Vrouwen en mannen beter af bij seksespecifieke farmacotherapie

Noodzaak van seksespecifieke farmacotherapie nog te weinig op netvlies van zorgverleners.

Het congres van de Vereniging van Jonge Apothekers (VJA) over de noodzaak van seksespecifieke farmacotherapie had niet actueler kunnen zijn. Want, zo blijkt uit recente berichtgeving, ook COVID kan zich bij mannen en vrouwen anders uiten en de reactie op vaccins verschilt. Dit gegeven sluit aan bij het merendeel van de farmacologische studies waarin stratificatie op basis van sekse niet altijd voldoende plaatsvindt. Dit gaat onnodig ten koste van de zorg voor vrouwen én mannen, zo bleek uit diverse voordrachten tijdens de onlinebijeenkomst eind april. De organiserende apothekers hadden als missie om hier meer bekendwording voor te creëren. 


Congresorganisatie
Van links naar rechts: Ruben van der Galiën (apotheker/QP), Jolande Koller (openbaar apotheker specialist), Danica Koedoot (openbaar apotheker specialist) en Marianna Abadier (arts en apotheker)

Ook als het aankomt op ziekte en gezondheid lijken mannen en vrouwen daadwerkelijk van een andere planeet te komen. Mannen en vrouwen verschillen niet alleen in de manier waarop gezondheidsklachten zich voordoen, maar hebben ook een verschillend risico op bepaalde aandoeningen en reageren vaak anders op dezelfde (medicamenteuze) behandeling. Zo komen auto-immuunziekten vaker voor bij vrouwen, maar overlijden meer mannelijke vijftigers tijdens het sporten aan een hartstilstand. Vrouwen geven vaker aan last te hebben van een depressie, terwijl het percentage mannen met een verslaving weer hoger is. Hoewel dit binnen de zorg in toenemende mate herkend en erkend wordt, wordt er te weinig naar gehandeld. Bovendien is het mannelijk lichaam nog steeds de norm waar medische kennis op wordt gebaseerd, aangezien het vrouwenlichaam vanwege hormoonschommelingen zelfs tot voor kort als te gecompliceerd voor onderzoek werd beschouwd. En hoewel vrouwen inmiddels wel steeds vaker geïncludeerd worden in onderzoek, vindt er niet altijd stratificatie op basis van sekse plaats. Om hierover bij zorgprofessionals meer bewustwording te creëren, organiseerde de congrescommissie van de VJA een online congres over de noodzaak van seksespecifieke farmacotherapie. Diverse medisch specialisten en apothekers die een lans breken voor meer onderzoek naar de verschillen tussen mannen en vrouwen binnen de farmacotherapie, belichtten vanuit hun medische perspectief diverse praktijkvoorbeelden. Zo gingen reumatoloog Irene van der Horst, interventiecardioloog Yolande Appelman en psychiater Caroline Sonnenberg in detail in op de verschillende werking van diverse medicatie bij mannen en vrouwen. In heel veel gevallen, zo vertelden deze sprekers, konden ze de oplossing hiervoor zelf vinden door aan vrouwen bijvoorbeeld een lagere dosering van hetzelfde medicijn voor te schrijven. Maar liever zouden ze hiervoor de wetenschappelijke onderbouwing willen hebben. Ieder binnen hun eigen vakgebied concludeerde dan ook dat de noodzaak van meer onderzoek naar de achterliggende oorzaak van deze verschillen nodig is. “We hebben nog een behoorlijke inhaalslag te maken,” zo vertelde Appelman.

Kers op de taart

Als kers op de taart, zoals toehoorders de congresorganisatie aan het eind van de dag complimenteerde, ging Alyson McGregor in op Amerikaanse studies naar de bron van sekseverschillen. Want, zo vertelde de Amerikaanse hoogleraar spoedeisende geneeskunde en auteur van het boek ‘Sex Matters’, alleen zo krijgen we meer inzicht in de verschillen rond het ontstaan van ziekte en de werking van medicatie tussen mannen en vrouwen. Gelardeerd met superlatieven als exciting en great sprak ze over biologische sekseverschilen in alle lichaamscellen: “De XX- en XY-chromosomen zijn actief in elke cel; daarbij hebben vrouwen een lager lichaamsgewicht en een hoger vetpercentage. Daarentegen hebben mannen weer meer spiermassa. Deze aspecten hebben effect op het metabolisme van medicijnen.” Als je kijkt naar de lever, zo vervolgde ze, weten we dat het meer dan duizend enzymen bevat die seksespecifieke polymorfisme vertonen: “Hoezo beschouwen we de lever van vrouwen en mannen dan als gelijk? Opmerkelijk is het feit dat in dierenstudies nog voornamelijk mannetjes worden bestudeerd, terwijl vrouwen de helft van de bevolking vormen. In fundamenteel onderzoek worden onze specifieke seksekenmerken nog steeds niet altijd meegenomen.” Kijk naar COVID-19, zo vervolgde de Amerikaanse wetenschapper: “We ontdekken steeds meer sekseverschillen. Waarom gaan meer mannen eraan dood? Waarom liggen er meer mannen op de IC? Waarom lijden meer vrouwen aan Long COVID? Maar hoe ziet het onderzoek naar de ontwikkeling van het vaccin eruit? Mijn collega’s hebben 19 farmaceutische trials onder de loep genomen en ontdekten dat in een kwart van de studies twee keer zoveel mannen als vrouwen waren geïncludeerd. Bovendien vond in slechts één trial stratificatie op basis van sekse plaats. Het is een understatement als ik zeg dat hier ruimte voor verbetering is.”

Bikinivisie

De veronderstelling dat alles buiten het geslacht om hetzelfde is, wat we de bikinivisie noemen, zit heel diep in de historie van de geneeskunde, vertelde Bart Fauser, emeritus hoogleraar voortplantingsgeneeskunde, eerder op de dag aan de ruim 350 zorgprofessionals die het congres online volgden. Inmiddels weten we dat dit niet klopt, vervolgde hij: “In landen als de Verenigde Staten en Groot-Brittannië leidde dit aan het eind van de vorige eeuw er al toe dat geld beschikbaar kwam voor vrouwgericht onderzoek, maar in Nederland ontbreekt mogelijk de sense of urgency en handelen we daar dus nog niet altijd naar. Diagnoses worden daardoor mogelijk niet of te laat gesteld, er is minder kennis over vrouwspecifieke aandoeningen en vrouwen ervaren twee keer zo vaak bijwerkingen van medicijnen. De gemiddelde leeftijd van vrouwen wordt steeds hoger, maar de overgrote meerderheid lijdt na de menopauze aan een chronische ziekte. Als man vraag ik me af: hoe laten jullie dit gebeuren? Waarom oefenen jullie niet meer druk uit om de oorzaken hiervan bloot te leggen?”

Scorende spits

Eenvoudig zal dat niet zijn. Eerder op de ochtend had Kees Kramers, internist-klinisch farmacoloog en hoogleraar medicatieveiligheid, de complexiteit al blootgelegd door in te gaan op de verschillen die de seksen onderscheiden, zoals bouw, hormonen, metabolisme, en vetpercentage. “Hoewel je in dit kader de werkelijkheid tekortdoet door te spreken over sekseverschillen, aangezien er ook grote, slanke vrouwen zijn en kleine, dikke mannen. Daar moet je in de klinische praktijk dus rekening mee houden.” Als voorbeeld schetste hij specifieke vrouwenziekten, zoals osteoporose, waarbij een cocktail van factoren een rol kan spelen. Maar welke ingrediënten het in welke verhouding zijn, verschilt zelfs per patiënt. Ook lijkt het eerder een mix van sekse en gender die bepalend is, zo benadrukte Kramers: “Vrouwen ervaren sneller pijn, wat te maken kan hebben met het gegeven dat vrouwen meer pijnreceptoren in de huid hebben. Bovendien slikken vrouwen gemiddeld meer medicijnen, waardoor er een grotere kans bestaat op interacties en bijwerkingen. En, om het nog een dimensie te geven, ook in de placebogroep melden vrouwen meer bijwerkingen. Als je het zo achter elkaar zet, kun je je afvragen of sekse de linksachter is, of de veel scorende spits. Ik weet het niet, durf daar geen uitspraak over te doen. Diagnose stellen en de juiste farmacotherapie voorschrijven, beschouw ik als het openen van een black box, waar je gegevens die een rol zouden kunnen spelen uithaalt en op een rij zet. Misschien moet hier wel een app voor komen, waar je relevante data kunt invoeren. En kom je er zo al stoeiend achter of bepaalde kernmerken wel of niet meespelen.” De organiserende apothekers hebben met succes een inspirerende dag neergezet, de zaadjes geplant voor implementatie en succesvol meer oog voor seksespecifieke farmacotherapie gecreëerd.

Tekst: Caroline Wellink | Fotografie: VJA

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met de VJA

Nieuwe NHG-Standaard pakt COPD in volle breedte aan

Behandeling bij COPD gericht op vermindering ziektelast patiënten Het accent bij de behandeling van COPD ligt op de niet-medicamenteuze therapie, volgens de herziene NHG-Standaard COPD die in april 2021 verscheen. Insteek is het zoveel mogelijk opheffen van beperkingen en het verbeteren van de prognose van patiënten. De plaats van inhalatiecorticosteroïden is beperkt en de standaard is terughoudend bij het gebruik van triple-therapie. De NHG-Standaard CODP is aangepast ten opzichte van de vorige die dateerde uit 2015. Redenen voor de aanpassingen komen zowel voort uit het veld als uit voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, geeft huisarts dr. Erik Bischoff aan, een van de leden van de NHG-werkgroep die werkte aan de vernieuwde NHG-Standaard. Hij leidt het onderzoeksprogramma Chronische aandoeningen en multimorbiditeit binnen de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Daarnaast coördineert hij namens het NHG de landelijke kaderopleiding Astma en COPD. “Vernieuwd is de omschrijving van de ziektelast, waarbij verder wordt gekeken dan…

Snoeien in aantal zorgverzekeraars

De apotheker en huisarts krijgen betaald voor individuele verrichtingen, niet voor samenwerking. Juist door samenwerking wordt doelmatige zorg geleverd, aldus Guus Schrijver.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.