Meteen naar de inhoud

Petra Portengen: ‘Stoppen met behandelen moet kunnen’

Blijft de COPD-patiënt volharden in roken en ongezond leven, dan moet uiteindelijk de behandeling kunnen stoppen. “Ongezonde leefstijl leidt tot chronische patiënten. We moeten de zorg anders inrichten: minder ziekenzorg en meer gezondheidszorg”, zo stelt Petra Portengen, directeur-voorzitter van de beroepsvereniging van praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen.

Petra Portengen is sinds vijf jaar directeur-voorzitter bij de NVvPO, Nederlandse Vereniging van Praktijkondersteuners en Praktijkverpleegkundigen, de beroepsvereniging voor en door praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen. De vereniging vertegenwoordigt deze almaar uitdijende groep zorgprofessionals: POH, POHPVK, PVH, POH-Ouderen, POH-GGZ en POH-Jeugd. De NVvPO telt ruim 3.600 leden. NVvPO heeft twee zetels aan de onderhandelingstafel Cao-Huisartsenzorg en voert de onderhandelingen voor alle eerder genoemde Praktijkondersteuners, Praktijkverpleegkundigen en ook voor de Praktijkmanagers.

Lange tijd was de vereniging en dus ook de praktijkondersteuner onzichtbaar in de discussie over de toekomst van de zorg en de eerste lijn. “Dat klopt. De huisartsen en hun beroepsvereniging LHV trekken al langer aan de bel. Maar bij de huisartsen lijkt het alsof alleen zij in de problemen zitten terwijl het om de gehele huisartsenzorg gaat. Ter voorbereiding op de demonstratie op 1 juli op het Malieveld waren de huisartsen in eerste instantie dan ook vergeten om ons mee te nemen. Begrijp me goed, dat we worden vergeten is geen kwaaie wil van de huisartsen. Dat zijn immers aardige en respectabele dokters, die wel iets te veel met zichzelf bezig zijn en het grotere geheel uit het oog zijn verloren. Bij niet alleen huisartsen is het al heel lang tien over half een, dat geldt ook voor ons. Net als bij de huisartsen hebben ook wij enorme tekorten, te weinig instroom en te veel uitstroom van medewerkers.”

Waarom trekken jullie dan nu wel aan de bel?
“Drie jaar geleden werd onze beroepsgroep keihard wakker geschud toen zorgverzekeraar Menzis eenzijdig de inkoopvoorwaarden wijzigde. Van het ene op het andere moment moesten POH-ouderen in het bezit zijn van het diploma HBO-V. Té idioot voor woorden natuurlijk. Het kan toch niet zo zijn dat een zorgverzekeraar bepaalt wat het niveau van een zorgprofessional is? Dat is aan werkgevers-,en werknemerspartijen.”

“Vanaf dat moment zijn we veel actiever, zelfs activistisch geworden. Dan heb je het wel bont gemaakt want praktijkondersteuners zijn hele goede ondersteuners, de functienaam zegt het al, en zorgprofessionals. Assertief zijn en actie voeren zat niet zo in onze genen. Dat is dus sinds die actie van Menzis veranderd. We moeten ons ook wel assertiever opstellen als het om de toekomst van ons beroep gaat.”

De vereniging groeit als een van de weinige verenigingen in de huisartsenzorg. Van de ongeveer 10.000 praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen in Nederland is 3.600 lid. “Ondanks de vergrijzing groeien we ieder jaar met zo’n tien procent. De gemiddelde praktijkondersteuner is net een beetje ouder. Op het moment dat zij starten met een POH-opleiding zitten er al veel vlieguren op. De beroepsgroep wordt ook breder. Naast POH voor alle chronische patiënten zien we de POH zich steeds meer gaan specialiseren op het gebied van diabetes, COPD, hart en tegenwoordig ook palliatieve en oncologische zorg. De POH-GGZ en POH-ouderen zijn inmiddels ook onmisbaar.”

Want onmisbaar is de POH, stelt Portengen. Ze zijn het cement in de eerste lijn. Wat als POH er niet meer zou zijn?
“Zonder POH loopt de hele eerste lijn volledig vast. We realiseren ons onvoldoende dat de POH álle chronische zorg in de eerste lijn organiseert. Ook jeugdzorg komt steeds meer onze kant op en palliatief en oncologie begint meer vorm te krijgen in de huisartsenzorg. Het lijkt dat alle zorg naar de huisartsenzorg en daarmee richting de praktijkondersteuners gaat. Dat leidt tot grote problemen.”

Onderzoek onder 2.188 zorgprofessionals in de huisartsenzorg laat zien dat 15% overweegt de huisartsenzorg te verlaten door ‘paarse krokodillen’, te hoge werkdruk en een te hoge administratieve lastendruk. “Tegelijkertijd bepaalt de zorgverzekeraar Zilveren Kruis dat de werkzaamheden moeten inkrimpen en dat er minder tijd is voor werkzaamheden. Uit de praktijk blijkt bovendien dat er steeds meer patiënten uit de tweedelijnszorg terugkeren naar de eerstelijns. Het werk en de druk lopen op. Uit de enquête blijkt ook dat de patiëntveiligheid volgens 4 op de tien regelmatig of vaak in gevaar is. Door bezuinigen, vergrijzing, uitgestelde zorg en wachtrijen in de tweede lijn is de huisartsenzorg steeds meer het aanspreekpunt voor alle problemen. Dat geeft veel extra werk aan het huisartsenteam.”

Ook bij de POH het bekende rijtje: te hoge werkdruk, te weinig tijd voor de patiënt, te weinig mensen voor de zorg, te veel administratieve lasten en te veel regels. Daarnaast komen er weinig POH-ers beschikbaar voor de arbeidsmarkt. “En we merken, net als de huisarts, de apotheker en de apothekersassistent steeds meer agressie in de praktijk. Patiënten willen nú geholpen worden. Want als ik een pizza bestel dan krijg ik die toch ook binnen tien minuten? Dat consumptiegedrag vertonen mensen ook aan de balie en in de wachtruimte.”

Wat is je grootste zorg op dit moment?
“We zien aan de ene kant meer chronische en psychiatrische patiënten en aan de andere meer praktijkondersteuners en praktijkverpleegkundigen die de huisartsenzorg verlaten. We leiden te weinig POH’s op terwijl de zorgvraag blijft toenemen. Dat is natuurlijk een probleem waar de gehele zorg mee te maken heeft. Meer zorgprofessionals, dus ook meer POH, en meer geld voor de zorg, dat is niet de oplossing voor de langere termijn. Het is de hoogste tijd voor een maatschappelijke discussie: is de maatschappij bereid gezonder te gaan leven waardoor minder zorg te consumeren? Want net als een pizza consumeren, consumeren we de zorg. Het is normaal om naar de huisarts te gaan, medicatie of therapie te eisen. De ongezonde leefstijl leidt tot chronische patiënten. We moeten de zorg anders inrichten: minder ziekenzorg en meer gezondheidszorg.”

Veranderen naar een gezonde leefstijl is lastig.
“We weten allemaal, van hoger tot lager opgeleid, dat roken, ongezond eten en niet bewegen slecht is. Dat we gezonder moeten leven. Natuurlijk moeten we mensen daarin helpen, begeleiden en behandelen. Zorgverleners behoren patiënten te wijzen op hun eigen verantwoordelijkheid. Blijft de patiënt roken en ongezond leven, dan moet het mogelijk zijn dat er een moment komt dat we die verstokte roker met COPD vertellen: we stoppen de behandeling. En natuurlijk moeten we ook gezonde voeding goedkoper maken door de BTW daarop te verlagen, een suikertax invoeren en bewegen op school stimuleren. Maak ook jonge mensen bewust dat sporten leidt tot meer mentale weerbaarheid en lichamelijke gezondheid. En bij deze noodzakelijke paradigmashift van welvaart naar welzijn moet de zorgprofessional ook een verantwoordelijkheid kunnen nemen. Nee, zeggen tegen de patiënt is echter het moeilijkste voor zorgprofessionals. Want we werken immers in de zorg om mensen beter te maken. Maar als de zorgverlener er werkelijk alles aan heeft gedaan om de patiënt bewust te maken dat hij of zij het gedrag moet aanpassen, en er verandert niets, dan moeten we kunnen zeggen: we stoppen nu de zorg aan jou.”

De stap zetten van ziekenzorg naar gezondheidszorg, daar pleit de voorzitter voor. Maar hoe daar te komen is een grote opgave. “Moet een bos helemaal afbranden, wil er weer vruchtbare grond ontstaan? Die keuze kunnen we niet maken want we werken met kwetsbare mensen. We moeten dit dus samen met de bewoners c.q. burgers uit de omgeving doen. Gelukkig zie ik in de regio positieve ontwikkelingen. Neem Zuid-Limburg dat de gezondste regio wil zijn en met een groot aantal ambassadeurs (burgers) daadwerkelijk actie onderneemt. Of de bewoners in Lexmond die de huisartspraktijk zagen verdwijnen. Dat zou het einde van de zorg in het dorp betekenen. En dus sloegen de inwoners de handen ineen en betaalden gezamenlijk de overname van de praktijk. Nu blijft de praktijk behouden voor de inwoners”

Maar hoe krijg je zoiets voor elkaar?
“Daarvoor is een mentaliteitsverandering nodig: stoppen met domeindenken en ga aan de slag in plaats van blijven overleggen en onderzoeken. Ik verbaas me er nog steeds over hoeveel ego’s in de zorg rondlopen. Vasthouden aan het eigen domein en hiërarchisch denken houden verandering tegen. De zorg telt ook zoveel clubjes die vooral zichzelf heel belangrijk vinden. Laten we stoppen met domeinen in stand houden, stoppen met denken vanuit de eerste of de tweede lijn, stoppen met redeneren vanuit de huisarts of de apotheker. Het gaat uiteindelijk om de juiste zorg op de juiste plek. Daarnaast moeten we niet alleen maar praten, overleggen en polderen. Kijk naar het preventieakkoord dat ervoor moet zorgen dat Nederland gezonder wordt. Maar 5 jaar na de invoering blijkt het nog weinig succesvol. 70 organisaties hebben hieraan meegewerkt en veel gepraat met elkaar. 70! En bijna de helft van de doelen zijn nog niet behaald (na 5 jaar) Daarom doe ik de oproep: laten we gezamenlijk werken aan het gezamenlijke doel: minder ziekenzorg naar meer (mentale) weerstand en meer gezondheid.”

Wat kan de POH daaraan doen?
“De praktijkondersteuner kan het verschil maken bij leefstijlinterventies. Mits we daar tijd en bekostiging voor krijgen. Praktijkondersteuners organiseren een wandelclub of kookclubs voor patiënten met diabetes. Interventies om mensen te leren wat gezond eten is en wat beweging voor positief effect op je gezondheid (en sociale welbevinden) heeft. Ik ken POH-ers die dit in eigen tijd moeten doen omdat daar tijdens werktijd geen tijd en ruimte, dus geen bekostiging door zorgverzekeraar, voor gegeven wordt. Stimuleren van gezondheid lijkt echter niet het verdienmodel van de zorgverzekeraar, maar zou wel hun verantwoordelijkheid moeten zijn. Geef dus zorgprofessionals de tijd voor die juiste zorg op die juiste plek.”
Volgens Portengen ontwikkelt de praktijkondersteuner zich ook steeds meer als een analist. Patiënten genereren gezondheidsdata in gezondheidsapps. De praktijkondersteuner kan deze data analyseren, een behandelplan maken en zo nodig doorverwijzen. Tijdens de POH-opleiding moet daar ook echt aandacht voor gaan komen. “De POH als onderdeel van een netwerk van zorg en welzijn zodat ik eenvoudig kan doorverwijzen naar de juiste plek, bijvoorbeeld naar een diëtist en of bewegingscoach.”

Tot slot: Wat zou jij minister Kuipers adviseren?
“Start een publiekscampagne over het belang van gezond leven voor iedereen. Voer het maatschappelijke debat over de zorg van morgen met ‘echte’ mensen en zorgprofessionals zelf. En zorg dat zorgprofessionals de tijd hebben voor de juiste zorg op de juiste plek.”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Dit artikel verscheen eerder in de september-editie van FarmaMagazine 2022

Lees meer artikelen? Schrijf u in voor de tweewekelijkse FarmaMagazine nieuwsbrief!

Toename psychofarmaca bij jonge vrouwen

Dat tijdens de lockdown sprake was van meer depressiviteit onder jongeren is bekend. Maar nog steeds is er sprake van meer voorschrijvingen van psychofarmaca aan jonge vrouwen.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens

Mis nooit meer het belangrijkste eerstelijns nieuws!

Elke twee weken in 10 minuten op de hoogte van het laatste nieuws en trends in de eerstelijns zorg.

We gaan vertrouwelijk om met je gegevens