Internetconsultatie over wijziging Opiumwet

Staatssecretaris Blokhuis (VWS) en minister Grapperhaus (J&V) brengen een wetsvoorstel in consultatie, dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden. Producenten en handelaars in drugs omzeilen de Opiumwet met nieuwe psychoactieve stoffen, ook wel designerdrugs genoemd. Dit zijn nieuwe stoffen die sterk lijken op harddrugs die al op lijst I van de Opiumwet staan, maar in ons land nog niet verboden zijn. In de consultatie stellen Blokhuis en Grapperhaus voor om drie stofgroepen op Lijst Ia van de Opiumwet te plaatsen en daarmee te verbieden.

Dit wetsvoorstel regelt een verbod op bepaalde, veel voorkomende, groepen nieuwe psychoactieve stoffen (NPS-en). Doel is om daarmee de volksgezondheid te beschermen en de productie en handel in NPS-en te belemmeren. Het gaat om stoffen die qua werking sterk lijken op de reeds verboden drugs en die geproduceerd worden om de drugswetgeving te omzeilen.

Risicovolle stofgroepen

Het voorstel is om een nieuwe ‘Lijst Ia’ aan de Opiumwet toe te voegen, waarmee bepaalde risicovolle stofgroepen strafbaar worden gesteld. Door een stofgroep onder de Opiumwet te plaatsen, worden alle substanties die kunnen worden afgeleid van de chemische basisstructuur van een stof in één klap verboden.

Deze stoffen bootsen de werking na van drugs als XTC, cocaïne en amfetamine. Problematisch is dat als zo’n nieuwe stof onder de Opiumwet wordt gebracht, er weer een nieuwe stof wordt gemaakt met een net iets andere samenstelling waardoor de stof buiten de drugswetgeving valt. Om deze ontwikkeling een halt toe te roepen, is er een wetsvoorstel dat het mogelijk maakt om ook stofgroepen te verbieden. Zo krijgt een hele groep designerdrugs bij voorbaat geen kans, ongeacht de specifieke samenstelling.

Internetconsultatie

Het wetsvoorstel is in internetconsultatie gegaan. Iedereen die wil meedenken, kan hier tot 20 april zijn ideeën of suggesties over het wetsvoorstel doorgeven.

Leeftijd en kwetsbaarheid belangrijke aandachtspunten bij start behandeling DM2

Bij de start van de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II is het zaak rekening te houden met diens leeftijd en kwetsbaarheid. Onderzoek laat zien dat dit onvoldoende is gebeurd nadat de richtlijnen op dit punt zijn gewijzigd en dit kan zowel voor oudere als voor jongere patiënten nadelige gevolgen hebben. Het zou dus meerwaarde hebben als bij richtlijnontwikkeling ook meteen werk zou worden gemaakt van tools die de praktische implementatie ervan faciliteren. De aanbeveling in richtlijnen is duidelijk: als de huisarts de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II start, dient hij de HbA1c-streefwaarde af te stemmen op de leeftijd en kwetsbaarheid van de patiënt. Onduidelijk is welke gevolgen dit heeft voor de HbA1c waarde, waarbij medicamenteuze behandeling wordt gestart. In de praktijk bleek er nauwelijks sprake te zijn van verschillen op basis van leeftijd of kwetsbaarheid in de jaren nadat deze aanbeveling in…

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.
  • Nadat u op verzend klikt ontvangt u een bevestigingsmail in uw mailbox.