Gebruik psychostimulantia bij autisme toegestaan in verkeer

Psychostimulantia – zoals bijvoorbeeld methylfenidaat – zijn vanaf eind november ook toegestaan in het verkeer voor mensen met een autisme-diagnoseTot voor kort gold dit alléén voor mensen met een ADHD-diagnose of een slaapstoornis. Mensen met de diagnose autisme mochten geen psychostimulantia gebruiken in het verkeer – ook niet als zij veel bijkomende ADHD-symptomen hebben.

De zogeheten ‘Regeling eisen geschiktheid 2000’ van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat is gewijzigd, zo blijkt uit een publicatie in de Staatscourant. De wijziging houdt in dat voortaan iedereen die wordt behandeld met psychostimulantia mag deelnemen aan het verkeer, zij het wel onder enkele voorwaarden.

ADHD-kenmerken
Psychostimulantia zijn medicijnen met een stimulerende werking op het centrale zenuwstelsel. Het gaat om de middelen methylfenidaat (zoals Ritalin), dexamfetamine, atomoxetine en modafinil. Relatief veel mensen met autisme hebben ook kenmerken van ADHD. Zij kunnen om die reden ook veel baat hebben bij een therapeutische behandeling met psychostimulantia.

Voorwaarden
Voorwaarde is onder meer dat iemand geen bijwerkingen (meer) ervaart die een gevaar kunnen opleveren in het verkeer. Bij amfetamine en dexamfetamine moet de gebruiker daarnaast in elk geval drie dagen wachten voordat hij/zij weer deelneemt aan het verkeer. Bovendien is bij deze twee middelen in het verkeer nog altijd de Opiumwet van toepassing. Het gebruik van amfetamine en dexamfetamine in het verkeer kan worden aangetoond door middel van de speekseltest die de verkeerspolitie sinds 2017 gebruikt. De precieze dosering waarbij de speekseltest positief uitslaat, is overigens nog steeds niet duidelijk in de praktijk. Althans niet bij de hulpverleners en patiënten.

Advies Gezondheidsraad
Dit voorjaar adviseerde de Gezondheidsraad in een rapport om het gebruik van psychostimulantia onder voorwaarden ook toe te staan voor mensen met een andere diagnose dan ADHD of een slaapstoornis. Dit advies is dus uiteindelijk overgenomen door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.