Randstad populair bij nieuwe generatie huisartsen

In een aantal regio’s in ons land is er een nijpend tekort aan huisartsen. Het ziet er niet naar uit dat dit voorlopig wordt opgelost. Want: jonge huisartsen blijven graag in de regio waar zij hun opleiding hebben gevolgd en de nieuwe generatie huisartsen werkt het liefst in de Randstad. En daarmee blijft het tekort aan huisartsen in bepaalde regio’s in stand, of erger nog: neemt verder toe.

Nivel-onderzoek onder 1100 alumni laat zien dat de instroom van nieuwe huisartsen en hun vestigingsvoorkeuren fors ongelijk verdeeld zijn over Nederland. Dit brengt regio’s buiten de Randstad in een ongunstige arbeidsmarktpositie.

Uit het enquête-onderzoek blijkt dat alumni voornamelijk aan de slag gaan in of rond de regio van het opleidingsinstituut. Ook is er een opvallend verschil in de spreiding van alumni met die van de totale groep huisartsen: in Twente, Flevoland en Noordwest-Veluwe en Stedendriehoek werkt relatief een klein aandeel alumni ten opzichte van het aandeel in de gehele huisartsencapaciteit. Hetzelfde geldt voor een aantal regio’s in Brabant.

Utrecht meest, Flevoland minst populair
Van de pas afgestudeerde huisartsen geeft 16,3% aan in Utrecht te willen werken. Daarmee is dit de populairste regio. Een groot verschil met de slechts 2,4% starters die de voorkeur uitspreken voor Flevoland, de minst populaire regio. Bijkomend probleem is dat in de minder populaire regio’s ook een relatief hoge uitstroom aan huisartsencapaciteit wordt verwacht.

Instroom versus uitstroom
Of de instroom van nieuwe huisartsen in alle regio’s voldoende zal zijn om de uitstroom van (oudere) huisartsen te compenseren, hangt uiteraard ook af of jonge huisartsen hun vestigingsvoorkeuren kunnen realiseren. Als in de regio Utrecht een overschot is aan startende huisartsen, zullen ze mogelijk noodgedwongen uitwijken naar andere delen van het land. Bovendien kunnen hun voorkeuren later in hun loopbaan wijzigen door privéfactoren of arbeidsmarktomstandigheden, hoewel dat niet erg waarschijnlijk is. Misschien kan bewust beleid er nog verandering in brengen, maar vooralsnog ziet het er niet gunstig uit voor een aantal regio’s.