Meteen naar de inhoud

“COPD is meer dan alleen maar een ziekte van de longen”

COPD-patiënten hebben een betere kwaliteit van leven als hun behandeling gepersonaliseerd is. De specifieke oorzaken van klachten worden dan inzichtelijker, waardoor gerichte therapieën een grotere kans van slagen hebben. Toch gebeurt dit onvoldoende, aldus Frits Franssen, longarts en onlangs benoemd tot hoogleraar aan Maastricht University: “We denken nog steeds te vaak dat een pufje de oplossing is.” Door binnen zijn leerstoel onderzoek te doen naar gepersonaliseerde diagnostiek en -behandeling van COPD hoopt Franssen hier verandering in aan te brengen.

Het is bekend dat de ziektelast van COPD bij iedere patiënt verschilt. Waar de ene GOLD-3 patiënt de hele dag aan z’n stoel gekluisterd zit, maakt de andere patiënt met dezelfde classificatie nog verre reizen. Omdat COPD een heterogene ziekte is, zo vertelt Frits Franssen, verschillen de uitingsvormen. Naast longarts in Maastricht UMC is hij medisch directeur van CIRO, derdelijns centrum voor gespecialiseerde behandelingen voor patiënten met chronische longziekten, waaronder COPD en astma. Onlangs sprak hij zijn oratie uit als profileringshoogleraar ‘Gepersonaliseerd Management van COPD’, waarin hij beargumenteerde dat je bij een goede COPD-behandeling naar de mens in zijn geheel kijkt en niet naar één of enkele aspecten van zijn ziekte: “Waar bij de ene patiënt de mate van longemfyseem bepalend is voor de ziektelast, kan dat bij de ander comorbiditeit zijn. Het is dus belangrijk dit bij de individuele patiënt uit te zoeken. Je kijkt bovendien niet alleen naar de longen, maar ook daarbuiten. Als behandelend longartsen weten we dit, alleen handelen we er onvoldoende naar. Vaak schrijven we op basis van benauwdheidsklachten een pufje voor, in de hoop dat dit zal werken.”

Kun je dat verklaren?
“We zijn als longartsen decennialang opgeleid om bij COPD vooral naar de longen te kijken en minder naar de rest van het lichaam. De ziekte, zo was de veronderstelling, manifesteerde zich in de longen en werd veroorzaakt door defecten in de longen. Werkte een pufje niet, dan pasten we de dosis aan of zochten we verder in het pufjesassortiment. Heel veel meer hadden we ook niet te bieden. Tegenwoordig weten we meer over de ziektelast van COPD, over de werking van diverse luchtwegmedicijnen en kijken we ook naar behandelingen buiten de longen. Maar toch is dit voor mijn beroepsgroep wel even schakelen. Wat ook meespeelt, je moet doorverwijzen als je buiten de longen onderzoek wilt doen. Voordat je dat doet, wil je er als longarts zeker van zijn dat je je huiswerk goed hebt gedaan. Dat kost tijd, voor de meeste medicatiebehandelingen duurt het even eer de werking is uitgekristalliseerd.”

Waarom zou er meer buiten de longen gezocht moeten worden naar de oorzaak van de klachten?
“De klachten die COPD-patiënten hebben, zijn niet altijd vanwege COPD. Bij twintig procent van de COPD-patiënten is bijvoorbeeld sprake van hartfalen. Als je een patiënt ziet met kortademigheid, maar met een longfunctie van tachtig procent, dan zouden alle alarmbellen moeten afgaan. Is er sprake van hartfalen, hartritmestoornis, slaapapneu? Wij krijgen patiënten in onze derdelijnszorg die al jarenlang bij hun longarts komen met dezelfde klachten, maar nog nooit bij de cardioloog zijn geweest voor een echo. Bij tweederde van deze groep vinden wij dan een hartafwijking. Te vaak horen COPD-patiënten dat er niets meer voor hen te doen is. Maar ik denk dat longartsen meer kunnen betekenen als ze betere diagnostiek zouden verrichten.”

Hoe geef je binnen je leerstoel invulling aan dit vraagstuk?
“Naast het inzichtelijk krijgen van determinanten die de ziektelast bij COPD kunnen bepalen, focus ik me op het voorspellen van longaanvallen. De oorzaak van longaanvallen is heel divers. Is het vanwege een bacterie, of een virus? Spelen endogene- of cardiale factoren een rol? We doen binnen CIRO een studie waarbij we een groep patiënten met een heel hoog risico op een longaanval gedurende acht weken iedere dag monitoren om zo in kaart te kunnen brengen wanneer en hoe longaanvallen ontstaan. We weten inmiddels dat we hiervoor een combinatie aan metingen moeten doen, zoals bloed en longfunctie. Maar we nemen ook ontlasting af om het darmmicrobioom onder de loep te kunnen nemen, omdat we weten dat verandering in de bacteriële samenstelling daarvan een rol kan spelen bij longaanvallen. We willen uiteindelijk een model ontwikkelen waarmee we longaanvallen kunnen voorspellen. Dit vraagt ingewikkelde analyses die we zelf niet kunnen doen, daarom sturen we deze samples naar het lab van AstraZeneca. De volgende stap, nu nog toekomstmuziek, is dan gerichte therapieën ontwikkelen om longaanvallen te voorkomen.”

Hoe zie je dat voor je?
“Stel, we kunnen vaststellen dat een patiënt voornamelijk bacteriële exacerbaties heeft en we hebben een test ontwikkeld waarbij je thuis met een wattenstaafje in je neus je bacteriële flora kunt testen. Had je me twee jaar geleden gevraagd of dit haalbaar is, dan zou ik mijn vraagtekens hebben geplaatst. Maar sinds de pandemie weten we beter. En stel dat je met dat wattenstaafje ziet dat de microbioomsamenstelling is veranderd, dan zou je vervolgens preventief kunnen beginnen met medicatie om te voorkomen dat een longaanval plaatsvindt. We zouden dan een enorme vooruitgang boeken rond de behandeling van COPD.”

Wat is de link tussen het microbioom en de longen?
Tot zo’n tien jaar geleden dachten we dat de longen steriel waren. Inmiddels weten we dat in de longen bacteriën in bepaalde balans aanwezig zijn. Als die balans verstoord raakt, doordat er bijvoorbeeld minder bacteriën zijn of één bacterie de overhand krijgt, dan kan dat gelinkt zijn aan het optreden van longaanvallen. Het microbioom beslaat je hele lichaam, met name ook je dikke darm. Als iemand zuurstofgebrek heeft vanwege ernstig COPD, wordt de darm meer doorlaatbaar en verliest het zijn beschermende functie. Komen die bacteriën vanuit de darm dan via de bloedbaan in de longen terecht en geeft dat veranderingen? Leiden veranderingen in de darm tot longaanvallen? Is heel speculatief, maar we willen het graag onderzoeken. Ik begeef me op glad ijs, maar misschien kunnen we dan longaanvallen voorkomen door de darmflora te beïnvloeden.”

Bevindt het onderzoek naar COPD zich inmiddels op een next level?
“Absoluut. Vernieuwend zijn de vaccinaties om longaanvallen te voorkomen. Maar er zijn ook biologicals in ontwikkeling voor COPD. Er loopt internationaal een studie waarin gekeken wordt of je al in een hele vroege fase COPD kunt vaststellen, dus voordat je luchtwegvernauwing hebt. Bijvoorbeeld door bij longkankerscreening ook te kijken of je hele vroege veranderingen ziet die kunnen duiden op COPD. Je kunt zeggen: je moet gewoon niet beginnen met roken, of ermee stoppen. Maar die discussie is niet de makkelijkste. Bovendien blijkt uit studies dat naast roken ook andere factoren een rol kunnen spelen. Sommige studies laten zien dat de oorsprong van COPD ook in de jeugd en zelfs voor de geboorte ligt. Jeugdastma en niet-volgroeide longen zouden verklaringen zijn, maar ook sociaal-economische omstandigheden. Ik denk ook daarom dat we buiten de geijkte paden moeten denken. Er zijn bijvoorbeeld farmaceuten die onderzoeken of je met al bestaande inhalatiecorticosteroïden bij mensen die nog geen COPD hebben ontwikkeld, achteruitgang van longfunctie kunt remmen. Wellicht dubieus, want je ontmoedigt roken hier niet mee. Bovendien ga je medicaliseren voordat mensen ziek zijn. Maar dat doen we ook bij de behandeling van cholesterol en hoge bloeddruk en bij PrEP, het preventieve medicijn om hiv te voorkomen. Dus dat is in de gezondheidszorg niet nieuw.”

Heb je daar geen moeite mee, roken is uiteindelijk de belangrijkste oorzaak van COPD.
“Ik heb er geen moeite mee, ik heb met mijn patiënten te doen. Ik schrijf pufjes voor en zuurstof en nog steeds hebben mijn patiënten geen kwaliteit van leven. Natuurlijk moeten we er alles aan doen om mensen van het roken af te houden en af te krijgen. Ik behandel ook alleen als ze stoppen met roken. En soms zie ik ze daarom een paar jaar niet. Zo is het. Ik voel geen boosheid. In het begin wel, maar heb toen besloten dat ik niet mijn hele carrière boos kan zijn. Dat heeft geen zin.”

Welke ontwikkeling binnen jouw vakgebied zie je als stip aan de horizon?
“Dat COPD een eigen expertisedomein is. Nu kan iedere longarts en huisarts pufjes voorschrijven, maar ik denk dat we steeds meer heel nauwkeurig alle behandelbare kenmerken van de patiënt in kaart zullen brengen. Heeft iemand longvernauwing dan schrijf je een pufje voor. Heeft iemand emfyseem, dan komt daar een gerichte therapie voor. Heeft iemand een bepaald profiel qua longaanvallen, dan heb je een specifieke preventieve behandeling. Ik verwacht dus een meer gepersonaliseerde aanpak, waarbij we beter kunnen voorspellen welke patiënt welke behandeling nodig en daar ook baat bij gaat hebben. Dat is nu nog steeds een gok.”

Tekst: Caroline Wellink

Dit artikel verscheen eerder in FarmaMagazine september 2022

Lees meer artikelen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse FarmaMagazine nieuwsbrief!

Subsidie ZonMw voor verbeteren van hooikoortsverwachting

Hooikoorts beperkt het dagelijks functioneren van vele Nederlanders. ZonMw subsidieert een onderzoeksproject dat onder meer de ontwikkeling van een betrouwbare pollenverwachting als doel heeft. Daarmee kan hun gerelateerde ziektelast worden verlaagd.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens

Mis nooit meer het belangrijkste eerstelijns nieuws!

Elke twee weken in 10 minuten op de hoogte van het laatste nieuws en trends in de eerstelijns zorg.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens