Presentatie boek Zo werkt de geneesmiddelenzorg
okt18

Presentatie boek Zo werkt de geneesmiddelenzorg

De wereld van de geneesmiddelen is complex. Voor huisartsen en apothekers zijn de verstrekkingen en voorwaarden, de registraties en routings, de wetgeving en weesgeneesmiddel bekend, maar probeer het maar eens goed uit te leggen aan anderen. Dat valt beslist niet mee. Dat hoeft niet meer, want alles staat helder toegelicht in het boek ‘Zó werkt de geneesmiddelenzorg.’ Deze uitgave wordt op 18 november a.s. officieel gepresenteerd.   Wie mogen geneesmiddelen maken, voorschrijven en verstrekken? Welke voorwaarden gelden voor apotheekbereidingen? Hoe lang duurt het gemiddeld om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? Hoeveel preferente geneesmiddelen zijn er? En wat bedoelen we met de sluis, add-ongeneesmiddelen en off-label gebruik? Zomaar wat onderwerpen die aan bod komen. Beeld en tekst In het boek wordt de wereld van de medicatie uitgelegd in meer dan 40 afbeeldingen en korte journalistieke teksten. Zodat iedereen kan weten hoe de complexe wereld van ontwikkeling, prijsstelling, registratie, verstrekking, vergoeding en veiligheid van geneesmiddelenzorg in elkaar zit. Bijeenkomst en programma Op maandagmiddag 18 november wordt Zó werkt de geneesmiddelenzorg officieel gepresenteerd in Nieuwspoort te Den Haag. Met deskundigen, platform- en specialpartners, de auteurs en andere betrokkenen wordt dit fraaie eindresultaat gevierd.   Op het programma staan: – De officiële presentatie van Zó werkt de geneesmiddelenzorg – In gesprek met interessante sprekers uit de sector – De Zó werkt de zorg – quiz Aanmelden Natuurlijk krijgen alle aanwezigen het boek mee naar huis. Wilt u erbij zijn? Laat het dan weten via info@zowerktdezorg.nl. Let op: Vanwege de beperkte beschikbaarheid, is de toegang niet...

Lees Verder
Gebruik van ketamine in uitgaanscircuit stijgt
okt18

Gebruik van ketamine in uitgaanscircuit stijgt

Ketamine wordt gebruikt tegen pijn of als narcosemiddel in de gezondheidszorg en diergeneeskunde. Het wordt daarnaast gebruikt voor recreatieve doeleinden, als zogenaamd (dissociatief) tripmiddel. Steeds meer jongvolwassenen gebruiken ketamine in het uitgaansleven. Het wordt dan meestal gesnoven, waarna na 5 tot 15 minuten het effect optreedt dat ongeveer een uur aanhoudt. Sinds 2015 is het aandeel incidenten op spoedeisende hulpposten meer dan verdubbeld. Gebruikers hadden daarbij met name last van angstklachten. Het Trimbos Instituut heeft een factsheet Ketamine uitgebracht, met veel achtergrondinformatie over het gebruik van dit middel. De effecten van ketamine zijn afhankelijk van de dosering, het lichaamsgewicht en de ervaring die iemand met het middel heeft. Bij ketamine treedt namelijk relatief snel gewenning op. Een hogere dosis is dan nodig om hetzelfde effect te bereiken. Effecten Waarom is het middel zo populair in het uitgaanscircuit? Vooral vanwege de milde, alcoholachtige, dromerige uitwerking, waarbij gebruikers euforisch, lacherig en ontspannen zijn. Dat is althans het gewenste effect. Ketamine zorgt ook voor dissociatieve effecten of een gevoelsmatige scheiding tussen lichaam en geest. Gebruik van ketamine is echter bepaald niet zonder gevaar. Wanneer een (te) hoge dosis ketamine wordt genomen, kunnen gebruikers een zogenoemde ‘K-hole’ ervaren. Ze kunnen zich dan niet bewegen en kunnen niet praten, lijken zich in een andere wereld te bevinden en omschrijven dat zij door een tunnel op weg zijn naar het licht. Sommigen hebben het gevoel (bijna) dood te gaan. Een overdosering ketamine kan coma en zelfs overlijden als gevolg hebben. Voor zover bekend komt een fatale overdosering gelukkig niet vaak voor, omdat het verschil tussen een ‘recreatieve’ dosering en een toxische dosering groot is. Het aantal sterfgevallen door het gebruik van ketamine is overigens niet bekend. Er bestaat in ons land geen verplichte registratie specifiek voor druggerelateerde sterfgevallen. Langdurig gebruik Bij langdurig en frequent gebruik van ketamine kunnen problemen aan de urinewegen ontstaan. Deze gaan soms gepaard met heftige buikpijnaanvallen. Daarnaast zijn er aanwijzingen dat een aantal cognitieve functies (met name het geheugen) kan verslechteren. Het is nog niet bekend of deze afwijkingen blijvend zijn. Geneesmiddelenwet Vanwege de geneeskundige toepassingen valt ketamine onder de Geneesmiddelenwet. Zonder vergunning of doktersrecept is het produceren, verhandelen of in bezit hebben van ketamine strafbaar. Mogelijk is ketamine ook effectief bij de behandeling van therapieresistente depressie. Onderzoek hiernaar is nog...

Lees Verder
Goed gebruik antibiotica in de eerste lijn
okt17

Goed gebruik antibiotica in de eerste lijn

Antibiotica moet alleen worden voorgeschreven als dat echt noodzakelijk is. En dan het liefst alleen voor de bacterie die de infectie veroorzaakt. Zorgprofessionals weten dat en proberen zich daar veelal aan te houden. Echter: het gewenste antibioticum is niet altijd op voorraad. Patiënten krijgen dan een ander antibioticum, dat soms tegen meer soorten bacteriën werkt dan nodig is. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Daarin is gekeken of er belemmeringen zijn voor goed gebruik van antibiotica in de eerstelijnszorg. Het onderzoek is gericht op drie groepen van veelvoorkomende infectieziekten in de eerstelijnszorg: urineweginfecties, luchtweginfecties en huidinfecties Gepaste terughoudendheid De problematiek rondom antimicrobiële resistentie staat al jaren wereldwijd hoog op de agenda. De verspreiding van resistentie micro-organismen heeft aanzienlijke medische, sociale en economische consequenties. Uit onderzoek blijkt dat Nederlandse huisartsen terughoudend zijn in het voorschrijven van antibiotica. Door terughoudend gebruik van antibiotica en door het juiste antibioticum bij een infectie toe te passen, kan de resistentievorming worden beperkt. Dat gebeurt ook in de eerste lijn. Maar het kan nog beter. Regelmatig wordt antibiotica voorgeschreven terwijl daar volgens de richtlijnen geen indicatie voor is, zo blijkt uit onderzoek. Diagnostische tests Het algemene beeld is dat diagnostische tests belangrijk zijn om antibiotica rationeel te kunnen gebruiken. Om de juiste antibiotica te kunnen voorschrijven, is het belangrijk om te testen of een infectie wordt veroorzaakt door een bacterie of virus. Antibiotica werken namelijk niet als de infectie wordt veroorzaakt door een virus. In de behandelrichtlijnen is er ook voldoende aandacht voor diagnostiek en zorgverleners maken er passend gebruik van. Echter: als een patiënt ernstig ziek is, kan er niet altijd op de testuitslag worden gewacht en schrijven artsen gelijk een antibioticum voor. De tijd die nodig is voor een test, kan dus ook een belemmering vormen voor goed gebruik van antibiotica.  Beperkte beschikbaarheid Een andere belemmering is de beperkte of wisselende beschikbaarheid van antibiotica. Dit heeft als gevolg dat er soms een ander minder geschikt antibioticum voorgeschreven moet worden. Er zijn sinds 2017 allerlei maatregelen op nationaal niveau om de (gevolgen van) tekorten te beperken, ook van antibiotica. Tegengaan van antibioticaresistentie Er is nog geen klinische bewijsvoering voor de werkzaamheid van alternatieve producten (zoals cranberry-capsules tegen urineweginfecties) in de behandeling van bacteriële infecties. Deze kunnen dus ook niet worden ingezet om antibioticaresistentie verder tegen te gaan. De kansen in de strijd ten resistentie lijken vooral te zijn gelegen in onderzoek naar nieuwe diagnostische tests, het slimmer inzetten van bestaande antibiotica en de ontwikkeling van geneesmiddelen met een ander type werking dan antibiotica. Daarnaast is het belangrijk voor eerstelijns-zorgverleners om regionaal/lokaal het gebruik van antibiotica te monitoren en, op basis van spiegelinformatie over...

Lees Verder
Start kinkhoestvaccinatie voor zwangeren in december
okt14

Start kinkhoestvaccinatie voor zwangeren in december

Vanaf 16 december wordt de maternale kinkhoestvaccinatie opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Vanaf die datum kunnen zwangeren bij de JGZ de vaccinatie te halen. De vraag aan de verloskundig hulpverleners is om de zwangere hierover vanaf 2 december te informeren. Dan zijn de folders en posters bij alle praktijken geleverd en start er een publiekscampagne. De vaccinatie is met 22 weken, zodat prematuur geboren baby’s ook baat hebben van de vaccinatie. Verloskundige zorgverlenerDe verloskundige zorgverlener moeten zwangere vrouwen tussen de 14 en de 22 weken wijzen op de vaccinatie en een folder met uitnodigingsbrief geven. In komende maanden ontvangen verloskundigen een brief van het RIVM met meer achtergrondinformatie/factsheet en uitleg over de gang van zaken. Eind november worden de voorlichtingsmaterialen geleverd. Deze zijn dan ook bij te bestellen via de RIVM-site. E-learning voor huisartsen en verloskundigen Op de RIVM-site komt een gratis e-learning beschikbaar voor verloskundige zorgverleners en huisartsen. RIVM start een publiekscampagne om deze vaccinatie onder de aandacht te brengen. Die is vooral te zien op social media, en online magazines en platforms zoals van Ouders van Nu. De campagne start begin december en loopt vervolgens nog maanden door. Met 22 weken Het tijdstip van de vaccinatie is vervroegd van 28-32 weken naar 22 weken. Het voordeel hiervan is dat eventuele kwetsbare prematuur geboren baby’s ook baat hebben bij de vaccinatie. Er zijn geen nadelige effecten van vroeger vaccineren verwacht en bekend. VaccinatieschemaMet de invoering van de maternale kinkhoestvaccinatie verandert ook het vaccinatieschema voor baby’s. De eerste vaccinatie kan meestal vervallen als de moeder is gevaccineerd. Baby’s krijgen dan een vaccinatie bij 3, 5 en 11 maanden. Als de moeder niet is gevaccineerd tijdens de zwangerschap krijgt de baby een vaccinatie bij 2, 3, 5 en 11...

Lees Verder
Maatregelen om gebruik zware pijnstillers te verminderen
okt11

Maatregelen om gebruik zware pijnstillers te verminderen

Het toenemende gebruik van zware pijnstillers is een probleem. Naar schatting overlijden er jaarlijks tussen de honderd en tweehonderd mensen aan een overdosis. Er is website gelanceerd die de kennis van patiënten en zorgverleners over deze geneesmiddelen moet vergroten. Daarnaast worden richtlijnen in de zorg aangescherpt en zijn er afspraken over verantwoord voorschrijven en afleveren van deze medicatie. Ook stelt minister Bruins een groep van experts in om illegale handel in opioïde pijnstillers tegen te gaan. Het doel is om de gesignaleerde problemen terug te dringen en onnodig en langdurig gebruik van zware pijnstillers te voorkomen. Minister Bruins: “Onverantwoord gebruik van zware pijnstillers moet stoppen. We willen hier geen Amerikaanse toestanden, daarom heb ik maatregelen genomen.” Aantal gebruikers gedaald De minister heeft eerder dit jaar een taakgroep opioïden ingesteld. Deze groep is aan de slag gegaan met de uitvoering van de actie-agenda opioïden. De eerste resultaten en maatregelen voor de korte en lange termijn zijn recent bekendgemaakt. Het goede nieuws? Uit voorlopige cijfers over het eerste half jaar van dit jaar blijkt het aantal gebruikers van zware pijnstillers te zijn gedaald. Bruins noemt deze daling bemoedigend. Hij benadrukt dat het belangrijk is dat er geen wantrouwen tegenover deze geneesmiddelen mag ontstaan. Opioïde pijnstillers zijn namelijk van groot belang voor patiënten met zware pijnklachten, bijvoorbeeld na een operatie. Echter: bij langdurig gebruik kunnen ze zeer verslavend zijn. Bij verkeerd gebruik zijn ze bovendien gevaarlijk.  Goede voorbeelden voor website gevraagd De recent gelanceerde website www.opiaten.nl  biedt patiënten laagdrempelig en in begrijpelijk taal voorlichtingsmateriaal. Voor zorgverleners zijn er e-learnings samengesteld. De Taakgroep is op zoek naar goede voorbeelden uit de praktijk. Bent u aan de slag gegaan met het terugdringen van langdurig opioïdengebruik? Zijn er in uw regio goede transmurale afspraken gemaakt? Is het ontslagprotocol in het ziekenhuis aangepast? Of heeft u een andere tip voor collega-zorgverleners? Geef ze dan door via opiaten@ivm.nl! Aanscherpen standaarden en richtlijnen Zorgverleners hebben afspraken gemaakt over het aanscherpen van richtlijnen. Ze kijken kritisch naar herhaalrecepten, ontslagmedicatie na ziekenhuisopname en verantwoord afbouwen. Ook komt er in 2020 een afbouwprotocol voor een groep patiënten in de verslavingszorg. Verder moeten apotheken extra alert zijn op vervalste recepten. illegale handel Er is in Nederland een levendige, illegale handel in zware, verslavende pijnstillers. Minister Bruins maakt zich zorgen daarover. Om grip te krijgen op deze ‘zwarte markt’ stelt hij een expertteam in met vertegenwoordigers van de Inspectie, het Openbaar Ministerie en de politie. Deze groep informeert de minister over de omvang in de illegale handel en geeft advies hoe deze het best te ontmoedigen en te bestrijden. Subsidie voor kennisverbetering en onderzoek Om het kennisniveau over het gebruik en de gevolgen van opioïden te...

Lees Verder
Terugroepactie maagzuurremmer Ranitidine
okt07

Terugroepactie maagzuurremmer Ranitidine

In het geneesmiddel Ranitidine zit mogelijk een vervuiling met NDMA in. Dit middel wordt op recept voorgeschreven en is ook vrij verkrijgbaar. NDMA is waarschijnlijk kankerverwekkend. Het risico op kanker voor gebruikers van ranitidine is nog niet met zekerheid vastgesteld. Op basis van de beschikbare informatie wordt dit risico ingeschat als zeer klein. Uit voorzorg wordt een groot deel van de ranitidine op de Nederlandse markt teruggeroepen. Dat hebben de betrokken registratiehouders besloten in overleg met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Ranitidine is een maagzuurremmer. Het middel wordt in veel verschillende doseringen en op verschillende manieren gebruikt. Concentratie NDMA Wereldwijd zijn er ranitidinegeneesmiddelen aangetroffen met een te hoge concentratie NDMA. In lage concentraties is er geen schade voor de gezondheid. De toegestane limiet voor NDMA in ranitidine is gebaseerd op de hoogst voorgeschreven dosering: een chronisch gebruik van 600 milligram per dag. De geteste geneesmiddelen komen daarboven. Een grote groep gebruikers gebruikt ranitidine in lagere doseringen en/of incidenteel. Er zijn in Europa ook ranitidinegeneesmiddelen gevonden die minder of geen NDMA bevatten. Maar het is niet bekend hoe het is gesteld met de meeste geneesmiddelen op Nederlandse markt. Het duurt te lang duurt om te wachten op de testresultaten. Daarom is er besloten tot een terugroepactie. Dat gebeurt in nauwe samenwerking met de KNMP. Inzet apotheker Alle ranitidine op recept voorgeschreven, wordt teruggehaald bij de patiënten. Patiënten worden hierover geïnformeerd door hun apotheker en kunnen dit omruilen voor een ander geneesmiddel. Dit zijn chronische gebruikers, die dus een relatief grote hoeveelheid ranitidine slikken. Op basis van de beschikbare informatie is de kans dat zij kanker krijgen door vervuilde ranitidine zeer klein. Soms worden ranitidinegeneesmiddelen ook gemaakt door een doorleverende apotheek. Het gaat dan om een drank met ranitidine. Deze drank wordt met name gebruikt door kinderen. De grondstof die daarvoor nodig is, valt in sommige gevallen ook onder de terugroepactie. Van één doorleverende apotheek is zeker dat het ranitidinegeneesmiddel dat zij maken schoon is. Dit kan beschikbaar blijven. Van de ranitidinegeneesmiddelen die bij andere doorleverende apotheken worden gemaakt, is nog geen informatie beschikbaar. Daarom worden ook deze ranitidinegeneesmiddelen teruggeroepen. De apotheker benadert de betrokken patiënten. Vrije verkoop De ranitidine in de vrije verkoop wordt uit de schappen gehaald. Gebruikers hoeven de geneesmiddelen niet terug te brengen. Bij gebruik volgens de bijsluiter is het risico op kanker zeer klein, kleiner nog dan voor mensen die ranitidine chronisch gebruiken. Mensen die toch liever hun geneesmiddelen willen inleveren, kunnen dat doen bij een apotheek naar keuze. Geneesmiddelen horen niet bij het restafval. Hoe kon dit gebeuren? In de zomer van 2018 werd duidelijk dat bij...

Lees Verder
Informatiebijeenkomst subsidieronde therapietrouw
okt02

Informatiebijeenkomst subsidieronde therapietrouw

STIP (Stimuleren Toepassing In de Praktijk) Ronde 4 richt zich op het bevorderen van therapietrouw. De inzet van deze ronde is te stimuleren om laagdrempelige interventies gericht op therapietrouw toe te passen. Dicht op de klinische praktijk, bij thuiswonende patiënten. De oproep voor deze ronde, wordt op 14 november gepubliceerd. Echter: op 4 december a.s. is er een informatiebijeenkomst over deze ronde. Daarvoor kunt u zich al aanmelden. Tijdens deze bijeenkomst wordt de subsidieronde toegelicht. Met de voorwaarden uiteengezet waaraan de living labs en de projectleiders moeten voldoen. De bijeenkomst is bedoeld voor potentiële aanvragers in deze ronde, zoals apothekers, huisartsen, verpleegkundigen, zorg- en thuiszorgorganisaties, die therapietrouw-interventies in de praktijk op lokaal niveau willen implementeren en meten in een living lab setting. De inzet is de boogde projectleiders voor te bereiden op het indienen van het projectidee. Programma Het programma is als volgt: 16.30 – 17.00 uur:     inloop en ontvangst (met broodjes) 17.00 – 18.30 uur:     presentaties over proces, doelstelling en inhoud van de ronde, voorwaarden aan living labs en projectleiders en uitwisseling plannen voor living labs. 18.30 – 19.00 uur:     netwerkgelegenheid, waarbij potentiële aanvragers in kleine groepen kunnen sparren over hun plannen sparren met experts en andere geïnteresseerden. Informatie over de subsidieronde Het GGG-programma (Goed Gebruik Geneesmiddelen) ondersteunt met deze STIP-ronde de inzet van therapietrouw-interventies in de praktijk. Met als doel door middel van bundeling en verspreiding van de opgedane kennis te komen tot verdere verbetering van therapietrouw in de praktijk. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de inventarisatie van therapietrouw-interventies. Aantoonbaar succesvolle interventies, die relatief eenvoudig in de praktijk zijn in te zetten, zijn het vertrekpunt. De nadruk ligt op oplossingen die uiteindelijk zonder doorlopende subsidie kunnen worden uitgevoerd. De bedoeling is om deze interventies in kleinschalige projecten verder te brengen naar andere stadsdelen, gemeentes of regio’s. Hierbij wordt gewerkt met het concept van living labs of proeftuinen. Living lab projectleider De interventie waarop een living lab wil inzetten, worden bepaald op basis van een analyse van de behoeften, lokale wensen, draagvlak en haalbaarheid. Een belangrijk aspect bij de selectie van de projecten is de rol van de living lab projectleider. Hiervoor zoeken we projectleiders  die bij voorkeur werkzaam zijn in de praktijk waarin ambulante thuiswonende patiënten centraal staan, ervaring hebben met complexe praktijkgerichte projecten door de zorgketen heen en die als boegbeeld kunnen fungeren voor de regio, en daarbuiten. Ondersteuning van het Make-It consortium Om de living labs in gang te zetten, is in 2019 financiering beschikbaar gesteld voor een samenwerkingsverband, dat actuele kennis, kunde en middelen rond het bevorderen van therapietrouw bundelt. Deze opdracht is toegekend aan het Make-It consortium. Dit samenwerkingsverband kan de proeftuinen begeleiding...

Lees Verder
HPV-prik straks ook voor jongens
okt01

HPV-prik straks ook voor jongens

Het vaccin tegen het HPV-virus komt ook beschikbaar voor jongens. Dat heeft staatssecretaris Paul Blokhuis van VWS recent besloten. Vanaf 2021 wordt deze uitbreiding opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Daarmee zijn jongens ook beschermd tegen het virus. Daarnaast worden kinderen voortaan op jongere leeftijd gevaccineerd. Er zijn verschillende typen van het HPV-virus. Het wordt overgedragen door seksueel contact en is zeer besmettelijk. Juist daardoor is een infectie moeilijk te voorkomen. Zowel mannen als vrouwen kunnen het virus oplopen en doorgeven. Jaarlijks krijgen ongeveer 1000 vrouwen en 500 mannen kanker door het virus. HPV is vooral bekend als het virus dat bij meisjes baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Maar: jongens kunnen door infectie met HPV mond-, keel, anus en peniskanker krijgen. Baarmoederhalskanker Meisjes worden al sinds 2010 ingeënt tegen het virus omdat het onder andere baarmoederhalskanker veroorzaakt.  De opkomst was altijd aan de lage kant door de negatieve publiciteit over het vaccin en de bijwerkingen, vooral op social media. Het tij lijkt inmiddels gekeerd. Afgelopen jaar heeft 65 procent van de meisjes die in 2006 zijn geboren, de eerste van de twee noodzakelijke prikken gehaald. En dat is meer dan in andere jaren. Voor de meisjes geboren in 2004 lag dit op nog geen 50% voor beide vaccins.   Tijd nodig voor organisatie Het vaccin komt in 2021 in het vaccinatiepakket voor jongens. “De tussentijd hebben we nodig om het vaccin in te kopen en de uitvoering te organiseren”, zegt Blokhuis. “Ik ben blij dat we zowel jongens als meisjes dan nog beter kunnen beschermen tegen verschillende soorten kanker.”   Vaccin op 9-jarige leeftijd Een andere maatregel die Blokhuis neemt, is dat kinderen eerder gevaccineerd worden tegen HPV. Op advies van de Gezondheidsraad verlaagt Blokhuis de leeftijd waarop alle kinderen het vaccin krijgen naar 9 jaar. Daardoor kan de HPV-vaccinatie ook goed ingepast worden met andere vaccinaties die kinderen op die leeftijd krijgen. Degenen die het vaccin hebben gemist, krijgen nogmaals de kans om de prik op te halen wanneer ze 14 of tussen de 16 en 17 jaar oud...

Lees Verder
Herziening module Medicatiebeoordeling
okt01

Herziening module Medicatiebeoordeling

Een medicatiebeoordeling bij oudere, kwetsbare patiënten levert een belangrijke bijdrage aan goed medicijngebruik. Het kan gezondheidsschade voorkomen. Onderdeel van de ‘richtlijn Polyfarmacie bij ouderen’ is de module Medicatiebeoordeling. Deze bleek in de praktijk echter niet te voldoen. De criteria waren niet specifiek genoeg om kwetsbare patiënten te selecteren. Deze zijn daarom herzien. De medicatiebeoordeling is nu beter toegespitst op die patiënten bij wie uit onderzoek meer effect blijkt van een medicatiebeoordeling. De nieuwe module Medicatiebeoordeling stelt dat een medicatiebeoordeling vooral gewenst is bij patiënten met een sterk verhoogd risico op farmacotherapiegerelateerde problemen. De huisarts of de apotheker stellen vast om welke patiënten het gaat. Een medicatiebeoordeling is dus niet noodzakelijk voor álle ouderen met polyfarmacie. Medicatiebeoordeling bij verhoogd risico Bij patiënten met een vastgesteld sterk verhoogd risico op farmacotherapiegerelateerde problemen, beoordelen huisarts en/of apotheker samen met de patiënt (of mantelzorger) het gebruik van alle medicatie. Bijvoorbeeld patiënten van 75 jaar of ouder die 10 of meer geneesmiddelen gebruiken en/of die tekenen van kwetsbaarheid vertonen. Dat kan op verzoek van de patiënt of mantelzorger, bij signalen van farmacotherapiegerelateerde problemen, verminderde therapietrouw of na een ziekenhuisopname. Het opstellen van afspraken over het gebruik van medicatie verloopt bij voorkeur via een structurele methode, zoals de STRIP. Hierbij komen de START- en STOPP-criteria en een aantal veelvoorkomende interacties, contra-indicaties en bijwerkingen aan de orde. Tekstaanpassing Het Instituut Veilig Medicijngebruik (IVM) heeft aan de hand van de herziene module Medicatiebeoordeling de fto module aangepast. Dat geldt tevens voor de informatie op Thuiszorg.nl: Ik ben een oudere en gebruik veel medicijnen. Ook op Apotheek.nl is de patiënteninformatie aangepast: Medicatiebeoordeling: in gesprek over uw medicijngebruik Tot slot De PIN Polyfarmacie bij ouderen staat in de leeromgeving van het NHG (inloggen). De herziening van de module Medicatiebeoordeling is met steun van VWS tot stand gekomen door de KNMP (apothekers), NVKG (klinisch geriaters), Verenso (ouderengeneeskunde), NHG (huisartsen) en Patiëntenfederatie...

Lees Verder
Inspectie houdt gericht toezicht op veiligheidscode geneesmiddelen
sep25

Inspectie houdt gericht toezicht op veiligheidscode geneesmiddelen

Sinds 9 februari 2019 moet op iedere verpakking van een UR-geneesmiddel een unieke code staan. UR-geneesmiddelen zijn geneesmiddelen die uitsluitend op recept verkrijgbaar zijn. Er werden veel onterechte alerts verwacht door technische en procedurele problemen. Daarom had de Inspectie een stabilisatieperiode ingesteld. Deze stabilisatieperiode (soft launch) van de implementatie van de veiligheidskenmerken (FMD) voor geneesmiddelen wordt per 1 oktober 2019 beëindigd. De inspectie start nu gericht toezicht. Het systeem is inmiddels voldoende stabiel en het aantal onterechte alerts is sterk gedaald. Daarom start de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) nu met de fase van gericht toezicht. Melden bij niet-pluisgevoel In deze fase hoeven is het nog niet nodig om niet alle alerts individueel te melden. Het aantal alerts is namelijk nog te hoog om iedere melding op individueel niveau nader te onderzoeken. Daarom wordt het beleid voortgezet dat apotheekhoudenden en groothandels alleen bij een niet-pluisgevoel de verpakking moeten tegenhouden en dit moeten melden bij de IGJ. Alle alerts, dus ook de alerts die niet expliciet zijn gemeld bij IGJ, worden centraal geanalyseerd. Als daaruit blijkt dat er alerts zijn die een sterke aanwijzing geven van een mogelijke vervalsing, dan gaat de Inspectie deze nader onderzoeken. Wel zijn alle betrokkenen verplicht om na te gaan of de alert wordt veroorzaakt door een technisch of procedureel probleem in het eigen bedrijf. Zij moeten dan actie ondernemen om deze oorzaak weg te nemen. Specifieke aandachtspunten De komende tijd wil de inspectie dat het aantal onterechte alerts sterk daalt en het gebruik van het systeem verbetert. Om dat te bereiken, richt de IGJ zich in deze fase op apotheekhoudenden en groothandels die nog niet zijn aangesloten, niet of nauwelijks scannen en/of structureel veel alerts veroorzaken. Het toezicht zal in eerste instantie stimulerend zijn, aldus de IGJ, tenzij er aanwijzingen zijn van grote risico’s voor de patiëntveiligheid. Zie ook bericht van IGJ: Veiligheidskenmerken geneesmiddelen Bron:...

Lees Verder