Medicatie bij astma en COPD

Astma_COPDCombinatiepreparaten van inhalatiecorticosteroïden en luchtwegverwijders zijn populair bij astma en COPD. Huisartsen schrijven deze combinatie voor aan bijna 40% van volwassen met astma of COPD.

Bij kinderen leven de huisartsen de NHG-Standaard Astma bij kinderen en het daarin genoemde stappenplan goed na. Bij volwassenen wordt bij 8% van de nieuw gediagnosticeerde volwassen patiënten als eerste stap na het stellen van de diagnose de combinatie voorgeschreven, zelfs nog voor kortwerkende luchtwegverwijders. Dit, terwijl de richtlijnen juist een stapsgewijze benadering adviseren. Huisartsen geven de ernst van de klachten van de patiënt als reden om direct beide geneesmiddelgroepen in te zetten.

Van de patiënten met COPD gebruikt bijna de helft een inhalatiecorticosteroïd. Deze middelen kunnen het aantal astma-aanvallen (exacerbaties) verminderen, maar ze hebben het nadeel dat ze de kans op longontsteking vergroten. Daarom hebben ze maar een beperkte plaats in de richtlijnen voor de behandeling van COPD.

Lage therapietrouw

Het onderzoek inventariseerde daarnaast problemen bij het gebruik van inhalatoren en de therapietrouw bij deze middelen. Veel gebruikers van geneesmiddelen voor astma of COPD staken het gebruik van deze middelen. Maar liefst 28% in het eerste jaar en nog eens 39% daarna. Patiënten met astma zijn daarbij vaker therapieontrouw dan patiënten met COPD. Meer onderzoek naar verschillen tussen geneesmiddelen en geneesmiddelgroepen, maar ook naar de redenen van therapieontrouw kan leiden tot een betere behandeling, stellen de onderzoekers.
Huisartsen  praktijkondersteuners komen regelmatig onjuist gebruik van inhalatoren tegen bij hun patiënten. Omzettingen van inhalatoren in de apotheek, bijvoorbeeld vanwege het beleid van zorgverzekeraars, kan eveneens leiden tot problemen.

Onderzoek

Het onderzoek vergelijkt het voorschrijfgedrag van de huisarts bij beide aandoeningen met de aanbevelingen uit de NHGStandaarden. Het IVM en het NIVEL hebben het onderzoek gedaan in opdracht van Zorginstituut. Het onderzoek is gebaseerd op voorschrijfgegevens van huisartsen die deelnemen aan  NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Daarnaast zijn huisartsen, praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen uit 14 huisartspraktijken geïnterviewd   en deden de onderzoekers dossier- en literatuuronderzoek.
De uitkomsten van het onderzoek staan kunt u lezen in de Nivel-publicatie ‘Medicatie bij Astma en COPD: voorschrijven en gebruik in de eerste lijn’. U kunt deze publicatie hier downloaden.

Onder redactie van: Gerda van Beek

 

 

Bredere toepassing nieuwe glucoseverlagende middelen in zicht, ook in de eerste lijn

“Begin niet te snel met insuline in verband met het dominant worden van overgewicht onder de bevolking”, is het advies aan huisartsen van prof. dr. Cees Tack, hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder diabetologie, aan het Radboudumc in Nijmegen. De nieuwe generatie bloedglucoseverlagende middelen – GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers – krijgt volgens hem een steeds prominentere rol in de geneeskunde. Niet alleen binnen de diabetologie, maar ook binnen de cardiologie en nefrologie krijgen deze middelen steeds meer ingang. Zes vragen over GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers. 1. Wat is de op dit moment de plaats van GLP-1- agonisten en SGLT-2-remmers bij de behandeling van diabetes? “De praktijk is lerende. Op dit moment worden zowel de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 uit 2018 en de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij Diabetes Mellitus type 2 voor de tweede lijn, herzien”, geeft hoogleraar interne geneeskunde/diabetologie prof. dr. Cees Tack aan. De herziening van de NHG-Standaard wordt ergens in…

Halveer de doses voor vrouwen

“Willen we vrouwelijke patiënten therapietrouw krijgen, dan moeten apothekers en huisartsen maatwerk leveren,” aldus Janneke Wittekoek.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.