Visitatie ‘sluitstuk’ kwaliteitsbeleid KNMP
dec09

Visitatie ‘sluitstuk’ kwaliteitsbeleid KNMP

Kwaliteit is de laatste jaren een steeds belangrijker thema geworden. Dat geldt voor de hele zorgsector, dus ook voor de apothekerspraktijk. De KNMP heeft op dat punt ook niet stilgezeten: sinds enkele jaren wordt de kwaliteit van de apotheken systematisch in kaart gebracht. Daarnaast worden apothekers ook door onafhankelijke organisaties gecertificeerd volgens de spelregels van HKZ. Desondanks zijn er enkele apotheken die ernstig tekortschieten op cruciale kwaliteitsaspecten. Voor die uitzonderlijke situaties stelt de KNMP in 2012 een visitatiecommissie in. Frans van de Vaart, manager afdeling beroepsontwikkeling, wil benadrukken dat visitatie het ‘sluitstuk’ is van het kwaliteitsbeleid van de KNMP: “De – nog in te stellen – visitatiecommissie komt niet ‘willekeurig’ bij onze leden langs om de kwaliteit te toetsen of een audit te houden. De laatste jaren hebben we al verschillende instrumenten ontwikkeld om de algemene kwaliteit van apothekers in kaart te brengen en transparant te maken voor de buitenwereld: de Kwaliteitsindicatoren Farmacie en de Kwaliteitsprofielen van onze leden op Apotheek.nl, waarop ook cliënten invloed hebben.” Daarnaast kunnen apothekers hun eigen kwaliteit laten toetsen volgens HKZ én hebben de verschillende ketens en formules ook hun eigen kwaliteitsbeleid. Roep van de leden Is de kwaliteit van de apotheekpraktijk dan niet genoeg gewaarborgd? Frans: “Bij veruit de meeste apotheken wel. De genoemde instrumenten worden door apothekers zelf natuurlijk ook gebruikt om inzicht te krijgen in de eigen kwaliteit, in kaart te brengen waar nog ruimte voor verbetering is, en dus te werken aan kwaliteitsverbetering.” Toch gaat het soms fundamenteel mis: “We horen van sommige leden dat zij zich ergeren aan collega’s die een structureel kwaliteitsprobleem maar niet oplossen. En dan heb ik het over ernstige situaties die voortduren en de patiëntveiligheid aantasten. Tegen ons wordt dan geroepen: ‘Doe daar iets aan!’ Aan die roep geven we nu gehoor. Bij de bekendmaking daarvan, op de afgelopen districtsbijeenkomsten en de ledenvergadering in december, werd onze aankondiging over het instellen van een visitatiecommissie enthousiast ontvangen.” Ernstige klachten Binnenkort opent de KNMP een apart meldpunt voor de visitatie: “Daar kunnen kwaliteitsmisstanden gemeld worden: ernstige klachten, bijvoorbeeld over een AIS-systeem dat niet operationeel is of over een apotheker die structureel niet aanwezig is in de apotheek. Als een apotheek functioneert zonder gevestigd apotheker of als die apotheker 200 kilometer bij zijn praktijk vandaan woont, dan kán dat natuurlijk niet. Toch komen dergelijke misstanden voor. Dáár gaat het ons om, om die op te lossen.” Overigens kan het signaal overal vandaan komen, niet alleen van apothekers: “Ook artsen, verzekeraars of patiënten die een ernstige misstand constateren, kunnen bij het meldpunt terecht. Natuurlijk heb ik het niet over de individuele patiënt die een individueel probleem ervaart; daarvoor zijn...

Lees Verder
“Marktwerking werkt niet in de geïntegreerde eerstelijnszorg”
dec09

“Marktwerking werkt niet in de geïntegreerde eerstelijnszorg”

Iedereen is voor een goede en geïntegreerde eerstelijnszorg, maar hoe organiseer je dat? Dat blijkt een stuk minder eenvoudig, stelt Leo Kliphuis, directeur van de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn (LVG). Eén ding is wel zeker: apothekers vormen in deze eerstelijnszorg een onmisbare schakel. Landen met een goede eerstelijnszorg doen het internationaal het beste. Het is een stevige binnenkomer van Leo Kliphuis, directeur van de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn (LVG). “Het levert kosteneffectieve zorg op en ook een meer solidair gezondheidszorgstelsel. Mensen met geld kunnen altijd en overal hun gezondheidszorg inkopen, of dat nu in de eerste of tweede lijn is, maar mensen die minder te besteden hebben, hebben behoefte aan betaalbare en laagdrempelige gezondheidszorg. Dat lukt alleen door een goede eerstelijnszorg te organiseren.” Bovendien, vervolgt Kliphuis, vormt de kracht van de professional in de eerstelijnszorg dat deze investeert in een duurzame relatie met de cliënt en ook met een generalistische blik naar gezondheidsklachten kijkt. “Een goede huisarts stuurt een cliënt met hoofdpijn niet meteen door naar het ziekenhuis voor een MRI. Hij vraagt eerst hoe het thuis of op het werk gaat, of de kinderen gezond zijn enzovoort. Hij besteedt met andere woorden ruimschoots aandacht aan de leefomgeving van de cliënt en daar ligt ook veelal de oplossing van de klacht. Veel ziekten of gezondheidsklachten zijn gerelateerd aan de sociaal-economische status van de cliënt. Uit elk onderzoek blijkt ook dat een laag inkomen of opleiding verhoudingsgewijs tot meer ziekte leidt. De huisarts streeft kortom naar een normalisering van gezondheidsvragen. Vergelijk dat met de cardioloog in het ziekenhuis die als hij er niet uitkomt de patiënt doorstuurt naar de longarts. En deze stuurt hem weer door naar de orthopeed of reumatoloog. Al deze verschillende specialisten doen dingen waarbij het de vraag is of de patiënt er wel beter van wordt. Dat is meestal niet zo, maar het systeem leidt ondertussen wel tot onbetaalbare zorgconsumptie. En dat kunnen we alleen voorkomen als we generalistisch en normaliserend kijken naar gezondheidsklachten. Dat lukt alleen in de eerstelijnszorg.” Zorgprestaties Kliphuis is sinds drie jaar directeur van het LVG, nadat hij in de jaren daarvoor als ambtenaar op het ministerie van VWS werkte. Dat LVG zelf werd zo’n dertig jaar geleden opgericht vanuit een  werkgroep van het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG). “Toen al waren er huisartsen die vonden dat de hulpverleners in de eerstelijn meer moesten streven naar betere onderlinge samenwerking.” Inmiddels telt het LVG 250 leden. Dat zijn allemaal eerstelijnsorganisaties zoals zorggroepen en gezondheidscentra, maar ook regionale ondersteuningsstructuren (ROS’en) en eerstelijns laboratoria. “We doen ook niet aan belangenbehartiging van individuele professionals, maar aan belangenbehartiging van eerstelijnsorganisaties. Daarnaast brengen we onze leden bij...

Lees Verder
De zorgmakelaar als schakel tussen apotheek en verzekeraar
dec09

De zorgmakelaar als schakel tussen apotheek en verzekeraar

Het is zover: de apotheker begeeft zich in 2012 op een vrije markt. Niet langer bepaalt de overheid via de NZa de prijzen. Die worden voortaan vastgesteld door onderhandelingen tussen de apothekers en de verzekeraars. Maar onderhandelen is een vak; er komt niet alleen techniek en strategie bij kijken, ook is er veel inhoudelijke kennis nodig. Daarom is er een nieuwe tussenpersoon opgestaan die deze kwaliteiten bezit en als tussenpersoon fungeert: de zorgmakelaar. FarmaMagazine sprak met één van hen: advocaat Lex Geerts van Eldermans & Geerts Advocaten Eldermans & Geerts Advocaten is  gespecialiseerd in de zorgsector. Al vanaf 1984 adviseert het kantoor beroepsbeoefenaars en instellingen in de gezondheidszorg, onder andere inzake samenwerkingsovereenkomsten en geschillen tussen medici, maatschappen en zorginstellingen. Vooral de afgelopen jaren is veel ervaring opgedaan binnen de farmacie. Met de vrije apothekersmarkt in het vooruitzicht, en de daardoor ontstane noodzaak te onderhandelen met zorgverzekeraars, wierp Eldermans & Geerts Advocaten zich op als zorgmakelaar. Geerts: “Drie jaar geleden begonnen we in die hoedanigheid op te treden voor een flinke groep apothekers.” Nog steeds als één van weinigen: Geerts kent slechts twee vergelijkbare partijen in Nederland. Vertegenwoordiging Voor individuele apothekers is het eigenlijk niet meer te doen om zelf nog onderhandelingen te voeren. Veruit de meeste hebben zich op de een of andere manier verenigd. Bundeling van kennis is bij onderhandelingen een groot voordeel: “Ook verzekeraars hebben er baat bij dat zorgaanbieders zich laten vertegenwoordigen; zij moeten er niet aan denken om met elke apotheker apart afspraken te maken.” Toch zijn er nog zo’n 200 apothekers die nog niet aangesloten zijn bij een groep of keten, en die dus feitelijk alleen staan. Geerts adviseert hen dat wél te doen: “Alleen red je het niet meer. Je moet zóveel kennis in huis hebben om op alle punten goede afspraken te maken, als zelfstandige kun je dat simpelweg niet aan.  Bovendien geven wij inzicht in wat er van apothekers verwacht wordt om in de toekomst te kunnen blijven contracteren.” Want: het gaat om veel meer dan alleen de prijs van een doosje pillen: het is juist de bedoeling dat apothekers kwalitatief hoogstaande zorgdiensten ontwikkelen en dáárover afspraken maken met verzekeraars. “Bijna niet te doen als alleenstaande apotheek. Maar sommige apothekers wíllen zich ook niet richten op kwaliteit. Door de vrije markt zal dat onderscheid duidelijker worden: apothekers die vernieuwen, en apothekers die dat niet doen. De laatste groep zal een ander verdienmodel gaan krijgen.” Beperkingen Onderhandelen voor groepen apothekers gaat overigens niet zomaar: “Wij zijn gebonden aan mededingingsrechtelijke beperkingen zoals vastgelegd in de Richtsnoeren Zorg. Zo mogen we voor grote groepen apothekers die in principe elkaars concurrent zijn alleen onderhandelen over...

Lees Verder
De industrie apotheker
dec09

De industrie apotheker

Wouter van Berckel (1968) Apotheker/directeur Pharmaffect bv, consultancybureau voor farmaciebedrijven en lifescience industrie. Studie Farmacie in Utrecht, registratie tot apotheker (1997) Waar richt een industrie apotheker zich op? 80% van de industrie apothekers is bezig met kwaliteit, productie en registratie. Een aantal zit in marketing, market access of in het management. Hoe ben jij in deze ‘tak van sport’ verzeild geraakt? Een groot gedeelte van de studenten destijds had een vader of moeder met een apotheek. Na hun studie namen zij het werk over. Bij mij was dit niet het geval. Omdat ik eerder uitgeloot was voor Bedrijfskunde, koos ik voor industrie apotheker. Het bedrijfsmatige komt hierin terug. Sluit de studie Farmacie goed aan bij de industrie apotheker? Een industriestage van enkele weken is mogelijk, een van de weinige raakvlakken. Hier is dus nog flink terreinwinst te boeken. Wat zijn je farmaceutische taken? Ik geef advies aan de farmaceutische industrie. Het zwaartepunt ligt op productie, registratie, compliance, vergoedingen en vergunningsaanvragen. Daarnaast richt ik mij op bedrijven die handelen in medische hulpmiddelen/producten. Hoe ziet je werkweek eruit? Als ik bij klanten ‘binnen zit’, heb ik regelmatig overleg met collega’s over het oplossen en de aanpak van vraagstukken. En ben ik met andere afdelingen in gesprek over bijvoorbeeld nieuwe producten. Daarnaast begeleid ik jongere collega’s. Ik ondersteun bij projecten. Wat mis je in je werk? Het directe contact met de patiënt. Het verschil voor hem/haar te kunnen maken. Echter, geef ik een batch vrij van 100.000 tabletten, dan bereik ik veel patiënten in één keer. Dat is mooi. Maar de verantwoordelijkheid is groot. Gaat er iets mis, dan dupeer ik vele mensen. Wat spreekt je aan in je werk? De afwisseling. Ik heb veel verschillende taken. En het inhoudelijke, dat is een uitdaging. Bij productie en kwaliteit praat je over ‘zware’ systemen van wet- en regelgeving. Maar het mooiste… uiteindelijk helpen we zieke mensen! Waar richt een industrie apotheker zich op? 80% van de industrie apothekers is bezig met kwaliteit, productie en registratie. Een aantal zit in marketing, market access of in het management. Dit is een interview uit FarmaMagazine nr 1. 2012...

Lees Verder
Decanteren of Karaferen?
nov09

Decanteren of Karaferen?

Over de begrippen decanteren en karaferen ontstaan nog wel eens discussies. Veel mensen gebruiken voornamelijk het woord decanteren, maar in veel gevallen is dit onjuist. Wat is dan het verschil? Vroeger werd wijn op een andere manier gemaakt dan tegenwoordig. Het ontstelen van de druiven werd bijna niet toegepast, aangezien de techniek nog niet zo ver ontwikkeld was. In de steeltjes zitten veel vaste stoffen en harde tannines, dit bij elkaar zorgt ervoor dat de wijn in zijn jeugd hard, groen en ondrinkbaar is. Destijds was er vaker een kelder of andere plek waar de wijn opgeslagen kon worden en werd de wijn ouder gedronken. De vaste stoffen scheiden zich na verloop van tijd van de wijn en er ontstond veel droesem. Omdat in het depot tannines en andere vaste stoffen zitten is dit vaak bitter en niet echt smakelijk. Om te zorgen dat je dit niet in je glas kreeg decanteerde men de wijn.Decanteren is het langzaam overschenken van wijn in een karaf om de wijn te scheiden van zijn depot. Bij hele oude wijn ben ik hier zeker geen voorstander van, want de wijn krijgt altijd een beetje extra zuurstof en dit kan net het duwtje zijn wat ervoor zorgt dat hij over de kop gaat en niet meer lekker smaakt. Ik adviseer om hele oude wijnen minimaal een dag van te voren rechtop te zetten. Maak de wijn kort voor het schenken open en gebruik niet te grote glazen. Karaferen is een ander verhaal. Dit wordt gedaan om een meestal jonge wijn extra zuurstof te geven zodat hij een versneld verouderingsproces krijgt. Wijn wordt tegenwoordig steeds meer gemaakt om direct drinkbaar te zijn. Dus ook in zijn jeugd al toegankelijk. Dit heeft verschillende reden. We hebben geen ruimte, geen tijd, geen geld en geen geduld meer om de wijn te laten liggen. Niet alle wijn is geschikt voor karaferen en grote glazen doen vaak ook al veel. Karaferen is vaak een goede optie om een wijn net wat zachter en vriendelijker te maken. Denk niet alleen aan rood, maar ook aan een stevige witte wijn.Er zijn diverse mogelijkheden in karaffen. Maar wat mij betreft is er één specialist: Riedel, al hun kristallen karaffen worden met de mond geblazen in de meest exotische vormen. Wel met de juiste verhoudingen om extra zuurstof toe te voegen. Een prachtig exemplaar is het karaf Eve, waar je met een sierlijke zwier precies één glas gevuld hebt (er zit zelfs een dvd bij). Kostbaar maar een sieraad voor op tafel, en een geweldige kans om de show te stelen tijdens een mooi diner.Karaf Eve FarmaMagazine prijs € 279,95 FarmaMagazine geeft u...

Lees Verder
Luchtfietsen
dec14

Luchtfietsen

Onlangs was ik aanwezig op het 10 jarig jubileum van het Apotex symposium. Volgens mij één van de leukere symposia. Dit jaar geen presentaties maar een debat aan de hand van een aantal stellingen. Zoals; kan Nederland zonder VWS, zonder zorgverzekeraar of zonder apotheken? Iedereen was in het bezit van een rood (=nee) en groen (=ja) stemkaartje. Ik zou zelf snel klaar geweest zijn met deze stellingen maar presentator Rob Oudkerk wist het geroutineerd te rekken tot de borrel om zes uur. De vraag; kan Nederland zonder apotheken, is misschien interessant genoeg om nog eens terug te halen. Een woud van rode kaartjes in de zaal was het gevolg, het is tenslotte een symposium waarbij de meeste deelnemers stevig hebben geïnvesteerd in een apotheek op een mooie locatie. Oudkerk ging op zoek naar de enkeling die de moed had om een groen kaartje op te steken. Deelnemers die vonden dat het wel zonder apotheken verder kon waren, weinig verassend, vooral te vinden in de hoek van de postorderfarmacie, zoals de nationale en de thuisapotheek. Vooral vanuit die eerste club wordt al jaren lang de ondergang van het traditionele business model voorspelt. Toch vlot het in mijn ogen niet erg met deze revolutie. Internet heeft in veel sectoren het  postorderen stevig op de kaart gezet maar in de farmacie is het marktaandeel nog steeds zeer bescheiden. Ik heb zelfs het idee dat er postorderaars zijn die voornamelijk bestaan bij de gratie van bepaalde zorgverzekeraars die ze (voorlopig) in de lucht houden met exclusieve overeenkomsten. De klanten komen kennelijk niet uit zichzelf massaal aanhollen. Een andere vraag is of de postorderaars wel voldoende marge kunnen maken. Ik heb er zelf wel eens wat rekenwerk aan mogen doen en volgens mij valt het bitter tegen, zeker zolang er geen bezorgkosten betaald worden door de klant. Er is een logistieke wet die zegt; ‘halen is goedkoper dan brengen’. Die rekensom gaat ook hier op. Daarnaast waren er nog een paar deelnemers die om andere redenen wel afscheid van de apotheek wilden nemen. Apothekers die de zorg en de distributie willen ontkoppelen. “Scheiding van zorg en handel!”, riep aanwezig kamerlid E van der Veen die een kans zag om zijn ideologische stokpaard nogmaals te berijden. Waarom in de huidige markt distributie wel handel is en zorg niet, moet E nog maar eens uitleggen. Maar dit terzijde. Deze apothekers wilden wel plaats nemen in een spreekkamer naast die van de huisarts. Mits de farmaceutische zorg dan ook net zo goed betaald zou worden als de zorg van de huisarts en de specialist natuurlijk. Wie dan de gehele distributie, inclusief die leuke ontslagrecepten van het ziekenhuis...

Lees Verder
Kring-apotheek: “We moeten dichter naar de consument”
dec13

Kring-apotheek: “We moeten dichter naar de consument”

Kring-apotheek is marktleider in Nederland. En dat moet beslist zo blijven, stelt directeur Bram Verhoeve. Maar dat gaat niet vanzelf, dat beseft hij zich terdege. Nog beter inspelen op de wensen van de consument, meer efficiency, inzetten op preventie en werken aan alternatieve verdienmodellen zijn daarvoor de be­langrijkste voorwaarden. Een betrekkelijke nieuwkomer in farmaland, zo durft directeur Kring-apotheek Bram Verhoeve zichzelf wel te typeren. Sinds begin 2011 staat hij aan het roer van de Kring-Apotheekketen, maar in de jaren daarvoor werkte hij voornamelijk in de retail, onder andere als general manager van The Body Shop Benelux en Frankrijk, een van de twintig merken van multinational L’Oréal. Pas toen hij werd gevraagd voor de directeursfunctie, begon hij zich serieus te verdiepen in de voor hem nog onbekende wereld van de farmacie. Een wereld die op een aantal punten volstrekt anders is dan de wereld van de luxe merkproducten, constateert hij. “Politiek en regelgeving spelen in de farmacie een veel grotere rol. Op sommige zaken kun je invloed uitoefenen, maar andere zaken worden je opgelegd door de politieke besluitvorming. Het speelveld is daarmee kleiner dan in de marktbranches waar ik vandaan kom, maar dat voegt anderzijds ook een extra dimensie toe aan mijn huidige werk. Ik vind het namelijk interessant om te kijken wat je binnen zo’n afgebakend speelveld nog wel kunt bereiken. Met andere woorden: waar ligt de speelruimte?” Er is nog een opvallend verschil tussen farmacie en retail, stelt Verhoeve. Zo zou de farmacie zich net zoals de laatste nog meer mogen richten op de consument. “Het kan immers juist prettig zijn als iemand je als klant persoonlijk benadert en precies weet wie je bent en wat je nodig hebt.” Verhoeve stipt daarmee meteen een punt aan dat volgens hem van het grootste belang is voor de positionering en toekomst van Kring-apotheek: de klant en zijn behoeften zo goed mogelijk leren kennen. “Dat vormt ook één van de speerpunten van ons beleid. We hebben gezegd: we moeten dichter naar de consument en zoveel mogelijk inspelen op wat hij of zij nodig heeft. Alleen als we daarin slagen, blijven we die koploper en marktleider in de farmacie. En dat is precies wat we willen.” Adviesraad Meer aandacht voor preventie vormt één van de manieren om beter aan te sluiten bij de wensen van de consument, vervolgt Verhoeve. “Afgelopen voorjaar zijn we dan ook een publiekscampagne begonnen waarin we dat communiceren. We hebben de pay-off van Kring-apotheek ook veranderd van ‘Zorg is meer dan medicijnen’ naar ‘Zorg voor je gezondheid’. Daarmee willen we benadrukken dat we het accent meer gaan leggen op preventie en dat de consument dus ook voor advies...

Lees Verder
AIS’en gereed voor nieuwe situatie in 2012?
dec08

AIS’en gereed voor nieuwe situatie in 2012?

Geneesmiddelen verstrekken zonder daarbij farmaceutische zorg te verlenen, is nauwelijks mogelijk. Dat weet elke apotheker. Tot nu toe wordt die zorg echter niet betaald; de ‘beloning’ voor de apotheker zit min of meer bij de prijs van medicatie en hulpmiddelen inbegrepen. Per 1 januari 2012 komt daar eindelijk verandering in: dan worden geneesmiddel en zorgprestatie losgekoppeld. De vraag is: hoe moet dat straks geregistreerd en gedeclareerd worden? En zijn de Apotheker Informatie Systemen (AIS) daar al op aangepast?   Jaap Dik, apotheker én informaticus, juicht deze ontwikkeling toe: “Je zou kunnen zeggen dat de apotheker eindelijk erkenning krijgt. Dat de overheid zich realiseert dat farmacie veel meer is dan alleen ‘doosjes schuiven’.” Jaap is eveneens nauw betrokken bij Microbais, één van de leveranciers van een AIS. Zo heeft hij alle ontwikkelingen van dichtbij gevolgd. Paul Haarbosch, eveneens apotheker én lid van het hoofdbestuur van KNMP met ICT in zijn portefeuille, vindt het belangrijk dat de nieuwe manier van registreren geen verhoogde administratieve last met zich meebrengt: “De AIS’en moeten erin voorzien dat de apotheker niet minutenlang bezig is met het registeren van de verleende zorg, of dat hij aan het einde van de dag al zijn zorghandelingen moet inventariseren.” Zorgprestaties De farmaceutische zorg die apothekers leveren bij de verstrekking van medicijnen, zijn door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) beschreven in tien zorgprestaties. Vijf van die prestaties zijn declarabel, maken onderdeel uit van het basiszorgverzekeringspakket, en kunnen dus gecontracteerd worden met de verzekeraar. Dit zijn de terhandstelling, hulpmiddeleninstructie, medicatiereview, opnamebegeleiding en ontslagbegeleiding. Het is overigens niet gezegd dat een verzekeraar deze zorgprestaties per se met de apotheker contracteert. Paul: “Als een verzekeraar de hulpmiddeleninstructie al gecontracteerd heeft bij het ziekenhuis, zal hij die niet ook nog eens bij de apotheker willen inkopen. Dus moet de apotheker ervoor zorgen dat zijn aanbod aantrekkelijk genoeg is ten opzichte van andere zorgaanbieders.” De overige vijf zorgprestaties zijn niet-declarabel. Dan gaat het bijvoorbeeld om bijzondere begeleiding wanneer iemand die medicijnen slikt een verre reis gaat maken of meedoet aan de ramadan en bijkomende handelingen bij de vrije verkoop van OTC-middelen. Paul: “De prijs die apothekers daarvoor vragen van hun cliënten, kunnen zij zelf bepalen.” Dan is er nog een elfde, zogenaamde ‘vrije’ zorgprestatie. Jaap: “Die kan naar eigen inzicht door de zorgaanbieder ingevuld worden. Dan moet de NZa die goedkeuren, waarna de nieuwe zorgprestatie gecontracteerd kan worden met de verzekeraar.” Er kunnen dus oneindig veel ‘elfde zorgprestaties’ bestaan. Huisartsentabel als basis Deze nieuwe werkwijze heeft gevolgen voor de AIS’en. Jaap: “Tot 1 januari wordt iedere handeling die de apotheker doet, vertaald in een opslag op het doosje pillen. In de nieuwe situatie staat de zorg...

Lees Verder

Rob Oudkerk: Soap of puur zorg-realisme?

De hype van dit najaar is natuurlijk de Raad van Com­mis­sa­ris­sen-Cruijff-affaire bij Ajax. Ik doe de gebeurtenissen nauwelijks geweld aan als ik drie uitspraken uit de duizenden licht, waar kemphanen en gezworen vijanden onder het mom van ‘het is in het belang van de club’ elkaar en ons mee doodgooiden. Cruyff, de specialist op voetbalterrein zei meermalen: “Ze (de RvC-bobo’s en andere pakkendragers) zijn nog nooit op De Toekomst geweest. De Toekomst, waar de jeugd van Ajax opgeleid en gescout wordt. Ten Have, de voorzitter van de RvC en hoogleraar veranderingsmanagement zei meermalen: “Cruyff en van Gaal zijn niet elkaars vijanden. Deze twee iconen hebben vrijwel dezelfde visie en moeten samen de club gaan dragen”. Tenslotte zeiden vele bestuurders en managers en evenzovele voetballers in min of meer gelijksoortige woorden: “Er is een groot spanningsveld tussen wat (ex-)voetballers willen met de club –goed voetballen- en wat de bestuurders willen –hogere waarde van de aandelen van de beursgenoteerde onderneming Ajax-”. Het duurde niet eens zo idioot lang voor het kwartje viel bij mij. Dit ging niet over Ajax, maar over ons onderwijs, onze jeugdzorg, onze gezondheidszorg of welke publieke voorziening dan ook. Laten we het grote wantrouwen tussen medisch specialisten en ziekenhuisbestuurders als voorbeeld nemen. Dat wantrouwen werd eind oktober in het artsenblad Medisch Contact in een enquête gekwantificeerd met cijfers die er niet om liegen. De meeste specialisten die ik spreek zeggen steevast: “Die gasten beslissen wel over van alles in ons ziekenhuis, maar ik heb nog nooit iemand van de Raad van Bestuur of de Raad van Toezicht op de polikliniek gezien”. Yes! Dat is precies uitspraak nummer 1 van Cruijff over De Toekomst. Hoe stafbesturen van medici enerzijds en raad-van-bestuur-heren anderzijds met elkaar omgaan doet weer erg denken aan uitspraak 2. Ze zeggen -in genoemde enquête, maar ook naar buiten toe- dat ze het heel vaak met elkaar eens zijn over de visie en missie van het ziekenhuis, maar zodra een van beide partijen het pand heeft verlaten maken ze elkaar uit voor tuig van de bovenste richel, in bewoordingen die zelfs een column onwaardig zijn. Yes! Over 1 ding zijn de zorg-kemphaantjes het meestal roerend eens: er is een grote kloof tussen de professionals die de missie van het ziekenhuis meestal koud laat- het zijn de patiënten waar zij om geven- en de bestuurders, die op proces en inhoud willen sturen, mede door de extreem ver­gro­te externe verantwoordingsdruk van patiënten, overheden, in­spec­tie en zorgverzekeraar. En dat is dan meteen uitspraak num­mer 3 en tevens de belangrijkste conclusie van wat er bij Ajax speelde en zal blijven spelen. En in de zorg. En in het onderwijs. En...

Lees Verder
Actavis: Grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen
dec08

Actavis: Grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen

Actavis is een jong bedrijf met IJslandse roots dat net zo explosief lijkt te groeien als het vulkanische eiland zelf. Vanaf 1999 heeft men over de hele wereld in hoog tempo verschillende generieke bedrijven overgenomen. Zo is Actavis in tien jaar tijd uitgegroeid tot een wereldspeler op de generieke markt. In Zug, waar het hoofdkwartier sinds kort is gevestigd, spreekt FarmaMagazine met de CEO, Claudio Albrecht, en Executive Vice President of Business Development, Wolter Kuizinga over de strategische doelen van Actavis. Beide mannen hebben connecties met Nederland. Kuizinga is Nederlander en van huis uit apotheker en Albrecht was ooit directeur van een farmaceutisch bedrijf in Nederland. Bij de verhuizing van het perifere IJsland naar het centrale Europese vasteland was Amsterdam trouwens de ‘runner up’ bij de keuze voor de beste locatie van het nieuwe hoofdkwartier. Zwitserland ligt nog iets centraler in Europa en heeft het voordeel van een sterke farmaceutische bedrijfstak met een goed aanbod van bijpassende professionals. Verschoven focus Albrecht schetst de trends waar ook de generieke industrie mee te maken heeft; vroeger lag de focus vooral op het product maar door demografische en sociale trends en de medisch  technologische vooruitgang zijn dodelijke ziekten inmiddels chronische ziekten geworden. En in een aantal gevallen neemt de omvang epidemische vormen aan. Hierdoor is de focus verschoven naar disease management. Kosteneffectiviteit en het verhogen van de compliance zijn daarbij de uitdagingen als het gaat om medicatie. De volgende trend zal volgens Albrecht de zeer gerichte en geïndividualiseerde medicatie zijn. Elke patiënt zijn eigen medicijn. Met gebruikmaking van nanotechnologie en biochipimplantaten. Deze technologie is echter nog duur en de betaalbaarheid zal een steeds groter vraagstuk worden. Daarbij ziet Albrecht de grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen. Generieke industrieën zullen steeds meer gaan lijken op de innovators, het ontwikkelen van het eigen merk en onderzoek wordt steeds belangrijker. De innovatieve bedrijven zullen zich steeds vaker op de generieke markt begeven om marktaandeel te kunnen veroveren in de opkomende markten en betaalbare oplossingen aan te kunnen bieden in de ontwikkelde landen. Inspanningen concentreren Net als veel andere bedrijven is Actavis op zoek naar het toevoegen van waarde in de bedrijfskolom. Actavis richt zich hierbij met nadruk op twee groepen; de betalers, meestal verzekeraars of overheidsorganen en de consument. Bij de eerste groep ligt de nadruk op het aanbieden van kosteneffectieve oplossingen en ondersteuning van compliance. Dat laatste bijvoorbeeld door tabletformuleringen en verpakkingen met losse tabletten aan te bieden die aansluiten op unit dose dispensing. Bij de tweede groep, de consument, ligt de nadruk op het versterken van het eigen merk. Niet zozeer via UR geneesmiddelen maar door het sterk uitbreiden van het...

Lees Verder