Bumetanide bijna niet meer leverbaar
aug05

Bumetanide bijna niet meer leverbaar

Bumetanide, een krachtig plastablet, is van levensbelang voor mensen met hartfalen. Deze plaspil voert overtollig vocht snel af uit het lichaam en verbetert de pompkracht van het hart. Momenteel gebruiken 70.000 mensen met hartfalen het medicijn bumetanide. Echter: het medicijn is bijna niet meer te verkrijgen in Nederland. Het actualiteitenprogramma Een Vandaag heeft in haar uitzending aandacht geschonken aan dit probleem. Daarin komt onder andere apotheker Evelyn Schuil-Vlassak aan het woord. Zij vertelt dat haar voorraad aan bumetanide zo goed als op is. “Ik moet nu al nee verkopen. En zo is het bij veel van mijn collega’s ook. De grootleverancier zegt niets meer te hebben.” Niet eenvoudig te vervangen Het is een belangrijk medicijn, geeft ze aan. “Een ander plastablet kan je niet zomaar aan mensen met hartfalen meegeven”, vertelt ze. “Ze moeten dan eerst weer naar de huisarts of cardioloog. Met behulp van bloedtests moet worden gekeken of het nieuwe medicijn doet wat het moet doen. Het gaat hier om een hele kwetsbare groep patiënten. Als zij niet goed zijn ingesteld met deze medicatie kunnen ze worden opgenomen in het ziekenhuis.” Achteraan de rij Apotheker Schuil wijst op de ontzettend lage prijzen, waardoor producten niet leverbaar zijn. “We sluiten achteraan de rij om het product weer te kunnen krijgen. Dat leidt tot problemen voor patiënten”, merkt ze op. “Het is heel frustrerend om het niet te kunnen leveren.” Cruciaal om te functioneren Hartfalen-patiënte Anke van den Bos is 54 jaar en lijdt aan hartfalen. Zij vertelt in de uitzending hoe belangrijk bumetanide voor haar is om goed te kunnen functioneren. Het dreigend tekort aan dit geneesmiddel is voor haar heel angstig. “Ik ben er wel bang voor wat er gebeurt als ik het medicijn niet meer krijg. Blijft het dan wel goed gaan met mijn hart? Zonder het medicijn kan ik niet...

Lees Verder
Troponine point-of-care testing: Wat is er mogelijk en wat schieten we er mee op?
aug04

Troponine point-of-care testing: Wat is er mogelijk en wat schieten we er mee op?

Troponine point-of-care testing: Wat is er mogelijk en wat schieten we er mee...

Lees Verder
Peter van de Kerkhof:  “Benut de ruimte om uit te gaan van de individuele patiënt­behoefte bij psoriasis”
aug03

Peter van de Kerkhof: “Benut de ruimte om uit te gaan van de individuele patiënt­behoefte bij psoriasis”

Voor mensen met psoriasis is de ontwikkeling van biologicals een belangrijke verbetering gebleken om de ziekte onder controle te krijgen. Het feit dat nu met biosimilars een forse kostenreductie kan worden bereikt, schept in principe ruimte om patiënten die dat nodig hebben ook de nieuwe en duurdere biologicals te bieden, betoogt emeritus hoogleraar dermatologie en venerologie (Radboudumc) Peter van de Kerkhof. Mensen met psoriasis hebben het voordeel dat hun aangeboren afweer tegen bacteriële infecties hoger dan gemiddeld is. Voor dit voordeel moet zo iemand echter wel een prijs betalen en dat is het hebben van psoriasis. De huidafwijkingen bij psoriasis kun je zien als een overmatige reactie op het microbioom dat op de huid leeft. Bij ieder leiden bacterie producten op de huid tot nauwelijks waarneembare afweerreacties in de vorm van wat roodheid of irritatie, maar bij mensen met psoriasis is de afweer scherper afgesteld. Bovendien hebben mensen met psoriasis een verhoogd risico op gewrichtsproblemen en metabole ziekten zoals type II diabetes. Psoriasis is een ziekte die in Nederland twee tot vier procent van de bevolking treft, maar dat is niet overal zo. In het Verre Oosten is dit circa één procent, net als in Lapland. Ook onder Amerikaanse indianen komt het minder frequent voor. ‘Er is dus niet alleen sprake van genetische, maar ook van etnisch bepaalde factoren’, zegt Van de Kerkhof. ‘In het ontstaan ervan speelt een set van genen een rol. Genen die betrokken zijn bij psoriasis, zijn de pro-inflammatoire cytokinen IL-17 en IL-23, het eiwitcomplex NF-kappa B en het Janus kinase TYK2. Sommige mensen hebben psoriasis in heel milde vorm, anderen veel uitgebreider. Bij de een is behandeling niet nodig of is het makkelijk te behandelen, bij de andere zijn sterker werkende behandelingen nodig .’ Goede uitleg belangrijk Behandeling van psoriasis is niet altijd nodig. Van de Kerkhof: ‘Soms is slechts sprake van een beetje schilfering op bijvoorbeeld de ellenboog of de knie. Uitleg aan de patiënt dat dit niet infectieus en niet gevaarlijk is kan dan voldoende zijn. Wel is het belangrijk iemand hierbij te informeren over het belang van een gezonde leefstijl. Bij het hebben van psoriasis bestaat vaak een aanleg voor overgewicht en de mogelijke gevolgen daarvan.’ Ook informatie over de omgevingsfactoren die psoriasis kunnen beïnvloeden is van belang. Bij een verwonding, ook bij een operatiewond dus, is bij 25 procent van de patiënten sprake van ontwikkeling van psoriasis ter plaatse van de wond. Verder kan medicatie van invloed zijn, vooral bètablokkers, antimalariamiddelen en lithiumcarbonaat. Ook focale infecties zoals een keel- of urinewegontsteking kunnen een trigger zijn, net als psychische stress. Zonlicht heeft juist een gunstig effect. Of een ongezonde leefomgeving –...

Lees Verder
Koninklijk
aug03

Koninklijk

Column Sharon Schouten-Tjin A Tsoi De koningen van de self-determination theory, Richard Ryan en Edward Deci, waren eind mei in Nederland. Het 7e internationale congres waarbij alles draaide om deze motivatietheorie werd georganiseerd in ons eigen Egmond aan Zee! Samen met andere prinsen en prinsessen uit het wetenschappelijke koninkrijk mocht ik mijn onderzoeksresultaten toelichten. Dit gevoel bracht me terug naar 4 oktober 2017, de dag dat ik promoveerde op: De rol van motivatie bij nascholing van apothekers. Na een jarenlang traject stond ik daar eindelijk in de prachtige Senaatszaal van het Academiegebouw van Utrecht mijn proefschrift te verdedigen. Momenteel teer ik nog steeds op het koninklijke gevoel dat ik heb ervaren tijdens de buluitreiking. De bezieling die ik bij het afronden van mijn proefschrift heb ervaren was niet vanzelfsprekend. In mijn dankwoord heb ik dit proces beschreven aan de hand van diezelfde self-determination theory. Een theorie die ervan uitgaat dat intrinsieke motivatie gestimuleerd kan worden door de juiste omstandigheden en gefrustreerd kan worden door het gebrek aan deze omstandigheden. Dit resulteert dan in ‘slechte’ motivatie waardoor burn-out, faalangst en oppervlakkig leren op de loer liggen. Mijn eigen motivatie voor dit onderzoek is tijdens dit traject via allerlei stadia geswitcht van extrinsieke motivatie, met als gevolg frustratie en burn-out, naar intrinsieke motivatie. Binnen mijn werkomgeving in de farmacie waren de rolmodellen, op dit gebied, afwezig en het gemis van goede begeleiding en ‘peers’ maakte dat ik mij als een roepende in de woestijn voelde. Dolgelukkig vond ik na twee jaar worstelen een onderzoeksgroep bij de geneeskundefaculteit van de VU waarin mijn intrinsieke motivatie en bezieling voor mijn onderzoek gestimuleerd werd. Hierdoor heb ik met hernieuwde energie mijn onderzoek met succes volbracht. Net als ik, kiezen zorgprofessionals hun vak hoofdzakelijk vanwege een intrinsieke motivatie om zorg te willen verlenen. Tegelijkertijd zijn deze professionals vanwege de emotionele belasting van hun beroep ook het meest vatbaar voor het ontwikkelen van een burn-out. Uit mijn onderzoek is gebleken dat de ‘slechte’ motivatie van apothekers (voor nascholing) toeneemt in de tijd. Mogelijke oorzaken, naast persoonlijke omstandigheden, zijn (snelle) veranderingen en werk- en regeldruk. Mede dankzij mijn eigen ervaring zie ik het als een persoonlijke missie om de zorgprofessionals de bezieling in hun vak weer te laten ervaren. Hoe ik dat wil doen verwoord ik in de komende reeks columns over motiverend leren en ontwikkelen bij zorgprofessionals. Leren en ontwikkelen is een belangrijke bron van energie voor zorgprofessionals. Door het toepassen van motiverende principes voor het ontwerpen van scholing en bijbehorende leersystemen, inclusief wet- en regelgeving, wordt deze hulpbron ingezet. Hoe koninklijk zou het zijn om de zorgprofessionals in leren en ontwikkelen centraal te stellen, zodat...

Lees Verder
Daar ga ik niet over
aug01

Daar ga ik niet over

Dat was weer een feestje, Bas! Voor de deur was het dringen geblazen. Er kon echt niemand meer bij. En een lawaai dat die gasten maken! Ik zou ervan onder de indruk zijn geraakt. Heb ik iets gemist, Niels? Zijn onze leeuwinnen na ingrijpen van de videoscheidsrechter dan toch nog wereldkampioen geworden en werd dit alsnog groots gevierd met een drukbezochte huldiging? Houd toch eens op met dat voetbal, Bas. Er is meer in het leven dan een bal. Ik heb het natuurlijk over het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer. Op de agenda: de toekomst van de eerste lijn en de juiste zorg op de juiste plek. Of beter de problemen daar. Over de te korte duur van de consulten, lage tarieven, oplopende werkdruk, hoge administratieve lasten van huisartsen en apothekers, onderbetaalde doktersassistenten, fysiotherapeuten en kraamverzorgenden. En die laatsten maakten van de gelegenheid gebruik om hun onvrede eens goed kenbaar te maken. Terwijl de problemen er eigenlijk helemaal niet hoeven te zijn, Niels. Op het schap van het ministerie van VWS ligt sinds vorig jaar een half miljard te wachten om in de huisartsenzorg te stoppen. Plus nog eens dik 130 miljoen voor extra onderzoek en automatisering. En wat de fysiotherapeuten en kraamverzorgenden vragen wordt door iedereen in het veld en in de Tweede Kamer onderstreept. Dus wat is het probleem? Het ontbreken aan regie, de bedilzucht van het Zorginstituut en een minister Bruno Bruins die weigert in te grijpen, Bas? Tijdens het overleg riep zo een beetje ieder kamerlid de minister op om in te grijpen. En wel nu. Maar de minister speelde stoïcijns met zijn paperclip en pen, las zijn antwoord op van papier en zowat elke verzoek om iets aan de problemen te doen beantwoorde hij met een ‘daar ga ik niet over’ en eindigde in de belofte om toch vooral met elkaar in gesprek te gaan, te wachten op de uitwerking van de akkoorden, dat hij de vinger toch echt aan de pols houdt en dat toch echt het hooggewaardeerde Zorginstituut aan zet is. En hij komt er nog mee weg ook. Terwijl de gehele Tweede Kamer inclusief alle zorgverleners in de eerste lijn geloven dat de urgentie inmiddels zo hoog is dat de minister wel moet ingrijpen, Niels. In plaats van blijven wijzen naar een Zorginstituut en ieder andere stakeholder kan de minister de regie pakken. Als zorgverzekeraars klagen over de betaalbaarheid van geneesmiddelen, dan grijpt hij wel in, gaat hij onderhandelen en dwingt zo de industrie om de prijs te verlagen. Het kan dus wel. Je zou bijna gaan denken dat deze minister niet ingrijpt omdat dat de positie van de zorgverzekeraar...

Lees Verder
PrEP-medicatie via GGD beperkt, via apotheek wel beschikbaar
aug01

PrEP-medicatie via GGD beperkt, via apotheek wel beschikbaar

Vanaf 1 augustus 2019 is Pre-Expositie Profylaxe (PrEP) via de GGD nog maar beperkt beschikbaar. Binnen een pilotperiode van vijf jaar mogen GGD’en PrEP-medicatie uitgeven aan mensen met een verhoogd risico op hiv. Het gaat daarbij naar schatting om 6.500 mensen. PrEP-medicatie via de apotheek daarentegen blijft voor iedereen toegankelijk. Apotheken kunnen nog steeds PrEP-mediatie ter hand stellen aan de verhoogde risicogroep. Dat betreft mannen die seks hebben met mannen, en aan alle mensen die buiten de PrEP-regeling vallen. Wachtlijsten PrEP is via de GGD beperkt beschikbaar. GGD’en zijn namelijk gebonden aan de eisen van het ministerie van VWS. De regeling geldt voor een pilotperiode van vijf jaar en is voor een beperkt aantal personen. De GGD’en verwachten daarom dat ze moeten werken met wachtlijsten.  De GGD-professional beoordeelt wie in aanmerking komt voor PrEP via de landelijke regeling. De professional maakt daarbij een inschatting van het risico op hiv en de persoonlijke situatie van de cliënt.  Evaluatie De pilot wordt in opdracht van VWS gemonitord en geëvalueerd door het RIVM. Na drie jaar is een tussentijdse evaluatie. Na vijf jaar volgt een eindevaluatie die in beeld moet brengen wat het effect van PrEP is geweest op de hiv-incidentie en de soa-prevalentie. Huisarts en apotheek moeten worden geïnformeerd Om interacties met andere geneesmiddelen van de gebruiker te controleren, hebben de GGD’en op grond van de subsidieregeling wel de taak gekregen huisarts en apotheek tijdig te informeren over het PrEP-gebruik van de deelnemers. Bron: KNMP en...

Lees Verder
Aanklacht bij het tuchtcollege wordt lang niet altijd maatregel
jul31

Aanklacht bij het tuchtcollege wordt lang niet altijd maatregel

Jenneke Rowel-van der Linde (Centraal Tuchtcollege) en Jeroen Recourt (Regionaal Tuchtcollege) Hoewel een zorgprofessional die voor het Tuchtcollege moet verschijnen het niet zo zal voelen, is het primaire doel van het college de gezondheidszorg te verbeteren. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat de maatregelen van het Tuchtcollege tot defensieve geneeskunde leiden. Juist de discussie over hoe een maatregel de aanzet kan vormen tot verandering is essentieel, stellen rechters Jenneke Rowel-van der Linde en Jeroen Recourt. Van alle wijzigingen in de Wet BIG die per 1 april van kracht zijn geworden, kreeg de verplichting voor BIG-geregistreerde zorgverleners om hun BIG-nummer te vermelden de meeste media-aandacht. Jenneke Rowel-van der Linde, voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg, en Jeroen Recourt, voorzitter van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Amsterdam, hadden liever gezien dat meer aandacht naar een andere wijziging was uitgegaan. ‘Wie een klacht wil indienen, moet hiervoor sinds 1 april vijftig euro deponeren’, zegt Rowel. ‘Bij een klacht die geheel of deels gegrond wordt verklaard krijgt de klager dit bedrag terug, maar wij zien het toch als strijdig met ons streven om laagdrempelig toegankelijk te zijn en de zorg beter te maken.’ Recourt voegt hieraan toe dat de Tuchtcolleges hopen de goede klacht bij zich te krijgen, een klacht dus waarvan kan worden geleerd. En dat is nog niet zo eenvoudig, want lang niet iedereen die ontevreden is over een zorgverlener dient een klacht in bij het Tuchtcollege. Het college moet iedere klacht in behandeling nemen die wordt ingediend, ook zaken van heel gering belang. ‘We beoordelen zaken over het handelen van zorgverleners die de kwaliteit van de zorg kunnen raken’, zegt Recourt. ‘Niet alle klachten vallen daaronder. Een klacht kan bijvoorbeeld ook voortkomen uit een psychische stoornis of uit persoonlijke onvrede. Daarnaast zien we nog teveel klachten tegen beroepsbeoefenaren die niet onder het BIG-register vallen. Het Tuchtcollege is niet de route voor een klacht over een apothekersassistente of een verzorgende in een verpleeghuis. Het zou mooi zijn als dergelijke klachten niet meer bij ons komen, omdat de zware procedure van het tuchtrecht daar niet van toepassing is.’ Over twee wijzigingen die per 1 april van kracht zijn geworden in de Wet BIG zijn beiden wel te spreken. Ten eerste de aanstelling van een tuchtklachtfunctionaris bij het ministerie van VWS, die mensen kan helpen om te bepalen of een klacht geschikt is om door het Tuchtcollege te worden behandeld, en die ook kan helpen om de klacht goed te formuleren. Het tweede is een aanpassing van de enkele jaren eerder genomen beslissing om opgelegde maatregelen die zwaarder zijn dan een waarschuwing te laten volgen door een publicatie...

Lees Verder
Rapport Langer thuis wonen
jul31

Rapport Langer thuis wonen

Mensen wonen langer thuis en daar gaat veel goed. Ouderen die zorg krijgen en medicijnen gebruiken, vinden het lastig om in te schatten of zij op termijn nog thuis kunnen blijven wonen. Ze hebben behoefte aan een veilige leefomgeving met veel contact met de buitenwereld. Tegelijk hebben ze meer vertrouwen in de kwaliteit van die zorg dan ouderen die nog geen zorg krijgen. Medicatiebeoordeling bij thuiswonende ouderen die vijf of meer geneesmiddelen gebruiken, kan beter. Dat blijkt uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland onder het eigen ouderenpanel van ruim zesduizend 65-plussers. Medicatiebeoordeling Het zal niemand verbazen: het overgrote deel van de ruim 3500 oudere deelnemers aan het onderzoek gebruikt medicijnen. Meer dan 3.000 ouderen slikken medicijnen, waarvan bijna de helft vijf of meer medicijnen. Van deze groep heeft 60% recent een medicatiebeoordeling gehad. Daarbij kijkt de huisarts of de apotheker of alle medicijnen nog wel nodig zijn, of dat de medicatie moet veranderen. Bij ongeveer een derde van de deelnemers bleek aanpassing nodig. Ruim tweederde van de mensen die vijf of meer medicijnen gebruiken, vindt medicatiebeoordeling ook zeker zinvol en stellen dit zeer op prijs. Slechts 1 op de 5 zegt het niet nodig te vinden, omdat de huisarts of specialist dit volgens hen volgende controleert. De meeste mensen halen hun medicatie zelf op bij de apotheek en bijna alle deelnemers aan het onderzoek dient zelf de medicatie toe. Het vergeten in te nemen van de medicatie wordt wel een aantal keren genoemd als probleem. De Patiëntenfederatie roept naar aanleiding van deze uitkomst huisartsen en apothekers op om medicatieboordeling bij een gebruik van meer dan vijf medicijnen altijd toe te passen. Thuis wonen Veel respondenten geven aan dat alles (nog) goed gaat en dat ze zich prima thuis kunnen redden. Wat wel moeilijker wordt bij het thuis wonen zijn: ➢ Trappen lopen/op een trap staan ➢ Het onderhoud van de tuin en/of het huis ➢ Huishoudelijke klussen Ten aanzien van verhuizen geven de meeste deelnemers aan dat bij een eventuele noodzaak tot verhuizen zij vooral denken aan een aanleunwoning of passende woning. Een veel kleinere groep deelnemers denkt aan een verpleeghuis. Niet zo gek, want dat wil natuurlijk niemand. Zie het volledige rapport Langer Thuis wonen van de...

Lees Verder
Verbod op gezichtsbedekkende kleding per 1 augustus
jul31

Verbod op gezichtsbedekkende kleding per 1 augustus

Per 1 augustus a.s. gaat de wet ‘Gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding’ in. Zeg maar: het ‘boerkaverbod’ of ‘nikabverbod’. Het geldt overigens ook voor integraalhelmen of bivakmutsen. In ieder geval mag vanaf dat moment geen gezichtsbedekkende kleding meer worden gedragen in het openbaar vervoer, in het onderwijs, in overheidsgebouwen, en in de zorg. Hoewel ons land in principe iedereen het recht heeft om zich naar eigen inzicht te kleden, wordt die vrijheid nu op bepaalde locaties begrensd. Namelijk: waar het noodzakelijk is dat je elkaar kunt herkennen en aankijken. Dat is dus ook in de zorg, zoals bij apotheken, huisartsenpraktijken, fysiotherapeuten, tandartsen en ziekenhuizen. Het verbod geldt ook voor ruimtes waar kinderen inentingen krijgen tegen infectieziekten uit het Rijksvaccinatieprogramma, zoals bijvoorbeeld sporthallen. Identificatieplicht In de zorg geldt een identificatieplicht. De patiënt met een ID kunnen overhandigen als de medewerker van de zorgorganisatie daarom vraagt. Vandaar het verbod op alle kleding die het gezicht onherkenbaar maakt. Residentiele ruimtes zijn uitgezonderd Het verbod geldt ook op het terrein dat bij een overheidsgebouw, onderwijsinstelling of zorginstelling hoort. Gezichtsbedekkende kleding is wel toegestaan in kamers en vertrekken waar patiënten en cliënten langdurig verblijven (residentiële ruimtes). Bijvoorbeeld in een seniorencomplex. De overheid ziet deze ruimtes als privéruimtes van cliënten en patiënten. In de gemeenschappelijke ruimtes die deze patiënten gebruiken, bepaalt de zorginstelling of gezichtsbedekkende kleding verboden is. Bijvoorbeeld de gezamenlijke huiskamers of keukens. Infographic De Rijksoverheid heeft infographic opgesteld die zorgverleners kunnen gebruiken om medewerkers en patiënten te informeren over de nieuwe...

Lees Verder
Maatregelen moeten verspilling in de farmaceutische zorg tegengaan
jul31

Maatregelen moeten verspilling in de farmaceutische zorg tegengaan

Hoewel het programma Verspilling in de Zorg al enige tijd is afgerond, blijft het een aandachtspunt van minister Bruins. Zo streeft hij in zijn beleid actief naar het voorkomen van verspilling van geneesmiddelen. In een brief naar de Tweede Kamer begin juli wijst hij op een aantal activiteiten die dit streven ondersteunen. Zo wordt gekeken naar de mogelijkheid van heruitgifte van medicijnen. Gezien de strenge veiligheidseisen en de daarmee gepaard gaande logistieke kosten is alleen heruitgifte van dure medicijnen interessant. Het Radboudumc, de Maartenskliniek en de Universiteit Utrecht zetten zich in voor een wetenschappelijk project waarbij een heruitgiftesysteem wordt geïmplementeerd in meerdere poliklinische apotheken. Daarnaast wordt ook gekeken naar het implementeren van doorgebruik van thuismedicatie bij ziekenhuisopname. Medicijnverpakkingen In het kader van het ‘Brancheplan Duurzaam Verpakken’ wordt ingezet op minder verspilling van verpakkingen van geneesmiddelen. Zoals een retourbox in apotheken waar medicijnen en lege doordrukstrips kunnen worden gedeponeerd. Ook is het streven om de inzameling van ongebruikte geneesmiddelen te verhogen met 20%. Een ‘breng mij terug’-sticker op alle medicijnverpakkingen noemt Bruins een sympathiek idee. Maar omdat het een extra handeling vereist van de apotheker en mogelijk aanvullende kosten, vindt hij het niet haalbaar. Wel is hij gecharmeerd van het initiatief van Service Apotheek voor aanpassing van de papieren zakken waarin patiënten hun medicijnen meekrijgen. Daarop moedigen ze gebruikers van medicijnen aan om overgebleven medicijnen in te leveren bij de apotheek. Mensen kunnen dan overgebleven medicijnen in dezelfde papieren zak weer bij de apotheek inleveren. Hij pleit ervoor dat andere apotheken dit voorbeeld volgen. Medicijnresten in water Medicijnresten in het water is een ander aandachtspunt. In de ‘Ketenaanpak Medicijnresten uit Water’ lopen er een aantal acties om het probleem bij de bron aan te pakken. Ook zijn vanuit de ketenaanpak gesprekken met de watersector en de zorgsector over de aanpak van contrastvloeistoffen in het water. Daarvan komt jaarlijks ongeveer 30 ton in het oppervlaktewater terecht. Ook hierbij is de inzet om dat zoveel mogelijk terug te dringen. Terhandstellingskosten De terhandstellingskosten leiden tot veel discussies in de apotheek. Bruins wil daar echter niets aan veranderen. Hij wijst op het gegeven dat die kosten niet alleen de fysieke afgifte van het geneesmiddel betreffen. Het gaat ook om de controle op onvolkomenheden, onvolledigheden, onjuistheden of vergissingen ten aanzien van geneesmiddel, dosering, duur van behandeling, interacties, contra-indicaties, dubbelmedicatie en overgevoeligheid, zo schrijft hij in zijn brief. Jammer alleen dat patiënten dat vaak niet weten en er ook weinig begrip voor hebben. Zie de Kamerbrief van minister Bruins over verspilling van...

Lees Verder