Geneesmiddelenvoorraad van vijf maanden

Een ‘ijzeren voorraad’ geneesmiddelen van vijf maanden kan naar verwachting 85% van de kortdurende tekorten opvangen. Om te kunnen voldoen aan de wettelijke verplichting om ‘voldoende voorraad’ geneesmiddelen aan te houden, is zo’n ijzeren voorraad noodzakelijk. En dit wordt daarom verankerd in nog uit te werken nieuwe beleidsregels. Uiterlijk 1 juli 2022 moet die vijf-maanden-voorraad gereed zijn voor alle geneesmiddelen die onder de verplichting vallen.

Minister Van Rijn (VWS) schrijft dat in een brief aan de Tweede Kamer over zijn aanpak van geneesmiddelentekorten. De minister geeft aan dat er vier maanden voorraad aangehouden dient te worden door de leveranciers en een maand door de groothandels. Die termijnen baseert hij op een onderzoek van Gupta Strategists, die als bijlage bij de brief is toegevoegd. Vanaf 1 juli 2022 gaat de IGJ toezicht houden op de naleving van de gekwantificeerde voorraadverplichting.

Niet vrijblijvend

Het is Van Rijn ernst. “Deze aanpak werkt alleen onder de harde voorwaarde dat partijen daadwerkelijk aantoonbaar gefaseerd starten met de opbouw van de ijzeren voorraad”, stelt hij in zijn brief. “Ik heb partijen gevraagd om uiterlijk 1 november 2020 een plan voor fasering in te dienen. Leveranciers dienen te bepalen voor welke producten zij nu al aan de voorraadeisen kunnen voldoen, waar ze verder mee aan het werk gaan en in welke volgorde. Dit moet leiden tot een niet vrijblijvend tijdsschema.”

De minister denkt dat de verwachte kosten voor het aanleggen van deze voorraden circa €100 miljoen per jaar bedragen. Het uitgangspunt van de bewindsman hierbij is dat de leveranciers en groothandels een deel van de kosten dragen (€ 55 miljoen) en dat de overige 45 miljoen uit publiek geld wordt bekostigd. Van Rijn wijst erop dat er reeds € 25 miljoen per jaar structureel beschikbaar is gesteld. De overige € 20 miljoen komt volgens hem uit de besparing van kosten door het niet te hoeven inzetten van duurdere alternatieven.

Produceren in Europa

Europa is voor productie van medicijnen grotendeels afhankelijk is van andere landen en de kwetsbaarheid is inmiddels duidelijk. Voor de lange termijn moet het weer aantrekkelijker zijn om in de EU te produceren, aldus Van Rijn. Nederland zet zich Europees in voor een stevige farmaceutische strategie, zowel voor de productie van eindproducten als de productie van de actieve stoffen (en hulpstoffen) van geneesmiddelen. Samenwerking binnen Europa voor de productie van geneesmiddelen is cruciaal.

Meldpunt geneesmiddelentekort

Van Rijn vermeldt tot slot van zijn brief dat er wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een nieuwe ICT-applicatie voor het Meldpunt geneesmiddelentekorten en-defecten. Daarmee moet leiden tot een eenvoudiger meldformulier, zodat het voor bedrijven laagdrempeliger is om een melding te doen. De gemelde leveringsonderbrekingen worden gepubliceerd, zodat deze voor eenieder raadpleegbaar zijn.

Bron: Tweede Kamer

Bredere toepassing nieuwe glucoseverlagende middelen in zicht, ook in de eerste lijn

“Begin niet te snel met insuline in verband met het dominant worden van overgewicht onder de bevolking”, is het advies aan huisartsen van prof. dr. Cees Tack, hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder diabetologie, aan het Radboudumc in Nijmegen. De nieuwe generatie bloedglucoseverlagende middelen – GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers – krijgt volgens hem een steeds prominentere rol in de geneeskunde. Niet alleen binnen de diabetologie, maar ook binnen de cardiologie en nefrologie krijgen deze middelen steeds meer ingang. Zes vragen over GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers. 1. Wat is de op dit moment de plaats van GLP-1- agonisten en SGLT-2-remmers bij de behandeling van diabetes? “De praktijk is lerende. Op dit moment worden zowel de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 uit 2018 en de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij Diabetes Mellitus type 2 voor de tweede lijn, herzien”, geeft hoogleraar interne geneeskunde/diabetologie prof. dr. Cees Tack aan. De herziening van de NHG-Standaard wordt ergens in…

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.