Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist
aug06

Dikkedarm- en prostaatkanker: Op het snijvlak van huisarts en specialist

Zorg die steeds complexer wordt, een groter kennisaanbod en een steeds mondiger patiënt die meer onderdeel wil uitmaken van zijn eigen behandelplan: door deze én meer aspecten speelt de huisarts een onmiskenbare rol rondom de oncologiepatiënt van nu. Hiermee beet Emile Voest, medisch directeur van het Antoni van Leeuwenhoek (AVL), het spits af tijdens het huisartsensymposium over darm- en prostaatkanker dat dinsdag 19 juni jl plaatsvond in zijn centrum. Een aantal medisch-oncologen uit het AVL en onco-seksuoloog Woet Gianotten presenteerden onderzoeksresultaten die ook van belang zijn voor de praktijk van de huisarts. Op basis van reacties uit de zaal bleek het geen overbodige luxe te benadrukken dat huisartsen ook de seksuele gevolgen van darm- en prostaatkanker met de patiënt zouden moeten bespreken: weinig huisartsen gaven aan dit te doen. “Zo’n gemiste kans,” zei Woet Gianotten, seksuoloog gespecialiseerd in onco-seksuologie: “Seks is niet alleen belangrijk voor de kwaliteit van leven, intimiteit en seks helpen ook bij het proces van herstel. Bovendien verbetert adequate aandacht voor het seksleven het contact met de patiënt. “De cijfers liegen er niet om: afhankelijk van hoe belangrijk seks is, het soort kanker, het soort behandeling en de aanpak van de zorgverlener, ondervindt tussen de veertig en honderd procent van de patiënten en hun partners schade aan intimiteit en seksualiteit. Met soms grote gevolgen, zoals depressiviteit en stuklopen van de relatie. “Uitleggen dat schade aan het seksleven ook een gevolg is van de aandoening, maakt voor de meeste patiënten al een groot verschil,” zei Gianotten: “En dat er vaak ook iets aan gedaan kan worden.” Aan de hand van studies liet de seksuoloog zien dat seksuele schade per aandoening verschilt. Zo vergroten chirurgie en radiotherapie bij colorectale kanker bij de man de kans op erectie- en ejaculatieproblemen en bij de vrouw lubricatieproblemen en ovariële schade. Het hebben van een stoma, zo legde Gianotten uit, kan enorm belastend zijn voor het seksleven. “Als je klaarkomt, stijgt de oxytocinespiegel sterk, waardoor de colonperistaltiek toeneemt. Normaal zorgt de kringspier van de anus ervoor dat er dan geen ontlasting vrijkomt. Het colostoma mist zo’n kringspier en dus loopt het stomazakje dan vol, waardoor onrust en onzekerheid. Hier is weinig aan te doen, maar je kunt het in ieder geval bespreken. ” Veranderend sexleven Gianotten liet de gevolgen van prostaatkankerbehandelingen op het seksleven zien: Zo hebben patiënten na radicale prostatectomie erectieproblemen, anejaculatie en last van urine-incontinentie. “Het laatste is bij orale seks vervelend tijdens het klaarkomen,” zei Gianotten: “Overigens is dit makkelijk te voorkomen met een stuwbandje. Elke huisarts kan zo’n advies geven.” Na radiotherapie zijn de gevolgen ongeveer hetzelfde als bij chirurgie, maar daar komt bij dat mannen vaak niet...

Lees Verder
MFB’s voor optimale farmacotherapie
aug01

MFB’s voor optimale farmacotherapie

In totaal hebben apothekers in ons land in 2017 bijna een miljoen landelijke Medisch Farmaceutische Beslisregels (MFB’s) afgehandeld. De MFB’s helpen bij het extra controleren op medicatieveiligheid. Bij een op de vijf afgehandelde MFB’s zijn aanpassingen doorgevoerd. De farmacotherapie van de individuele patiënt is zo geoptimaliseerd. Dit blijkt uit verzamelde data van bijna 90% van de Nederlandse apotheken. De MFB’s uit de landelijke set dragen bij aan zorg op maat en veilig medicatiegebruik. Per apotheek zijn over heel 2017 ruim vijfhonderd van deze MFB’s uit de landelijke set afgehandeld. In 20% van de gevallen werd naar aanleiding van een MFB de medicatie gewijzigd. Landelijke set MFB’s 2019 Inmiddels is de landelijke set MFB’s voor 2019 bekend. Deze bestaat uit totaal 26 MFB’s. De MFB ‘Overgebruik triptanen’ wordt toegevoegd voor het opsporen van patiënten met frequente migraine-aanvallen. Bij een frequentie van twee of meer migraine-aanvallen per maand wordt geadviseerd om preventieve behandeling te bespreken. Daarnaast kan deze MFB ondersteunen bij het signaleren van patiënten met hoofdpijn door medicatie-overgebruik. Dit kan ontstaan wanneer patiënten te veel en te vaak triptanen verstrekt krijgen. Met de MFB bekijkt de apotheker of de huidige therapie adequaat is. Vanaf augustus is de MFB ‘Overgebruik triptanen’ beschikbaar op de KNMP Kennisbank via het menu ‘Medicatiebewaking’. Alle zorgschillen (BENU Medicijnmonitor, NControl, NMC en WeCare) geven aan dat zij vanaf januari 2019 de nieuwe landelijke set volledig geïmplementeerd hebben in hun systemen. De MFB ‘Verhogen acetylsalicylzuur 30 mg en carbasalaatcalcium 38 mg’ wordt na twee jaar uit de landelijke set gehaald, omdat deze MFB niet voldoende meerwaarde heeft. Eenduidigheid en zichtbaarheid Het MFB-convenant is in 2016 getekend door de KNMP, Alphega & Boots apotheek, BENU Apotheken, NFZ, Pluriplus en Service Apotheek. De betrokken organisaties stellen jaarlijks de landelijke set MFB’s samen. Dankzij dit convenant signaleren bijna 90% van de Nederlandse apotheken MFB’s op dezelfde wijze. Deze landelijke signalering bevordert eenduidigheid en zichtbaarheid van de zorg die de apotheker levert. De set wordt jaarlijks geüpdatet. Bron: KNMP Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
CRP-POCT in de huisartsenpraktijk
jul31

CRP-POCT in de huisartsenpraktijk

In de afgelopen februari-, maart- en april-editie van FarmaMagazine is uitgebreid ingegaan op Point of Care Testing (POCT); oftewel een methode aan de hand waarvan professionals in de directe nabijheid van de patiënt laboratoriumtests kunnen uitvoeren. Zo kwam aan de orde wat POCT precies is, hoe huisartsen en apothekers verantwoord aan de slag kunnen met POCT en wat de verantwoordelijkheden zijn rondom interpretatie van de resultaten van deze snelle tests. Bepaling van C-reactief proteïne (CRP) in de huisartsenpraktijk is een vorm van POCT. Met CRP-POCT kan door middel van één drupje bloed ernstige luchtweginfecties meteen worden onderscheiden van niet-ernstige varianten. Bij patiënten met diverticulitis kan CRP-POCT helpen bij het onderscheid maken tussen een ongecompliceerde en mogelijk gecompliceerde variant. En de verwachting is dat zorgverleners met CRP-POCT in de nabije toekomst ook andere infecties zullen uitsluiten, dan wel aantonen. Hierdoor worden minder antibiotica voorgeschreven, is er minder doorverwijzing naar de tweedelijns zorg en is er sneller duidelijkheid voor de patiënt. Maar gebruik van deze tests heeft pas zin als de huisarts en andere zorgverleners deze accuraat uitvoeren en de uitkomst correct interpreteren; scholing en begeleiding zijn dan ook essentieel. Correct identificeren Sinds CRP-POCT in 2011 werd opgenomen in de NHG-richtlijnen Acuut Hoesten en Diverticulitis én er in 2015 een speciale multidisciplinaire richtlijn POCT (Point of Care Testing) in de huisartsenpraktijk kwam, passen steeds meer huisartsen deze vorm van diagnostiek toe. Vijfennegentig procent van alle huisartsen wil er graag gebruik van maken, zo blijkt uit onderzoek, maar nog niet iedereen heeft een samenwerking kunnen opstarten met een ondersteunend diagnostisch centrum. Ook op de huisartsenpost is CRP-POCT inmiddels een gewilde methode om snel acute ziektebeelden te kunnen uitsluiten: verdenking van infectieuze exacerbaties van COPD, snel bepalen of er sprake is van pneumonie of een andere luchtweginfectie bij een hoestende patiënt, bepalen van de gradatie bij acute diverticulitis. Onderzoek laat namelijk zien dat huisartsen moeite hebben (long)ontstekingen correct te identificeren. Op de huisartsenpost geldt bovendien dat zorgverleners meestal te maken hebben met patiënten waar ze de ziektegeschiedenis onvoldoende van kennen en bovendien is de tijdsdruk groot. De aanvullende CRP-POC test kan dan uitkomst bieden. De voordelen zijn groot: gecombineerd met goede algemene consultvaardigheden kan hiermee onnodig antibioticumgebruik worden voorkomen. Bovendien leidt het tot veertig procent minder verwijzingen naar de tweedelijns zorg en is het een snelle en patiëntvriendelijke methode. De uitslag is namelijk binnen enkele minuten bekend, waardoor de zorgverlener tijdens het consult samen met de patiënt het beleid kan bepalen. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar het inzetten van CRP-POCT bij een verdenking op sepsis. De verwachting is dat sepsis in een eerder stadium opgespoord kan worden. CRP-uitslag De meeste ‘winst’ haalt CRP-POCT...

Lees Verder
De NHG-Standaard Pijn is herzien
jul31

De NHG-Standaard Pijn is herzien

De kundigheid om de betekenis van pijn te beoordelen is misschien wel een van de moeilijkste in het medisch vakgebied. Maar als de betekenis en de oorzaak van pijn duidelijk zijn geworden is goede pijnstilling – indien gewenst –ook verre van eenvoudig. Zo de dokter of apotheker op enig gebied ‘a drug’ kan zijn, dan is het wel op het gebied van de pijnstilling. Het vertrouwen dat pijn in voldoende mate kan worden bestreden is vaak op zichzelf al een waardevol pijnstillend middel. Wat zijn in de onlangs herziene NHG-Standaard Pijn de belangrijkste veranderingen ten opzichte van de versie uit 2016? De nieuwe versie raadt aan om zeer terughoudend te zijn met het gebruik van opioïden voor niet-palliatieve pijnstilling voor bijv. lagerugpijn en voorts is er een advies betreffende cannabis opgenomen. Voor het overige is deze herziene versie identiek aan de vorige versie uit 2016 die in het najaar van 2016 in FarmaMagazine aan de orde is geweest (2016;11(10):28-31). Stappenplan Het Stappenplan is onverkort gehandhaafd en wordt beknopt vermeld: – Stap 1 paracetamol – Stap 2 – 
 
bij plaatselijke spier- en/of gewrichtspijn diclofenacgel 1-3% of ibuprofengel 5% op de huid – 
oraal (of zo nodig rectaal of intramusculair) naproxen, ibuprofen of diclofenac afhankelijk van de individuele kenmerken van de patiënt – Stap 3 tramadol – Stap 4 morfine of een ander sterk werkend opioïd – Stap 5 
subcutane of intraveneuze toediening van morfine of een ander sterkwerkend opioïd Voor doseringen en nadere bijzonderheden zoals o.a. wanneer naproxen de voorkeur heeft boven diclofenac en vice versa zij verwezen naar de herziene NHG-Standaard Pijn. Hier richten wij ons op de belangrijkste wijziging, dat wil zeggen het beleid betreffende de toepassing van opioïden. Daarbij is het van groot belang om onderscheid te maken tussen de palliatieve pijnstilling bij patiënten die meestal kanker hebben en de niet-palliatieve pijnstilling. Behandeling van pijn die niet verband houdt met kanker Er zijn in de jaren 2016 en 2017 resultaten van verschillende onderzoeken gepubliceerd waaruit blijkt dat het belangrijk is om opioïden bij niet met kanker verband houdende pijn zorgvuldig voor te schrijven om zo overmatig gebruik en nadelige effecten zoals dosisverhoging, overdosering, afhankelijkheid, botbreuken, myocardinfarct en endocriene dysfunctie te voorkomen. Op grond van deze artikelen bevat de NHG-Standaard Pijn een aantal aanbevelingen. De zogenoemde WHO-ladder dient men niet zonder meer toe te passen bij chronische, niet aan kanker verbonden pijn. Enerzijds bestaat het risico dat het aantal patiënten dat opioïden als onderhoudsmedicatie gebruikt met afhankelijkheid en overmatig gebruik stijgt, want reeds na enkele weken gebruik van ca. 30 mg morfine per dag ontstaat fysieke afhankelijkheid en treden bij staking van het gebruik onttrekkingsverschijnselen op. Anderzijds...

Lees Verder
Beperkt aantal meldingen bijwerkingen na griepvaccinatie
jul31

Beperkt aantal meldingen bijwerkingen na griepvaccinatie

In de periode van 1 oktober 2017 tot 1 april 2018 ontving Bijwerkingencentrum Lareb ontving 230 spontane meldingen van vermoede bijwerkingen na vaccinatie met een influenzavaccin. Naar aanleiding van de meldingen zijn geen nieuwe of verontrustende bijwerkingen gevonden. Na de griepvaccinaties zijn er 230 meldingen van 967 mogelijke bijwerkingen ontvangen. Daarnaast nam een groep die de griepvaccinatie ontving deel aan Lareb Intensive Monitoring (LIM). LIM is een online onderzoek waarbij informatie wordt verzameld over eventuele bijwerkingen van een geneesmiddel of vaccin. In totaal meldden 445 patiënten zich aan voor dit onderzoek en zij rapporteerden 488 mogelijke bijwerkingen. Net als eerdere jaren is het overgrote deel van de meldingen afkomstig van de gevaccineerden zelf (88,7%). De overige meldingen zijn gedaan door zorgverleners. Van de 230 meldingen waren er vier (1,7%) geduid als ‘ernstig’ volgens de criteria van de Council for International Organizations of Medical Sciences (CIOMS): het internationaal samenwerkingsverband van autoriteiten, fabrikanten en de WHO rondom vaccinaties. De ernstige meldingen gaven overigens geen aanleiding tot nadere analyse. Andere wijze van registreren Vanaf januari 2017 is de manier van registreren van mogelijke bijwerkingen na vaccinatie in de Lareb databank aangepast. Voorheen werd bijvoorbeeld een melding van roodheid en zwelling op de injectieplaats geregistreerd als ontstekingsreactie op de injectieplaats. Vanaf januari 2017 worden zowel de roodheid als de zwelling apart geregistreerd. Dit heeft tot gevolg dat het aantal vermoede bijwerkingen na vaccinatie per melding hoger ligt in deze rapportage ten opzichte van voorgaande jaren. Aard van gemelde bijwerkingen gelijk aan voorgaande jaren In het seizoen van 2017/2018 werd het meest melding gedaan van bekende bijwerkingen zoals een ontstekingsreactie op de injectieplaats met daarbij de diverse ontstekingsverschijnselen zoals pijn, roodheid en zwelling. Ook koorts, spierpijn en hoofdpijn werden vaak gemeld. De aard van de gemelde bijwerkingen in 2017/2018 komt overeen met die van eerdere jaren. Zie de rapportage Meldingen van bijwerkingen na influenzavaccinatie 2017/2018 Bron: Lareb Onder redactie van: Gerda van Beek    ...

Lees Verder
Themajournaal Diabetes, juli 2018
jul30
Lees Verder
“De apotheker van de toekomst is  fysiek én digitaal
jul30

“De apotheker van de toekomst is fysiek én digitaal

Claudia Rijcken is van huis uit apotheker en maakt zich in haar nieuwe werkomgeving hard voor het ontsluiten van de digitale toekomst van de farmacie. De apotheker als fysieke persoon blijft voorlopig zeker bestaan, stelt ze. Maar zijn of haar werk verandert wel ingrijpend: door effectieve inzet van digitale toepassingen kan hij of zij zich in het fysieke contact juist meer profileren als zorgverlener. U zegde uw baan bij Novartis op om u te richten op digitale farmaceutische innovatie. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? “Naast een aantal jaren binnen Novartis met digitale innovaties gewerkt te hebben, help ik al anderhalf jaar startups met strategische vraagstukken en dat is boeiend om te doen. Die hulp geef ik onder de vlag van Brightlands Innovation Factory, een community voor open innovatie in gezondheid en duurzaamheid, die bestaat uit vier campussen, waar onderzoekers, ondernemers, investeerders en studenten nieuwe oplossingen op het gebied van materialen, gezondheid, voeding en smart services ontwikkelen.” “Met mijn achtergrondkennis uit de apotheek, internationale industrie en zorgtechnologie zit ik tussen gezondheid en smart services in en ben ik dus breed inzetbaar. Ik heb startups geholpen die zich bijvoorbeeld richten op digitale toepassingen die kunnen helpen om mensen met dementie langer thuis te laten wonen, blockchain uitwisseling van labdata tussen ziekenhuizen en nieuwe digitale vormen van informed consent. Van hen heb ik geleerd wat kritische succesfactoren voor startups zijn: focus, een sterk team met een kartrekker, funding om door te ontwikkelen, too fast to follow zijn en je klantbehoefte heel goed kennen.” Op basis van deze kennis komt u nu met uw eigen startup pharmacare.ai. Wat houdt die in? “We weten dat iedere euro die aan geneesmiddelen wordt uitgegeven ongeveer twintig procent nieuwe kosten oplevert door therapieontrouw, onjuist gebruik van geneesmiddelen en gezondheidsschade die daaruit kan ontstaan. Aan die verspilling is iets te verbeteren door slim gebruik te gaan maken van de digitale zorgtechnologieën. Velen van ons dragen die technologieën al bij zich, het zijn bijvoorbeeld de smartwatches en smartphones die allerlei gezondheidsdata opslaan. Maar ook slimme weegschalen of bloeddrukmeters. Huisartsen beginnen deze continue datastroom steeds meer te gebruiken, dat is mooi. Maar ik zie dat apothekers dat nog nauwelijks doen en daarmee laten ze wellicht kansen liggen. Een simpel voorbeeld: stel een geneesmiddel kan een gevaarlijk hoge hartslag veroorzaken als bijwerking. Als de patiënt gebruikmaakt van een horloge dat de hartslag in kaart brengt, waarom benut de apotheek die data dan nog niet om bijvoorbeeld tot een advies aan de huisarts voor aanpassing van dosering te komen als dat nodig is? We zouden in de farmacie meer relevante zorgdata tot onze beschikking moeten hebben, die voorspellend zijn voor het...

Lees Verder
Beperkte toename voorschrijven opioïden op huisartsenposten
jul30

Beperkte toename voorschrijven opioïden op huisartsenposten

Op de huisartsenpost worden de laatste jaren vaker opioïden voorgeschreven. Met name het aantal recepten voor sterke opioïden, zoals morfine en oxycodon, is er een lichte toename te zien. De voorgeschreven recepten voor opioïden steeg van 5,6% in 2013 naar 7,7% in 2017 van het totale aantal recepten. Dit blijkt uit cijfers van Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Recent berichtten de media over een toename van het voorschrijven van oxycodon, een sterkwerkende opioïde, in huisartsenpraktijken. Hiertoe heeft het Nivel onderzocht hoe vaak opioïden worden voorgeschreven op de huisartsenpost. Het is bekend dat huisartsen de laatste jaren steeds vaker opioïden voorschrijven. Het Nivel heeft hier in 2016 onderzoek naar gedaan. De toename komt vooral door een stijging in het voorschrijven bij aandoeningen anders dan kanker. Opioïden worden veelal voorgeschreven bij hevige of chronische pijn, na een ongeval of operatie. Ze kunnen aanleiding geven tot gewenning en afhankelijkheid. Er zijn zwakwerkende opioïden, zoals tramadol en sterkwerkende, zoals morfine, oxycodon en fentanyl. Vanuit binnen- en buitenland zijn er signalen van een toename in het voorschrijven van (sterkwerkend) opioïden. Voorgeschreven opioïden op de huisartsenpost Deze tendens is dus ook enigszins zichtbaar op de huisartsenpost, zij het slechts zeer beperkt. Het aantal recepten op de huisartsenpost voor de zwakwerkende opioïde tramadol bleef vrijwel gelijk, terwijl die voor sterkwerkende opioïden als morfine en oxycodon licht toenamen. Tramadol, oxycodon en morfine werden vooral voorgeschreven bij aandoeningen van het bewegingsapparaat. Daarnaast werd morfine voorgeschreven bij aandoeningen van de spijsverteringsorganen en urinewegen. Overige geneesmiddelen Bij ongeveer een derde van alle contacten met de huisartsenpost werd tussen 2013 en 2017 een recept voor een geneesmiddel meegegeven. Dit aandeel bleef in deze periode min of meer gelijk. Wel steeg het absolute aantal contacten met de huisartsenpost: van 238 contacten per 1000 inwoners in 2013 naar 254 in 2016. In 2017 daalde dit weer licht; van 254 naar 249 contacten per 1000 inwoners. Bron: Nivel Onder redactie van: Gerda van Beek  ...

Lees Verder
Subsidierondes Goed Gebruik Geneesmiddelen opengesteld
jul27

Subsidierondes Goed Gebruik Geneesmiddelen opengesteld

In het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen zijn de subsidierondes Open Ronde 8 en Rediscovery Ronde 3 opengesteld. De kaders voor beide rondes zijn uitgebreid. Bij Open Ronde 8 komt financiering beschikbaar voor projecten waarin complexe interventies centraal staan. Bij Rediscovery Ronde 3 betreft de uitbreiding de mogelijkheid tot het indienen van projecten die zich in een vroegere fase bevinden en waaraan nog geen humane pilotdata ten grondslag liggen. Het doel van het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen (GGG) is het effectiever, veiliger en doelmatiger inzetten van bestaande geneesmiddelen. Projecten binnen dit programma kunnen zowel betrekking hebben op het effectiever inzetten van een geneesmiddel als op het verbeteren van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse praktijk.  Open Ronde 8 Voor subsidieaanvragen binnen Open Ronde 8 geldt dat een relevante vraag of probleem uit de praktijk met betrekking tot het goed gebruik van geneesmiddelen het uitgangspunt moet zijn voor de aanvraag. Er gelden geen beperkingen ten aanzien van specifieke thema’s of ziektegebieden. De deadline is 25 september 2018, 14.00 uur. Open ronde 8 bestaat uit twee gedeelten: onderdeel A en het nieuwe Onderdeel B. Onderdeel A Onderdeel A is voor reguliere open ronde projecten. Voor dit onderdeel is 5 miljoen euro beschikbaar. Deze projecten hebben tot doel een bijdrage te leveren aan het verbeteren van farmacotherapeutische zorg. Dit kan op het niveau van het geneesmiddel. Daarbij kan het bijvoorbeeld gaan om het gebruik van een geneesmiddel voor de indicatie waarvoor het geregistreerd is of voor groepen die buiten het kader van de registratie vallen. Of het project heeft tot doel een bijdrage te leveren op het niveau van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg. Nieuw: Onderdeel B Onderdeel B betreft projecten die voldoen aan de criteria van onderdeel A, maar waarin complexe interventies centraal staan. Hiervoor is 2 miljoen euro beschikbaar. Onder complexe interventies verstaan we interventies die uit meerdere componenten bestaan. Zoals een combinatie van ondersteuning van samen beslissen door patiënt en zorgverlener in de spreekkamer, een proces rondom samenwerking tussen zorgprofessionals en/of een methode als hulp voor de patiënt bij zijn/haar medicijngebruik. Bij de interventie zijn diverse disciplines / zorgverleners betrokken, die bij voorkeur werkzaam zijn in verschillende settingen van het zorglandschap. Dit type onderzoek vindt voornamelijk plaats in de ketenzorg, in de eerste lijn en in de verpleeghuiszorg. Binnen projecten in onderdeel B is nadrukkelijk ruimte voor zowel kwalitatieve als kwantitatieve onderzoeksmethoden. Daarnaast is het mogelijk het project gefaseerd op te bouwen, waarbij bijvoorbeeld kan worden gestart met een pilotfase. Thema’s die zich lenen voor dergelijke complexe interventies zijn: polyfarmacie, therapietrouw, stoppen / afbouwen van medicatie of medicatieoverdracht. Rediscovery Ronde 3 Bij drug rediscovery gaat het...

Lees Verder
IVM bindt strijd aan met nepnieuws
jul26

IVM bindt strijd aan met nepnieuws

Fake nieuws bestaat al heel lang, maar door sociale media gaat de verspreiding van deze nepberichten razendsnel. Iedereen kan tegenwoordig content plaatsen op het internet. Daardoor vervagen de grenzen tussen nieuws, nepnieuws en advertenties. Ook over medische onderwerpen staat  veel onzin op het net. Het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM) wil dat bestrijden door medische claims op het internet te checken, onder de naam: Delen of Deleten? Voorbeelden van misleidende informatie op het internet zijn claims als: ‘Cannabis geneest kanker’ of ‘vaccinaties veroorzaken autisme’. Het antwoord van het Instituut voor Verantwoord op fake nieuws is een tegenaanval op sociale media met korte video’s. Luchtige animaties In zo’n korte video wordt op ludieke wijze een medische claim behandeld. Voor meer achtergrondinformatie kan men doorklikken naar de website van het IVM. Op deze manier wil het IVM bijdragen aan objectieve informatievoorziening op het internet, zodat de consument over feitelijk juiste informatie kan beschikken. IVM-directeur Ruud Coolen van Brakel: “We kiezen met korte video’s voor een snel medium en we brengen het luchtig, maar onze stellingen zijn goed onderbouwd.” Cannabis versus kanker De eerste video gaat over de veronderstelde werking van cannabis tegen kanker. Dat is een actueel en beladen onderwerp, gezien de publieke discussie van de laatste weken in media en politiek. In een geanimeerde video boksen een wietplant en een kankercel tegen elkaar. Daarbij krijgt de kijker snel duidelijke informatie over wat cannabis wél kan doen, bijvoorbeeld pijn verminderen. Maar: de claim dat cannabis kanker geneest, is nooit bewezen.   Bron: IVM...

Lees Verder