Leefstijlinterventies moeten onderdeel zijn van het FTO

Leefstijlinterventie door huisarts én apotheker. Huisarts en apotheken bespreken samen hoe chronische patiënten medicatie kunnen afbouwen en starten met verbeteren van een gezonde leefstijl met gezonde voeding en minder stress. “Er is genoeg wetenschappelijk bewijs om ermee aan de slag te gaan”, stelt Iris de Vries, voorzitter van de vereniging Arts en Leefstijl.

Ze is van de verbinding, en heeft een belangrijke missie. Daarom is ze ook voorzitter geworden. Aan het einde van het interview zet Iris de Vries die nog even scherp neer: “Ik wil verbinden met het huidige, maar stevig bouwen aan iets nieuws: dat is hard nodig. Zorgverleners die nu nog beweren dat leefstijlinterventies onzin zijn doen zichzelf en de patiënt tekort. De laatste stand van zaken in de wetenschap is namelijk glashelder, en de patiënten wíllen dit zelf ook. Leefstijl is actueler dan ooit, en door ‘informed consent’ zijn zorgverleners verplicht om patiënten voor te lichten over bewezen effectiviteit tussen leefstijl en gezondheid. Informed consent is niet meer weg te denken uit het ‘morele protocol’ tussen de arts, apotheker en de patiënt. Bovendien geeft leefstijlzorg veel voldoening want als zorgverlener blus je niet langer continu brandjes maar werk je aan een duurzame oplossing voor jouw patiënt. Zo creëer je ook nog eens meer rust in de drukke praktijk.”

Coassistentensyndroom

Iris de Vries is huisarts en brengt leefstijlgeneeskunde naar de praktijk van de zorgverlener. Daarnaast promoveert ze in de kindergeneeskunde en is actief lid van de landelijke coalitie Kansrijke start. Sinds juni is zij voorzitter van de vereniging Arts en Leefstijl die leefstijlgeneeskunde ziet als fundament voor zowel preventie als de behandeling van diverse chronische aandoeningen.

Haar interesse in voeding en gezondheid laaide op tijdens de studie geneeskunde.

“Tijdens mijn coassistentschap kreeg ik last van mijn darmen. Tot die tijd ging ik al wel heel bewust om met mijn lichaam. Deed veel aan sport en ballet, lette goed op mijn voeding. En dan toch die darmen die opspelen. Volgens de huisarts had ik het ‘coassistentensyndroom’. Daar kon ik weinig mee. Ik ben toen veel informatie gaan vergaren over het nut van gezonde voeding, gezond leven. Mijn enthousiasme groeide mee met de kennis die ik opdeed. De relatie tussen gezonde voeding en mijn darmprobleem heb ik toen zelf moeten leggen. Geen enkele arts heeft me dat verteld. Ik zou medicatie moeten slikken, maar dat lost de klachten van mijn darmen helemaal niet op. Gezonde voeding en een gezonde levensstijl deden dit wel. Dit moeten dokters weten! Ik wilde mijn beroepsgroep informeren over de kracht van een gezond leven. Maar hoe krijg ik dat in de spreekkamer van de voorschrijver? En zo heb ik samen met huisarts Tamara de Weijer in 2016 de vereniging opgericht.”

Waarom is een vereniging nodig?

“Wil het onderwerp leefstijl de juiste plek krijgen in het werk van de zorgverlener dan is een platform voor het uitwisselen van gedachtes nodig. Een vereniging verbindt mensen, de leden leren van elkaar en komen zo tot eensluidende standpunten. Daarnaast is het belangrijk om die kennis uit te wisselen. Niet alleen met elkaar maar ook om die kennis beschikbaar te stellen aan studenten. Daarom hebben we veel energie gestoken om leefstijl in de opleiding te krijgen. Dat is nu gelukt bij de studie geneeskunde: leefstijl en positieve gezondheid zijn onderdeel van de reguliere opleiding. Ook bij verpleegkunde komt het in het curriculum. Verder zit ik in een expertgroep van de Federatie van Medisch Specialisten (FMS) om leefstijlgeneeskunde in de opleiding tot medisch specialist te krijgen. En ja, het wordt ook tijd dat we met de opleiding farmacie overleggen.”

“Zorgverleners die nu nog beweren dat leefstijlinterventies onzin zijn doen zichzelf en de patiënt tekort.”

De vereniging bestaat vier jaar. Wat hebben jullie bereikt?

“Ik ben heel trots dat onze vereniging maar liefst 1600 leden telt en die ook weet te behouden. We zijn uniek, want bij mijn weten zijn we de enige multidisciplinaire vereniging in ons land. Leefstijlgeneeskunde is niet het exclusieve domein van een arts of apotheker maar hoort bij allen die zorgdragen voor de patiënt. Een derde van de leden is arts, een derde verpleegkundige, diëtist of apotheker en de rest overige zorgverleners en studenten van diverse studies. Daarnaast ben ik trots dat we gezien worden en invloed hebben op beleid. We praten met de overheid, de politiek en met zorgverzekeraars, we sluiten partnerships. Kortom, we worden gevonden en we hebben invloed.“

Gecombineerde Leefstijlinterventie vergoed

Trots is ze ook op de invoering van de Gecombineerde Leefstijlinterventie (GLI) die vanaf 1 januari 2019 door de zorgverzekeraar wordt vergoed. Huisartsen en internisten kunnen patiënten via Zorgdomein verwijzen naar een GLI die deelnemers begeleiden bij gezonde voeding en het aanleren van gezonde eetgewoontes, gezond bewegen conform de richtlijn Gezond Bewegen en hoe dit in te passen in het dagelijkse bestaan.

VWS heeft miljoenen beschikbaar gesteld. Tot nu toe maken 7000 patiënten er gebruik van (1). “De GLI wordt inderdaad onvoldoende benut. We zijn in gesprek met het ministerie hoe we meer patiënten kunnen verwijzen. Vooralsnog is dat voorbehouden aan huisartsen en internisten. De GLI is een kans om in korte tijd de patiënt in te schrijven voor een bewezen effectief programma waaraan de zorgverlener zelf weinig omkijken naar heeft.”

Het aantal artsen dat lid is van de vereniging is heel mager.

“Vergeet niet dat vier jaar geleden leefstijlgeneeskunde bijna in de hoek van de alternatieve geneeswijze werd gezet. Een plek waar we absoluut niet horen. We zijn onderdeel van de reguliere zorg, integrale zorg en zijn geen alternatief ergens voor. Maar het duurt even voordat iedereen aanvaardt dat we op die plek thuishoren. We hebben zeker nog een wereld te winnen als het gaat om het binden van de 7500 huisartsen die nog geen lid zijn.”

Hoe kijken zorgverleners tegen jullie aan?

“Bij iedere nieuwe ontwikkeling is er een groep voorlopers die je gedachtegoed snel omarmt. Dat geldt ook bij ons. Daarnaast is er een grote groep die afwacht en zich niet actief aansluit. Uit de gesprekken die we voeren met huisartsen en andere zorgverleners blijkt dat er veel misverstanden bestaan over leefstijlgeneeskunde in de praktijk. Iedereen vindt leefstijlgeneeskunde belangrijk, maar ziet op om het naar de spreekkamer te halen. We zijn al zo druk, het kost te veel tijd, de patiënt wil het toch niet en het levert onvoldoende op, zo horen we nog steeds. Al die aannames kunnen we weerleggen.”

Er is voldoende evidence voor de inzet van leefstijlgeneeskunde, stelt de voorzitter. “De wetenschappelijke onderbouwing is op orde. Onlangs verscheen een artikel in de British Medical Journal dat het effect van de leefstijlinterventie ‘Keer Diabetes2 om’ voor een patiënt met diabetes type 2 aantoont. Deze groepsinterventie toont aan dat het verbeteren van de leefstijl leidt tot minder klachten en een verbetering van het suikermetabolisme en hierdoor tot afbouw en stoppen van medicatie. En dat gedurende een gemeten periode van twee jaar. We weten ook dat 90 procent van hartinfarcten is te voorkomen met een verbeterde levensstijl. En we zien ook duidelijke effecten bij longaandoeningen, reuma en chronische vermoeidheid. Chronische klachten kunnen verminderen en verdwijnen bij de juiste leefstijlinterventie. Relatief nieuw is de evidence bij oncologie. Aanpassen van de leefstijl, gezond eten en minder stress geeft 30 procent minder kans op kanker, een verbeterde kwaliteit van leven en een lagere kans op recidief. Er is genoeg wetenschappelijk bewijs om ermee aan de slag te gaan.”

Hoe krijg je zorgverleners zover dat ze leefstijl-geneeskunde omarmen?

“Zorgverleners hebben het al zo druk en dan komt er ook nog iets bij als leefstijlgeneeskunde. Daarom hebben we een handige tool ontwikkeld die zorgverleners kunnen gebruiken bij het gesprek met de patiënt. Het Leefstijlroer: een letterlijk roer met de zes pijlers waarop de patiënt het gedrag kan veranderen: voeding, beweging, slaap, ontspanning, verbinding en zingeving. Gebruik dit Leefstijlroer om in gesprek te gaan met patiënten. Wat zijn de aanknopingspunten, wat past bij deze patiënt en hoe kan de patiënt ermee aan de slag? Patiënten zijn vaak geraakt dat je hun probleem ziet. Maar zeg bijvoorbeeld nooit dat iemand moet afvallen. Dan ben je de patiënt kwijt. Belangrijk is te erkennen dat leefstijlinterventie gaat om gedragsverandering. Beïnvloeden van het gedrag van de patiënt is complex, gaat met kleine stapje en is een investering in de langere termijn. De zorgverlener moet begrijpen hoe dit gesprek met de patiënt is te voeren. Het is geen trucje dat je eventjes leert, het is een vak waarin je je moet bekwamen.”

En ondertussen wil de patiënt gewoon een pil.

“Dat is een misvatting. Natuurlijk, er blijft altijd een kleine groep patiënten die als eerste therapie een pil wil. Feit is echter dat de patiënt wél en zeer tevreden is als de zorgverlener proactief een leefstijlinterventie aanbiedt. Zo zijn diabeten zeer ontvankelijk voor het aanbieden van leefstijlinterventies op het moment dat de overstap naar insuline dreigt. Daarnaast groeit de groep patiënten die zelf vraagt om aandacht voor gezond eten en leven. Deze groep moet op de juiste manier begeleid worden door de zorgprofessional. Uitgangspunt daarbij is gelijkwaardigheid, aansluiten bij de behoefte van de patiënt en het bespreken van de bewezen effectiviteit tussen leefstijl en gezondheid om uiteindelijk uit te komen tot informed consent en een volledig en persoonlijk zorgpad”

Jullie credo is: voeding als medicijn. Daarmee maak je de apotheker werkeloos.

“Dat zou je kunnen denken, maar niets is minder waar. Medicatie blijft altijd nodig. Bij een longontsteking hoort nu eenmaal antibiotica. Uit gesprekken met apothekers merk ik heel sterk dat zij helemaal geen onnodige medicatie willen afleveren als blijkt dat de patiënt het geneesmiddel op de verkeerde manier gebruikt of dat medicijnen niet de beste therapie zijn. Apothekers zoeken op dit moment naar verdere invulling van hun rol als zorgverlener: hoe kunnen wij inspelen op de trend leefstijl(geneeskunde)? En wat betekent meer leefstijl voor onze businesscase? De toegevoegde waarde van de apotheker zou meer kunnen liggen in het begeleiden van patiënten bij de afbouw van medicatie. Overleg met de huisarts over de afbouw maar wel in samenhang met leefstijlinterventie. Stel bij de start van de leefstijlinterventie de vraag wat de gevolgen zijn voor de medicatie. De apotheker kan de huisarts ondersteunen door proactief een afbouwprotocol te maken. De lijnen tussen de apotheker en de huisarts zijn al heel kort. Bespreek tijdens het FTO standaard het agendapunt leefstijl en afbouw. Stel bij iedere te bespreken patiënt de vraag of apotheker en huisarts genoeg doen aan leefstijlinterventie. Ik merk dat apothekers erg geïnteresseerd zijn. Zo zijn we nu in gesprek met Benu-apotheken en regionale apothekenorganisaties, zoals Twentse Apothekers Organisatie, over het invoeren van bijvoorbeeld baliegesprekken over leefstijl.”

En hoe zit het dan met die businesscase van de apotheker?

“De zoektocht naar een geschikt businessmodel passend bij meer leefstijl(geneeskunde) geldt zowel voor de apotheker als de huisarts. Er moet een systeemverandering plaatsvinden waarbij niet ziekte maar gezondheid wordt beloond. Een goede start zou het invoeren van een integraal tarief zijn waarbij zorgverleners niet betaald worden voor het uitvoeren van acties bij zieke patiënten maar beloond worden voor het werk dat ze doen om te voorkomen dat patiënten ziek worden.”

Hoe staat het over vijf jaar met leefstijlgeneeskunde?

“Dan maken we onderdeel uit van de opleiding tot huisarts, medisch specialist én apotheker. Leefstijlinterventies zijn de eerste optie bij leefstijl gerelateerde chronische aandoeningen, het bespreken van de bewezen effectiviteit tussen leefstijl en gezondheid leidt tot een moreel gedragen informed consent en dit is over 5 jaar voor iedere arts of apotheker dagelijkse kost en een fluitje van een cent.”

(1) https://www.rivm.nl/nieuws/7000-mensen-werken-aan-hun-gezondheid-met-gecombineerde-leefstijlinterventie

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie