Actavis: Grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen
dec08

Actavis: Grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen

Actavis is een jong bedrijf met IJslandse roots dat net zo explosief lijkt te groeien als het vulkanische eiland zelf. Vanaf 1999 heeft men over de hele wereld in hoog tempo verschillende generieke bedrijven overgenomen. Zo is Actavis in tien jaar tijd uitgegroeid tot een wereldspeler op de generieke markt. In Zug, waar het hoofdkwartier sinds kort is gevestigd, spreekt FarmaMagazine met de CEO, Claudio Albrecht, en Executive Vice President of Business Development, Wolter Kuizinga over de strategische doelen van Actavis. Beide mannen hebben connecties met Nederland. Kuizinga is Nederlander en van huis uit apotheker en Albrecht was ooit directeur van een farmaceutisch bedrijf in Nederland. Bij de verhuizing van het perifere IJsland naar het centrale Europese vasteland was Amsterdam trouwens de ‘runner up’ bij de keuze voor de beste locatie van het nieuwe hoofdkwartier. Zwitserland ligt nog iets centraler in Europa en heeft het voordeel van een sterke farmaceutische bedrijfstak met een goed aanbod van bijpassende professionals. Verschoven focus Albrecht schetst de trends waar ook de generieke industrie mee te maken heeft; vroeger lag de focus vooral op het product maar door demografische en sociale trends en de medisch  technologische vooruitgang zijn dodelijke ziekten inmiddels chronische ziekten geworden. En in een aantal gevallen neemt de omvang epidemische vormen aan. Hierdoor is de focus verschoven naar disease management. Kosteneffectiviteit en het verhogen van de compliance zijn daarbij de uitdagingen als het gaat om medicatie. De volgende trend zal volgens Albrecht de zeer gerichte en geïndividualiseerde medicatie zijn. Elke patiënt zijn eigen medicijn. Met gebruikmaking van nanotechnologie en biochipimplantaten. Deze technologie is echter nog duur en de betaalbaarheid zal een steeds groter vraagstuk worden. Daarbij ziet Albrecht de grenzen tussen de innovatieve en generieke industrie vervagen. Generieke industrieën zullen steeds meer gaan lijken op de innovators, het ontwikkelen van het eigen merk en onderzoek wordt steeds belangrijker. De innovatieve bedrijven zullen zich steeds vaker op de generieke markt begeven om marktaandeel te kunnen veroveren in de opkomende markten en betaalbare oplossingen aan te kunnen bieden in de ontwikkelde landen. Inspanningen concentreren Net als veel andere bedrijven is Actavis op zoek naar het toevoegen van waarde in de bedrijfskolom. Actavis richt zich hierbij met nadruk op twee groepen; de betalers, meestal verzekeraars of overheidsorganen en de consument. Bij de eerste groep ligt de nadruk op het aanbieden van kosteneffectieve oplossingen en ondersteuning van compliance. Dat laatste bijvoorbeeld door tabletformuleringen en verpakkingen met losse tabletten aan te bieden die aansluiten op unit dose dispensing. Bij de tweede groep, de consument, ligt de nadruk op het versterken van het eigen merk. Niet zozeer via UR geneesmiddelen maar door het sterk uitbreiden van het...

Lees Verder

Alle polyfarmacie patiënten in het farmacotherapeutisch behandelplan!

Apotheker Marianne van den Berg uit Alphen aan den Rijn doet mee aan een proef met het webbased farmacotherapeutisch behandelplan. “Het allermooiste is dat je hiermee een ruggensteun hebt om medicatie reviews heel systematisch uit te voeren.” “We voeren de medicatie check al een aantal jaren op hoog niveau uit en waren geïnteresseerd in een hulpmiddel dat een eind zou maken aan de enorme papiermassa die daarmee gepaard ging.” Daarom stapten Marianne van den Berg van de DagNachtapotheek en haar Alphense collega’s in de ‘Proof of Concept’ met het webbased farmacotherapeutisch behandelplan (W-FBP) van PharmaPartners. Ze gebruiken het farmacotherapeutisch behandelplan bovendien voor de jaarlijkse medicatie check binnen de multidisciplinaire zorgprogramma’s voor diabetes en COPD. Voor apotheker en huisarts Het webbased farmacotherapeutisch behandelplan stelt apotheker en huisarts in staat om gezamenlijk de farmacotherapie van individuele patiënten te verbeteren. De applicatie is systeemonafhankelijk en toegankelijk voor zowel de huisarts als de apotheker. Relevante gegevens uit het huisartsinformatiesysteem en het apotheekinformatiesysteem worden via OZIS elektronisch overgenomen in het webbased farmacotherapeutisch behandelplan. Wijzigingen en nieuwe informatie zijn zichtbaar voor beide zorgverleners. In juli 2010 is een Proof of Concept gestart om inzicht te krijgen in de meerwaarde van de applicatie en de gewenste mate van integratie met het apotheek- en huisartsinformatiesysteem. Nog dit jaar worden de resultaten bekend. Brief met uitleg “Ik ben heel blij met deze oplossing”, aldus Van den Berg. “Alle stappen van de medicatie check die we zijn overeengekomen met de zorgverzekeraar worden ondersteund. “De  apothekers selecteren patiënten met polyfarmacie die voor opname in het farmacotherapeutisch behandelplan in aanmerking komen. “Vervolgens stuur ik een brief naar de patiënten die we willen opnemen, met uitleg over de medicatie review en het webbased farmacotherapeutisch behandelplan. Een paar dagen later bel ik om te horen of ze mee willen doen en om een afspraak te maken. Dat werkt heel goed. Als je zomaar belt, overval je mensen en hebben ze sneller de neiging om nee te zeggen.” Uitgebreid medicatieoverzicht Het invoeren van de patiënt in het farmacotherapeutische behandelplan laat Van den Berg soms aan een assistente over. “Dat scheelt tijd en ik kan er direct mee verder. Ik koppel de indicaties uit het huisartssysteem aan de medicatie en heb alle relevante labwaarden direct onder knop. Zo ontstaat een mooi, uitgebreid medicatieoverzicht dat ik kan doornemen met de patiënt. We bespreken van elk middel systematisch hoe het wordt gebruikt en welke problemen of verwachtingen er bij de patiënt zijn. Medicatie zonder indicatie en indicaties zonder medicatie heb je in het webbased behandelplan heel overzichtelijk bij elkaar. Die bespreek ik meestal ook met de patiënt, soms alleen met de arts, afhankelijk van de situatie.” Plan...

Lees Verder

De therapietrouw verbetert gemiddeld met een factor 2

Uit welk land de patiënt ook komt, therapietrouw is hij niet. Dat bleek uit onderzoek van WHO (World Health Organisation). Van Amerika tot Uganda, van Rusland tot Nederland: de helft van de mensen met een chronische aandoening gebruikt na een jaar zijn medicijnen niet meer, om maar een voorbeeld te noemen. Waar ligt dat nu aan? En, belangrijker: wat kun je eraan doen? In 2005 spraken twee artsen en een apotheker daarover. Ze waren er vrij snel uit: het werd hoog tijd dat therapietrouw ‘2.0’ ging. De apotheker was Sjoerd Komen. De artsen waren Paul de Wit en Jan Veldhuizen. Sjoerd: “We zeiden tegen elkaar: daar moet toch iets aan te doen zijn! Het duurde niet lang voordat een concept vorm kreeg.” Dat concept werd ‘Mijnmedicijncoach’, een digitale interventie die het driemanschap zelf doorontwikkelde binnen een speciaal daarvoor opgerichte firma, genaamd 2Comply. ‘Moet van de dokter’ Er zijn twee oorzaken aan te wijzen die de therapieontrouw van patiënten verklaren: beperkte betrokkenheid bij hun therapie en onwetendheid over de werking van de medicijnen. Sjoerd: “Vraag de gemiddelde patiënt waarom hij medicijnen slikt, en het antwoord is vaak: ‘Omdat het moet van de dokter’. Met andere woorden: het volgen van de therapie is niet iets van hemzelf, maar wordt hem van buitenaf opgelegd. Ze krijgen een briefje van de huisarts, halen hun (herhaal)recept op bij de apotheek, en gaan naar huis. Vervolgens maakt de patiënt een voornamelijk onbewuste afweging: hoe ernstig ervaar ik mijn aandoening? Welke (positieve of negatieve) gevolgen ondervind ik van mijn medicijngebruik? Merk ik er wel iets van als ik mijn medicijnen niet slik?” Als de antwoorden respectievelijk ‘nee’, ‘gering’ en ‘weinig’ zijn, kan de patiënt al snel besluiten om te stoppen met het medicijngebruik. “Als het bijvoorbeeld om hoge bloeddruk gaat, beseft de patiënt blijkbaar niet dat de schadelijke gevolgen op lange termijn groot kunnen zijn, ook al merk je er nu weinig van.” Dus is de vraag: hoe betrek je de patiënt actief bij zijn medicijngebruik en hoe maak je hem bewust van het belang van de therapie? Op basis van die vragen werd Mijnmedicijncoach ontwikkeld. Patiënt empowerment Mijnmedicijncoach is een internetapplicatie, gebaseerd op de drie pijlers waarop ook patiënt empowerment is gebaseerd: informeren, begeleiden en verbinden. Sjoerd: “Wanneer de patiënt inlogt, krijgt hij in een gepersonaliseerde omgeving onafhankelijke informatie over zijn aandoening en (de werking van) zijn eigen medicijnen. Die informatie wordt aangevuld met weblinks naar relevante sites en nieuwsberichten.” In een motivatiemodule leert de patiënt de voor- en nadelen van zijn therapie afwegen. Daarnaast kan hij vragenlijsten invullen waarin hij aangeeft wat hij verwacht van de therapie en hoe hij zijn medicijnen gebruikt. Als...

Lees Verder

Een echte Estse apotheker

Dit is het eenentwintigste artikel in de reeks ‘over de grens’. Oftewel een vogelvlucht over hoe de farmaceutische zorg in het buitenland is geregeld. In deze editie Estland.   Estland, Letland, Litouwen. Zo gaat het rijtje, de Baltische staten van noord naar zuid. We beginnen bovenaan: Estland. Het apothekersvak is hier al eeuwen geworteld. In de hoofdstad Tallinn ligt de oudste, nog functionerende apotheek van Europa: de Stadsraad Apotheek. Deze apotheek werd gevestigd in 1422. Naast medicijnen werden hier ook andere goederen verhandeld. De apotheek zelf is door de jaren heen weinig veranderd maar er worden wel moderne medicijnen verkocht. Middeleeuwse medicijningrediënten als vleermuispoeder en slangenhuid zijn niet meer verkrijgbaar. Ik spreek met een bijzonder behulpzame apotheker: Kaidi Sarv uit Tallinn. Hij staat me zeer uitgebreid te woord.   Kaidi Sarv (40) woont in Tallinn, een stad van ruim 400.000 inwoners. Hij studeerde farmacie aan de Universiteit van Tartin. Hij verdedigde zijn MSc Pharm in 1997. Onderwerp van zijn studie was de wijziging in het gebruik van medicijnen in Estland tijdens de overgangsperiode 1989-1994. Na zijn afstuderen werkte hij 6 jaar bij de Estonian State Agency of Medicines en vanaf 2000 is hij hoofd farmacie bij de Estonian Pharmacists Association. Kaidi: “Ik ben gek op mijn werk. Ik vind het heerlijk en spannend tegelijkertijd.” In 1991 werd Estland onafhankelijk. Wat voor consequenties had dit voor apothekers? Kaidi: “Nog datzelfde jaar werden de eerste particuliere apotheken opgericht en de staat begon apotheken te verkopen aan apothekers die daar werkten. Het aantal apotheken groeide tot einde jaren 90. Toen ontstonden ook de eerste ketens, vooral in de steden. In 2011 telt Estland in totaal 477 apotheken. We hebben nu 0,65 apothekers per 1000 inwoners en dat ligt dicht bij het gemiddelde in de EU van 0,75 apothekers per 1000 inwoners (ter vergelijking; in Nederland is dit 0,17 en in België 1,45). Met maar 800 afgestudeerde apothekers en 580 apothekersassistenten ontstaat er in Letland in de toekomst zeker een tekort. In januari van dit jaar kregen we de Euro. Eerlijk is eerlijk, het is een beetje wennen maar over het algemeen is iedereen tevreden over de invoering. Behalve dan dat we nu Griekenland moeten ondersteunen. Het klinkt onredelijk als je bedenkt dat de pensioenen in Estland €350 zijn en in Griekenland €1000. De gemiddelde salarissen in Griekenland zijn drie tot vier keer zo hoog als in Estland. Maar ja, wat kunnen wij doen?” Hoe worden apotheken in Estland gefinancierd? “Wij hebben nu geen staatsapotheken meer. Dat was in de Sovjetperiode wel zo. De diensten van de apothekers worden gefinancierd door klanten. De prijzen van geneesmiddelen in apotheken worden gereguleerd door de overheid...

Lees Verder
In naam  der liefde
dec06

In naam der liefde

Ik heb een heel leuke dochter. Ze knipt met regelmaat mijn haar en zegt steevast dat een van mijn chronische aandoeningen, lokale kaalheid, nu toch echt minder lijkt te worden. Het is een schat, die dochter van me. Zorgen zit haar in het bloed maar ze liegt natuurlijk of het gedrukt staat. Ze doet dat uit liefde voor mij. Want vergoelijkende liefdesleugentjes van dochters zijn aandoenlijk en onschuldig. Er wordt nog heel wat afgelogen in dit land van Nivea, de Hema, wonderschone wolken partijen. In dit wonderschone land waarin we meer geld uitgeven aan Viagra dan aan onderzoek naar Alzheimer. Heel bijzonder omdat juist de bejaardenberg een behoorlijk probleem is. Al is het maar vanwege het idee dat je er op zondag naar toe moet terwijl je niet de stinkerige pamperfabriek in wilt. Ik weet niet hoe het u is vergaan rondom de Tweede Kamerdebatten over Mauro met zijn mooie bruine ogen. Tegen de tijd dat ik deze column aan u toevertrouw, zijn Ad Koppejan en Kathleen Ferrier hopelijk beide het CDA uitgezet en is Mauro en zijn 2.000 lotgenoten misschien alweer in Angola. Niet omdat ik het leuk vind, sterker nog van mij mogen ze allemaal blijven, maar ik prefereer een zekere mate van consistentie. Laat ik maar met de deur in huis vallen. Bij Tweede Kamerleden is consistentie ver te zoeken, zeker als het om het zorgdossier gaat. De hele tariefkorting bij huisartsen is gewoon een ordinaire financiële taakstelling waarbij wordt geschipperd met gelegenheidsargumenten. Toen het preferentiebeleid werd geïntroduceerd, heb ik vanwege de omvang van het belgedrag heel wat bloemen van de PTT bij VWS, in Wageningen en Eindhoven zien bezorgen. Wat was er een opwinding en aandacht. Mijn idee is dat de zorg kapot wordt getrokken. Niet omdat het goedkoper moet, maar vanwege de morele ejaculatie precox onder de actoren. Met regelmaat beluister ik via een willekeurige intercom een gesprekje. Met het schaamrood op de kaken: het is niet meer en niet minder dan auditieve zorgporno; perversiteit die het farmaceutisch weekblad of het FD niet zullen halen. Nu kunt u mij wat overprikkeld noemen maar de echt pikante details kan ik u niet eens in deze column toevertrouwen. Uw oren zouden er af vallen. Met vrienden heb ik het over konkelevoezelen. Laat ik het daar maar bij laten. Er is een prachtige documentaire over Prins Bernhard gemaakt, wat mij betreft is nu de farmacie aan de beurt. Dat wordt zeker een hit. Tenminste: voor die paar honderd apothekers met enig historisch besef en zelfreflectie. De rest lijdt net als politici aan hardnekkige retrograde amnesie! U zou het niet zeggen maar ik ben erg voor de Tweede...

Lees Verder
De kunst van  het destilleren
dec06

De kunst van het destilleren

De historie van whisky begint eigenlijk lang voor het begin van onze jaartelling. De kunst van het distilleren kwam toen waarschijnlijk via de Arabieren in Europa terecht. De Arabieren stookten van reukwater van bloemen en noem­den dit distillaat al-koh’l, het verfijnde. Aan het begin van de Middel­eeuwen brachten rondreizende monniken de kennis van het distilleren mee naar Ierland. Daar stookten ze van gerst een drank waar ze geneeskrachten aan toedichtten, aqua vitae. In het Keltisch werd dit ‘levenswater’ uisge beatha genoemd. Toen de Britten Ierland veroverden, werd deze naam verbasterd van fuisce tot whiskey. Populair Het waren waarschijnlijk Ierse missionarissen die op hun beurt de distillatietechniek in Schotland introduceerden. Er kan in ieder geval met zekerheid gezegd worden dat er in Schotland sinds 1494 whisky geproduceerd wordt. Het stoken van whisky werd in dat land ontzettend populair, zelfs in de meest onherbergzame gebieden. Whisky werd vooral geproduceerd voor de markt in Schotland, Ierland, Engeland en andere delen van het Britse imperium. In de 19e eeuw namen Ierse kolonisten hun kennis van whiskey stoken mee naar de Verenigde Staten. Nog steeds wordt whiskey daar op zijn Iers gespeld, dus als whiskey in plaats van whisky. Tegenwoordig komen er ook goede whisky’s uit landen als Nieuw-Zeeland en Japan. Proeven, praten, leren Op 16, 17 en 18 november 2012 vindt voor de 9e keer het International Whisky Festival plaats. Hier krijgt u de gelegenheid om kennis te maken met deze verschillende soorten en smaken. U kunt langs stands lopen en whisky proeven, over whisky praten en meer over whisky leren. Het festival vond zeven edities plaats in Leiden, dit jaar zal het voor de tweede keer plaatsvinden in De Grote Kerk in Den Haag. De Grote of St. Jacobskerk behoort, samen met het Binnenhof, tot de oudste gebouwen in de binnenstad van Den Haag. Vanwege het bijzondere karakter van de kerk is het bij uitstek een geschikte locatie voor dit evenement. De Bruichladdies Er zullen tijdens het evenement ‘gidsen’ beschikbaar zijn die u op verzoek in de Grote Kerk rondleiden langs de diverse stands. Deze gidsen genaamd ‘De Bruichladdies’ zijn aanwezig om u van dienst te zijn. Zij zijn zeer goede (amateurs) whiskykenners, die u graag rondleiden en geven u daarbij voorlichting over de vele soorten whisky die te proeven zijn met de specifieke kenmerken. Voorafgaand aan het evenement kunt u ook een korte introductiecursus volgen. U gaat daarna via een aparte ingang de kerk binnen. Bij binnenkomst in de kerk ontvangt u een tastingglas waarmee u langs de stands loopt en daar vele gratis slokjes (in het Schots heten deze drams) whisky kunt proeven. Wilt u ook de wat exclusievere soorten...

Lees Verder

Derks & Derks: Cultuur als succesfactor in apotheken

De continue veranderingen in de eerstelijnszorg stellen hoge eisen aan de flexibiliteit en het aanpassingsvermogen van apotheken en apotheek-medewerkers. Hierdoor neemt de aandacht voor succesfactoren als bedrijfscultuur de laatste jaren sterk toe. Inzicht is daarbij een voorwaarde voor gerichte sturing. Waar staat ú als apotheker? En waar staat uw team? Tijdens het KNMP Congres bood Derks & Derks apothekers de gelegenheid met die vragen aan de slag te gaan en dat leverde volop stof tot nadenken op. Directeur Jan Derks: “Als bureau zijn we vooral bekend door onze Werving & Selectie-activiteiten. We bewegen ons al ruim tien jaar in de farma en leveren door onze ervaring en eigen onderzoek óók een inhoudelijke bijdrage op HR-gebied. In 2009 ontwikkelden we samen met Jen Feenstra van bureau Viscum een instrument om bedrijfscultuur te meten en deden we een eerste onderzoek. Tijdens het KNMP Congres 2011 boden we de bezoekende apothekers de gelegenheid mee te doen aan deze ‘Cultuur Scan’. Met dit kosteloze onderzoek willen we meer bewustzijn creëren voor het belang en de mogelijkheden van bedrijfscultuur als instrument om de uitdagingen van de sterk veranderende zorgmarkt aan te kunnen.” Reisleider Apothekers en hun teams staan voor grote uitdagingen, weet Derks: “Er is toenemende concurrentie van nieuwe apotheekconcepten, de prijzen staan onder druk, vergoedingen dalen, er moet resultaatgericht en patiëntgericht gewerkt worden onder steeds stringentere kwaliteitseisen. Probeer dan nog maar eens te voldoen aan je eigenlijke bestaansreden: optimale farmaceutische zorg bieden aan de jou toevertrouwde patiënten. Dat stelt enorme eisen aan het apotheekteam. Logisch dat de interesse in factoren die bepalend zijn voor de klantgerichtheid, efficiency en resultaatgerichtheid toeneemt. Cultuur is zo’n factor. Als apotheker ben je in feite een reisleider die de route kent. Maar kent je team die route ook en is je team wel in staat en bereid je te volgen? De Cultuur Scan brengt die mate van overeenstemming in beeld en met die informatie kun je met je team aan de slag.” Meting bij apotheek én team. De Cultuur Scan bestaat uit twee delen: aan de hand van stellingen over vier cultuuraspecten (zie kader) wordt eerst de visie van de apotheker op de bedrijfscultuur bepaald. Daarna volgt een meting bij het apotheekteam. Jan Derks: “Tijdens het KNMP Congres heeft een aantal deelnemers de eerste fase doorlopen, door ter plekke de Cultuur Scan in te vullen. Voor elke deelnemer hebben wij een maatwerk rapport gemaakt, waarin zijn of haar resultaten niet alleen teruggekoppeld, maar ook vergeleken worden met die van de collega’s op het congres. Heel leerzaam: die resultaten leveren al veel stof tot nadenken op, terwijl we de meting bij de apotheekteams nog voor de boeg hebben.” Spanningsveld...

Lees Verder

Roken op recept?

Dit is het twintigste artikel in de reeks ‘over de grens’. Oftewel een vogelvlucht over hoe de farmaceutische zorg in het buitenland is geregeld. In deze editie IJsland.   Weinigen gaan er op bezoek en velen vliegen er overheen: IJsland. Als je ’s winters uit het vliegtuigraam kijkt, zie je een eiland dat lijkt op een oude witte deken met zwarte gaten erin. Wat vooral opvalt is de afwezigheid van bomen. Een bergachtig landschap: tafelbergen afgewisseld met actieve en slapende vulkanen, daartussendoor rivieren die slingerend een weg zoeken naar de oceaan. IJsland kwam de laatste jaren regelmatig in het nieuws en niet altijd op een positieve manier. Misschien willen ze hun image oppoetsen en de oude witte deken opschudden want het kostte mij weinig moeite om een aardige ziekenhuisapotheker te vinden die me heel vriendelijk en welwillend te woord stond. Elin Jacobsen (50) is ziekenhuisapotheker in Reykjavik, de hoofdstad van het land, waar ongeveer ruim 350.000 IJslanders wonen. Elin werkt voor de overheid in het National University Hospital of Iceland. Ze geeft leiding aan 50 medewerkers waarvan 15 apothekers. Elin over de ziektekostenverzekering zoals die in IJsland is geregeld: “De IJslandse overheid betaalt een groot gedeelte van medicijnen en patiënten betalen een vast bedrag afhankelijk van hun inkomen. Dure geavanceerde medicijnen voor HIV en cytotoxics, worden geheel door de overheid betaald. Antibiotica en slaappillen daarentegen betalen patiënten helemaal zelf.” ‘Almighty Krone’ In grote lijnen lijken de apotheken in Scandinavië in het algemeen en IJsland en Nederland in het bijzonder, op elkaar. Apotheken zijn relatief groot en er werken veel gediplomeerde medewerkers. IJsland telt ongeveer 250 apothekers maar volgens Elin zijn er veel apothekers werkzaam in de farmaceutische industrie. IJsland heeft twee grote ketens en een aantal kleinere individuele apothekers. Apothekers zijn vrij om een apotheek te beginnen maar ze moeten wel beschikken over een ‘Pharmacists M.Sc.’ (Master of Science red.) en ze moeten de regels nakomen die te maken hebben met GMP (Good Manufacturing Practices red.), een kwaliteitsborgingsysteem voor de farmaceutische industrie. Niet-apothekers mogen een apotheek bezitten maar de apotheker blijft eindverantwoordelijk en licentiehouder. De laatste jaren is de concurrentie sterk toegenomen en begint de praktijk op de Amerikaanse situatie te lijken met ketenvorming en apothekers in loondienst. Volgens Elin beïnvloedt de ‘Almighty Krone’ (IJslandse munteenheid. red.) het gedrag van apothekers meer en meer: “Op zichzelf is het niet erg dat veel apothekers in loondienst werken en dat er ketenvorming is want er zijn op deze manier veel banen gecreëerd. Van de andere kant zijn de ketens natuurlijk erg op winst gericht en dit gaat ten koste van de farmaceutische zorg. Apothekers zijn vooral doosjesschuivers geworden en er is...

Lees Verder
Mooi met  een extra ‘o’
nov14

Mooi met een extra ‘o’

Moooi design inspireert en verleidt de wereld sinds 2011 met sprankelende en innovatieve meubelen, lampen en accessoires binnen de interieur en design wereld. De Moooi design items zijn soms functioneel, soms creatief maar altijd briljant en indrukwekkend. Moooi design zag het levenslicht in 2001. Oprichter en ontwerper Marcel Wanders gaf het design label de naam Wanders Wonders. Een jaar later besloten Wanders en medeoprichter Casper Visser de naam te veranderen in Moooi. Met een extra ‘o’, omdat het extra mooi is. Het duo, Wanders als verantwoordelijke voor de design collectie en Visser als marketingspecialist, is tot op heden zeer succesvol gebleken. Maar weinig designmerken weten de interieurwereld steeds weer opnieuw te verrassen en te verbazen als Moooi. De innovatieve, humoristische en altijd briljante ontwerpen weten in ieder interieur de aandacht naar zich toe te trekken. De Moooi design meubelen, accessoires en lampen zijn stuk voor stuk eyecatchers. Design items die uw interieur verrijken. De ontwerpers van Moooi design Marcel Wanders is verantwoordelijk voor de kenmerkende uitstraling van de Moooi design meubelen en accessoires en voor vele succesnummers uit de collectie. Naast de Moooi Blue Delft serie introduceerde Wanders ook de Parent Chair en de Moooi Oval Light. Moooi design en fotograaf Erwin Olaf Moooi werkt al jaren samen met de bekende fotograaf Erwin Olaf. Erwin Olaf shockeert en provoceert en staat ook wel bekend als de enfant terrible van de fotografie. De foto’s voor het designlabel Moooi krijgen de bekende Olaf-twist. De onberispelijke lijven op de foto’s vertonen steeds een link met het ontwerp: witte bollampen versus een zwart afrokapsel, een fragiel kaal hondje op een al net zo fragiel kanten tafeltje. Olaf: “Ik houd van design. Marcel Wanders heeft altijd wel iets bij zich dat ik mooi vind. Maar ik hou ook van dat onverwachte: ik zet mensen graag aan het denken.” Want mooi is bij Olaf nooit zomaar mooi. Moooi weer: ecologisch en verantwoord design Moooi design heeft naast de reguliere lijn ook een ecologische productlijn met de naam: Moooi weer. De design items uit deze collectie zijn gemaakt van bestaande voorwerpen. En ieder jaar komt er een nieuwe verf op de markt zodat u uw meubelen een nieuwe look kunt geven. Moooi’s Horse Lamp Een paard in uw huis, is dat niet bijzonder? The Horse Lamp, geïntroduceerd door Moooi, is niet zomaar een paard. Het paard heeft namelijk een lamp op de top van zijn hoofd en is daardoor een eyecather voor elk interieur. De lichtval en schaduw zijn bijzonder en maken de lamp nog mooier en spreekt erg tot de verbeelding in uw leefruimtes. Creativiteit betrokken De Horse Lamp is beschikbaar in het zwart. Deze...

Lees Verder
Henk Pastoors: Ik ben dol op die apothekers!
nov11

Henk Pastoors: Ik ben dol op die apothekers!

Een tijdje terug was ik uitgenodigd voor een filmpremière in het wat mij betreft mooiste filmtheater van Nederland, het Tuschinski in Amsterdam. In het Tuschinski ga je niet alleen naar de film, je gaat ook naar Het Gebouw. Deze sprekende droomwereld in Jugendstil en Art Deco werd in 1921 voltooid en heeft sindsdien geduldig vele renovaties ondergaan. Gelukkig maar dat op gegeven moment daar de lichten uit gaan, anders blijf je je maar verwonderen over de details. Misschien vraagt u zich af waar dit nu helemaal over gaat. Over apothekers natuurlijk! Want tijdens mijn voettocht over de rode loper van Tuschinski moest ik weer aan ze denken. Ik ben niet alleen dol op apothekers, ik denk er ook vaak aan. De één zal het uitleggen als een professionele houding, een volgende als een gezonde obsessie. Ik kom er rond voor uit dat het laatste voor mij van toepassing is. Bij Tuschinski is de markt volledig vraaggestuurd waarbij de klantbeleving voorop staat. Wachten aan de kassa is er nauwelijks bij en ik kan op vier verschillende manieren aan mijn kaartje komen, dineren, drankje bij de voorstelling en een rondleiding krijgen. De bejegening is top. Bent u cynicus, dan zult u nu waarschijnlijk opmerken dat je zowel bij de apotheek als bij Tuschinski naar een illusie gaat. Bij de film weet je dat zeker, bij de apotheek weet je dat, getuige ons surfgedrag op het internet, meestal pas achteraf. Maar dol als ik ben op die apothekers, vind ik ook dat ze niet moeten zeuren. In de contractonderhandelingen voor 2012 gaat het voornamelijk over geld voor zorgactiviteiten. Natuurlijk kost zorg geld, en de apotheek is een geweldig podium om aan deze zorg invulling te geven. Maar als mijn lieve moeder naar de apotheek gaat, gaat ze er automatisch van uit dat er, gezien haar profiel, automatisch een medicatiecheck wordt gedaan. Het schokkende beeld dat ik van deze farmaciefilm krijg, is dat deze zorg niet werd geleverd toen er  nog wel genoeg geld te verdienen was. Tel daarbij op dat ik sinds kort zorgverzekeraars met enige regelmaat over ‘maatschappelijke kosten’ en ‘verantwoordelijkheid’ hoor praten. Dit is een nieuw thema in de film die wat mij betreft steeds meer naar Fellini neigt. Klink schreef in zijn overdrachtsbrief aan Edith Schippers dat de farmacie het voorbeeld was van marktwerking en het maatschappelijk bewustzijn van alle factoren in deze kolom. Hij had een punt, ik… steeds meer vraagtekens. In de onderhandelingen omtrent het contracteren van openbare farmacie 2012 lijken zorgverzekeraars een vooral niet hoger tarief te willen contracteren dan de andere zorgverzekeraars. Zorg lijkt zo tot een blindedarm te verworden: een aanhangsel zonder aantoonbare functie....

Lees Verder