Door een politieke alliantie krijgen we zorgverzekeraars in het gareel

Dick Groot, voorzitter van Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen

Apothekers en huisartsen moeten een politieke alliantie smeden. “Preferentiebeleid, hulpmiddelen, het raakt onze beroepen. Alleen door strategisch samen te werken krijgen we zorgverzekeraars in het gareel”, stelt huisarts Dick Groot, voorzitter van VPHuisartsen.

Het zijn bijzondere tijden voor zorgverleners in de eerste lijn. Zeker als je ook nog eens praktijkhoudend huisarts in Noord-Brabant bent. “Mijn praktijk in Tilburg ligt in het centrum van de corona-uitbraak. Tijdens de eerste golf werden veel van mijn patiënten heel erg ziek, velen overleden. Families waarmee je als praktijkhouder een band hebt opgebouwd. Normaal ga je dan op bezoek, sla je een arm om een familielid, toon je medeleven. Begeleiding moest nu telefonisch en dus op afstand gebeuren. Zoiets raakt je. Tegelijkertijd werd de zorg afgeschaald en konden huisartsen duimendraaien. Behalve de praktijkhouder. Ik moest als een dolle op zoek naar beschermingsmateriaal voor mijn medewerkers. En op zoek naar een plek in het ziekenhuis voor mijn patiënten. Er kwamen tal van nieuwe vraagstukken op ons af. Daar moeten we dan wel mee omgaan. De corona-crisis heeft weer eens laten zien hoe flexibel huisartsen zijn. Aan de ene kant dweilen met de kraan open, met veel emoties en op andere dagen is het rustig, bij het saaie af. In mijn ogen bestaat er geen leuker vak dan praktijkhoudend huisarts.”

Tekorten praktijkhouders

We spreken Dick Groot eind november. Groot is huisarts en praktijkhouder in hart en nieren. Hij is dan ook voorzitter van VPHuisartsen en vertegenwoordigt met bijna 1200 praktijkhouders zo’n 20% van de praktijken. Het ledenaantal is de laatste jaren sterk gegroeid.

VPHuisartsen behartigt de belangen van de praktijkhouder en staat voor kleinschalingheid. Groot staat voor zijn achterban en naast zijn patiënten, gelooft in de voordelen van een persoonlijke band. “Door die persoonlijke band kunnen wij veel betekenen voor de patiënt. En voor de bv Nederland. Want we zien snel wat er met de patiënt aan de hand is, de drempel is laag. Zo voorkomen we erger en zorgen dat patenten langer thuis blijven. Dat scheelt een hoop zorgkosten.”

Een prachtig vak, praktijkhouder. Maar wel eentje dat enorm onder druk staat, want lang niet iedere huisarts staat tegenwoordig te popelen om een praktijk over te nemen of te starten. “Huisartsen willen geen praktijkhouder meer worden. De tekorten aan opvolgers nemen snel toe. Leden zijn ongerust: er is geen opvolger voor mijn praktijk. Hoewel onderzoeken laten zien dat jonge huisartsen wel praktijkhouder willen worden, laat de praktijk een ander beeld zien. De nieuwe generatie wordt liever waarnemer of gaat in vaste dienst in een huisartsenpraktijk.”

“Er komt steeds meer op het bordje van de huisarts. Dat moet stoppen. Onze kerntaak moet uitsluitend medisch zijn, we zijn en blijven dokters.”

Waarom is praktijkhouder impopulair?

“Eerlijk gezegd weten we dat niet precies. Het is een combinatie van factoren. Op de eerste plaats de grote verantwoordelijkheid die een praktijkhouder heeft. Je bent verantwoordelijk voor de avond- en weekenddiensten, het personeel, contracten en de administratie. De praktijkhouder wordt ongewild steeds meer manager. De balans tussen zorgverlenen en management is zoek. We zijn inmiddels zo’n 70 procent van onze tijd bezig met administratie. Bovendien is de praktijkhouder verantwoordelijk voor de avond- en weekenddiensten. Dat kan een zware last zijn. Al die rompslomp gaat aan een waarnemer voorbij. Die heeft vooral patiëntencontacten. En dan alleen overdag.”

De praktijkhouder is een uitstervend ras.

“Als je de cijfers gelooft lijkt het daar wel op. In mijn doktershart ben ik er echter van overtuigd dat de praktijkhouder nooit verdwijnt. De vereniging gaat er dan ook alles aan doen om dat te voorkomen.”

Zelfstandige apothekers lopen tegen dezelfde problemen aan. In dienst van de apotheker of van de keten van apotheken zijn daar een deel van de oplossing.

“De apotheker is net als de huisarts continu bezig om nieuwe regels en eisen te implementeren in de praktijk. Hoe kan ik de inkoop en de logistiek aanpassen om toch nog wat geld over te houden? Hoe houd ik mijn hoofd als zorgverlener en praktijkhouder boven water? Wat dat betreft zitten apotheker en huisarts in hetzelfde schuitje. Dat veel apothekers in ketens zitten of in franchiseformules, dat zie ik niet als een oplossing voor het tekort aan praktijkhouders. Het DNA van de huisarts verschilt van die van de apotheker. De huisarts wil niet in dienst van een ander werken en voor langere tijd een dienstverband aangaan. Er speelt nog iets mee: de feminisering van het vak. De huisarts is een jonge vrouw met daarnaast een partner met een eigen carrière. De huisarts bepaalt tegenwoordig niet alleen de locatie van wonen en werken. Krijgt de partner een andere baan in een ander deel van het land, komen er kinderen, dan is het vaak de vrouwelijke huisarts die werkdagen inlevert of meeverhuist met de partner. Dan klinkt het misschien leuk om een huisarts in dienst te nemen, maar die zal ook snel weer vertrekken. De vereniging wil dan ook voorkomen dat huisartsen verdwijnen in grote ketens. Daarin geloven we niet. Wij geloven wel in kleinschalige praktijken waarbij de patiënt te maken heeft met continuïteit van zorg en met maximaal twee verschillende huisartsen.”

Wat is dan wel de oplossing voor het tekort aan praktijkhouders?

“Allereerst moeten we iets doen aan de koudwatervrees bij jonge collega’s om een praktijk te beginnen. We moeten het beeld rechtzetten dat praktijkhouders alleen maar bezig zijn met contracteren en gedoe. Vertel de voordelen van een kleinschalige praktijk. Laat zien dat praktijkhouders integrale geneeskunde leveren. Jij kent als huisarts het gezin het beste, bent het eerste aanspraakpunt. Een waarnemer is vaak slechts een passant en mist het gevoel van continuïteit. Ook moeten we transparant zijn over de verdiensten van een praktijkhouder. Dat onderwerp is taboe, dat moeten we maar eens doorbreken. Bij velen leeft het idee dat een waarnemer, praktijkhouder of een huisarts in dienst allemaal even veel verdienen, maar dat is onzin. Het financiële plaatje van een praktijkhouder is gunstiger. Sterker nog, de praktijkhouder bepaalt zelf de omvang van de praktijk en dus het norminkomen.”

Dating en coaching

Groot wil dus een eerlijker beeld van de praktijkhouder vertellen. Hij gaat het land in om datingsessies te organiseren tussen praktijkhouders en potentiele opvolgers. Daarnaast gaan huisartsen nieuwkomers coachen. In de praktijk het vak leren, bijgestaan door een ervaren huisarts.

Maar wil je huisartsen echt over de praktijkstreep trekken dan is de beste optie om die vermaledijde koppeling tussen praktijkhouder en avond-weekenddienst te stoppen, stelt Groot. “Nu is het zo dat de praktijkhouder verantwoordelijk is voor de diensten. We willen dat álle huisartsen, dus ook waarnemers, in dienst of eigenaar, zich inschrijven in een register en verplicht zijn deze diensten te draaien. Dat haalt de druk weg bij praktijkhouder, zorgt voor een eerlijke verdeling en koppelt dagdienst los van de andere diensten. Dan wordt het veel interessanter om praktijkhouder te worden. We hebben rechtszaken gevoerd om dit voor elkaar te krijgen, maar die hebben we verloren. Niet op basis van argumenten. De uitspraak was een politieke uitspraak. Zorgverzekeraars hebben namelijk groot belang bij het in standhouden van het huidige systeem. Door de koppeling tussen praktijkhouder en diensten op te nemen in de contracten zijn zorgverzekeraars gegarandeerd dat de diensten ook worden gedraaid. Ontkoppeling zou een bedreiging vormen voor de bv Nederland omdat de praktijkhouders dan zouden stoppen met diensten. Dat is onzin natuurlijk. Het voorheen onbespreekbare onderwerp ontkoppeling staat nu weer op de agenda in het overleg met de LHV en Ineen. We moeten toewerken naar een spoedzorgpost met integratie van huisarts, thuiszorg, GGZ, ambulance en ziekenhuis. Dan is de ontkoppeling direct een feit.”

Ondertussen wordt ook de toekomst van de huisartsen opnieuw gedefinieerd. Hoe ziet die toekomst eruit?

“Twee jaar terug zijn huisartsen gestart met het opnieuw vormgeven van onze kerntaken. Herdefiniëren was ook nodig want het water staat de huisarts aan de lippen. Er komt steeds meer op het bordje van de huisarts. Dat moet stoppen. Onze kerntaak moet uitsluitend medisch zijn, we zijn en blijven dokters. Vitaliteit, preventie, groepsconsulten over afvallen of stoppen met roken, maatschappelijke en sociale onderwerpen, het hoort allemaal niet als primaire preventie bij de huisarts. Ook moet we een streep zetten door de grenzeloze substitutie van de tweede lijn naar de eerste lijn. Vraag ik een zorgverzekeraar wat die substitutie oplevert, dan blijft die het antwoord schuldig. Wij zijn er druk mee en krijgen niks, de ziekenhuizen behouden hun geld. Huisartsen moeten beter hun grenzen bewaken. Het is voor het eerst dat we dat ook zo doen. Deze maand presenteerden we de kernwaarden, komende tijd gaan we met stakeholders in gesprek.”

Kerntaak is ook samenwerking met zorgverleners. Hoe gaat de samenwerking met apothekers?

“De samenwerking met de apotheker is sterk verbeterd. Ik heb collegiaal overleg over polifarmacie en multi-morbiditeit. Wat wel beter kan is de manier van samenwerken. Apothekers en huisartsen moeten elkaar persoonlijk kennen, een band opbouwen, weten wat je aan elkaar hebt. Een stapel papier op mijn bureau met allemaal namen van patiënten waarvan de apotheker vindt dat ik er iets mee moet, dat werkt niet. Vertel mij jouw professionele advies persoonlijk, bel me op. De apotheker is onmisbaar bij polyfarmacie, bewaken van mijn werk en het beoordelen van bijvoorbeeld nierwaarden. Ik zou graag het hele traject van nierwaardes willen overlaten aan de apotheker. Laat de apotheker contact opnemen met een patiënt met het verzoek om de nierwaarden te meten en informeer mij over de uitkomst. Of de apotheker ook kan voorschrijven? Daarvoor is een persoonlijke relatie met de patiënt nodig en die heeft de apotheker niet altijd. “

Politieke samenwerking

Wat betreft Groot gaat de samenwerking verder dan collegiaal. De beroepsgroepen moeten strategisch samenwerken. “Zowel apotheker als huisarts heeft last van het preferentiebeleid van de zorgverzekeraar. Dat geldt ook voor hulpmiddelen die zorgverzekeraars buiten de lokale apotheek aan mijn patiënt leveren. Het is van de zotte dat mijn patiënt de hulpmiddelen niet krijgt van zijn apotheker. Preferentiebeleid, hulpmiddelen, het raakt ons beroep. Onze samenwerking moet verder gaan dan overleg tijdens het FTO. We moeten een politieke alliantie aangaan, samen sterk staan en zo een vuist maken naar stakeholders als zorgverzekeraars. Alleen zo krijgen we zorgverzekeraars in het gareel. Ik roep KNMP en LHV dan ook op om samen met onze vereniging een politieke alliantie te sluiten.”

Waar staat de vereniging over vijf jaar?

“Dan zit het praktijkhouderschap weer in de lift, is minimaal de nachtzorg ontkoppeld van de dag en ligt er een bestendige fundering voor de spoedzorgpost. Dan is er ook een politieke alliantie tussen huisartsen en apothekers.”

Bredere toepassing nieuwe glucoseverlagende middelen in zicht, ook in de eerste lijn

“Begin niet te snel met insuline in verband met het dominant worden van overgewicht onder de bevolking”, is het advies aan huisartsen van prof. dr. Cees Tack, hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder diabetologie, aan het Radboudumc in Nijmegen. De nieuwe generatie bloedglucoseverlagende middelen – GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers – krijgt volgens hem een steeds prominentere rol in de geneeskunde. Niet alleen binnen de diabetologie, maar ook binnen de cardiologie en nefrologie krijgen deze middelen steeds meer ingang. Zes vragen over GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers. 1. Wat is de op dit moment de plaats van GLP-1- agonisten en SGLT-2-remmers bij de behandeling van diabetes? “De praktijk is lerende. Op dit moment worden zowel de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 uit 2018 en de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij Diabetes Mellitus type 2 voor de tweede lijn, herzien”, geeft hoogleraar interne geneeskunde/diabetologie prof. dr. Cees Tack aan. De herziening van de NHG-Standaard wordt ergens in…

Halveer de doses voor vrouwen

“Willen we vrouwelijke patiënten therapietrouw krijgen, dan moeten apothekers en huisartsen maatwerk leveren,” aldus Janneke Wittekoek.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.