Medicijnjournaal april 2019
apr09
Lees Verder
Explosieve stijging van opioïden-gebruik
apr08

Explosieve stijging van opioïden-gebruik

Het totaal aantal van mensen die opioïden gebruiken, is toegenomen van 650.000 in 2010 naar ruim 1 miljoen in 2017. Een stijging van 55%. Daarvan zijn ruim 200.000 langdurige gebruikers. Daarmee valt Nederland onder de Europese landen onder de grootgebruikers. De toename wordt met name veroorzaakt door een verviervoudiging van het gebruik van oxycodon, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek van Zorgverzekeraars Nederland (ZN), in samenwerking met onder meer Vektis Intelligence. Het doel van het onderzoek was om op basis van declaratiegegevens van zorgverzekeraars te kijken hoe het gebruik aan opioïden in ons land zich heeft ontwikkeld. Is het gebruik leeftijd- en/of geslachtsafhankelijk. En wie zijn de voorschrijvers? In 2010 waren er 135.000 mensen die langdurig opioïden gebruikten en dat aantal is gestegen naar ruim 200.000 in 2017. De verhouding tussen kort- en langdurig gebruik bleef in die periode overigens gelijk. Langdurige gebruikers bevinden zich vooral in het noorden en zuiden van ons land. Wat betreft de verhouding mannen/vrouwen: 60% van de mensen die opioïden gebruiken, is vrouw. En het gaat vooral om ouderen. Van de 85-plussers gebruikt bijna 1 op de 5 verzekerden minstens 1 voorschrift voor een opioïd. In de leeftijd van 18 tot 55 is dat 1 op de 20 verzekerden. Het percentages opioïdengebruikers nam toe van 3,9% van de bevolking in 2010 naar 5,8% in 2017. In 2017 schreven huisartsen 82% van de opioiden en 74% van de oxyxodon voor. Echter: de hoeveelheid oxycodon die medisch specialisten voorschrijven, steeg van 2,8% in 2010 naar 14,2% in 2017. VGZ deed onderzoek onder haar eigen verzekerden naar het voorschrijfgedrag van het eerste recept van artsen. Meer informatie Zie het achtergrondartikel in de Groen Amsterdammer van onderzoeksplatform Investico. Bekijk de uitzending van Nieuwsuur Bron: Zorgverzekeraars Nederland    ...

Lees Verder
Geen artsenbezoek meer vanuit GSK
apr08

Geen artsenbezoek meer vanuit GSK

Artsenbezoekers hebben het niet gemakkelijk. Huisartsen staan steeds minder open voor informatie van een geneesmiddelenfabrikant en stellen hun bezoek dus vaak niet op prijs. Het NHG heeft huisartsen al geruime tijd geleden geadviseerd om geen artsenbezoekers meer te ontvangen. Dat heeft ertoe geleid dat GlaxoSmitKline (GSK) nu in ons land is gestopt met het bezoeken van huisartsen. Reden: Die bezoeken stuiten op veel weerstand. GSK is een van de eerste farmaceutische bedrijven in Nederland dat stopt met het artsenbezoek. Het besluit consequenties voor het personeel: dertig artsenbezoekers van GSK zijn hun baan kwijt. Dat meldt het FD maandag in een interview met algemeen directeur Daan Gijbels van GSK. Negatieve houding Gijbels: “In de hele maatschappij is een negatieve houding merkbaar ten opzichte van de farmaceutische industrie. Daardoor waren de artsenbezoeken niet meer effectief. Hij vindt het een pijnlijk besluit en verwacht dat nieuwe producten in de geneesmiddelensector daardoor moeilijker hun weg zullen vinden naar patiënten. “Als huisartsen informatie van de farmaceutische bedrijven niet meer aannemen, sluiten ze zich af van innovatie.” In 2016 is GSK reeds gestopt met het betalen van artsen voor het houden van spreekbeurten van vergoeding van reis- en verblijfkosten van artsen die congressen bezoeken. Onjuiste informatie Farmaceutische bedrijven mogen geen reclame te maken voor patiënten, dus richten ze zich vooral op artsen, omdat dat wel is toegestaan. GSK is in het verleden betrokken geweest bij enkele rechtszaken, waaronder gebruik van ongeoorloofde promotie van medicijnen, het verzwijgen van ernstige bijwerkingen en een omkoopschandaal in China. Kwesties die de farmaceut nog steeds achtervolgen, omdat ze steeds worden opgerakeld. “Het is waar dat GSK in het verleden betrokken is geweest bij een aantal affaires”, erkent Gijbels tegen het FD, “maar daar hebben we harde lessen uit getrokken.”   Gerda van Beek Bronnen: FD, NRC en Volkskrant  ...

Lees Verder
Advies Zorginstituut: neem Durvalumab op in basispakket
apr08

Advies Zorginstituut: neem Durvalumab op in basispakket

Zorginstituut Nederland adviseert minister Bruins Durvalumab op te nemen in het basispakket. Het geneesmiddel was eerder vanwege de verwachte hoge kosten door de minister in de ‘sluis voor dure geneesmiddelen’ geplaatst. Durvalumab is een effectieve en in potentie curatieve behandeling voor een subgroep van longkankerpatiënten met een hoge ziektelast. De kosteneffectiviteit is relatief gunstig en bedraagt ongeveer € 35.000 per QALY (gewonnen levensjaar van goede kwaliteit). Maar doordat het middel heel vaak zal worden toegepast en er een reële kans is op indicatie-uitbreiding, kan de budgetimpact bij opname in het basispakket oplopen tot ca. € 56 miljoen per jaar. Tenminste half jaar langer leven Durvalumab is een immuuntherapie die erop gericht is de anti tumor-respons van het immuunsysteem te verbeteren bij specifieke longkankerpatiënten waarvoor nog geen curatieve behandeling beschikbaar is. De huidige standaardbehandeling in een niet-operabel stadium, na chemoradiotherapie, is namelijk actief volgen tot progressie van de ziekte optreedt. In een gerandomiseerd klinisch onderzoek werd door behandeling met Durvalumab een winst in algehele overleving van tenminste 6 maanden bereikt. De kosten van een behandeling met Durvalumab  zijn ruim 62.000 euro per patiënt. Aanvullend onderzoek Het Zorginstituut adviseert tevens om voor doelmatige inzet van Durvalumab en soortgelijke middelen, structureel aanvullend onderzoek te doen in het kader van gepaste inzet van deze geneesmiddelen. Wanneer Durvalumab op basis van de uitkomst van de prijsonderhandeling in het basispakket instroomt, gaat het Zorginstituut het gebruik actief volgen. Sluis voor dure geneesmiddelen Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt, worden in beginsel zonder (prijs)afspraken toegelaten tot het basispakket, zodat innovatieve zorg snel beschikbaar komt. De minister kan echter besluiten om nieuwe middelen, vanwege de hoge prijs, toch tijdelijk uit het pakket te houden. In de tussentijd kan het Zorginstituut een advies uitbrengen en kan de minister met de fabrikant onderhandelen over de prijs.   Download het pakketadvies durvalumab (Imfinzi ®) Bron: Zorginstituut...

Lees Verder
Yolande Waterreus per 1 juni a.s. adjunct-directeur IVM
apr08

Yolande Waterreus per 1 juni a.s. adjunct-directeur IVM

Yolande Waterreus wordt met ingang van 1 juni 2019 de nieuwe adjunct-directeur van Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Yolande Waterreus is van huis uit huisarts en epidemioloog. Zij heeft ruime ervaring als leidinggevende op het snijvlak gezondheid en bestuur. Yolande heeft leiding gegeven bij het College voor Zorgverzekeringen (Zorginstituut Nederland) binnen het dossier farmacie, was manager bij DBC-onderhoud en is sinds 2015 programmamanager innovatie bij de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Drs. Ruud Coolen van Brakel, directeur IVM, over Yolande Waterreus: “Het Instituut Verantwoord Medicijngebruik (IVM) is dé onafhankelijke instantie die zorgverleners ondersteunt in doelmatige farmaceutische zorg. Zorgverleners en patiënten krijgen te maken met een breed scala aan veranderingen door nieuwe technologieën. Met Yolande Waterreus als adjunct directeur heeft IVM er het volste vertrouwen in dat de organisatie haar leidende rol blijft spelen in de advisering rond doelmatige farmaceutische zorg. Zij heeft meer dan 15 jaar ervaring als (programma)manager in (semi)-publieke organisaties. Samen met Yolande Waterreus hopen wij een volgende belangrijke stap te kunnen zetten om goed, veilig en betaalbaar medicijngebruik te stimuleren in Nederland. Yolande heeft de kennis, ervaring en netwerken om de komende jaren IVM succesvol en innovatief te leiden.” Key issues Yolande Waterreus is gedreven om maatschappelijke uitdagingen verder te brengen. “Technologische innovaties jagen momenteel een transformatie in de zorg aan. Patiënten, professionals, zorgaanbieders, verzekeraars en overheid krijgen te maken met essentiële verandering. Lange-termijn-betaalbaarheid en kwaliteit van zorg blijven key issues.” Haar ervaringen bij NZa, het bijdragen aan het versneld beschikbaar komen van innovatie op de werkvloer, zijn in de functie van adjunct-directeur IVM dan ook een waardevolle aanvulling.   Bron: IVM...

Lees Verder
Inenting meningokokken B niet in vaccinatieprogramma
mrt30

Inenting meningokokken B niet in vaccinatieprogramma

De inenting tegen meningokokken type B komt niet in het Rijksvaccinatieprogramma. Daarmee neemt staatssecretaris Blokhuis van het advies van de Gezondheidsraad over. Deze stelt dat er nog onduidelijkheid rondom de werkzaamheid van dit vaccin. Het geeft relatief veel bijwerkingen geven, zoals hoge koorts. En het vaccin is niet kosteneffectief. Blokhuis deelt dit mee aan in een brief aan de Tweede Kamer  met daarin zijn motivatie. Hij heeft dit besluit zeker niet lichtvaardig genomen. Zo schrijft hij: ‘Het RIVM houdt altijd goed in de gaten of er nieuwe relevante wetenschappelijke publicaties zijn en informeert hierover het prioriteringsoverleg dat twee keer per jaar plaatsvindt met het RIVM, Zorginstituut Nederland, de Gezondheidsraad en VWS en zo nodig tussendoor. Ook hecht ik er aan te melden dat het RIVM de incidentie van meningokokkenziekte nauwlettend in de gaten houdt. Wanneer er sprake is van een substantiële toename, kan ik hier snel actie op ondernemen.’ Op eigen kosten Hij wijst in zijn brief op de bijwerkingen die veel voorkomen bij deze inenting. Ook het feit dat het vaccin niet kosteneffectief is, speelt mee in de besluitvorming. Desondanks: het gaat natuurlijk om een aandoening met ernstige gevolgen. Het is wel mogelijk om te laten vaccineren tegen betaling, vermeldt Blokhuis: ‘Gezien de ernst van de ziekte begrijp ik goed wanneer mensen op individueel niveau een andere afweging maken over het vaccineren van zichzelf of hun kinderen. Het vaccin tegen meningokokken B is op eigen kosten verkrijgbaar via de huisarts of een vaccinatiecentrum (zoals een GGD).’ Uitbreiding informatie Ook vindt de staatssecretaris goede informatie van belang en met het RIVM gaat hij bekijken hoe informatie over meningokokken B-vaccinatie nog beter onder de aandacht kan worden gebracht.  Er is reeds informatie voor publiek en Informatie voor professionals en dat wordt verder uitgebreid. Herbeoordeling Over drie jaar  wordt de vaccinatie tegen meningokokken B en eventuele opname daarvan in het Rijksvaccinatieprogramma opnieuw beoordeeld. Dan zijn er namelijk ook meer gegevens beschikbaar over de effectiviteit beschikbaar.   Bron:...

Lees Verder
Anticonceptiepil nog steeds beperkt leverbaar
mrt30

Anticonceptiepil nog steeds beperkt leverbaar

Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) adviseert apothekers om maximaal voor drie maanden de anticonceptiepil levonorgestrel/ethinylestradiol 150/30 µg mee te geven. Dit om het risico op tekorten te verkleinen. De voorzorgsmaatregel is van toepassing tot en met 31 mei 2019. Het betreft is een verlenging van het eerder afgegeven advies over levering van de anticonceptiepil. De KNMP ondersteunt het advies. De levering van de anticonceptiepil (levonorgestrel/ethinylestradiol 150/30 µg) is namelijk nog niet stabiel. Het CBG heeft via het Meldpunt geneesmiddelentekorten en -defecten diverse meldingen ontvangen van een aantal geneesmiddelenbedrijven die aangeven dat ze het middel slechts in kleinere of onvoldoende hoeveelheden te kunnen leveren. De leveringsproblemen komen volgens de geneesmiddelenbedrijven  door een vertraging in de kwaliteitscontrole. Het is nog onbekend wanneer firma’s die nu door hun voorraad heen zijn weer voldoende kunnen leveren. Omdat sommige merken van de anticonceptiepil niet kunnen worden geleverd, kan het zo zijn dat vrouwen tijdelijk een ander merk anticonceptiepil krijgen bij de apotheek.   Bron: CBG /...

Lees Verder
JAK-remmers en de behandeling van reumatoïde artritis anno 2019
mrt27

JAK-remmers en de behandeling van reumatoïde artritis anno 2019

In de Romeinse mythologie is Janus de god van het begin en het einde, van het openen en het sluiten, ook van de hemelpoort. Hij kon in twee richtingen kijken en werd afgebeeld met twee gezichten, een naar voren en een naar achteren. Zijn standbeelden werden vaak bij poorten of deuren geplaatst. Ianua is het Latijnse woord voor deur en januari is de eerste maand van ons jaar. De naam van Janus is verbonden aan een bepaalde groep intracellulaire kinasen die de voortgang van signalen van cytokinen, interferonen en vele hormonen van hun receptor in de celmembraan, de ingang, naar de celkern regelen en aldus invloed hebben op de synthese van een groot aantal biologisch werkzame stoffen. Deze kinasen spelen een sleutelrol bij de functie van aangeboren en verkregen immuunreacties en ook bij onder meer de hematopoëse en ontwikkeling van cellen betrokken bij die immuunreacties. Een groot aantal cytokinen is betrokken bij ontstekingen die voortvloeien uit immuunreacties zoals bij o.a. reumatoïde artritis. Vier enzymen De groep van de Januskinasen (JAK) bestaat uit vier enzymen: JAK1, JAK2, JAK3 en tyrosinekinase 2 (TYK2). JAK1, JAK2 en TYK2 komen in veel verschillende cellen tot expressie terwijl de expressie van JAK3 is beperkt tot hematopoëtische, myeloïde en lymfoïde cellen. Deze vier enzymen zijn elk gekoppeld aan bepaalde cytokine-receptoren. Cytokinen met een hormoonachtige functie (zoals o.m. GM-CSF, IL-3 en IL-5) binden zich aan receptoren die signalen doorgeven via JAK2; de zogenoemde γc-familie van receptoren sluist signalen van IL-2, IL-4, IL-7, IL-9, IL-15 en IL-21 door naar de celkern en maakt daarbij gebruik van JAK1 en JAK3. Bij de werking van interferonen, IL-28, IL-29 en IL-10 is o.a. TYK2 betrokken. Het voert te ver om deze onderlinge verschillen hier verder uit te diepen maar het is van belang om te weten dat JAK dus uit vier verschillende enzymen bestaat met elk hun eigen biochemisch spectrum. De JAK enzymen zijn onderdeel van de ‘Signal Transducer and Activation of Transcription’ (STAT) pad dat is betrokken bij ontstekings- en immuunreacties. Afwijkingen hiervan kunnen abnormale proliferatie van cellen veroorzaken en leiden tot o.a. polycythaemia vera, leukemie en lymfomen. Baricitinib en tofacitinib Sinds enkele jaren zijn in Nederland twee JAK-remmers beschikbaar, namelijk baricitinib (Olumiant®) en tofacitinib (Xeljanz®). Baricitinib is een remmer van JAK1 en JAK2, tofacitinib remt vooral JAK1 en JAK3 en in mindere mate JAK2 en TYK2. Baricitinib en tofacitinib zijn beide geregistreerd voor de behandeling van matige tot ernstige reumatoïde artritis indien er onvoldoende verbetering is bij toepassing van één of meer disease-modifying antirheumatic drugs (DMARD’s) al dan niet in combinatie met methotrexaat. Beide middelen verbeteren de zogenaamde ACR-score (American College of Rheumatology) en de werkzaamheid is waarschijnlijk...

Lees Verder
Vraagtekens over de afleverkosten van medicijnrollen
mrt26

Vraagtekens over de afleverkosten van medicijnrollen

De uitzending van Kassa van 23 maart jl. deed nogal wat stof opwaaien. Daarin werd aangetoond dat de kosten van het leveren medicatie in baxterrollen veel hoger zijn dan die van de standaardlevering in een apotheek. Apothekers willen daarbij geen inzage geven in de kosten. De NZa start een onderzoek. De zakjes met de dagelijkse hoeveelheid pillen (gemiddeld 5 medicijnen per dag) worden opgerold en wekelijks ter hand gesteld aan deze groep die merendeels in verzorgingstehuizen woont of thuiszorg ontvangt. De totale terhandstellingskosten zijn de afgelopen jaren gestegen: van 340 miljoen in 2016, 350 miljoen in 2017 naar 365 miljoen in 2018. Deze kosten vormen bijna 25% van de totale kosten van de apotheekzorg. Terwijl de groep van kwetsbare patiënten slecht 7,1% van de totale groep medicijngebruikers bedraagt. Concurrenten Waarom zijn de apothekers niet transparant over de kosten? De KNMP wijst in een verklaring op het feit dat apothekers sinds 2012 elkaars concurrenten zijn, omdat de overheid de prijzen overliet aan de markt. De prijzen zijn derhalve niet transparant. Zie de volledige reactie van de KNMP.  Wel is bekend dat de kosten van de terhandstelling op weekbasis worden berekend en per medicatiesoort. Wie 1 pil per dag gebruikt, betaalt gemiddeld 3 tot 4 euro per week. Zitten er 2 pilsoorten per dag in, dan kost het 2 keer die 3 á 4 euro. Gemiddeld gebruikt deze groep 5 verschillende pillen per dag, dus dat loopt flink op. Onderzoek In de uitzending van Kassa vertelt de heer Kallen dat zijn moeder wekelijks 7 pilletjes Temazepam nam die 0,36 cent per week kosten, dus op jaarbasis 18,70 euro. De wekelijkse afleverkosten bedroegen 3,35 euro, op jaarbasis is dat 174,20 euro. En dat is dan voor slechts één van de vier medicatiesoorten die mevrouw Kallen gebruikte. Haar zoon heeft gevraagd of de medicijnrollen per maand kunnen worden afgeleverd, in plaats van wekelijks. Dat zal leiden tot lagere kosten. Maar aflevering per maand was niet mogelijk.  Zorgverzekeraars Nederland is overigens voorstander van een vast bedrag per weekrol, ongeacht het aantal medicijnen in die rol. Kamervragen en onderzoek Zorgverzekeraars Nederland heeft inmiddels om een onderzoek gevraagd van de Nederlandse Zorgautoriteit. Dat onderzoek is op dit moment gaande. John Kerstens, PVDA-Kamerlid, eist dat de apothekers inzage geven, anders zal hij Kamervragen stellen en desnoods een debat hierover aanvragen, zegt Kerstens tijdens van uitzending van Kassa....

Lees Verder
Studie naar de R&D-kosten van medicijnen
mrt26

Studie naar de R&D-kosten van medicijnen

Redactie FarmaMagazine: Ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen is kostbaar. De gemiddelde R&D-kosten van een nieuw geneesmiddel bedragen 2,5 miljard dollar (!).  Slechts 7 procent daarvan bestaat uit kosten voor het geneesmiddel zelf. Een groot deel, nl. 40%, is geld voor medicijnen die nooit op de markt zijn gekomen. Denk bijvoorbeeld aan onderzoek naar medicijn tegen alzheimer. En het grootste deel: nl. 53 procent zijn kapitaalslasten: de jarenlange financieringskosten die worden gemaakt om de periode te overbruggen totdat een farmaceut verdient aan een geneesmiddel. Dit blijkt uit het onderzoek van Gupta Strategists: ‘The cost of oppurtunity – A study on pharmaceutical R&D costs’. Experts van deze organisatie hebben een model ontwikkeld om de R&D-kosten van geneesmiddelen in kaart te brengen en onderling vergelijkbaar te maken. Mogelijke besparingen En ze gaan verder dan dat. Ze hebben ook gekeken waar eventueel besparing mogelijk is op die torenhoge R&D-kosten. Daarbij ligt de focus op het verminderen van de kapitaalslasten, die tenslotte meer dan de helft van de totale R&D-kosten uitmaken. Daartoe noemen ze drie manieren: Het verkorten van de doorlooptijd van het onderzoek, door geneesmiddelen eerder toe te laten op de markt Het reguleren van de verkoop van intellectueel eigendom door universiteiten aan farmaceuten, waardoor minder financiering nodig is. Aanboren van publieke financieringsbronnen, met lagere rentetarieven, waardoor de totale kapitaalslasten worden beperkt. Daarnaast wijst Gupta op de mogelijkheid om kosten te besparen op de ontwikkelkosten van middelen die de markt niet halen. Dat kan door het kiezen voor geneesmiddelen met een hogere succeskans en het versoepelen van de toelatingscriteria. Van belang Verlaging van de R&D-kosten is uiteraard van belang en niet alleen vanwege de prijzen van medicijnen. Het wordt aantrekkelijker om medicijnen te ontwikkelen. Het leidt tot meer concurrentie, dan kunnen ook kleinere bedrijven actief aan de slag op de farmamarkt. Overigens is het niet zo dat lagere R&D-kosten direct lagere prijzen van geneesmiddelen tot gevolg hebben. Deze zijn lang niet altijd aan elkaar gekoppeld. Vaak worden veel hogere prijzen berekend dan op basis van de ontwikkelkosten en afzet redelijk zou zijn. Kanttekeningen Uiteraard zijn er bij alle voorstellen van Gupta kanttekeningen te plaatsen en dat wordt ook volop gedaan. Zo kleven er uiteraard risico’s aan vroege toelating van geneesmiddelen en geen zorgverzekeraar vergoedt een middel waarvan de werking niet overduidelijk is aangetoond. Verkoop van intellectueel eigendom van universiteiten kan inderdaad, maar dan wel onder strikte voorwaarden ten aanzien van het prijsbeleid, zodat de farmaceuten de prijzen niet verviervoudigen (of meer). En tenslotte de publieke financieringsbronnen: wie gaat al die miljarden bij elkaar brengen? Begin van een discussie Ook de onderzoekers erkennen dat er geen ‘laaghangend fruit’ is waarmee de R&D-kosten op een eenvoudige...

Lees Verder