Meteen naar de inhoud

“Huisartsen moeten ‘nee’ zeggen”

Huisarts Marnix van der Leest geeft in zijn boek Huisarts op recept haarscherp de schoonheid én de dillema’s van zorgverleners in de eerste lijn weer. Over de controle-drang van zorgverzekeraars en over huisartsen die over de eigen grenzen gaan. “Huisartsen moeten leren ‘nee’ zeggen, maar zijn daar ongelofelijk slecht in.”

Het rijtje schrijvende artsen lijkt eindeloos. Naast de grote namen als Cola Debrot, Belcampo, Simon Vestdijk en Willem Brakman geven columnisten als verpleeghuisarts Bert Keizer en huisarts Joost Zaat in de media een kijkje in de dagelijkse praktijk van de zorgverlener.

Aan dat rijtje kan Marnix van der Leest worden toegevoegd. Hij is huisarts met een eigen praktijk in Leusden. Samen met collega’s richtte hij de stichting eerstelijnszorg voor de regio op en zet zich zo in voor meer samenwerking in de versnipperde zorg. Ook is Van der Leest opleider van huisartsen. En lanceerde hij onlangs zijn boek: Huisarts op recept, over de mooie kanten en dilemma’s van zijn vak.

Sta je inmiddels in het illustere rijtje van artsen in de literatuur?

“Natuurlijk pas ik niet in dit rijtje van echte schrijvers. Ik ben het schrijverspad opgegaan om, met veel ondersteuning van de uitgever, een fijn boek te schrijven. Dat is aardig gelukt als ik de recensies lees en luister naar de vele reacties uit het veld. Het is wel mijn ambitie om een tweede boek te schrijven. Maar voel me vooral huisarts en geen schrijver.”

Waarom schrijven zoveel artsen?

“Dokters maken nu eenmaal veel mee. We zien wat er in de maatschappij speelt en horen bijzondere verhalen. Er verandert veel in de maatschappij en in ons vak. Zowel goede ontwikkelingen als zaken die tot spanning leiden. Dan kruipen artsen in de pen. Want bijna elke arts heeft wel een goed verhaal te vertellen.”

Artsen met een missie. Wat is die van jou?

“Columnisten als Joost Zaat maken in een paar woorden een punt. Ik heb meer woorden nodig, zoek de nuancering om de schoonheid, om de ware betekenis van de arts in de praktijk neer te zetten. Woorden laten vertellen dat de huisarts meer doet dan oplossen van kleine kwalen en doorverwijzen naar het ziekenhuis als het even lastig wordt. De reikwijdte van de problemen in onze spreekkamer is groot. Die schoonheid van het vak wil ik delen. Maar ook de dilemma’s waar we tegenaan lopen, de kernwaarden van de huisarts die onder druk staan. Met herkenbare verhalen aantonen wat er concreet mis is. Met de onderliggende boodschap dat we niet alleen heel goed moeten nadenken over de toekomst van de huisarts, maar ook hard op de trom moeten slaan: maak hoorbaar dat de veranderingen ons vak keihard raken. Het is vijf voor twaalf. Laten we ons nu niet horen, dan krijgt de maatschappij daar later spijt van.”

De schoonheid en de dillema’s van het vak laat Van der Leest leven in de beschrijving van tal van praktijkervaringen. De oudere patiënt met complexe psychiatrische en lichamelijke problemen. Eigenlijk zou ze naar een verpleeghuis moeten, maar kon dat niet accepteren. Toen ze eenmaal zo ver was bleek niemand bereid haar op te nemen. Van der Leest beschrijft de onrust en het onvermogen van huisarts en patiënt. Aandoenlijk is het verhaal over de hoogbegaafde puber met psychische problemen. Letterlijk gaat ze instellingen in en weer uit. Iedereen erkent dat er een probleem is maar dan wel voor een andere GGZ-instelling. Met altijd weer de huisarts als achtervang en probleemoplosser. Want iemand moet het toch doen?

“Het wantrouwen in eerstelijns zorgverleners is nog altijd groter dan het vertrouwen. Geen vertrouwen tussen politiek en huisartsen en geen vertrouwen tussen zorgverzekeraars en huisartsen.”

Huisarts Marnix van der Leest

Is de schoonheid van het vak om alle problemen op te lossen?

“Niet alle voorbeelden in het boek geven de kern van het vak weer. In het boek schrijf ik over enkele uitzonderlijke situaties, omdat die soms beter laten zien waar de schoen wringt . Voor mij is de kern van ons vak de langdurige vertrouwensband die we opbouwen met onze patiënten. Deze band strekt zich soms over enkele decennia uit. Dat maakt dat de behandelrelatie met patiënten ook wezenlijk anders is dan bij andere dokters. Die vertrouwensband geeft een verdieping in de relatie. Bovendien kent de huisarts niet alleen die ene persoon, maar het gehele gezin en vaak de complete familie. Ons werk krijgt daardoor een andere, persoonlijke kleur. Meer dan andere zorgverleners bouwen we voort op de relatie die we hebben. Huisartsgeneeskunde betekent persoonlijke zorg leveren naast het volgen van de vele protocollen.”

Je schetst een romantisch beeld van de huisarts

“Dit is het gewenste beeld, daar is niets romantisch aan! De persoonlijke en langjarige relatie met de patiënt staan wel onder druk. Een groeiende groep huisartsen vindt het lastig om zich als zelfstandige te vestiging of om een praktijk over te nemen. Men ervaart tal van nadelen. Gelukkig zijn er nog steeds huisartsen met zitvlees. Maar dat we onder druk staan, is een feit.”

Over welke druk heb je het dan?

“Allereerst de toenemende regel- en organisatiedruk. Huisartsenpraktijken worden grote organisaties en moeten tijd besteden aan de gevolgen van wet- en regelgeving. De tijd die huisartsen met een eigen praktijk aan het spreekuur besteedt wordt kleiner en kleiner Daarnaast dijt het takenpakket van de huisarts alleen maar verder uit. In de coronatijd geeft de doorloop naar het ziekenhuis problemen. De grote problemen bij de GGZ zijn bekend. En als het daar dan even misgaat komt de patiënt weer terug bij de huisarts. Zo worden we gedwongen om overbruggingszorg te leveren. We doen ons best om mensen op de been te houden tot ze ergens wél worden gezien en geholpen. Door de politieke keuze ouderen zo lang mogelijk thuis te laten wonen komt complexe zorg op ons bordje. Complexe zorg betekent veel overleggen met tal van organisaties. En ondertussen neemt de regeldruk eerder toe dan af. Er zijn eindeloze acties gevoerd om de regeldruk te verminderen. Zonder succes.”

Deze problemen zijn niet nieuw. Waarom zijn die niet opgelost?

“Het gaat maar door, het circus van wet- en regelgeving dat over ons wordt gestort. Neem nu die nieuwe wet Wtza waarin we verplicht verantwoording moeten afleggen. Ieder jaar informatie aanleveren over financiën en bedrijfsvoering, met uitgebreide vragenlijsten. Het wantrouwen in eerstelijns zorgverleners is nog altijd groter dan het vertrouwen. Geen vertrouwen tussen politiek en huisartsen en geen vertrouwen tussen zorgverzekeraars en huisartsen. En als ik het over huisartsen heb, bedoel ik natuurlijk ook apothekers. Die zitten in hetzelfde lastige pakket.”

Werken aan vertrouwen is dan de oplossing

“Onzin, de zorg functioneert zo goed dat we dat vertrouwen hebben verdiend. Tal van onderzoeken tonen iedere keer weer aan dat fraude in de eerste lijn amper is uit te drukken in een getal. Zo gering is die fraude. Geen fraude, tevreden patiënten, een gemotiveerde beroepsgroep die meer uren maakt dan waarvoor ze betaald wordt. Wat heb je nog meer nodig om vertrouwen te geven. Kennelijk vinden overheid en zorgverzekeraar het moeilijk om controle los te laten.”

Ligt het probleem niet ook bij de huisarts die geen ‘nee’ kan zeggen?

“Daar heb je een punt. Huisartsen moeten leren ‘nee’ zeggen, maar zijn daar ongelofelijk slecht in. De schoonheid van het vak van huisarts is ook de achilleshiel. Patiënten met problemen die horen in het domein van welzijn, met sociaaleconomische problemen komen op het spreekuur bij de huisarts. Dan willen we een rol spelen in het oplossen van dat probleem. Door de langdurige relatie met de patiënt gaat ‘nee’ zeggen aan het hart. Zonder die persoonlijke relatie, zit je verder van het onderwerp of veilig in een ivoren toren beleid te bedenken, dan is ‘nee’ zeggen veel eenvoudiger. Maar met de voeten in de klei, zoals de huisarts maar ook de apotheker, zien wij de patiënt verzuipen door de gevolgen van een wet… Raakt een patiënt verstrikt in welzijnsproblematiek, dan gaat die weer terug naar de huisarts. En neem al die instanties die, als ze er even niet uitkomen, de patiënt weer naar de huisarts verwijzen. En ja, dan storten we ons er weer in en lossen we het probleem voor een ander op. De huisarts zit wat dat betreft in een spagaat: de kunst van het ‘nee’ zeggen én de patiënt helpen. Het is een hele opgave om een streep te trekken.”

Wanneer moeten huisartsen ‘nee’ zeggen?

“Zeg ‘nee’ tegen de aanvraag van een verklaring van letselschadeadvocaten en verzekeraars. Weiger klussen die de twee lijn over de schutting van de huisarts gooit. Het ziekenhuis bepaalt bloed maar de huisarts mag de uitslag met de patiënt bespreken. Stop met het schrijven van verwijzingen voor mensen die al lang en breed bekend zijn bij instanties. Daarover zijn heldere afspraken gemaakt maar die vraag komt telkens weer op ons bordje.”

Hoe ervaar jij de samenwerking met apothekers?

“Apothekers en huisartsen weten elkaar goed te vinden als het nodig is. Wel moeten ICT-systemen beter op elkaar aansluiten. Zo verschilt de medicatielijst van de ene zorgverlener nog steeds van de ander. Dat systeem is nog steeds niet waterdicht.”

Wat kan de huisarts overlaten aan de apotheker?

“Voorlichting geven over juist gebruik van medicatie en inhalatiesystemen. Dat scheelt de huisarts enorm veel tijd.”

Moet de apotheker dan álle instructies geven?

“Dat is een goeie. Daar heb ik nog nooit bij stil gestaan. Wel moet de huisarts precies weten wat de apotheker allemaal doet, bij welke patiënt.”

Dat is toch een kwestie van vertrouwen van de apotheker als deskundige?

“Dit gaat niet om vertrouwen maar om verantwoordelijkheid. Uiteindelijk is de huisarts ook verantwoordelijk. Ik moet weten wat er met de patiënt gebeurt. Daaraan kan ik me niet onttrekken.”

Wanneer komt je tweede boek uit?

“Schrijven van dit boek heeft me gedwongen kritisch te kijken naar mezelf en naar het vak van huisarts. Dit eerste boek heeft mijn kijk op het vak verdiept, heeft me geholpen bij het vinden van het antwoord op de vraag wat ik écht belangrijk vind, wat de kracht is van het vak, welke problemen ik signaleer én de oplossingen. Op recept is gebouwd op thema’s. Misschien wordt het volgende een roman. Maar ik maak me geen enkele illusie dat ik ooit in dat bovengenoemd rijtje kom te staan.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Lees meer artikelen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse FarmaMagazine nieuwsbrief!

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens

Mis nooit meer het belangrijkste eerstelijns nieuws!

Elke twee weken in 10 minuten op de hoogte van het laatste nieuws en trends in de eerstelijns zorg.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens