maken van afspraken met mijn huisartsen het eerste wat ik deed. Dít is de nieuwe apotheker, dít zijn mijn idealen, dít kan ik voor jou betekenen en zó ga ik dat aanpakken. Deze aanpak waren ze niet gewend, als ik mezelf echter laat zien en wat ik kan betekenen, groeit het onderlinge vertrouwen desondanks. Dát moet de missie van iedere apotheker zijn.

In lijn met deze missie organiseert de VJA een zichtbaarheidsproject. Volgend voorjaar openen we gedurende een week de deuren van de apotheek en besteden we aandacht aan de toegevoegde waarde van de apotheker en het team. Natuurlijk komen patiënten nu ook in de apotheek. Er is dan echter te weinig tijd en ruimte om te laten zien wat de apotheker voor én achter de balie allemaal doet. Tijdens die speciale zichtbaarheidsweek willen we het verhaal van de apotheker goed vertellen zodat er meer begrip komt voor de werkzaamheden van de openbaar apotheker en het team.”

Twee gelijken

De huisarts en de apotheker zijn volgens Denise twee gelijken die elkaar aanvullen. “Beiden beschikken over vakkennis binnen ons eigen leergebied. Door deze kennis te combineren, wordt een summum bereikt en kan de zorg voor patiënten optimaal zijn. De patiënt zet de huisarts op dit moment echter boven de apotheker. Dat merk ik dagelijks aan de balie. Wanneer ik een opmerking op farmacotherapeutische grondslag heb over het voorgeschreven geneesmiddel, verwijst de patiënt naar de huisarts: De arts heeft het voorgeschreven en dus zal het wel goed zijn. Dat terwijl mijn kennis de patiënt gezondheidswinst kan opleveren en de huisarts een prettige samenwerking en efficiency. Er is voor apothekers dus nog een wereld te winnen op dit gebied.”

Terwijl de apotheker nu vooral de boodschapper is dat een geneesmiddel weer eens niet leverbaar is.

“Dat is inderdaad een enorm gevecht aan de balie. Aan de ene kant willen wij de gewaardeerde zorgverlener zijn en een prominente rol spelen in de maatschappij, gelijk aan de huisarts. Aan de andere kant zijn 1500 geneesmiddelen niet leverbaar en worden we geconfronteerd met continu wisselend beleid van de zorgverzekeraar. Dat is erg vervelend, maar wel de realiteit waarin we werken. In plaats van te focussen op wat níet goed gaat, moeten we gebruikmaken van de huidige situatie. De tekorten in geneesmiddelen is dé kans om onze inhoudelijke vakkennis te laten zien. Zeg dus niet kortweg tegen de patiënt dat het geneesmiddel niet leverbaar is en leg het probleem niet terug bij de huisarts. Vraag in plaats hiervan aan de patiënt waarvoor het geneesmiddel bedoeld is, bied aan om eens goed naar de nierfunctie over andere relevante zaken te kijken en bedenk zelf een alternatief. Ga vervolgens met de uitkomsten in overleg met de huisarts en vertel je voorstel. Wees dus proactief, ga in gesprek met patiënten, bedenk zelf oplossingen. Slechte verkrijgbaarheid is op zo’n moment dan geen probleem, maar een kans.”

Een ambitie van de VJA was om de apotheker meer zelf voor te laten schrijven. Wat is daarvan terechtgekomen?

“Voorschrijfbevoegdheid voor apothekers bij wet zal op korte termijn niet gerealiseerd worden. Het gaat in mijn ogen meer over de vrijheid en het vertrouwen dat huisartsen aan de apotheker geven om een alternatief geneesmiddel te bedenken als dat even niet voorradig is. Een ander voorbeeld is het zelfstandig toevoegen van een maagzuuremmer als de apotheker dat nodig acht. Laat dit soort eenvoudige zaken over aan de apotheker, voor de meer ingewikkelde zaken zoeken we elkaar op. Deze vorm van samenwerking gebeurt in de praktijk steeds vaker. Diverse huisartsen hebben mij dat vertrouwen inmiddels ook al gegeven. Dus formeel geen voorschrijfbevoegdheid, maar in de praktijk doen we het al wel.”
De apotheker ontwikkelt zich continu, stelt Van Vessem. Nieuw is de kaderapotheker, een keurmerk voor apothekers die zich inzetten voor verschillende vakspecialisaties. Door specifieke praktijkervaring, studie en nascholing heeft de kaderapotheker meer kennis over een specifiek aandachtsgebied of ziektebeeld, van diabetes tot Parkinson. Zij zijn vraagbaak en contactpersoon voor regionale netwerken. “De VJA heeft meegedacht over het profiel en toetsingskader van de kaderapotheker. Het is een specialist tussen de generalisten die apothekers zijn.”

Hoe heeft u de coronacrisis ervaren?

“Tijdens één van mijn laatste werkweken op mijn vorige locatie kreeg ik corona. Inmiddels ben ik weer beter. Ik heb gemerkt dat in tijden van crisis patiënten niet alleen de huisarts, maar ook de apotheker bellen. Apothekers krijgen veel vragen van oudere patiënten. De groep die al dan niet verplicht thuis moest blijven maakt zich zorgen over de eigen gezondheid. Dan voelt het goed om te luisteren, gerust te stellen, er voor mensen te zijn. De vragen die we krijgen, zijn heel divers: Over de kans op besmetting, invloed van medicatie op corona, de verschillende typen mondmaskers. De afgelopen periode heb ik veel patiënten gebeld om de medicatie te bespreken. Normaal zou ik dan langs gaan, nu gebeurt het telefonisch. Zorg op afstand heeft niet mijn voorkeur, ik zie graag mensen tegenover me zitten.”

U bent vorig jaar gestart als voorzitter. Wat heeft u over vijf jaar bereikt?

“Dat we in een samenleving leven waarin ik op een verjaardagsfeestje niet hoef uit te leggen wat een apotheker doet. De meerwaarde van de apotheker als zorgverlener is bij iedereen bekend en wordt ook geaccepteerd!”