Van nazorg naar voorzorg, van pilletje naar praten

Thomas Plochg, directeur van de Federatie voor Gezondheid:

Er is maar één weg om te voorkomen dat de zorg vastloopt. “We moeten de stap zetten van nazorg naar voorzorg, zo laat de Coronacrisis ook zien”, stelt Thomas Plochg, directeur van de Federatie voor Gezondheid over de noodzakelijke weg van pilletje naar praten. En over het vitaliteitscontract als verdienmodel.

Hij is van oorsprong onderzoeker, promoveerde aan het AMC in Amsterdam over de toekomstbestendigheid van het zorgstelsel en noemt zichzelf bovenal een atypische wetenschapper, eentje die laveert tussen wetenschapsdisciplines als public health, organisatiekunde, sociologie en filosofie. Dr. Thomas Plochg voelt zich thuis op het snijvlak van beleid en onderzoek en is sinds zes jaar directeur van de Federatie voor Gezondheid.

De Federatie voor Gezondheid verbindt zo’n 80 organisaties die een positieve bijdrage leveren aan de gezondheid van de Nederlandse bevolking. De leden variëren van kennisinstituten tot beroepsverenigingen, van brancheorganisaties tot bedrijven. De NHG is aangesloten. De LHV weer niet, en de KNMP was ooit lid maar heeft zich teruggetrokken.

De Federatie heeft een stevige ambitie: een maatschappij creëren waarbij gezondheid het leidmotief is. De noodzaak voor gezondheid mag dan wel vastgelegd zijn in artikel 22 van de Nederlandse grondwet, dat levert niet automatisch ook gezonde burgers in een gezonde Hollandse samenleving op. De Federatie richt zich dan ook op het versterken van gezondheid als grondhouding: het moet wel tussen de oren zitten en in het hart van de zorgverlener verankerd zijn.

Dat begint al door de opleiding van zorgprofessionals in te richten vanuit het idee mensen gezond te hóuden en niet alleen om gezond te máken. “De focus moet veel meer komen te liggen op voorzorg in plaats van nazorg. Het voorkómen van ziekte en bevorderen van individuele en collectieve gezondheid moeten leidend zijn. Alleen als we die shift weten te maken, als we echt zo gaan denken over zorg en gezondheid, kunnen we een toekomstgericht zorgstelsel maken”, stelt Plochg.

Van enkelvoudige naar complexe ziekten

Om naar de toekomst te kijken is het goed het verleden te begrijpen. De geschiedenis geeft volgens Plochg namelijk een goed beeld van hoe we door de jaren heen zijn omgegaan met gezondheid en veranderende ziektebeelden die op ons pad kwamen. “Toen we te maken kregen met infectieziektes legden we riolering aan zodat er meer aandacht kwam voor hygiëne. Daarmee creëerden we ongewild een vacuüm met daarin plaats voor ziektes als hartinfarcten, diabetes en – om maar een voorbeeld te geven – dikke knieën. Allemaal enkelvoudige ziektes die in de loop van de tijd ook allemaal een eigen specialist kregen. Voor ieder probleem een eigen oplossing. Nu zijn we op het punt in de geschiedenis van de gezondheidszorg aanbeland dat enkelvoudige ziektes plaats hebben gemaakt voor meervoudige en complexe chronische aandoeningen.” En dan gaat het mis zo wist hij in 2006 al in zijn promotieonderzoek vast te stellen.

“Door bruggetje te bouwen tussen al die verschillende specialismen en professionals proberen we het zorgsysteem draaiende te houden. Nu worden we keihard met de neus op de feiten gedrukt: door grote tekorten aan arbeidskrachten, veel burn-out onder zorgverleners en door oplopende kosten lopen we tegen grenzen aan. We merken allemaal dat het huidige systeem van bruggetjes bouwen vastloopt. Dat zien we uitvergroot tijdens de coronacrisis: we hebben een ander zorgsysteem nodig.”

Met andere woorden: in onze maatschappij leven we te veel ons eigen leven. Wordt iemand onverhoopt chronisch ziek dan geven we een pilletje. We repareren de schade achteraf. “Daarin zijn we uitermate succesvol geworden. We lopen nu echter tegen de grens aan van wat dit ‘nasysteem’ aankan. De maatschappij moet als het ware leren vooruit te gaan leven: hoe kunnen we weer gezonder, veerkrachtiger en fitter worden. Daarmee gaan we het huidige systeem niet opheffen, maar willen we de nazorg en voorzorg beter met elkaar in balans brengen.”

“Wat mij betreft zijn er genoeg specialismen. We moeten het generalisme in de zorg in ere herstellen.”

Hoe komt die beweging tot stand?

“We moeten een mindshift maken. Want we zijn vergeten dat ieder mens van nature het vermogen heeft zich te herstellen, te groeien, een gezond leven te leiden. Het maken van die mindshift is echter lastig want we zitten zo vast in het denken volgens lineaire verbanden: er is een probleem, er gaat een pilletje in en probleem opgelost. Dat moeten we dus doorbreken.”

Van pilletje naar praten dus. Het doorvoeren van een verandering in leefstijl is echter ingewikkeld. Een patiënt volgt bijvoorbeeld een programma om te stoppen met roken maar wordt tegelijkertijd gebombardeerd met reclames voor ongezonde voeding. “Gezondheid bereik je niet met medicatie, een operatie of het volgen van een enkelvoudig programma. De patiënt, de burger moet er iedere dag en actief moeite voor doen. Dat kunnen ze niet alleen. In het voorzorgsysteem moeten mensen worden geholpen om andere keuzes te maken die helpen om gezonder te leven. Dan is het belangrijk om op ooghoogte in contact te komen met deze mensen. Daarvoor hebben we het zogeheten vitaliteitscontract ontwikkeld.”

Wat is het vitaliteitscontract?

“Wilde je vroeger muziek luisteren dan kocht je een CD of een langspeelplaat van Abba of Mahler. Tegenwoordig hebben we aan abonnement op Spotify en kunnen we veel meer muziek vinden. Kunnen wij Spotify als inspiratiebron gebruiken om voorzorg te organiseren? Neem dan voor tien euro per maand een gezondheidsabonnement. Met dat contract in de hand heb ik regelmatig een gesprek met een leefstijlcoach die naar jou luistert en jou begeleidt. Heb ik net een scheiding meegemaakt dan adviseert die coach mij misschien wel dat het goed is om te gaan dansen. Ben ik te dik, dan kan de apotheker mij begeleiden om af te vallen. Een diabeet kan onder begeleiding af van zijn medicatie en vaker naar de groenteman. Dit persoonlijke advies gaat gepaard met apps met tal van diensten.”

Die leefstijlcoach is huisarts?

“Dat zou kunnen. Huisartsen zitten echter nog te veel op de stoel van doorverwijzer naar de specialist dan op die van begeleider op weg naar een gezondere leefstijl. Natuurlijk, er zijn huisartsen die de kracht van positieve gezondheid omarmen, en een koepel als LHV onderstreept het belang van preventie, maar huisartsen denken en handelen nu nog te vaak vanuit de medische invalshoek.”

U pleit dus voor een nieuwe beroepsgroep?

“Nee, zeker niet! Wat mij betreft zijn er genoeg specialismen. Nog een specialist erbij levert meer strijd op over behoud van domeinen en gedoe over financiering. Daarop zit niemand te wachten, dat houdt de beweging die we moeten maken alleen maar op. We moeten het generalisme in de zorg in ere herstellen. Ik begrijp de coach van Ajax heel goed als die voor de tv-camera tegen een speler zegt: ‘Nu moet je eens goed luisteren: we spelen ónze wedstrijd en niet die van jou!’. Dat eigen wedstrijdje spelen zie ik terug bij de diverse beroepsgroepen in de zorg, ook in de eerste lijn. Tegen huisartsen en apothekers zou ik dan ook willen zeggen: ga eens out of the box denken, kom uit je domein en bedenk wat jouw bijdrage aan de voorzorg kan zijn.”

Hoe ziet het verdienmodel van die vitaliteitscoach eruit?

“Wil je het vitaliteitsabonnement in de bestaande structureren een plek geven dan is dat op voorhand gedoemd te mislukken. Dan belandt je al snel in een uitzichtloze discussie over domeinen en de financiering. Draai de boel om: als in een praktijk met pakweg 5.000 patiënten de helft een vitaliteitsabonnement neemt tegen 10 euro per maand dan heb je een omzet van 25.000 euro per maand. Daarmee is al snel een vitaliteitscoach aan te stellen.’”

Is de apotheker ook een vitaliteitscoach?

“De apotheker zal nodig blijven want pillen blijven ook nodig. Apothekers zouden er goed aan doen om het huidige verdienmodel te verbreden. Zij kunnen patiënten actief ondersteunen bij het afbouwen van medicatie en bij een gezonde levensstijl. Betaal apothekers dan voor het aantal patiënten dat succesvol minder medicatie gebruikt.”

Hij ziet de aandacht voor vitaliteit groeien. Het leger heeft inmiddels zeventien vitaliteitscoaches aangesteld om Jan Soldaat en Meneer Majoor op een gezonde manier aan het werk te houden. Ook zorgverzekeraars starten projecten met het thema gezondheid en preventie. “Menzis zet in op preventie, maar is nog niet zover om een vitaliteitscontract op te nemen in de voorwaarden. Andere zorgverzekeraars doen er nog weinig mee.”

Zichtbaar

De beweging van nazorg naar voorzorg is extra actueel in deze coronatijd. “Door Covid ziet iedereen dat nazorg vastloopt. Daarom is het jammer dat mensen als Mark Rutte en Hugo de Jonge tijdens de persconferenties zo de nadruk leggen op wat allemaal niet meer mag en niet ingaan op wat mensen zelf kunnen en moeten doen om gezond te blijven. Nu de crisis al meer dan acht maanden duurt wordt het tijd dat ook de politiek hamert op het belang van veerkracht en vitaliteit.”

Wat hebben jullie over vijf jaar bereikt?

“Mag het ook tien jaar zijn? Dan kan de Federatie voor Gezondheid worden opgeheven want voorzorg en nazorg zijn met elkaar in balans. Huisarts en apothekers staan letterlijk naast de patiënt met een vitaliteitscontract. Zij gaan fluitend naar het werk en voelen dat de druk op de eerste lijn niet meer zo hoog is. En vooruit, af en toe een pilletje of een operatie blijft mogelijk.”