Modernisering GVS wordt een jaar uitgesteld

De modernisering van het geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) zou per 1 januari 2022 ingaan. In verband met alle ontwikkelingen rondom de Covid-19 pandemie wordt dit uitgesteld tot 1 januari 2023. Modernisering van het GVS wordt gezien als een noodzakelijke maatregel om de uitgaven aan met name relatief dure geneesmiddelen te beteugelen.

Dit schrijft de minister voor Medische Zorg en Sport, Tamara van van Ark, in haar brief aan de Tweede Kamer. Ze hecht aan een zorgvuldige uitwerking van de modernisering van het GVS, omdat het raakt aan de belangen van patiënten, artsen en apothekers, zorgverzekeraars en marktpartijen.

Tijd nodig

In haar brief verklaart ze: “Immers, in het geval fabrikanten na de herberekening van de vergoedingslimieten hun prijzen niet verlagen tot aan de nieuwe – vaak lagere – vergoedingslimieten, kan een herberekening aanleiding geven tot verschuivingen in het voorschrijven en afleveren van geneesmiddelen. Dit vereist een aanzienlijke inspanning van artsen en apothekers. Zij hebben tijd nodig om zich hier met aandacht op voor te kunnen bereiden. Met dit jaar uitstel worden partijen niet onnodig extra belast en wordt hen meer rust gegeven, juist ook gezien de Covid-19-crisis veel van hen vraagt.”

Medische noodzaak

Ze wijst ook op het instrument ‘medische noodzaak’ dat garandeert dat een patiënt altijd toegang heeft tot een geneesmiddel zonder bijbetaling. Echter: door de Covid-19-crisis is de afstemming met partijen over de invulling van ‘medische noodzaak’ nog niet afgerond. Dit betekent ook vertraging in de AMvB die de toepassing van ‘medische noodzaak’ voor de GVS-bijbetaling mogelijk moet maken.

Financiële gevolgen

Aan het uitstel zijn ook financiële consequenties verbonden, die Van Ark benoemt in haar Kamerbrief: “Dit uitstel betekent ook dat ik de taakstelling uit het regeerakkoord van € 140 miljoen voor het jaar 2022 niet invul met de modernisering van het GVS. De dekking van het besparingsverlies wordt gevonden binnen de VWS-begroting en maakt onderdeel uit van de voorjaarsbesluitvorming.”