Koester huisarts, trots op apotheker

De politiek moet moed tonen en heldere keuzes maken. Anders gaat het faliekant mis met de zorg. Marianne de Visser, lid van de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid over waarom welke maatregelen nodig zijn. En over de farmaceutische zorg: “Koester de huisarts. We mogen trots zijn op de apotheker.”

Dat het in de zorg anders moet, daar is iedereen het wel over eens. Iedere maand komt er wel weer een rapport met aanbevelingen die vooral gaan over hoe de almaar stijgende zorgkosten in toom te houden.

Het rapport Kiezen voor Houdbare Zorg. Mensen, middelen en maatschappelijk draagvlak van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, de WRR, kijkt verder dan alleen de financiële paragraaf. De raad roept de politiek op nu eens echt in actie te komen om de zorg ook in de toekomst betaalbaar en toegankelijk te houden. Dat kan alleen door heldere keuzes te maken: ingrijpen in sectoren waar de toegankelijkheid van de zorg ondermaats is. Maar ook inzet van middelen en mensen op een manier die leidt tot een langere gezonde levensverwachting en verbetering van de kwaliteit van leven. En de politiek moet serieus investeren in preventie om de zorg betaalbaar te houden. Daarnaast moet er draagvlak komen in de maatschappij voor het maken van die keuzes, bijvoorbeeld door het instellen van een burgerforum dat meepraat over vaak gevoelige thema’s. De derde schijf om aan te draaien is volgens de WRR grenzen stellen aan wat wel en wat niet tot de collectief georganiseerde zorg behoort. Is alle jeugdhulp wel zorg of komt het beter tot zijn recht in het sociale domein?

De WRR informeert en adviseert de regering en het parlement over tal van maatschappelijke vraagstukken. Van kunstmatige intelligentie tot migratiediversiteit. De adviezen van de WRR zijn wetenschappelijk onderbouwd en gericht op de lange termijn. En nu is de houdbare zorg voor de toekomst het onderwerp.
Stuwende kracht achter dit rapport is Marianne de Visser, sinds 2013 lid van de Raad. Zij heeft haar sporen als medisch specialist, onderzoeker en onafhankelijk adviseur wel verdiend. Ze was tot 2016 neuroloog aan het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam en is emeritus hoogleraar neuromusculaire ziekten bij de Universiteit van Amsterdam. Ook was zij van 2002 tot 2010 vice-voorzitter van de Gezondheidsraad. Bij de WRR was zij de enige met een medische achtergrond. Het sprak voor zich dat zij deze kar ging trekken.

Wat gebeurt er als er niets verandert?

“De huidige groei van de zorg is op termijn onhoudbaar. Tot nu toe heeft de politiek de peilen gericht op het efficiënter organiseren van de zorg. Daarmee moeten we zeker niet stoppen, maar voor de toekomst zal dat alleen onvoldoende zijn. De huidige 100 miljard die we jaarlijks aan zorg besteden beslaat 13 procent van het bruto binnenlands product en zo’n 30 procent van de rijksbegroting. De Nederlandse burger betaalt nu 6.000 euro aan zorg per jaar, dat stijgt naar 9.000 euro in 2040 en maar liefst 15.000 euro in 2060. Mensen realiseren zich niet dat ze nu al veel betalen, maar willen en kunnen niet nog meer betalen. Tot zover de financiële paragraaf. Dan het personeel. Er is nu al een tekort aan personeel in de zorg. Kijk wat er aan de hand is in de ziekenhuizen, maar ook bij huisartsen en apothekers. Op dit moment werkt één op de zeven mensen in de zorg. Gaan we zo door dan is in 2060 één op de drie werkzaam in de zorg. Die mensen zijn er simpelweg niet. Als we door blijven gaan om steeds meer en steeds duurdere zorg te gebruiken, dan komen de grenzen van de financiële, personele en de maatschappelijke houdbaarheid wel heel snel in zicht. Dat moeten we niet willen.”

Hoe urgent is de huidige situatie?

“Het is nu of nooit. De minister van financiën heeft weliswaar gezegd dat hij diepe zakken heeft, maar nog meer geld besteden aan zorg gaat ten koste van onderwijs, sociale zekerheid en veiligheid. Sectoren die misschien nog wel belangrijker zijn voor onze gezondheid dan de zorg zelf. Neem de situatie van lager opgeleiden die leven in slechte omstandigheden zonder een speelveld voor de kinderen die ook nog eens ongezond eten. Preventief daarop inzetten betekent uiteindelijk hogere levensverwachting, betere kwaliteit van leven en minder beroep doen op de zorg.”

Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen uit het rapport?

“We doen in totaal twaalf aanbevelingen. De belangrijkste is dat politiek en overheid keuzes moeten gaan maken. Vertel aan je kiezers dat als er niets gebeurt de kleinkinderen van de huidige generatie driemaal zoveel zorgkosten betalen. Maar dat vinden politici een lastig verhaal. Kennelijk bestaat de angst dat de kiezer deze heldere boodschap niet pikt. Ik roep politici op: toon moed! In de Tweede Kamer zitten de nodige politici die blijven pleiten voor meer geld naar de zorg. Gelukkig kijkt de overgrote meerderheid van de partijen op serieuze wijze naar ons rapport. Zij realiseren zich terdege dat het moeilijk gaat worden, maar dat er wel keuzes moeten worden gemaakt. Toen we op 15 september het rapport overhandigden aan demissionair minister Hugo de Jonge was hij het eens met onze aanbeveling dat er keuzes moeten worden gemaakt. Dat geeft vertrouwen. Een kleine stap vooruit zou al zijn als de begroting van VWS niet langer gebaseerd is op een raming van de vraag naar zorg, waarvan de politiek in haar besluitvorming vervolgens kan afwijken door meer te investeren in zorg. Dat wijkt af van de wijze waarop de begroting bij andere ministeries tot stand komt.”

Een tweede aanbeveling: ga in gesprek met de samenleving. Een manier om dat te doen is een burgerforum. Bespreek wat er zoal te kiezen valt. “Onze democratie bestaat uit een gekozen Tweede Kamer, en een Eerste Kamer. Desondanks moet de stem van de burger beter gehoord worden. Het buitenland kent goede voorbeelden van burgerinspraak. In Ierland praten inwoners mee over moeilijke onderwerpen als klimaat en abortus, in het Verenigd Koninkrijk over dure geneesmiddelen. Dan blijkt dat de burger heel goed in staat is over de eigen schaduw heen te springen, mits hij of zijn goed is geïnformeerd. In ons land ontstaan vergelijkbare initiatieven. In het Radboud UMC in Nijmegen is een onderzoek verricht waarin burgers over vergoeding van dure geneesmiddelen hebben meegesproken. Een burgerplatform heeft echter alleen zin als de politiek ook echt iets gaat doen met de aanbevelingen. Overigens spreken we ook het Zorginstituut Nederland aan actief burgers te betrekken bij de discussie over bijvoorbeeld welke geneesmiddelen thuis horen in het basispakket.”

U roept op tot meer investeren in preventie.

“Nu gaat in totaal slechts twee miljard naar preventie. Dat is mager. Daarin staat Nederland overigens niet alleen. In Europa komen we niet verder dan drie procent van de begroting voor preventie. Het huidige preventieakkoord is een prachtig initiatief, maar te vrijblijvend. We bereiken bijvoorbeeld nog te weinig als het gaat om terugdringen van overgewicht. De overheid moet verplichtende maatregelen nemen. Minder suiker, minder zout, minder vet in voedingsmiddelen, dat is lastig, maar wel mogelijk. Maar ook lagere snelheden van verkeer in bewoonde wijken om stikstof en fijnstof terug te dringen. Uiteindelijk moeten preventie en medisch handelen gezamenlijk bijdragen aan een langere levensverwachting en een gezonder leven.”

De apotheker en huisarts komen amper voor in uw rapport.

“De huisarts stuurt slechts zes procent van de patiënten door naar het ziekenhuis. Een fantastische prestatie! Koester de huisarts, we mogen er waanzinnig tros op zijn. Dat geldt ook voor de apothekers. Het preferentiebeleid is uitermate succesvol geweest, met dank aan de apotheker. Als het om terugbrengen van medicijnkosten gaat is ons land koploper. We mogen dus ook trots zijn op de apotheker.”

Huisartsen en apothekers worden dagelijks geconfronteerd met tekorten aan medicatie onder meer door dat preferentiebeleid.

“Uitvoeren van het preferentiebeleid is een megaprestatie geweest: dezelfde werkbare stof van pil a zit ook in pil b die veel goedkoper is. Het enige nadeel van het preferentiebeleid is dat er voor de leveranciers van medicijnen niet veel te halen valt in ons land en zij hun heil zoeken in het buitenland. Maar om dan het preferentiebeleid af te schaffen gaat veel te ver.”

En wat te doen met die mondige burger die aan de balie weer te horen krijgt dat zijn medicatie niet leverbaar is?

“Dat is een grote zorg die op Europees niveau moet worden opgelost. Ik ben gedelegeerd lid van de European Academy of Neurology bij de EMA en het staat voortdurend op de agenda. In het rapport van de WRR is het echter geen onderwerp geweest.”

Welke winst is er te behalen bij de huisarts?

“Op de eerste plaats meer aandacht voor passende zorg. Van 5 tot 10 procent van de zorg die door de huisarts en in de ziekenhuizen wordt gegeven is aangetoond dat het niet-passende zorg betreft. Van 40 procent is de effectiviteit niet bekend of aangetoond. Dat moet en kan anders. In het programma Doen en Laten van de huisartsen is helder omschreven wat wel of niet passende zorg is. Maar passende zorg vastleggen op papier is nog iets anders dan implementeren in de dagelijkse praktijk. Daarin moeten huisartsen nog flinke stappen zetten, daarvan zijn ze zich ook bewust. Neem de MRI bij rugklachten, daar moeten huisartsen echt mee stoppen. Belangrijk is dat de huisarts in gesprek gaat met de patiënt. Vraag goed door, leg uit wat de mogelijkheden zijn en dat er ook andere opties zijn dan een MRI. En kom dan samen tot een besluit. Er moet meer partnerschap tussen patiënt en dokter komen. Dat samen beslissen wordt in Nederland al mooi vormgegeven. Maar ook dat kan nog wel een stuk beter.”

En apothekers?

“Ook apothekers kunnen meer passende zorg leveren. Denk daarbij aan medicatie op maat. We weten dat erfelijke factoren invloed hebben op de effectiviteit van medicatie. Ik roep de KNMP en de Federatie Medisch Specialisten op om de apotheker toegang te geven tot het genetisch paspoort om zo ook echt medicatie op maat te maken en af te leveren aan de patiënt.”

Wat is er over vijf jaar bereikt?

“Dan is preventie de gewoonste zaak van de wereld, waarbij alle zorgverleners betrokken zijn. Apothekers en huisartsen spelen dan een belangrijke rol in preventie, net als zorgverzekeraars. Tegen die tijd is helder wat wel en wat niet tot de collectieve kern van de zorg behoort, is de toekomstvisie over de ouderenzorg, de jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg omgezet in concrete maatregelen. En misschien is een deel van de jeugdhulp dan wel onderdeel van het sociaal domein.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Lees meer artikelen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse FarmaMagazine nieuwsbrief!

Persoonlijk contact is een uniek medicijn

Apotheker Joeri Beek werd met zijn apotheek in Nistelrode in het verleden twee keer uitgeroepen tot ‘Beste apotheek van Nederland’ en stond jaren in de top 10. Inmiddels staat hij aan het roer van een tweede apotheek in Heesch.

Het duurzame perspectief van Orion Pharma

Duurzame groei, ‘building well-being’ voor de patiënten en werknemers, spelen belangrijke rollen in de bedrijfsfilosofie van Orion Pharma. Een interview met Country manager Benelux: Stephan Van Nieuwenhove.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.