Veilig voorschrijven: gaat goed, kan beter

veilig voorschrijvenBijna iedereen gebruikt wel eens medicijnen. Vaak gaat dit goed, maar niet altijd. Daarom toetst de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) op veilig voorschrijven. De bevindingen staan in het recent verschenen rapport: “Veilig voorschrijven moet beter. Een gezamenlijke zorgbrede verantwoordelijkheid”.

Het rapport gaat in op vier voorwaarden voor veilig voorschrijven, namelijk:
1.    Elektronisch voorschrijven en medicatiebewaking
2.    Medicatieoverdracht
3.    Medicatiebeoordeling
4.    Verantwoordelijkheidsverdeling bij samenwerking in de zorg.

De inspectie ziet op alle terreinen echte verbetering, maar aandacht voor medicatieveiligheid blijft noodzakelijk. Het elektronisch voorschrijven noemt IGZ winst,  maar ze waarschuwt dat het ook kan leiden tot nieuwe risico’s als zorgverleners te veel vertrouwen op het systeem. De inspectie zal daar dus op toezien.

Verantwoordelijkheidsverdeling

Zorgverleners besteden veel tijd aan het verzamelen van informatie bij de patiënt en uit overdrachten. Helaas besteden zorgverleners daarna te weinig aandacht aan het zelf overdragen van de eigen medicatie-informatie aan anderen. Dit leidt tot risico’s en is inefficiënt. De rol van de patiënt moet belangrijker worden, stelt de Inspectie. Vooral wanneer kwetsbare ouderen medicatie gebruiken die door verschillende zorgverleners werd voorgeschreven, kunnen risico’s ontstaan. Er zijn onvoldoende dekkende afspraken over wie, waarvoor verantwoordelijk is. IGZ verwacht dat de beroepsgroepen de samenwerking met de patiënt en met elkaar helder zullen vastleggen in (herziene) richtlijnen. Zodat elke Nederlander ook in het veranderend zorglandschap met meer thuiswonende kwetsbare ouderen kan vertrouwen op veilig voorgeschreven medicatie.

Reactie Nederlandse Patiëntenfederatie

Het rapport heeft direct veel stof doen opwaaien. Met o.a. een reactie van de Nederlandse Patiëntenfederatie met de ongenuanceerde kop: “Dokter, apotheker, patiënt en medicijnen: het blijft kwakkelen.” Directeur Diana Veldman vraagt zich in dat bericht af: “Is het teveel gevraagd om even aan de patiënt te vragen wat hij slikt?” Terwijl de praktijk uitwijst dat een groot deel van de patiënten niet exact en correct zijn eigen medicatie kan benoemen.

Beleidsreactie Schippers
Minister Schippers heeft het rapport naar de Tweede Kamer gestuurd met daarbij haar beleidsreactie. Ze geeft aan dat de herziene richtlijn “Overdracht van medicatiegegevens in de keten” per maart 2017 van kracht is. Deze sluit goed aan op de huidige praktijk, waarin de patiënt centraal staat met verbetering van het verifiëren van informatie bij de patiënt. Ook financiert ze de totstandkoming van de informatiestandaard Medicatieproces. Dit project staat voor verbetering van de digitale registratie en gegevensuitwisseling van medicatiegegevens in de gehele keten van zorgverleners en met de patiënt. Dit gebeurt door standaardisatieafspraken binnen de zorgketen over welke gegevens door wie vastgelegd. Naar verwachting is de informatiestandaard medio 2017 beschikbaar voor brede implementatie.

Betrokkenheid apotheker

Ook stelt Schippers in haar brief dat de apotheker meer moet worden betrokken bij medicatieoverdracht en medicatieverificatie. “De apotheker is bij uitstek de zorgverlener met kennis over geneesmiddelen. Het is daarom in het belang van de patiënt en van de verdere verbetering van het veilig voorschrijven dat elke voorschrijver openstaat voor feedback van apothekers”, zo schrijft ze aan de Tweede Kamer.

Kostendekkend tarief

Ze benadrukt in haar brief het belang van medicatiebeoordeling. Daarbij wijst ze op het probleem van de financiering. “Zorgverzekeraars hanteren in 2016 een gemiddelde vergoeding van € 48,- per medicatiebeoordeling. Ik vind het belangrijk dat tegenover het uitvoeren van een medicatiebeoordeling een kostendekkend tarief staat. Apothekers geven aan dat zij gemiddeld 90 minuten bezig zijn met een medicatiebeoordeling. Een vergoeding van €48 lijkt hierbij op het eerste gezicht wat mager. Ik roep zorgverzekeraars en apothekers op om in hun contractafspraken hier extra aandacht aan te besteden.”

Onder redactie van: Gerda van Beek

 

 

 

 

Nieuwe NHG-Standaard pakt COPD in volle breedte aan

Behandeling bij COPD gericht op vermindering ziektelast patiënten Het accent bij de behandeling van COPD ligt op de niet-medicamenteuze therapie, volgens de herziene NHG-Standaard COPD die in april 2021 verscheen. Insteek is het zoveel mogelijk opheffen van beperkingen en het verbeteren van de prognose van patiënten. De plaats van inhalatiecorticosteroïden is beperkt en de standaard is terughoudend bij het gebruik van triple-therapie. De NHG-Standaard CODP is aangepast ten opzichte van de vorige die dateerde uit 2015. Redenen voor de aanpassingen komen zowel voort uit het veld als uit voortschrijdend wetenschappelijk inzicht, geeft huisarts dr. Erik Bischoff aan, een van de leden van de NHG-werkgroep die werkte aan de vernieuwde NHG-Standaard. Hij leidt het onderzoeksprogramma Chronische aandoeningen en multimorbiditeit binnen de afdeling Eerstelijnsgeneeskunde van het Radboudumc Nijmegen. Daarnaast coördineert hij namens het NHG de landelijke kaderopleiding Astma en COPD. “Vernieuwd is de omschrijving van de ziektelast, waarbij verder wordt gekeken dan…

Snoeien in aantal zorgverzekeraars

De apotheker en huisarts krijgen betaald voor individuele verrichtingen, niet voor samenwerking. Juist door samenwerking wordt doelmatige zorg geleverd, aldus Guus Schrijver.

Vacatures

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.