Toekomst ouderen-geneeskunde ligt in de eerste lijn

Jacqueline de Groot, voorzitter Verenso:

De specialist ouderengeneeskunde richt de pijlen op de eerste lijn en noemt zichzelf dé deskundige in geneesmiddelen bij ouderen. Jacqueline de Groot, voorzitter van beroepsvereniging Verenso: “Onze toekomst ligt in de samenwerking met de huisarts, al is dat nu nog niet voor iedereen vanzelfsprekend.” Direct schakelen met de apotheker in de eerste lijn hoort daar nog niet bij.

Jacqueline de Groot viel wel heel erg met de neus in de boter. Als kersverse voorzitter van Verenso, de vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, zat ze midden in de grootste crisis. En verdedigde ze als lid in het OMT de belangen van de ouderenzorg. Inmiddels is het voor haar heel gewoon om te overleggen met Jaap van Dissel en cs en te adviseren over het beleid in de verzorgings- en verpleeghuizen.

De impact van COVID was groot. En is dat nog steeds. “Vanaf het begin van de crisis werd er veel gevraagd van de vereniging. We maakten behandeladviezen, namen de leden continu mee in de ontwikkelingen en het nieuws en waren actief in de lobby om aandacht te vragen voor ouderen en zorgmedewerkers in verpleeghuizen. In de verpleeghuizen overleden veel mensen, raakten medewerkers besmet. Onze consulten in de eerste lijn lagen stil. Kwetsbare mensen thuis en de huizen bleven verstoken van persoonlijk contact. En nam ik ook de plek van Nienke Nieuwenhuizen, onze vorige voorzitter, over in het OMT. Het is heel goed dat uiteindelijk ook de langdurige zorg is vertegenwoordigd in dit belangrijke adviesorgaan. Verpleeghuizen zijn immers totaal anders dan een ziekenhuis.”

Ogen geopend

Jacqueline de Groot werkt sinds eind jaren 90 als specialist ouderengeneeskunde en sinds 2013 als kaderarts eerste lijn. Dat lag niet helemaal in de lijn van de verwachtingen: ze werd verpleegkundige en daarna lonkte de studie geneeskunde. “Nooit gedacht dat ik specialist ouderengeneeskunde zou worden. Ik kende de wereld van het verpleeghuis en die zorg voor ouderen helemaal niet. Mijn co-schap in het verpleeghuis opende mijn ogen: werken met ouderen raakt mij diep. Hun levensverhaal, de kwetsbaarheid en de kracht die er is. De specialist ouderengeneeskunde kan dan het verschil maken door in een multidisciplinair team de kwaliteit van leven te optimaliseren. Ben ook altijd actief geweest naast mijn werk. Van lid van de ondernemingsraad tot regiobestuurder van de vereniging. En nu dus voorzitter. Ik zie het als mijn opdracht om het imago van de ouderenspecialist te verbeteren en om vorm te geven aan de transitie van ouderenzorg van intramuraal naar extramuraal.”

De Groot combineert het voorzitterschap met werken in de praktijk. Na jaren in reguliere zorginstellingen gewerkt te hebben verlegde zij de laatste vier jaren haar werkveld geheel naar de eerste lijn en zorg in de kleinschalige woonvormen samen met de huisarts. “Ik ken de apotheker en de huisarts dus uit de praktijk en van de bestuurstafel.”

Welke lessen heeft u geleerd uit COVID?

“Hoe belangrijk het is om te beschikken over richtlijnen voor infectiepreventie en hygiëne. Beschikking hebben over up to date kennis over welke virussen invloed hebben op kwetsbare groepen. En dat we als vereniging onze leden continu meenemen in de ontwikkelingen en die vertalen naar de praktijk. Bijvoorbeeld over de invloed van medicatie op besmetting met COVID, maar ook op patiënten die worden of zijn gevaccineerd. Het is onze taak om iedereen op de hoogte stellen.”

COVID heeft ook positief uitgepakt, stelt De Groot. “Het imago van ons vak heeft door de crisis een boost gekregen. Op een gegeven moment waren alle schijnwerpers gericht op de ouderenzorg. In eerste instantie leverde dat negatieve berichtgeving in de media op, van het tekort aan beschermingsmiddelen tot het grote aantal mensen dat overleed. Maar ook werd zichtbaar hoe belangrijk de specialist ouderengeneeskunde in de infectiepreventie en de ketenzorg is. Ons specialisme heeft een gezicht gekregen, we hebben laten zien hoe complex ons vak is, met welke uitdagingen we te maken hebben, de keuzes die we maken, de ethische dilemma’s waar we tegenaan lopen. Het is een ingewikkeld vak dat steeds beter wordt gewaardeerd. Het aantal aanmeldingen voor het specialisme ouderengeneeskunde neemt dan ook toe.”

Second grade practitioners

Het imago van de specialist ouderengeneeskunde is sterk verbeterd. Volgens Prof. dr. Frits J.G. Oostvogel, de eerste voorzitter van rechtsvoorganger NVVA, vond men verpleeghuisartsen second grade practitioners for third grade people. De meeste artsen die in verpleeghuizen werkten, hadden een dubbelfunctie, het werk van de verpleeghuisarts werd er een beetje bij gedaan. We hebben het dan over de jaren zeventig toen ouderen in bejaardenhuizen werden gestopt. Inmiddels is er veel veranderd. Verenso is de beroepsvereniging van specialisten ouderengeneeskunde en telt ruim 1.900 leden. Specialisten ouderengeneeskunde zijn medisch specialist en officieel geregistreerd na de driejarige opleiding. De specialist ouderengeneeskunde heeft bij het inzetten van behandeling als uitgangspunt de kwaliteit van het leven van ouderen en chronisch zieken te behouden of te verbeteren. Het werkterrein is breed: verpleeghuis, in een hospice, in het ziekenhuis, revalidatiecentrum, in de GGZ. En in de eerstelijnszorg. Door de toenemende vergrijzing en het beleid om mensen zo lang mogelijk thuis, zelfstandig, te houden, zijn er steeds meer patiënten met een complexe zorgbehoefte die thuis wonen. De zorgvraag van deze groep past bij het vakgebied van de specialist ouderengeneeskunde. Als hoofdbehandelaar in het verpleeghuis werkt de specialist ouderengeneeskunde in een multidisciplinair team. In die rol heeft de specialist regie over de behandeling van de patiënt. In de eerste lijn treedt de ouderenspecialist op als consulent naast de huisarts of als medebehandelaar.

Hoe gaat de samenwerking met de eerste lijn?

“Laat ik het zo zeggen: de samenwerking is erg in ontwikkeling. In sommige regio’s gaat de onderlinge afstemming goed, in andere regio’s is er nog een wereld te winnen. In mijn eigen regio kan ik snel schakelen met de huisarts. We zoeken elkaar op en weten elkaar te vinden. Als het contact eenmaal is gelegd tussen huisarts en ouderenspecialist dan krijgt de samenwerking ook vorm. Het initiatief om samen te werken moet wel van twee kanten komen. En daar schort het nog wel eens aan. Niet alle huisartsen zijn bekend met de meerwaarde van ons specialisme.”

Inzetten van u kost geld, tijd en levert veel gedoe op.

“Dat verhaal klopt niet: we kosten niet meer geld, samenwerken met ons kost geen extra tijd. De huisarts is soms nog onbekend met de meerwaarde van de inzet van een specialist ouderengeneeskunde. We worden vaak eenmalig ingeschakeld voor het stellen van een diagnose bij bijvoorbeeld dementie. Daar blijft het dan bij. Een gemiste kans. Dat we ook medebehandelaar kunnen zijn is nog vrij onbekend. Dat verhaal moeten we ook vertellen. Daarnaast is er veel onduidelijkheid over de financiering. Is de ouderenspecialist in dienst bij een instelling dan moet die wel over een visie beschikking over samenwerking met de eerste lijn en afspraken met zorgverzekeraars hebben. Die visie ontbreekt nog vaak. Ook is het declaratiesysteem onnodig ingewikkeld. En een zelfstandig specialist loopt ook tegen tal van barrières aan. Je moet aan allerlei eisen voldoen, die gelijk staan aan volwaardige zorginstellingen of een officieel rechtspersoon zijn. Ook zijn er – net als bij tal van andere medisch specialisten- regionaal tekorten aan ouderengeneeskundigen. Dat ligt deels ook aan onszelf: niet iedere specialist ouderengeneeskunde heeft affiniteit met de eerste lijn. Ik zou heel graag die hobbels wegnemen door het financieringssysteem eenvoudiger te maken en door in onze opleiding nog meer aandacht te vragen voor onze inzet in de eerste lijn en de samenwerking met de huisartsenpraktijk.”

De eerste stappen zijn inmiddels gezet. Zo is het tarief voor de specialist ouderengeneeskunde in de eerste lijn in 2019 verhoogd van €125 naar €160 per uur. Ook wordt de eerstelijnszorg door specialisten ouderengeneeskunde en artsen verstandelijk gehandicapten per januari 2020 vergoed uit het basispakket van de Zorgverzekeringswet.

De toekomst van de ouderen geneeskunde ligt ook in de eerste lijn, is haar overtuiging. De specialist ouderengeneeskunde ziet patiënten bijvoorbeeld tijdens een vast spreekuur in de huisartsenpraktijk of tijdens een huisbezoek. Natuurlijk, mensen met complexe beelden hebben intramurale zorg nodig, dat zal altijd zo blijven, maar de trend is gezet. “Onze toekomst ligt in de samenwerking met de huisarts in de eerste lijn, al is dat nog niet voor iedereen vanzelfsprekend. Het is een gezamenlijke zoektocht op welke manier we samen de zorg voor ouderen het beste kunnen organiseren.

Wat voegt u toe aan de eerste lijn?

“Een voorbeeld uit de eigen praktijk. Ik bezoek met vaste regelmaat een mevrouw met Parkinson, die complexe zorg nodig heeft, maar zij kan en wil niet meer naar het ziekenhuis voor de controles bij de neuroloog. Ik bezoek en begeleid haar, ook als het gaat om het bijstellen van de parkinsonmedicatie. Deze samenwerking waarbij de specialist ouderengeneeskunde medebehandelaar is komt nog weinig voor. Meestal is er een verwijzing voor een eenmalig consult, diagnostiek bij cognitieve stoornissen of een geriatrisch assessment.”
De specialist ouderengeneeskunde noemt zich zelf dé deskundige als het gaat om optimale geneesmiddelen toepassing bij ouderen. Immers zo’n 20% van de 75-plussers gebruikt tien of meer geneesmiddelen en hebben een ruim twee keer zo grote kans op het ontwikkelen van bijwerkingen en interacties. Polyfarmacie leidt tot grotere kans op bijwerkingen, maar ook toename van de morbiditeit, ziekenhuis- en verpleeghuisopnames en zelfs overlijden. Met als gevolg afname van de kwaliteit van leven van oudere patiënten en hogere kosten.

De apotheker is toch de specialist en regisseur medicatie?

“Wie de regie heeft over medicatie hangt van de situatie af. Intramuraal is het belangrijk om bijvoorbeeld polyfarmacie te bespreken tussen de specialist ouderengeneeskunde, huisarts en apotheker. Ik heb het altijd als prettig ervaren om de specialistische kennis van de apotheker over farmacologie in te zetten. Extramuraal gebeurt alles in samenwerking met de huisarts, bijvoorbeeld als het gaat om aanpassing van de medicatie.”

Het is veel efficiënter om direct met de apotheker te schakelen?

“Dat weet ik niet, zou kunnen. Op dit moment past het niet in het zorgsysteem van de 1e lijn om als specialist ouderengeneeskunde direct ‘zaken’ te doen met de apotheker. Maar het is misschien de moeite waard om in de toekomst te onderzoeken of specialisten ouderengeneeskunde zonder tussenkomst van de huisarts direct kunnen schakelen met de apotheker. Dat zou je bijvoorbeeld in de regio waar de samenwerking al actief is vast kunnen leggen.”

Tot slot: wat heeft u over vijf jaar bereikt?

“Dan is de samenwerking tussen de specialist ouderengeneeskunde met de huisarts overal ingeregeld en is het vanzelfsprekend dat wij gezamenlijk overleggen met de apotheker. Zo kunnen we samen vorm geven aan de zorg van de kwetsbare ouderen. Een korte maar complexe wens waarvan het de vraag is of we dat over 5 jaar hebben geregeld!”

Tekst: Niels van Haarlem | Fotografie: Jan Vonk Fotografie

Nieuwe NHG-Standaard pakt COPD in volle breedte aan

Behandeling bij COPD gericht op vermindering ziektelast patiënten Het accent bij de behandeling van COPD ligt op de niet-medicamenteuze therapie, volgens de herziene NHG-Standaard COPD die in april 2021 verscheen. Insteek is het zoveel mogelijk opheffen van beperkingen en het verbeteren van de prognose van patiënten. De plaats van inhalatiecorticosteroïden is beperkt en de standaard is terughoudend bij het gebruik van triple-therapie. De NHG-Standaard CODP is aangepast ten opzichte van de vorige die dateerde uit 2015. Redenen voor de aanpassingen komen zowel voort uit het veld als uit voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, geeft huisarts dr. Erik Bischoff aan, een van de leden van de NHG-werkgroep die werkte aan de vernieuwde NHG-Standaard. Hij leidt het onderzoeksprogramma Chronische aandoeningen en multimorbiditeit binnen de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Daarnaast coördineert hij namens het NHG de landelijke kaderopleiding Astma en COPD. “Vernieuwd is de omschrijving van de ziektelast, waarbij verder wordt gekeken dan…

Snoeien in aantal zorgverzekeraars

De apotheker en huisarts krijgen betaald voor individuele verrichtingen, niet voor samenwerking. Juist door samenwerking wordt doelmatige zorg geleverd, aldus Guus Schrijver.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.