Meldplicht huisartsen chronische hepatitis C

Het is van belang dat patiënten met chronische hepatitis C tijdig worden behandeld. Huisartsen moeten daarom vanaf 1 januari jl. chronische infectie en herinfectie met het hepatitisvirus binnen één werkdag melden. Hiermee wordt de meldplicht voor hepatitis C uitgebreid. Acute hepatitis C moesten artsen reeds verplicht melden.

Het kader ‘Aangifteplicht en bronopsporing’ in de NHG-Standaard Virushepatitis en andere leveraandoeningen is recent aangepast aan de uitgebreide meldplicht.

Melding binnen één werkdag
De behandeld arts en het hoofd van het laboratorium moeten binnen één werkdag een melding doen bij de arts infectiebestrijding van de GGD in zijn/haar werkgebied. De nieuwe meldingsplicht is ingevoerd omdat er nu een effectievere behandelmethode voor chronische hepatitis C bestaat. Deze methode draagt bij aan de genezing en het voorkomen van chronische hepatitis C. Daarom is het belangrijk geworden om alle geïnfecteerde personen tijdig te behandelen om verdere verspreiding van het virus te voorkomen.

Nieuwe meldingscriteria hepatitis C
De nieuwe meldingscriteria zijn:
• Alle personen bij wie voor het eerst een anti-HCV seroconversie en/of HCV-RNA en/of HCV-core antigeen is aangetoond (een recente HCV-infectie of een chronische HCV-infectie/infectie met onbekende duur)
Óf
• Alle personen bij wie >12 weken na afronding van eerdere succesvolle behandeling voor een HCV-infectie opnieuw HCV-RNA en/of HCV-core antigeen is aangetoond (een HCV-herinfectie).

Voor personen met een positieve HCV-antistoftest, van wie HCV-RNA en HCV-core antigeen onbekend zijn, geldt het advies om HCV-RNA of HCV-core antigeen te laten bepalen.

Personen met een positieve HCV-antistoftest, die recent negatief getest zijn op HCV-RNA en/of HCV-core-antigeen, hebben de infectie geklaard en worden daarom niet gemeld.

Meer informatie
Over deze meldplicht zijn diverse documenten uitgebracht. Zie:
Brief RIVM aan (huis)artsen
Stroomdiagram meldingsplicht
LCI-Richtlijn Hepatitis C

Bronnen: NHG en RIVM
Onder redactie van: Gerda van Beek

 

 

Bredere toepassing nieuwe glucoseverlagende middelen in zicht, ook in de eerste lijn

“Begin niet te snel met insuline in verband met het dominant worden van overgewicht onder de bevolking”, is het advies aan huisartsen van prof. dr. Cees Tack, hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder diabetologie, aan het Radboudumc in Nijmegen. De nieuwe generatie bloedglucoseverlagende middelen – GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers – krijgt volgens hem een steeds prominentere rol in de geneeskunde. Niet alleen binnen de diabetologie, maar ook binnen de cardiologie en nefrologie krijgen deze middelen steeds meer ingang. Zes vragen over GLP-1-agonisten en SGLT-2-remmers. 1. Wat is de op dit moment de plaats van GLP-1- agonisten en SGLT-2-remmers bij de behandeling van diabetes? “De praktijk is lerende. Op dit moment worden zowel de NHG-Standaard Diabetes mellitus type 2 uit 2018 en de NIV-richtlijn Farmacotherapie bij Diabetes Mellitus type 2 voor de tweede lijn, herzien”, geeft hoogleraar interne geneeskunde/diabetologie prof. dr. Cees Tack aan. De herziening van de NHG-Standaard wordt ergens in…

Halveer de doses voor vrouwen

“Willen we vrouwelijke patiënten therapietrouw krijgen, dan moeten apothekers en huisartsen maatwerk leveren,” aldus Janneke Wittekoek.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.