Huisartsen: hoe te handelen bij verdenking van Corona-virus

Virussen trekken zich niets aan van landsgrenzen. Het nieuwe coronavirus, SARS-CoV-2, is inmiddels ook in ons land. Met als gevolg een brede maatschappelijke onrust over het verloop. De ziekte die ontstaat na besmetting met dit virus heet COVID-19 (Coronavirus Disease 2019). De casusdefinitie is aangepast en lees hieronder hoe huisartsen moeten handelen.

Telefonische triage

De huisarts vraagt patiënten met koorts én luchtwegklachten, zoals hoesten of kortademigheid of zij:- in de afgelopen 14 dagen in een risicogebied (zie RIVM-site onder 3) zijn geweest en zo ja, waar
– direct contact hebben gehad met patiënten met het coronavirus en zo ja, waar en wanneer.

Let op: Patiënten die koorts en luchtwegklachten hebben en recent in één van de risicogebieden  zijn geweest òf een risicocontact hebben gehad, mogen niet naar de praktijk komen.

Casusdefinitie verdacht geval

De volledige casusdefinitie, opgesteld door het RIVM, is momenteel als volgt:
Een persoon met: koorts* (ten minste 38 graden C) én ten minste één van de volgende respiratoire verschijnselen: hoesten, kortademigheid
én de klachten zijn ontstaan binnen 14 dagen na terugkomst uit een land/regio met wijdverspreide transmissie (zie RIVM-site onder 3)
óf de klachten zijn ontstaan binnen 14 dagen na contact met een patiënt met een bevestigde infectie met SARS-CoV-2.

NB: De casusdefinitie wordt op basis van de nieuwste inzichten regelmatig bijgesteld. Kijk voor de meest actuele casusdefinitie op de website van RIVM

Handelen bij verdenking coronavirus

Zie het stroomschema Telefonische triage bij klachten die kunnen passen bij coronavirusinfectie.

Het is van belang dat een patiënt die zich bij u meldt met bovenstaande kenmerken niet naar de praktijk komt. Neem telefonisch een anamnese af, waarbij u het volgende navraagt:

  • De aard van de respiratoire klachten en de ernst daarvan?
  • Wanneer de klachten zijn begonnen?
  • Is de patiënt in een risicogebied geweest? Zo ja, waar en wanneer precies?
  • Heeft de patiënt in een risicogebied ziekenhuizen bezocht en wanneer precies?
  • Heeft de patiënt contact gehad met iemand met COVID-19? Zo ja, waar en wanneer precies?

Meldplicht

Bij verdenking op COVID-19 belt de huisarts altijd direct de arts Infectieziektebestrijding van de GGD. De GGD zal een huisbezoek afleggen om diagnostiek te doen.

Handelen bij klinische beoordeling

Als telefonische triage geen duidelijkheid geeft over de ernst van de klachten en de patiënt klinisch moet worden beoordeeld, gaat de huisarts op huisbezoek. Gebruik tijdens het huisbezoek persoonlijke beschermingsmiddelen (FFP2-masker, veiligheidsbril, vochtwerend halterschort en niet-steriele handschoenen).

Hoe te handelen als een patiënt toch in de praktijk is?

Zet de patiënt in een aparte ruimte en geef de patiënt een chirurgisch mondneusmasker. Neem contact op met de GGD. De GGD kan u verzoeken na te gaan of en wanneer de patiënt in de wachtkamer heeft gezeten en een lijst met contacten te maken van personen die ook in de wachtkamer hebben gezeten. Ventileer de ruimte waar de patiënt heeft verbleven minstens een half uur. Reinig en desinfecteer de ruimte hierna.

Meer informatie

Het gaat om een uitbraak met een nieuw virus waarover nog diverse onduidelijkheden bestaan. Dat geldt ook voor de gegeven adviezen. Huisartsen worden daarom geadviseerd om ook de berichtgeving van het RIVM over het coronavirus in de gaten te houden.
Bekijk ook de pagina met veelgestelde vragen.

Bron: NHG en Medische Scholing.nl