Adviezen om Coronavirus tegen te gaan
mrt12

Adviezen om Coronavirus tegen te gaan

Goed de handen wassen, hoesten en niezen in de binnenkant van je elleboog en papieren zakdoekjes gebruiken. Die algemene hygiënemaatregelen zijn belangrijk om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Op advies van het RIVM wordt sinds maandagavond 9 maart 2020 ook opgeroepen om geen handen te schudden. In de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) zijn betrokken ministers op 9 maart bijgepraat over de aanpak van het nieuwe coronavirus. Vanuit verschillende invalshoeken is gesproken over maatregelen en de gevolgen voor Nederland. Het kabinet onderstreept het belang om adviezen van het RIVM op te volgen. Specifieke adviezen voor Noord-Brabant Sinds vrijdag 6 maart gelden voor inwoners van de provincie Noord-Brabant specifieke adviezen. Bij klachten van verkoudheid, hoesten of koorts, wordt ze gevraagd sociale contacten te beperken. Dat betekent: ga niet naar school, werk of plekken waar veel mensen bij elkaar zijn. Ze kunnen contact met de huisarts opnemen als de klachten erger worden. Deze oproep blijft de komende zeven dagen gelden, t/m maandag 16 maart.  Aan werkgevers wordt gevraagd om waar dat redelijkerwijs kan, het mogelijk te maken dat inwoners van Noord-Brabant thuis werken. Ook wordt gevraagd om te bekijken of werktijden kunnen worden gespreid. Die aanvullende maatregelen kunnen eraan bijdragen aan het tegengaan van besmetting, en geldt t/m maandag 16 maart. Rest van Nederland Voor inwoners van de rest van Nederland blijft de oproep gelden om thuis te blijven bij verkoudheidsklachten of verhoging tot 38,0 graden Celsius, wanneer je contact hebt gehad met een patiënt met het coronavirus of wanneer je in een gebied bent geweest waar veel patiënten zijn met het nieuwe coronavirus. Bij milde klachten hoeft de huisarts niet te worden gebeld, omdat het een gewone verkoudheid kan zijn. Advies is om thuis uit te zieken en te zorgen dat je anderen niet besmet. Als de klachten erger worden, neem dan telefonisch contact op met de huisarts. Ga niet zelf naar de praktijk, maar bel. Bron:...

Lees Verder
Internetconsultatie over wijziging Opiumwet
mrt12

Internetconsultatie over wijziging Opiumwet

Staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Grapperhaus (J&V) brengen een wetsvoorstel in consultatie, dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden. Producenten en handelaars in drugs omzeilen de Opiumwet met nieuwe psychoactieve stoffen, ook wel designerdrugs genoemd. Dit zijn nieuwe stoffen die sterk lijken op harddrugs die al op lijst I van de Opiumwet staan, maar in ons land nog niet verboden zijn. In de consultatie stellen Blokhuis en Grapperhaus voor om drie stofgroepen op Lijst Ia van de Opiumwet te plaatsen en daarmee te verbieden. Dit wetsvoorstel regelt een verbod op bepaalde, veel voorkomende, groepen nieuwe psychoactieve stoffen (NPS-en). Doel is om daarmee de volksgezondheid te beschermen en de productie en handel in NPS-en te belemmeren. Het gaat om stoffen die qua werking sterk lijken op de reeds verboden drugs en die geproduceerd worden om de drugswetgeving te omzeilen. Risicovolle stofgroepen Het voorstel is om een nieuwe ‘Lijst Ia’ aan de Opiumwet toe te voegen, waarmee bepaalde risicovolle stofgroepen strafbaar worden gesteld. Door een stofgroep onder de Opiumwet te plaatsen, worden alle substanties die kunnen worden afgeleid van de chemische basisstructuur van een stof in één klap verboden. Deze stoffen bootsen de werking na van drugs als XTC, cocaïne en amfetamine. Problematisch is dat als zo’n nieuwe stof onder de Opiumwet wordt gebracht, er weer een nieuwe stof wordt gemaakt met een net iets andere samenstelling waardoor de stof buiten de drugswetgeving valt. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, is er een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden. Zo krijgt een hele groep designerdrugs bij voorbaat geen kans, ongeacht de specifieke samenstelling. Internetconsultatie Het wetsvoorstel is in internetconsultatie gegaan. Iedereen die wil meedenken, kan hier tot 20 april zijn ideeën of suggesties over het wetsvoorstel...

Lees Verder
Randstad populair bij nieuwe generatie huisartsen
mrt12

Randstad populair bij nieuwe generatie huisartsen

In een aantal regio’s in ons land is er een nijpend tekort aan huisartsen. Het ziet er niet naar uit dat dit voorlopig wordt opgelost. Want: jonge huisartsen blijven graag in de regio waar zij hun opleiding hebben gevolgd en de nieuwe generatie huisartsen werkt het liefst in de Randstad. En daarmee blijft het tekort aan huisartsen in bepaalde regio’s in stand, of erger nog: neemt verder toe. Nivel-onderzoek onder 1100 alumni laat zien dat de instroom van nieuwe huisartsen en hun vestigingsvoorkeuren fors ongelijk verdeeld zijn over Nederland. Dit brengt regio’s buiten de Randstad in een ongunstige arbeidsmarktpositie. Uit het enquête-onderzoek blijkt dat alumni voornamelijk aan de slag gaan in of rond de regio van het opleidingsinstituut. Ook is er een opvallend verschil in de spreiding van alumni met die van de totale groep huisartsen: in Twente, Flevoland en Noordwest-Veluwe en Stedendriehoek werkt relatief een klein aandeel alumni ten opzichte van het aandeel in de gehele huisartsencapaciteit. Hetzelfde geldt voor een aantal regio’s in Brabant. Utrecht meest, Flevoland minst populair Van de pas afgestudeerde huisartsen geeft 16,3% aan in Utrecht te willen werken. Daarmee is dit de populairste regio. Een groot verschil met de slechts 2,4% starters die de voorkeur uitspreken voor Flevoland, de minst populaire regio. Bijkomend probleem is dat in de minder populaire regio’s ook een relatief hoge uitstroom aan huisartsencapaciteit wordt verwacht. Instroom versus uitstroom Of de instroom van nieuwe huisartsen in alle regio’s voldoende zal zijn om de uitstroom van (oudere) huisartsen te compenseren, hangt uiteraard ook af of jonge huisartsen hun vestigingsvoorkeuren kunnen realiseren. Als in de regio Utrecht een overschot is aan startende huisartsen, zullen ze mogelijk noodgedwongen uitwijken naar andere delen van het land. Bovendien kunnen hun voorkeuren later in hun loopbaan wijzigen door privéfactoren of arbeidsmarktomstandigheden, hoewel dat niet erg waarschijnlijk is. Misschien kan bewust beleid er nog verandering in brengen, maar vooralsnog ziet het er niet gunstig uit voor een aantal...

Lees Verder
Antistollingsmedicatie instellen na maagverkleining: een hele kunst
mrt02

Antistollingsmedicatie instellen na maagverkleining: een hele kunst

Antistollingsmedicatie vergt bij een aantal specifieke patiëntengroepen bijzondere aandacht. Zo kunnen afwijkende doseringsadviezen of contra-indicaties gelden bij patiënten met morbide obesitas en na bariatrische chirurgie. Dit artikel geeft hiervan een aantal voorbeelden. Voorschrijvers en apothekers krijgen in toenemende mate te maken met patiënten met morbide obesitas die al dan niet bariatrische chirurgie hebben ondergaan. Het aantal zwaarlijvige Nederlanders neemt gestaag toe en daarmee groeit ook het aantal bariatrische operaties. Op dit moment vinden er in Nederland jaarlijks ongeveer 12.000 bariatrische operaties plaats, vaker bij vrouwen dan bij mannen, om extreem overgewicht de baas te worden (zie ook kader). De meest voorkomende ingrepen zijn de gastric bypass – waarbij de absorptiecapaciteit van de dunne darm wordt ingeperkt en de maag wordt verkleind – en de gastric sleeve – waarbij alleen de maag wordt verkleind. De maagband wordt niet of nauwelijks meer toegepast. Farmacotherapeutisch is het een grote uitdaging geneesmiddelen te doseren bij deze patiënten. Morbide obesitas geeft een aantal fysieke veranderingen, zoals een verhoogd vetpercentage, toename van bloedvolume, sterkere doorbloeding van de lever, een versnelde maaglediging, een verhoogde doorlaatbaarheid van de darmwand, en een veranderde nierfiltratiesnelheid, die invloed kunnen hebben op de kinetiek van geneesmiddelen. Hetzelfde geldt voor bariatrische operaties. Bij een maagverkleining wordt de pH van de maag hoger en kan – afhankelijk van het type operatie – de maaglediging versneld of vertraagd zijn. Een verlaagde zuurgraad in de maag kan invloed hebben op de opname van geneesmiddelen die voor hun opname afhankelijk zijn van de zuurgraad in de maag. Als de opnamecapaciteit van de dunne darm afneemt na een gastric bypass-operatie kan dat ook effect hebben op de opname van medicatie. Veel geneesmiddelen worden namelijk opgenomen in het bloed via de dunne darm. Kortom, bij deze specifieke patiëntengroep kan het gedrag van geneesmiddelen in het lichaam zodanig veranderd zijn ten opzichte van de gemiddelde patiënt, dat aanpassing van de dosering nodig is voor veilig en effectief medicatiegebruik. Soms is uitwijken naar een alternatief nodig. Apothekerskoepel KNMP werkt op dit moment aan een project waarin doseringsadviezen worden opgesteld voor patiënten met morbide obesitas en na bariatrische chirurgie. Dit is noodzakelijk omdat er tot nog toe geen richtlijnen zijn over veilig en effectief doseren van geneesmiddelen bij deze specifieke patiëntengroepen. Nu is onder meer een reeks adviezen over antistollingsmiddelen gereed, die via apotheek- en huisartseninformatiesystemen kunnen worden geraadpleegd. Dit artikel zoomt in op de effecten die morbide obesitas – een body mass index (BMI) van 40 kg/m2 of meer – en bariatrische chirurgie kunnen hebben op de werking van antistollingsmiddelen en hoe de dosering kan worden aangepast of welke alternatieven eventueel geboden zijn. Dit wordt gedaan aan de hand van...

Lees Verder
Huisartsen: hoe te handelen bij verdenking van Corona-virus
feb28

Huisartsen: hoe te handelen bij verdenking van Corona-virus

Virussen trekken zich niets aan van landsgrenzen. Het nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2, is inmiddels ook in ons land. Met als gevolg een brede maatschappelijke onrust over het verloop. De ziekte die ontstaat na besmetting met dit virus heet COVID-19 (Coronavirus Disease 2019). De casusdefinitie is aangepast en lees hieronder hoe huisartsen moeten handelen. Telefonische triage De huisarts vraagt patiënten met koorts én luchtwegklachten, zoals hoesten of kortademigheid of zij:- in de afgelopen 14 dagen in een risicogebied (zie RIVM-site onder 3) zijn geweest en zo ja, waar – direct contact hebben gehad met patiënten met het coronavirus en zo ja, waar en wanneer. Let op: Patiënten die koorts en luchtwegklachten hebben en recent in één van de risicogebieden  zijn geweest òf een risicocontact hebben gehad, mogen niet naar de praktijk komen. Casusdefinitie verdacht geval De volledige casusdefinitie, opgesteld door het RIVM, is momenteel als volgt: Een persoon met: koorts* (ten minste 38 graden C) én ten minste één van de volgende respiratoire verschijnselen: hoesten, kortademigheid én de klachten zijn ontstaan binnen 14 dagen na terugkomst uit een land/regio met wijdverspreide transmissie (zie RIVM-site onder 3) óf de klachten zijn ontstaan binnen 14 dagen na contact met een patiënt met een bevestigde infectie met SARS-CoV-2. NB: De casusdefinitie wordt op basis van de nieuwste inzichten regelmatig bijgesteld. Kijk voor de meest actuele casusdefinitie op de website van RIVM Handelen bij verdenking coronavirus Zie het stroomschema Telefonische triage bij klachten die kunnen passen bij coronavirusinfectie. Het is van belang dat een patiënt die zich bij u meldt met bovenstaande kenmerken niet naar de praktijk komt. Neem telefonisch een anamnese af, waarbij u het volgende navraagt: De aard van de respiratoire klachten en de ernst daarvan?Wanneer de klachten zijn begonnen?Is de patiënt in een risicogebied geweest? Zo ja, waar en wanneer precies?Heeft de patiënt in een risicogebied ziekenhuizen bezocht en wanneer precies?Heeft de patiënt contact gehad met iemand met COVID-19? Zo ja, waar en wanneer precies? Meldplicht Bij verdenking op COVID-19 belt de huisarts altijd direct de arts Infectieziektebestrijding van de GGD. De GGD zal een huisbezoek afleggen om diagnostiek te doen. Handelen bij klinische beoordeling Als telefonische triage geen duidelijkheid geeft over de ernst van de klachten en de patiënt klinisch moet worden beoordeeld, gaat de huisarts op huisbezoek. Gebruik tijdens het huisbezoek persoonlijke beschermingsmiddelen (FFP2-masker, veiligheidsbril, vochtwerend halterschort en niet-steriele handschoenen). Hoe te handelen als een patiënt toch in de praktijk is? Zet de patiënt in een aparte ruimte en geef de patiënt een chirurgisch mondneusmasker. Neem contact op met de GGD. De GGD kan u verzoeken na te gaan of en wanneer de patiënt in de wachtkamer heeft gezeten en een lijst met...

Lees Verder
De apotheker op huisbezoek voorkomt veel foutief geneesmiddelengebruik
feb28

De apotheker op huisbezoek voorkomt veel foutief geneesmiddelengebruik

Huisbezoek van een apotheker aan kwetsbare ouderen die net ontslagen zijn uit het ziekenhuis. Een doeltreffend middel om verkeerd medicijngebruik op te sporen. Dat blijkt uit een pilot in StedeBroec. Daar zijn 26 huisbezoeken afgelegd bij senioren die ontslagen zijn uit het ziekenhuis, met wijzigingen in het medicatiegebruik. De apotheker gaat op huisbezoek, kijkt letterlijk in de medicijnkast en neemt het medicatiegebruik door met de patiënt. Uit de resultaten blijkt dat bijna driekwart (!) van de bezochte ouderen, namelijk 70 %, tegen problemen aanloopt bij het gebruik van de medicatie. Dat betreft verschillende zaken. Zoals moeite hebben met het uit elkaar houden van verschillende geneesmiddelen. Op eigen initiatief stoppen met een medicijn. Soms of regelmatig vergeten een medicijn in te nemen. En veel senioren bleken de uitleg van het ziekenhuis over de wijzigingen in de medicatie niet begrepen te hebben. Dat kan leiden tot verkeerd of zelfs medicatiedubbel gebruik. Fouten die boven water komen tijdens zo’n bezoek van de apotheker. Op deze wijze zijn zelfs aantoonbaar een aantal ziekenhuisopnames voorkomen. Juiste gebruik Bij het huisbezoek bespreekt de apotheker het juiste gebruik van de nieuwe medicatie. Daarbij wordt ook gekeken naar de bestaande voorraad geneesmiddelen en de overbodige medicijnen neemt de apotheker mee voor vernietiging. Vaak blijkt overigens dat losse leveringen naast een baxterrol veel verwarring veroorzaakt. Het is minder risicovol als een apotheekmedewerker de nieuwe medicatie direct verwerkt in een baxterrol, maar dat stuit soms op praktische problemen. Dringend advies is ook om bij nieuwe medicijnen of wijzigingen in gebruik, de oude medicijnen retour te laten komen naar de apotheek om zo dubbelmedicatie te voorkomen. Gezondheidswinst. Zowel de bezochte ouderen als de apotheek ervaren deze aanpak als zeer nuttig. Een professioneel huisbezoek draagt bij aan veiliger medicijngebruik en maakt in veel gevallen echt het verschil. Met dit type huisbezoeken kan dus een belangrijke gezondheidswinst worden geboekt. Vervolg Initiatiefnemer Zorg Zoals de Westfries het Wil (ZZWW) (een non-profit organisatie, opgericht door en voor inwoners van West Friesland) noemt de uitkomsten alarmerend. En die zijn niet kenmerkend voor alleen regio, maar zijn landelijk te verwachten. ZZWW heeft minister Bruins daarom van het onderzoek op de hoogte gesteld. Tevens heeft ze een verzoek ingediend bij zorgverzekeraar VGZ voor een financiële bijdrage voor een vervolgonderzoek. VGZ heeft toegezegd te bekijken of zo’n 1500 cliënten in heel Westfriesland kunnen worden bezocht door een apotheker. Zie de resultaten van het...

Lees Verder
Shared decision making nodig bij medicinale cannabis
feb27

Shared decision making nodig bij medicinale cannabis

De vraag naar medicinale cannabis neemt toe, maar gebrek aan wetenschappelijk bewijs maakt artsen terughoudend om dit voor te schrijven. Patiënten die behoefte hebben aan medicinale cannabis lopen zo goede kwaliteit cannabis mis en dreigen terecht te komen bij de coffeeshop. De kwaliteit van de wiet daar rammelt echter aan alle kanten en levert risico’s op. Cannabis wordt steeds vaker medicinaal gebruikt. Bijvoorbeeld bij pijn bij kanker, epilepsie, multiple sclerose (MS) en fibromyalgie. Het kan een uitkomst zijn voor mensen bij wie reguliere medische behandelingen zoals medicatie niet helpen. De belangstelling voor medicinale cannabis groeit, merkt anesthesioloog en onderzoeker prof. dr. Albert Dahan, werkzaam bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) (zie ook kader). “Op de polikliniek zijn er veel mensen die er naar vragen.” Er zijn aanwijzingen in de literatuur dat medicinale cannabis werkt bij verschillende aandoeningen, maar ondanks dat blijven voorschrijvers sceptisch. Gedegen wetenschappelijk onderzoek dat medicinaal gebruik van cannabis onderbouwt, is nauwelijks voorhanden. Omdat artsen daardoor terughoudend zijn in het voorschrijven, in lijn met het standpunt van het NHG, is het niet denkbeeldig dat patiënten hun toevlucht zullen nemen tot de coffeeshop, zeg apotheker Geneesmiddel en Maatschappij, Maayke Fluitman. Zij is betrokken bij apotheek Clinical Cannabis Care in Breukelen, één van de vier Nederlandse apotheken die medicinale cannabis leveren. “En juist dat moet je als zorgverlener niet willen. Je laat patiënten in de kou staan. Als een patiënt de arts vraagt om een recept voor medicinale cannabis, dan helpt het niet als de arts dit weigert. Dat strijdt met shared decision making waarover iedereen het in de zorg heeft. Patiënten goede medicinale cannabis onthouden en ze als enige optie de coffeeshop bieden, past daar absoluut niet bij.” Kwaliteit Als patiënten op eigen houtje gaan shoppen bij coffeeshops, levert dat risico’s op. Want de kwaliteit van de cannabis in coffeeshops rammelt nogal. Dat is onder meer gebleken uit onderzoek van het RIVM. In 23 van de 25 cannabismonsters uit coffeeshops bleken pesticiden aanwezig te zijn. En in de uitzending van NCRV-monitor in oktober 2019 bleek ook dat wiet uit coffeeshops vaak vervuild is, met bijvoorbeeld lood of gemalen glas. De kwaliteit van cannabis die op recept via de apotheek verkrijgbaar is, is wél gegarandeerd. Bovendien is levering via de apotheek wenselijk in verband met de controle op bijvoorbeeld interacties met andere medicatie, zoals anti-epileptica en anticoagulantia. De teelt van cannabis is officieel verboden, maar de wetgeving laat één uitzondering toe: cannabisteelt mag wel plaatsvinden onder toezicht van de overheid. Minister Borst wilde destijds dat er kwalitatief goede cannabis beschikbaar kwam voor medicinale doeleinden, die alleen op recept en via de apotheek geleverd mag worden. Dat leidde in...

Lees Verder
‘Het recept  is geen boodschappen­lijstje’
feb26

‘Het recept is geen boodschappen­lijstje’

Het recept is geen boodschappenlijstje, maar een richtinggever voor de apotheker. Een diagnose is meestal al voldoende zodat de apotheker als medicatiespecialist de continuïteit en kwaliteit van geneesmiddelverstrekking kan garanderen. Aris Prins, de nieuwe voorzitter van de KNMP, over de samenwerking tussen apotheker en huisarts. “Apotheker is het mooiste vak, waar scheikunde wordt gecombineerd met menselijkheid. Op de middelbare school vond ik scheikunde en techniek geweldig. In Schotland ontdekte ik als ziekenhuisapotheker dat het voor een apotheker niet alleen gaat om medicijnen maar juist om de mensen die medicatie gebruiken. De inhoud van het vak gecombineerd met het belang om mensen écht te helpen. Die combinatie maakt ons vak zo boeiend, maar dat maakt het ook zo lastig om uit te leggen wat we nu precies betekenen in de zorg. Wat ik merk is dat de patiënt veel vertrouwen heeft in de apotheek en apotheker. Dagelijks staan onze apotheken vol met patiënten met tal van vragen. Over beschikbaarheid van medicatie, over betaalbaarheid en over betrouwbaarheid van het product. Daarnaast krijgen we vragen over het preferentiebeleid, polyfarmacie en vergoeding van medicatie. Apothekers zijn continu bezig uit te leggen wat ons door overheid en zorgverzekeraars is opgelegd in plaats van dat we echt met ons vak bezig zijn. Wat ik ook merk is dat zorgverleners een broos vertrouwen hebben in de beroepsorganisatie die hun belangen behartigt. Daar ligt dus mijn opdracht: zorgen dat de apotheker zijn toegevoegde waarde kan laten zien en het herstel van het vertrouwen in de KNMP. “ En dus stelde Aris Prins zich kandidaat om Gerben Klein Nulent op te volgen als voorzitter van de KNMP. In december vorig jaar werd Prins gekozen door de leden en is hij voorzitter van de beroepsorganisatie. Aris Prins is openbaar apotheker. Even heeft hij geflirt met het vak van ziekenhuisapotheker. In Schotland ontdekte hij de kracht van de apotheker die niet alleen verantwoordelijk was voor de verstrekking van medicatie, hij stemde medicatie persoonlijk af met patiënten en zat letterlijk aan bed bij de patiënt. Eenmaal thuis werkte Prins als openbaar apotheker. Hij is nooit eigenaar geweest van een apotheek, maar zijn vrouw is mede-eigenaar van twee apotheken in Den Haag. Prins ontpopte zich steeds meer als bestuurder, onder meer van de LOA, het onderdeel van de KNMP dat opkomt voor de belangen van de openbaar apotheker. En nu dus voorzitter: “We moeten stoppen met roepen dat er iets moet veranderen. We moeten zorgen dat die verandering plaats gaat vinden. En dat kan alleen van binnenuit. Als voorzitter kan ik dat veranderingsproces aanjagen.” Wat is toegevoegde waarde van de apotheker? “We zijn dé medicatiespecialist! Maar we opereren onvoldoende als onderdeel van...

Lees Verder
Verbreding van de bestaande subsidieregeling veelbelovende zorg
feb26

Verbreding van de bestaande subsidieregeling veelbelovende zorg

Het doel van de ‘subsidieregeling veelbelovende zorg’ is snellere opname van potentieel veelbelovende zorg in het basispakket, zodat de patiënt er eerder toegang tot heeft. Per 1 februari 2020 zijn er wijzigingen in deze subsidieregeling van kracht, met als interessant gevolg dat veel meer interventies voortaan voor subsidie in aanmerking komen. Bijvoorbeeld onderzoek naar een off-label toepassing van een generiek geneesmiddel. Met deze regeling stelt het ministerie van VWS jaarlijks maximaal € 69 miljoen beschikbaar. Daarmee is het mogelijk subsidie te krijgen voor tijdelijke financiering van de veelbelovende zorg. Bij onderzoek naar behandelingen kunnen de zorgkosten soms flink oplopen. Deze kosten zijn lastig te financieren. De meeste subsidieregelingen vergoeden die kosten niet. De subsidieregeling veelbelovende zorg doet dat wel. Zo kan veelbelovende zorg – die bewezen effectief is – sneller in het basispakket opgenomen worden. De wijzigingen in de subsidieregeling zijn gepubliceerd in de Staatscourant. Hier vindt u ook informatie over de criteria waaraan een onderwerp moet voldoen. Geneeskundige zorg, hulpmiddelenzorg en off-label toepassingen De zorgvormen die in aanmerking komen voor subsidie zijn: geneeskundige zorg, hulpmiddelenzorg en off-label toepassingen van in Nederland geregistreerde geneesmiddelen. De regeling financiert zowel de kosten voor de zorg van deelnemende patiënten (minimaal 80%) als voor onderzoek (maximaal 20%). De looptijd van een project is maximaal 6 jaar. Binnen de subsidieperiode verzamelt de onderzoeksgroep gegevens over de effectiviteit en kosteneffectiviteit van een interventie ten opzichte van de gebruikelijke behandeling(en). Meer informatieDe eerste projectideeën kunnen tot 7 april 2020 14:00 uur worden aangeboden. Dat kan overigens uitsluitend elektronisch via ProjectNet van ZonMw.  Zie meer informatie over deze subsidieronde, het traject en de voorwaarden op de site van het Zorginstituut...

Lees Verder
Zorgvuldigheid bij ADHD nodig
feb24

Zorgvuldigheid bij ADHD nodig

De Zorgstandaard ADHD is er inmiddels al weer bijna een jaar. Prof. dr. Willem Nolen, voorzitter van de commissie die deze standaard opstelde: “Landelijk was er veel discussie over ADHD. Sommigen vonden dat er sprake was van overdiagnostiek en overbehandeling, anderen spraken juist van onderdiagnostiek en onderbehandeling. Zelfs de politiek mengde zich erin. Daarom was landelijke eenduidigheid nodig.” Op het gebied van ADHD bestonden er voor de komst van de Zorgstandaard diverse richtlijnen, zegt prof. dr. Willem Nolen. “Het NHG had een richtlijn, er was een multidisciplinaire richtlijn, jeugdartsen hadden hun eigen richtlijn. Op sommige punten spraken die richtlijnen elkaar tegen.” Nolen werd aangesteld als voorzitter van de commissie die aan de slag ging met de zorgstandaard. “Juist omdat ik geen ervaring heb met ADHD kon ik boven de partijen staan. Als emeritushoogleraar stemmingsstoornissen heb ik vooral ervaring met de behandeling van patiënten met depressies en manisch-depressieve stoornissen.” De zorgstandaard is geschreven in ‘gewoon’ Nederlands, zodat ook patiënten, zowel kinderen met ADHD en hun ouders als volwassenen met ADHD, ermee uit de voeten kunnen. In de commissie waren behalve deskundigen ook een ouder vanuit de oudervereniging Balans en een vertegenwoordiger van de volwassenenorganisatie Impuls en Woortblind betrokken. “De zorgstandaard is zoveel mogelijk evidence based”, zegt Nolen. “We hebben nauw samengewerkt met het Britse National Institute for Health and Care Excellence (NICE). Dit heeft geleid tot een aantal Evidence-Based Richtlijn Ontwikkeling (ERBO)-modules die de zorgstandaard wetenschappelijk onderbouwen. Deze aanpak bleek goed te werken, want de richtlijn is in alle rust ontvangen. We hadden in de commentaarronde best wat felle discussies verwacht, maar die bleven uit. De tekst van de zorgstandaard wordt breed gedragen door experts in het veld én door belangenorganisaties.” Diagnose Eén van de nieuwe aspecten van de richtlijn is dat er adviezen worden gegeven over hoe overdiagnostiek en onderdiagnostiek te voorkomen is. “Het invullen van een vragenlijst en aan de hand daarvan direct besluiten dat iemand ADHD heeft en vervolgens medicatie starten, is niet meer aan de orde. Er is nu sprake van een tweetrapsraket. De eerste stap is invullen van een screeningsvragenlijst. Als deze sensitief is kan een mogelijke of vermoedelijke ADHD worden opgespoord. Zo’n vragenlijst is echter niet specifiek: is de uitkomst positief, dan is er nog de kans dat deze vals-positief is. Er is daarom als tweede stap nog uitgebreid en zorgvuldig onderzoek nodig waarbij ouders en leerkrachten worden betrokken. Daarbij moet ook worden gekeken naar de voorgeschiedenis van een breed palet van concentratie- en gedragsproblemen en problemen in het functioneren. Dan pas kan de diagnose ADHD worden vastgesteld. Hierbij is klinische expertise belangrijk.” Behandeling Is ADHD gediagnosticeerd, dan is de eerste stap in de...

Lees Verder