Niemand neemt ver­antwoorde­lijk­heid

Gerard Schouw (Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen):

Innovatieve geneesmiddelen moeten sneller naar de patiënt. Nu duurt het 510 dagen terwijl over de grens patiënten binnen 30 dagen beschikken over nieuwe geneesmiddelen. Dat moet en kan anders, zegt Gerard Schouw, voormalig politicus en directeur van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen. “Er zijn te weinig mensen die opstaan, verantwoordelijk nemen en zeggen waar het op staat.”

Het interview vindt plaats tijdens de formatie van een nieuw kabinet. Dan begint het bij de oud-politicus weer een beetje te kriebelen. 25 jaar was Gerard Schouw actief in de politiek, onder meer als lid van de Tweede én Eerste Kamer namens D66, maar van spijt van de overstap van de blauwe bankjes naar het directeurschap van de Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG) is geen sprake. “Het is interessant om nu van een afstandje naar het politieke proces te kijken. Het is een bijzondere periode geweest na de verkiezingen en het vormen van een nieuwe kabinet. Iedereen wacht op nieuw beleid, een nieuwe minister van VWS met frisse ideeën voor de transformatie in de zorg.”

Sinds 2015 is Schouw directeur van de VIG, de brancheorganisatie voor in Nederland gevestigde farmaceutische bedrijven die zich bezighouden met de ontwikkeling van innovatieve geneesmiddelen. De organisatie telt ruim veertig leden.

Volgens Schouw is frisse politieke wind nodig. “Transformatie moet om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden. Investeer in preventie en beloon financieel de inzet op preventie. Verander de focus op het draaien van productie naar belonen van kwaliteit van zorg.”

De directeur van de geneesmiddelenclub die pleit voor preventie?

“We vinden preventie heel belangrijk. Liever voorkomen dat iemand ziek wordt dan genezen. Natuurlijk, de huidige generatie geneesmiddelen gaat ook over genezen, maar de geneesmiddelen van de toekomst zijn bovenal een complexe behandeling die al vroeg begint. Zo voorkomt cel- en gentherapie veel ellende en hoge behandelkosten achteraf. Het productassortiment van onze sector verschuift dan ook steeds meer van pure cure naar preventie. Patiënten zijn er blij mee, maar ons zorgsysteem kan er niet mee overweg: wij, de industrie en de zorg, worden in ons land niet betaald om iets te voorkomen, maar alleen om te genezen. Dát moet dus anders.”

Schouw pleit voor het instellen van een denktank die zich bijvoorbeeld buigt over het effectief inzetten van therapie om bijvoorbeeld de aanleg voor Alzheimer al in een vroeg stadium te ontdekken en preventief te behandelen. “Als die medicatie er daadwerkelijk is, dan kunnen we dat meteen ook gaan gebruiken. Aan de volgende minister om dit te regelen.”

Als u wordt gebeld om die nieuwe minister te worden?

“Bellen kan altijd, maar of ik opneem is nog maar de vraag.”

Ondertussen wil de VIG Nederland op de kaart zetten als het centrum voor life sciences and health. Gezondheid als exportproduct.

“Er werken 65.000 mensen in de farma. We tellen meer dan 3.000 bedrijven in biotech. Gemeentes als Leiden, Oss, Utrecht, Groningen en Maastricht profileren zich als gezondheidshub. En door de komst van de EMA naar Amsterdam zijn steeds meer bedrijven geïnteresseerd om te investeren in Nederland. Naast MSD, AstraZeneca en Janssen hebben we Kite Pharma en BMS die zich richten op juist nieuwe technologie als cel- en gentherapie. Nederland is dus perfect gepositioneerd om samen met de academische centra en overheden te werken aan de ontwikkeling van nieuwe vormen van medicatie. Grote voordeel is dat we ook klinisch onderzoek in ons land doen. Het mes snijdt zo aan meerdere kanten: patiënten hebben als eerste toegang tot nieuwe medicatie, wetenschappelijke centra en universiteiten hebben voordeel omdat er geld beschikbaar is voor research en development. En de bv Nederland heeft met life sciences and health een enorm economisch potentieel in huis.”

En hoe zit het met de productie van geneesmiddelen in Nederland?

“Research en development en klinisch onderzoek dragen bij aan Nederland als kennisland. Zo brengen we het land op een hoger niveau. Als in de slipstream van die ontwikkeling productie naar Nederland komt is dat mooi meegenomen. BMS en Kite Pharma zetten een fabriek hier neer en produceren straks voor heel Europa.”

Terwijl een pilletje als paracetamol soms niet leverbaar is.

“De politieke en maatschappelijke uitdaging ligt in het vormgeven van het toekomstige verdienmodel van Nederland. In het verleden was land- en tuinbouw ons exportproduct. De komende 30 jaar zal gezondheidszorg een enorme exportwaarde vertegenwoordigen. Nu al vertegenwoordigt de Nederlandse geneesmiddelensector een jaarlijkse exportwaarde van € 31 miljard. Hoe productie van geneesmiddelen een bijdrage kan leveren zullen we moeten ervaren. We zijn met de neus op de feiten gedrukt toen we de productie verplaatsten naar China en India om zo het goedkoopste pilletje te krijgen. Nu vragen we ons af of deze pilletjes wel op een verantwoorde manier worden geproduceerd, of ze niet vervuild zijn. En Europa realiseert zich dat we de grip zijn verloren op strategische grondstoffen en voorraden. We moeten die productie weer naar Europa halen, maar dat is wel een kwestie van de lange adem.”

Gaan uw leden weer in Nederland produceren?

“De urgentie wordt zeker ervaren. De overheid moet het bedrijven wel aantrekkelijk maken om zich hier te vestigen. In Frankrijk verleidt president Macron bedrijven met honderden miljoenen. Onze overheid moet meer aan acquisitie doen. Er kan wel een tandje bij. Ik ben blij dat voormalig staatssecretaris Clémence Ross als ambassadeur geneesmiddelenbedrijven naar ons land haalt. Ik hoop dan ook dat de nieuwe minister dit voortvarend oppakt, zijn of haar charme inzet en geld beschikbaar stelt.”

Schouw is van nature een positief mens die zijn emoties goed onder controle heeft. Behalve als het over het proces van toelaten van geneesmiddelen gaat. Die periode duurt in zijn ogen onnodig lang. In Nederland gemiddeld 510 dagen vanaf het moment van EMA-registratie, tegen maximaal dertig in Duitsland.

“Die lange periode van vergoeding en beschikbaarheid zit behoorlijk in mijn irritatiezone. Nadat de EMA een geneesmiddel heeft goedgekeurd kan het in ieder land beschikbaar zijn. Ons land zit in de greep van een uitdijend systeem van regels, commissies, herijking richtlijnen, nieuwe richtlijnen, onderhandelingen waardoor het te lang duurt voordat het geneesmiddel bij de patiënt is. Gemiddeld zo’n 510 dagen! Leg dat maar eens uit aan de patiënt, want we hebben het wel over levensreddende medicatie!”

U bent boos.

“Als ex-politicus zeg ik dan dat ik niet boos ben, maar teleurgesteld. Er zijn te weinig mensen die opstaan, verantwoordelijkheid nemen en zeggen waarop het staat. De radertjes van beoordeling en toelating in commissies, bij de overheid, het Zorginstituut en bij verzekeraars blijven maar draaien en draaien. Neem een voorbeeld aan Duitsland. Dat land heeft wettelijk vastgelegd dat een nieuw goedgekeurd medicijn binnen dertig dagen beschikbaar moet zijn voor de patiënt. Een patiënt in Maastricht krijgt het nieuwe middel niet, maar de patiënt in Aken een paar kilometer verderop wel. Dat is niet uit te leggen.”

Dat geneesmiddel in Aken zal vast duurder zijn.

“Nee, de prijzen verschillen niet. Het loopt nu echt de spuigaten uit, de grens is bereikt. Daarom zijn we een actie gestart om de periode tot beschikbaarheid terug te brengen naar 100 dagen, onder de naam #terugnaar100. Dat kan eenvoudig: stel heldere deadlines en laat processen gelijktijdig lopen in plaats van na elkaar. Maar de meest winst in snelheid behalen we door niet vooraf eindeloos te discussiëren over prijs en effectiviteit maar na bijvoorbeeld een half jaar te vragen: wat heeft het middel gedaan bij welke patiënt? Stel op basis van die uitkomsten de prijs definitief vast. Diverse landen hebben interesse in deze systematiek.”

Hoe reageren politiek en zorgverzekeraars op jullie 100 dagen?

“De politieke reacties zijn positief. De Tweede Kamer spoort de minister met moties aan om met oplossingen te komen. Ook overleggen we met zorgverzekeraars en het Zorginstituut.”

En als er niets verandert?

“Dan moet de patiënt over twee jaar misschien wel 600 dagen wachten. Dat is onverteerbaar. Ik kan me voorstellen dat huisartsen en apothekers dit ook niet willen. Ik doe dan ook een oproep om gezamenlijk dit probleem te adressen en op te lossen. We zijn namelijk gezamenlijk verantwoordelijk om de zorg betaalbaar te houden én nieuwe therapieën beschikbaar te stellen.”

Over verantwoordelijkheid gesproken. Waarom is het probleem van tekorten aan geneesmiddelen nog steeds niet opgelost?

“Onze leden zijn dag en nacht mee bezig met het voorkomen van tekorten. We krijgen een signaal bij een dreigend tekort en proberen dan de productie op te voeren of alternatieven aan te reiken. In werkelijkheid hoeven wij bijna nooit ‘nee’ te verkopen. Productie naar Nederland halen voorkomt ook tekorten. Vergeet ook niet dat het preferentiebeleid, waarbij steevast wordt gekozen voor het goedkoopste geneesmiddel, kan leiden tot tekorten.”

Pleit u voor het einde van het preferentiebeleid?

“Ik pleit voor een aanpassing van het preferentiebeleid: geef de industrie, apothekers en huisartsen iets meer ruimte, ze zijn nu aan handen en voeten gebonden, zorg dat er altijd alternatieve geneesmiddelen beschikbaar zijn.”

De oplossing is toch een ijzeren voorraad van medicijnen zodat er altijd geleverd kan worden?

“We praten al heel lang over een ijzeren voorraad, maar vaststellen welke geneesmiddelen hoe lang op voorraad moeten zijn is ingewikkeld. Een minister heeft eens geroepen om een voorraad van vijf maanden voor álle geneesmiddelen aan te leggen. Dat is alleen al om praktische redenen onhaalbaar. Veel geneesmiddelen kúnnen niet eens zo’n tijd op voorraad goed blijven. Ambtenaren moeten nu vaststellen welke geneesmiddelen in aanmerking komen voor de voorraad. Dan is overleg met andere Europese landen noodzakelijk want het tekort in het ene land wil je opvangen door een overschot in het andere. Houdt ieder land een eigen voorraad aan dan schiet het niet op. Afstemming tussen de landen is dus noodzakelijk. De materie is complexer dan we dachten. Nog even los van de vraag wie dit allemaal gaat betalen.”

Tot slot, wat heeft u over vijf jaar bereikt?

“Ik voorspel dat life sciences and health de belangrijkste exportartikelen van ons land zijn. De huidige financiële prikkels zijn omgebouwd: niet volume, maar kwaliteit en preventie belonen. En wat betreft de snelheid van toelating: tegen die tijd staan we net onder Duitsland op de tweede plaats in Europa!”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Peter Boer

Lees meer artikelen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse FarmaMagazine nieuwsbrief!

Persoonlijk contact is een uniek medicijn

Apotheker Joeri Beek werd met zijn apotheek in Nistelrode in het verleden twee keer uitgeroepen tot ‘Beste apotheek van Nederland’ en stond jaren in de top 10. Inmiddels staat hij aan het roer van een tweede apotheek in Heesch.

Het duurzame perspectief van Orion Pharma

Duurzame groei, ‘building well-being’ voor de patiënten en werknemers, spelen belangrijke rollen in de bedrijfsfilosofie van Orion Pharma. Een interview met Country manager Benelux: Stephan Van Nieuwenhove.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.