Wie ben ik?
nov04

Wie ben ik?

‘Dicht bij jezelf blijven’ is de sleutel tot meer energie en minder burn-out, maar hoe doe je dat als je nog niet ontdekt hebt wie ‘jezelf’ is? Toen ik, in de vorige eeuw, afstudeerde als apotheker hadden we het er niet over. We waren opgeleid om het juiste geneesmiddel, op de juiste tijd, in de juiste dosering, aan de juiste patiënt te verstrekken. Sterker nog, in die tijd werd ik de eerste twee maanden van mijn carrière als openbaar apotheker letterlijk in het diepe gesmeten. “Hier is de sleutel, dit zijn je assistenten en daar is je collega in de andere apotheek, als er wat is kan je bij haar terecht” en weg was hij met zijn gezin vakantie vieren in de US. Tegenwoordig is het anders! Net afgestudeerde apothekers worden tijdens hun werkzaamheden in de praktijk begeleid en opgeleid tot zorgprofessional met als uitgangspunt het CanMEDS model. Deze trend is komen overwaaien vanuit Canada via de geneeskunde. Momenteel gebruiken bijna alle zichzelf respecterende zorgprofessionals deze systematiek. De CanMEDS rollen worden in een zesbladige bloem geïllustreerd met in het hart de zorgprofessional. De blaadjes beschrijven rollen zoals de samenwerker, de communicator, de organisator etc, afhankelijk voor welke zorgprofessional dit model van toepassing is. En zoals bij elke systematiek zijn hier zowel voor- als nadelen aan, maar dat voert nu te ver om op in te gaan. Zorgprofessionals van nu wordt aangeraden ‘dicht bij zichzelf te blijven’ en tegelijkertijd dienen zij hun eigen stijl te vinden in de zes rollen van de CanMEDS. Geen gemakkelijke opgave zou je zeggen en dat blijkt ook uit de praktijk. Doordat jarenlang gefocust is op de kennis, inzichten en vaardigheden waaraan deze professionals moeten voldoen, bleef er weinig zorg over voor henzelf. Gelukkig is er sinds kort ook het inzicht om het hart van de bloem, in de vorm van de persoonlijke ontwikkeling van die zorgprofessional, aandacht te geven. En zoals het gezegde luidt: Wat aandacht krijgt, groeit! Terwijl ik genietend getuige mag zijn van de groei die deze professionals doormaken, denk ik terug aan die begintijd. Aan die eerste maanden dat ik, zonder rolmodel, voor het eerst een euthanaticum aan het bereiden was. Met ‘mijn’ assistenten kon ik het niet delen en mijn collega in de andere apotheek had een vrije dag. Terwijl ik daar in mijn eentje in het lab stond ging er van alles door me heen, maar vooral dat er een patiënt bij het innemen van dit drankje zou overlijden. Was dit dan het juiste geneesmiddel, op de juiste tijd, in de juiste dosering aan de juiste patiënt verstrekken? Helaas heb ik tot op heden geen antwoord op dit dilemma....

Lees Verder
Geneesmiddelenbuffer van vijf maanden moet tekorten voorkomen
nov04

Geneesmiddelenbuffer van vijf maanden moet tekorten voorkomen

Minister Bruins van Medische Zorg wil dat fabrikanten en groothandels zorgen voor een geneesmiddelenvoorraad van vijf maanden. Deze voorraadverplichting moet voorkomen dat er een medicatietekort ontstaat bij stokkende aanvoer. Zo’n buffer zal naar schatting 85 procent van tijdelijke geneesmiddelentekorten kunnen opvangen. Ook komen er afspraken over het onnodig vernietigen van geneesmiddelen. Het aanleggen van die zogeheten ‘ijzeren voorraad’ van vijf maanden begint in 2020 en vindt gefaseerd plaats. Het zal in totaal zo’n twee jaar in beslag nemen. Partijen bepalen gezamenlijk met welke medicijnen wordt gestart. De kosten bedragen zo’n 25 miljoen euro. Tegelijk levert het ook winst op. Apothekers en groothandels zijn bij tekorten minder tijd kwijt met het zoeken naar alternatieve geneesmiddelen. Ook voorkomt het de inzet van duurdere vervangende geneesmiddelen. Productie naar Europa Om de tekorten structureel aan te pakken, is tevens een Europese aanpak van belang. Europa is in toenemende mate afhankelijk geworden doordat de productie van (grondstoffen voor) geneesmiddelen op steeds minder plekken plaatsvindt. En veelal in landen buiten Europa. De minister is daarom met andere Europese lidstaten in gesprek om deze productie weer deels terug te halen naar Europa. Afspraken en toezicht De minister gaat met firma’s, groothandels, apothekers en zorgverzekeraars in gesprek over de financiering van de voorraden. Het is de bedoeling dat deze partijen samenwerken en gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het tegengaan van geneesmiddelentekorten. Zo worden er afspraken gemaakt om te voorkomen dat geneesmiddelen onnodig moeten worden vernietigd. De afspraken voor het aanleggen van extra voorraad worden vastgelegd in een beleidsregel en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) gaat daarop toezien. IJzeren voorraad Minister Bruins: “Ik vind dat in ons land geneesmiddelen altijd beschikbaar moeten zijn. De aanleg van deze ijzeren voorraad voorkomt dat patiënten met lege handen staan. Daarnaast komt er voor de apotheker meer ruimte voor de zorg aan de patiënt in plaats van op de dagelijkse zoektocht naar andere medicijnen. Maar we zijn er nog niet. We moeten in Europa onderzoeken of de productie van cruciale geneesmiddelen en grondstoffen ook weer in de EU mogelijk is. Elke patiënt moet kunnen rekenen op het geneesmiddel dat hij of zij nodig heeft.” Bron:...

Lees Verder
Blijvend aandacht nodig voor therapietrouw bij COPD
nov01

Blijvend aandacht nodig voor therapietrouw bij COPD

Rond de medicamenteuze behandeling van COPD zijn er weer wat nieuwe inzichten. Zo noemt de GOLD-richtlijn uit 2019 ook triple-behandeling als optie bij deze aandoening. Wat niet nieuw is, maar blijvend aandacht nodig heeft, is therapietrouw en juist gebruik van inhalatiemedicatie. Het Zorgpad Inhalatiemedicatie van de Long Alliantie Nederland legt daar de vinger bij. Welke medicamenteuze behandelopties zijn er anno 2019 bij COPD? Hoe kunnen huisartsen en apothekers COPD-patiënten zo goed mogelijk begeleiden bij het gebruik van hun medicatie? Dit artikel schetst twee in het oog springende ontwikkelingen rondom de behandeling van COPD: triple-therapie en therapie(on)trouw. Medicamenteuze behandeling Enkele grote studies hebben gekeken naar diverse combinatietherapieën bij COPD. Centraal daarin stonden de zogenaamde langwerkende bèta-agonisten (LABA’s), langwerkende muscarine-antagonisten (LAMA’s) en inhalatiecorticosteroïden (ICS). Een relatief nieuw fenomeen is behandeling van COPD met de zogeheten triple-therapie (LABA + LAMA + ICS). Enkele van deze triple-therapieën zijn geregistreerd voor de onderhoudsbehandeling van volwassenen met matige tot ernstige COPD die onvoldoende baat hebben bij LABA + ICS of LABA + LAMA. In de NHG-Standaard COPD uit 2015 is nog geen aanbeveling over triple-therapie opgenomen, maar de nieuwe GOLD-richtlijn uit 2019 heeft hierover wel een aanbeveling: triple-therapie is een optie bij patiënten met > 100 cellen bloed-eosinofielen/µl die aanhoudende exacerbaties hebben, ondanks onderhoudsbehandeling met LABA + LAMA of LABA + ICS (zie ook kader). Zayed et al. (2019) voerden een meta-analyse uit van 12 gerandomiseerde trials die de effecten van triple-therapie (LABA + LAMA + ICS) vergeleken met de die van duo-therapie (LABA + LAMA of LABA + ICS). Behandeling met de triple-therapie leidde minder vaak tot exacerbaties dan therapie met LABA + LAMA of LABA + ICS), maar gaf wel vaker pneumonie dan behandeling met LABA + LAMA. Zayed et al. betrokken in hun meta-analyse data van in totaal 19.322 COPD-patiënten waarvan ongeveer de helft afkomstig was uit de IMPACT-studie (Lipson 2018), die hieronder ook wordt aangestipt. Uit de meta-analyse van Zayed blijkt dat het aantal exacerbaties bij triple-therapie met 25% (95%BI 17 – 31%) verminderde ten opzichte van duotherapie. Een klinisch relevant effect, omdat de grens voor klinische relevantie ligt bij een verschil van 10%. De verschillen in uitkomsten qua longcapaciteit en kwaliteit van leven waren klinisch niet relevant. Toevoegen van ICS aan de behandeling met LABA + LAMA vergroot het risico op pneumonie. De auteurs konden de effecten van triple-therapie niet analyseren in relatie tot het aantal bloed-eosinofielen wat in de GOLD-richtlijn een belangrijk criterium is om drievoudige therapie toe te passen. In de IMPACT-studie (Lipson 2018) werd het effect van triple-therapie met fluticasonfuroaat + umeclidinium + vilanterol vergeleken met de duo-therapieën fluticasonfuroaat + vilanterol en umeclidinium + vilanterol. Dit gebeurde...

Lees Verder
Bij actinische keratose is 5-FU-crème het meest effectief
nov01

Bij actinische keratose is 5-FU-crème het meest effectief

Actinische keratose is een huidafwijking die voorkomt bij circa 30% van de personen boven de 50 jaar. Heel vaak dus, bij mannen meer dan bij vrouwen. Blootstelling aan zonlicht is de belangrijkste oorzakelijke factor. Onbehandeld bestaat er een risico op maligne ontaarding. Op basis van effectiviteit en kostenoverwegingen blijkt gebruik van tweemaal daags 5-fluoro-uracilcrème (5-FU-crème), gedurende 4 weken, een goede eerste behandelkeus. Zeker als aanstippen met vloeibare stikstof (cryotherapie) of verantwoord afwachten geen optie meer is. Actinische keratose wordt beschouwd als een premaligne verhoorningsstoornis van de huid en kan geleidelijk overgaan in plaveiselcelcarcinoom. De kans daarop is klein, maar wordt groter naarmate er meer en uitgebreidere laesies zijn of voorafgaand aan een eerdere behandeling al aanwezig waren. Significant effectiever Nieuw onderzoek toont aan dat de 5-FU–crème het meest effectief is. In een gerandomiseerd Nederlands onderzoek zijn vier lokale veldbehandelingen op een groot aaneengesloten huidgebied op het hoofd met minstens vijf actinische keratose-laesies onderling vergeleken. De vier lokale behandelingen zijn: 5-FU-crème tweemaal daags gedurende 4 wekenIngenolmebutaatgel eenmaal op drie achtereenvolgende dagenImiquimodcrème driemaal per week gedurende 4 wekenMethyl-5-aminolevulinaatcrème gevolgd door fotodynamische therapie (PDT) met rood licht Bij de eindcontrole twaalf maanden na laatste behandeling bleek de 5-FU-crème significant effectiever dan de andere behandelopties. Behalve dat 5-FU-crème het meest effectieve middel is, vormt het kostenaspect een extra argument om te kiezen voor 5-FU-crème bij de veldbehandeling van actinische keratose. De kosten zijn volgens de richtlijn Actinische Keratose van de NVDV het laagst voor 5-FU-crème, op cryotherapie na. Bijwerkingen Overigens moet men bij het toepassen van 5-FU-crème wel rekening houden met vaak voorkomende lokale bijwerkingen als roodheid, lokale pijn, jeuk, brandende huid en schilfering. In de NHG-Standaard Verdachte huidafwijkingen is 5-FU-crème opgenomen als behandeloptie voor actinische keratose. Lees alle informatie van het onderzoek met de resultaten in het Geneesmiddelen Bulletin Medische...

Lees Verder
Protocollen voor corticosteroïd neussprays
nov01

Protocollen voor corticosteroïd neussprays

Veel mensen gebruiken hun corticosteroïd neusspray niet op de juiste manier, blijkt in de praktijk. Het is ook niet altijd eenvoudig, omdat er verschillen bestaan tussen de bijsluiters van de diverse neussprays. Dat kan leiden tot onduidelijkheid bij zowel patiënten als zorgverleners. Verkeerd gebruik kan bijwerkingen tot gevolg hebben, zoals neusbloedingen. Eenduidige instructies zijn nodig voor het bevorderen van het goed toedienen van neussprays. Long Alliantie Nederland (LAN) heeft daarom in samenwerking met het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL) en met diverse LAN-leden twee neussprayprotocollen ontwikkeld: – een protocol voor de regulierecorticosteroïd neusspray – een protocol voor de Avamys corticosteroïd neusspray Deze Avamys corticosteroïd neusspray heeft namelijk een andere vorm en wijkt in gebruik iets af van het reguliere neussprayflesje. De protocollen zijn toegevoegd aan de website www.inhalatorgebruik.nl. Daar worden ook patiëntenkaarten beschikbaar gesteld. Bovendien laat de KNMP instructiefilmpjes ontwikkelen die ze zal plaatsen op Apotheek.nl en Inhalatorgebruik.nl. 1,3 miljoen gebruikers In 2015 gebruikten ongeveer 1,3 miljoen mensen intranasale corticosteroïden. Intranasale corticosteroïden in de vorm van neusspray worden voorgeschreven bij allergische rhinitis. Uit de studie van het MCL blijkt dat patiënten weinig tijd en aandacht besteden aan de toediening. Een aantal belangrijke stappen worden niet toegepast, waarbij ook het schoonmaken van de spraykop vaak wordt vergeten. In het nieuwe protocol wordt aandacht besteed aan het gebruiksklaar maken van de neusspray, het vooraf schoonmaken van de neus, de juiste houding bij het toedienen en de schoonmaakstappen. Omdat er goed onderzoek bestaat naar de beste toedieningswijze, is er bij het opstellen van het protocol gebruik gemaakt van enkele beschikbare studies en van observaties uit de praktijk. Meer onderzoek in de toekomst is zeker wenselijk. Het advies over de positie van de spraykop is evidence based. Het is belangrijk van het neustussenschot af te richten, dus naar de buitenzijde van de neusvleugel. Dit om te voorkomen dat het vaatrijke gebied in het tussenschot beschadigt raakt, wat tot neusbloedingen kan leiden. De armen kruiselings houden, zoals in het protocol aangegeven, vergemakkelijke deze juiste positie van de spraykop. Groter bewustzijn Het is van belang dat er een groter bewustzijn komt van het belang van een eenduidige en volledige instructie over het juist gebruik van de neusspray. Daar wordt op dit moment nog niet zo uitgebreid bij stilgestaan. De publicatie van het neusspray-instructiemateriaal kan hieraan bijdragen. Bron:...

Lees Verder
IHSI: internationaal samenwerkingsverband geneesmiddelen
nov01

IHSI: internationaal samenwerkingsverband geneesmiddelen

Het International Horizon Scanning Initiative (IHSI) is deze week van start gegaan. Het is een internationaal samenwerkingsverband dat informatie over nieuwe en belangrijke geneesmiddelen in kaart brengt en deelt. Met als doel vroegtijdig inzicht te krijgen in nieuwe geneesmiddelen en hun budgetimpact. Aan IHSI nemen 9 landen deel, waaronder Nederland.  Doordat deze landen intensief informatie met elkaar gaan delen, verbetert dat hun positie bij de toegang tot en het realiseren van verantwoorde prijzen van geneesmiddelen. Op termijn gaan ook medische hulpmiddelen onderdeel uitmaken van het initiatief. Pro-actief optreden Het initiatief verzamelt en analyseert gegevens waardoor landen verder vooruit kunnen kijken en beter voorbereid zijn op de impact van potentieel dure geneesmiddelen. Een slimme, transparante internationale database met informatie over nieuwe geneesmiddelen kan een groot verschil maken, is de overtuiging van de deelnemende landen. Door op innovatieve wijze gebruik te maken van een groot aantal gegevensbronnen, zoals geneesmiddelenstudies, wetenschappelijke literatuur en financiële gegevens van bedrijven en investeerders in de farmaceutische sector. De samenwerking zorgt voor een betere positie bij nationale onderhandelingen met fabrikanten. Daarnaast is het onmisbaar om in een vroeg stadium afspraken met andere landen te kunnen maken over gezamenlijke onderhandelingen voor nieuwe producten. Tot slot kunnen voorschrijvers al vroeg hun richtlijnen aanpassen en de juiste patiënten voor het geneesmiddel identificeren. Betaalbare, toegankelijke medicijnen Minister Bruins noemt internationale samenwerking van groot belang. “Ieder land wil betaalbare en toegankelijke medicijnen voor patiënten. Deze nieuwe samenwerking laat zien dat dit vraagstuk landen bindt en verenigt”, schrijft hij. “En samenwerken begint bij het delen van gezamenlijke informatie om klaar te zijn voor de toekomst, bijvoorbeeld bij nationale en internationale onderhandelingen.” Bruins hoopt hiermee op een betere positie bij nationale onderhandelingen met fabrikanten. Nog even geduld De voorbereidingen voor een aanbesteding van de activiteiten van IHSI zijn in volle gang. De eerste horizon scan-resultaten worden eind 2020 verwacht. Deelnemende landen aan het IHSI zijn België, Denemarken, Ierland, Luxemburg, Nederland, Noorwegen, Portugal, Zweden en...

Lees Verder
Ivoren toren
okt30

Ivoren toren

Dat was een groot politiek succes, Bas! Het schrappen van de vergoeding vitamine-D. Sinds januari van dit jaar worden de meest gebruikte vitamine-D-tabletten niet meer vergoed door de basisverzekering. Een maatregel die de zorg goedkoper zou moeten maken. Zou moeten, want het blijkt dat de kosten helemaal niet afnemen, maar juist toe. En wel met 5 miljoen. Kwestie van foutje, bedankt. Maar wees eerlijk: deze maatregel was op voorhand al gedoemd te mislukken, Niels. Al bij het maken van de plannen was zo een beetje iedereen tegen, van patiënten-vereniging tot zorgverlener. Maar de beleidsmakers in Den Haag dachten het weer eens beter te weten en voerden de maatregel in. Dat kan wel zo zijn, Bas. Een eenvoudig rekensommetje: de totale kosten voor de vitaminepillen met 800 eenheden bedroeg vorig jaar 38,4 miljoen euro. Daarvan was slechts 9 miljoen euro voor de medicijnen en ruim 29 miljoen voor de apothekers die de middelen overhandigden. Daar zou toch winst te behalen moeten zijn, want deze producten zijn als zelfzorg en dus zonder recept bij de drogist en apotheek te halen. Laaghangend fruit dus. Dat zou je inderdaad denken, maar de praktijk die we al van verre zagen aankomen is weer eens weerbarstiger, Niels. Er spelen dingen af in de spreekkamer van de huisarts die niet te voorspellen zijn. De helft van de patiënten die vorig jaar nog vitamine 800 eenheden kreeg voorgeschreven op recept, kreeg dit jaar van de huisarts een recept voor 5.600 eenheden. Sterker nog, er waren patiënten die zijn overgestapt van 800 naar 25.000 eenheden Je hebt gelijk, Bas. Als er iemand iets te verwijten valt zijn het de bedenkers van dit soort plannen. Die vanuit de ivoren toren neerkijken op de werkers in het zorgveld en denken dat het eenvoudig is om het gedrag van patiënten en zorgverlener in de spreekkamer en aan de balie te beïnvloeden door dit soort maatregelen. Zo werkt het niet in de zorg weten we. Maar hoe het dan wel moet? Leuk dat laaghangend fruit, maar dat levert dus geen ene euro op, Niels. Willen we echt iets veranderen in de zorg dan moeten we maatregelen nemen die wel effect hebben. Laten we om te beginnen alleen nog maar therapieën vergoeden uit het basispakket die bewezen effect hebben. Is iets niet evidence based, hup uit het basispakket. Goed idee, Bas. Zal ik de beleidsmakers in Den Haag eens bellen hierover? Doe maar niet, Niels. Die zijn vast te druk om het ‘grote’ succes van de vitamine D maatregel politiek uit te leggen en het gesprek aan te gaan met zorgverzekeraars en betrokken beroepsgroepen om eens na te gaan hoe dit toch allemaal...

Lees Verder
Intranet maakt de zorg efficiënt en eenvoudig
okt30

Intranet maakt de zorg efficiënt en eenvoudig

Het begon aan de keukentafel van huisarts Sipke Smits in Egmond en langzaam verovert het communicatieplatform ZichtopZorg de eerste lijn: veilig en eenvoudig informatie en bestanden uitwisselen over de zorg van de patiënt. En apothekers en huisartsen hoeven elkaar niet meer te bellen. Sipke Smits over zijn intranet dat de zorg efficiënter, eenvoudiger en beter moet maken. ZichtopZorg laat zich het makkelijkst vergelijken met het bekende berichtenplatform Whatsapp, maar dan veilig en voorzien van tal van extra mogelijkheden om de communicatie tussen de zorgverleners eenvoudiger en efficiënter te maken.Het idee ontstond bij Sipke Smits thuis. Aan de keukentafel zag huisarts Smits zijn dochter studeren en beeldbellen met een vriendin. De vriendinnen hadden contact met hun smartphone, wisselden informatie en bestanden uit. Kunnen we dat idee ook niet toepassen in de zorg? Hoe kunnen we handiger onderling communiceren? Een vraag die hem bezighield. Want Smits is dan wel op de eerste plaats huisarts, hij is ook geïnteresseerd in automatisering en de mogelijkheden die ICT biedt voor een efficiëntere zorg. Niet zonder succes, want al in 2008 lanceerde hij in Nood-Holland een eigen verwijssysteem, anders en volgens hem vooral praktischer dan zorgdomein. Een systeem dat in zijn ogen beter werkt in de praktijk van de zorgverlener. En dat werd een succes, de zorg in Noord-Holland kan er niet meer zonder. De ervaringen aan de keukentafel in Egmond werden omgezet naar een idee voor toepassing in de zorg. In de zorg staat samenwerking tussen de zorgverleners steeds meer centraal. De zorg rondom de patiënt gebeurt meer in teamverband, integraal. Teams van zorgverleners die elkaar goed op de hoogte moeten houden om zo de beste zorg aan de patiënt te leveren. Klein beginnen “Ik ben dicht bij huis begonnen om het idee in mijn dagelijkse praktijk vorm te geven. Want succesvol innoveren betekent klein beginnen. Zo ben ik gestart met het dagelijkse contact tussen huisarts en apotheker. Huisartsenpraktijken en apotheken bellen heel wat af. Het gaat om inhoudelijke en procesvragen over de patiënt. Klopt de geboortedatum wel, is de dosis de juiste, hoe zit het met de nierfunctie, kunnen de geneesmiddelen thuisbezorgd worden? Grote en vooral heel veel kleine vragen. Probleem met bellen tussen huisarts en apotheek is dat de beller altijd inbreekt in het werkproces van de ander: ‘daar gaat die telefoon weer, ik moet nu mijn werk neerleggen’. Dan heb je de keuze om de telefoon niet op te nemen of je werkzaamheden te onderbreken om het gesprek wel aan te gaan. Beide zijn niet gewenst. Het levert ondertussen wel frustratie en irritaties op, van beide kanten. In de pauzes met de assistentes lieten we wel eens de telefoon gaan: daar...

Lees Verder
Gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de zorg geactualiseerd
okt28

Gedragscode Elektronische Gegevensuitwisseling in de zorg geactualiseerd

Op grond van de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO) dient de zorgaanbieder van elke patiënt een dossier bij te houden. Bij uitwisseling van patiëntgegevens tussen zorgaanbieders moet worden voldaan aan wettelijke voorschriften. Met name het invullen van de patiëntenrechten (o.a. informatieverstrekking en toestemming) blijkt lastig. De Gedragscode EGiZ voorziet in een oplossing. Het geeft praktische richtlijnen voor zorgaanbieders en samenwerkingsverbanden om aan geldende regelgeving te kunnen voldoen. Recent is een nieuwe versie verschenen, aangepast aan de laatste wet- en regelgeving, waaronder de AVG. Het doel van de Gedragscode is de formulering van een heldere en toepasbare set (gedrags)regels en bijbehorende normen voor gegevensuitwisseling tussen zorgaanbieders. Bij de totstandkoming is een aantal uitgangspunten gehanteerd. In de eerste plaats moet de Gedragscode toepasbaar zijn voor het belangrijkste deel van de bestaande en in de nabije toekomst denkbare oplossingen. In de tweede plaats dienen de normen te voldoen aan de geldende (privacy)regelgeving. Tegelijkertijd moet een balans worden gevonden tussen de handhaving van de rechten van de patiënt en de werkbaarheid in de praktijk. Constante zoektocht Problemen bij gegevensuitwisseling zijn: het vaak door elkaar lopende voorzieningen, de diversiteit aan behandelrelaties en de schijnbare onmogelijkheid om alle betrokkenen over alle vormen van uitwisseling begrijpelijk te blijven informeren. Er is sprake is van een constante zoektocht naar de balans tussen enerzijds het kunnen beschikken over informatie van patiënten en anderzijds de verplichtingen tot beveiliging van die informatie en de bescherming van de privacy van patiënten. Alle vormen van digitale uitwisseling De Gedragscode is van toepassing op alle vormen van elektronische gegevensuitwisseling. Hieronder valt enerzijds het gebruik van elektronische uitwisselingssystemen voor pull-verkeer. De Gedragscode gebruikt hiervoor de term ‘Elektronisch Uitwisselingssysteem’. Anderzijds valt ook de verzending van persoonsgegevens via push-verkeer onder de reikwijdte van de Gedragscode Gezondheidszorgbreed De Gedragscode is gericht alle zorgaanbieders, zorginstellingen en zorgverleners in de eerstelijnszorg, de ziekenhuiszorg, de geestelijke gezondheidszorg, de verpleging, verzorging en thuiszorg, de gehandicaptenzorg en overige zorg (zoals GGD, Arbo, Jeugdzorg, WMO, Ambulancediensten en medische laboratoria). De Gedragscode en een samenvatting daarvan is te downloaden op de site van de KNMG De gedragscode EGiZ is een resultaat van samenwerking tussen de volgende organisaties: KNMG en federatiepartners, NVZ, Ineen, KNMP en regio-organisaties SIGRA (voorheen EZDA), Zorgring NHN, Sleutelnet, RSO Haaglanden, Zorgnet Oost (voorheen IZIT), RZCC, REN West-Brabant en...

Lees Verder
Informatiebijeenkomst STIP Ronde Therapietrouw
okt28

Informatiebijeenkomst STIP Ronde Therapietrouw

STIP (Stimuleren Toepassing In de Praktijk) Ronde 4 richt zich op het bevorderen van therapietrouw. De inzet van deze ronde is het stimuleren van de toepassingen van interventies gericht op therapietrouw. Dicht op de klinische praktijk, bij thuiswonende patiënten. De oproep voor deze ronde publiceert ZonMw medio november. Geïnteresseerd? Op 4 december 2019 vindt over deze subsidieronde een informatiebijeenkomst plaats. De bijeenkomst is voor potentiële aanvragers in deze ronde. Zoals apothekers, huisartsen, verpleegkundigen, thuiszorgorganisaties of gemeentes, die therapietrouw-interventies. De inzet is de boogde projectleiders voor te bereiden op het indienen van het projectidee. Informatie over de ronde Het GGG-programma wil de inzet van therapietrouw-interventies in de praktijk op lokaal niveau ondersteunen. En de therapietrouw verder brengen door bundeling en verspreiding van de opgedane kennis en ervaring. Hierbij wordt gebruikgemaakt van de inventarisatie van therapietrouw-interventies in opdracht van VWS. Het vertrekpunt zijn aantoonbaar succesvolle interventies, die relatief eenvoudig in de praktijk zijn in te zetten. De nadruk ligt op oplossingen die uiteindelijk zonder subsidie of ondersteuning in de praktijk kunnen worden uitgevoerd. De bedoeling is om deze interventies in kleinschalige projecten verder te brengen naar andere stadsdelen/gemeentes/regio’s. Hierbij wordt gewerkt met het concept van proeftuinen. Subsidieoproep voor de projectideeën De eerste fase betreft een projectidee. Daarin wordt ook de beoogde opzet van het project beschreven. Per proeftuin is maximaal 200.000 euro beschikbaar voor een looptijd van 2 jaar. De deadline voor indienen van het projectidee is: 14 januari 2020, 14.00 uur. Na de selectie van de projectleiders wordt gewerkt aan een uitgewerkte aanvraag waarin het plan van aanpak van de proeftuin in detail wordt uitgewerkt met hulp van experts uit het Make-It consortium. Informatiebijeenkomst Op 4 december 2019 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht een informatiebijeenkomst plaats voor deze ronde. Het programma is als volgt: 16.30 – 17.00 uur:     inloop en ontvangst (met broodjes) 17.00 – 18.30 uur:     presentaties over proces, doelstelling en inhoud van de ronde, gestelde voorwaarden en uitwisseling plannen voor proeftuinen. 18.30 – 19.00 uur:     netwerkgelegenheid. Potentiële aanvragers kunnen over hun plannen sparren met experts en andere geïnteresseerden. Proeftuin-projectleider De interventie waarop een proeftuin wil inzetten, wordt bepaald op basis van een analyse van de lokale behoeften, wensen, draagvlak en haalbaarheid. Een belangrijk aspect bij de selectie van de projecten is de rol van de proeftuin-projectleider. Bij voorkeur mensen die werkzaam zijn in de praktijk waarin ambulante thuiswonende patiënten centraal staan, die ervaring hebben met complexe praktijkgerichte projecten door de zorgketen heen en die als boegbeeld kunnen fungeren. Meer informatie en aanmelden Zie voor alle informatie de site van ZonMw. Aanmelden voor de bijeenkomst kan tot 27 november 2019 via het aanmeldformulier.  Hierin wordt u gevraagd aan te...

Lees Verder