Plasma als basis voor mogelijk geneesmiddel coronavirus

Sanquin gaat op grote schaal plasma inzamelen van herstelde coronapatiënten. Dit ‘convalescent plasma’ bevat neutraliserende antistoffen die eventueel kunnen worden gebruikt voor de behandeling van het coronavirus. Of bij het voorkomen dat mensen besmet raken. Het ministerie van VWS draagt 10 miljoen euro bij aan dit project. Met dat geld kan Sanquin de extra kosten opvangen, zoals uitbreiding van afnamecentra en inzet van meer personeel.

Sanquin heeft zich aangesloten bij de CoVIg-19 Plasma-alliantie, bestaande tien mondiale en lokale plasmaverwerkende partijen. Deze alliantie bereidt momenteel een studie voor naar de inzet van de antistoffen in het plasma. Verschillende geneesmiddelfabrikanten bekijken of een geneesmiddel met neutraliserende antistoffen werkzaam en veilig kan zijn bij de behandeling en het voorkomen van een COVID-19-infectie.

Plasma van genezen coronapatiënten

De ontwikkeling van een op plasma gebaseerd geneesmiddel dat constante hoge niveaus van antilichamen tegen het nieuwe coronavirus bevat, wordt een hyperimmune globulin (H-Ig) genoemd. Dat vereist de inzameling van plasma van donors die genezen zijn van COVID-19. Hun plasma-antilichamen bestrijden het coronavirus. Eenmaal verzameld, wordt dit “convalescent plasma” getransporteerd naar productiefaciliteiten waar het verder behandeld, getest en uiteindelijk verwerkt wordt tot een finaal product. Dit H-Ig is slechts een van de vele mogelijke opties om een antwoord te bieden op de pandemie, maar het kan een van de eerste mogelijke behandelingsopties zijn voor mensen met risico op ernstige complicaties als gevolg van COVID-19.

Snelle actie

Het beschikbaar stellen van het schaarse convalescent plasma aan de CoVIg-19 Plasma Alliantie vereist grootschalige inzameling. Om geen tijd te verliezen is Sanquin gevraagd alvast antistoffen af te nemen. Dat gaat gebeuren bij 16.000 mensen, waarmee 30.000 kilo plasma met antistoffen wordt verzameld. Mochten de studieresultaten positief uitpakken dan kunnen die antistoffen snel worden ingezet om COVID-19 patiënten te behandelen. De eerste onderzoeksresultaten naar het inzetten van convalescent plasma worden in het najaar verwacht.
Mocht het onverhoopt niet lukken om het plasma in te zetten als geneesmiddel, zal het opgeslagen plasma niet verloren gaan. Dat kan dan worden gebruikt voor de productie van andere geneesmiddelen.

Bronnen: VWS, Rijksoverheid, Sanquin

Leeftijd en kwetsbaarheid belangrijke aandachtspunten bij start behandeling DM2

Bij de start van de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II is het zaak rekening te houden met diens leeftijd en kwetsbaarheid. Onderzoek laat zien dat dit onvoldoende is gebeurd nadat de richtlijnen op dit punt zijn gewijzigd en dit kan zowel voor oudere als voor jongere patiënten nadelige gevolgen hebben. Het zou dus meerwaarde hebben als bij richtlijnontwikkeling ook meteen werk zou worden gemaakt van tools die de praktische implementatie ervan faciliteren. De aanbeveling in richtlijnen is duidelijk: als de huisarts de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II start, dient hij de HbA1c-streefwaarde af te stemmen op de leeftijd en kwetsbaarheid van de patiënt. Onduidelijk is welke gevolgen dit heeft voor de HbA1c waarde, waarbij medicamenteuze behandeling wordt gestart. In de praktijk bleek er nauwelijks sprake te zijn van verschillen op basis van leeftijd of kwetsbaarheid in de jaren nadat deze aanbeveling in…

Therapietrouw cruciaal voor goed effect immunotherapie

Vooral berk is verantwoordelijk voor klachten bij boompollenallergie Jarenlang was er voor patiënten met boompollenallergie alleen immunotherapie in injectievorm beschikbaar. Sinds vorig jaar is er ook immunotherapie in tabletvorm beschikbaar voor deze allergie. Belangrijk voor huisartsen is om tijdig te verwijzen naar de allergoloog en om bij toedienen van immunotherapie-injecties de patiënt het eerste half uur in de gaten te houden voor eventuele systemische reacties. In Nederland is het de berk die de meeste klachten geeft als het gaat om boompollenallergie, vertelt Rik Rösken, internist allergoloog-immunoloog in het Zaans Medisch Centrum in Zaandam. “Naar schatting is 23-30% van de Nederlanders gevoelig voor inhalatieallergenen, maar er zijn geen recente gegevens bekend over de verdeling van boom-, gras-, en overige allergenen binnen de groep patiënten die gevoelig is voor inhalatieallergenen. Boomsoorten die in Nederland vooral verantwoordelijk zijn voor klinische relevante sensibilisatie zijn de berk, de hazelaar en de els.” Deze bomen, behorend…

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.
  • Nadat u op verzend klikt ontvangt u een bevestigingsmail in uw mailbox.