“We willen een betere vergoeding voor onze zorgprestaties”

De toegevoegde waarde van de zelfstandige apotheker, daar maakt de Nederlandse Apothekers Coöperatie (Napco) zich hard voor. Maar die waarde staat nu op het spel, waarschuwt Napco-voorzitter Huub Derksema. Want de tarieven zijn volgens hem te laag. Zelfstandig apothekers kunnen daardoor niet meer op een goede manier farmaceutische zorg leveren.

Begrijp Huub Derksema alsjeblieft niet verkeerd. Hij is tot veel bereid en ambitieuze plannen heeft hij genoeg, maar het moet wel netjes betaald worden. En daar schort het aan volgens de voorzitter van de Nederlandse Apothekers Coöperatie (Napco), de belangenorganisatie van ruim zeshonderd zelfstandige apothekers. Vorige week nog had hij er een crisisgesprek over met het ministerie van VWS. ‘We hebben hen toen verteld hoe slecht de contracten uitpakken die we met de zorgverzekeraars hebben afgesloten. De apothekers komen daarmee niet uit omdat de tarieven te laag zijn, in combinatie met tegenvallende volumes en dalende geneesmiddelprijzen. Dan praten we over 2012, nota bene een overgangsjaar voor een bekostigingsstructuur op basis van kwaliteitsprestaties. Als het nu al zo is, hoe erg wordt dat dan in 2013?’ Ja, VWS heeft goed geluisterd naar de noodkreet van de apothekers, vertelt Derksema, maar veel kan of wil het ministerie er niet aan doen. ‘Men vindt dat zorgverzekeraars en apothekers er onderling uit moeten komen. Het ministerie wil daarbij eventueel wel optreden als een soort smeerolie, maar daar houdt het mee op. Dat vinden wij niet terecht en dat hebben we ook kenbaar gemaakt. De minister heeft immers de spelregels bedacht voor een financiering op basis van prestaties. Maar als dat spel vastloopt omdat in de praktijk geen zorgprestaties gehonoreerd worden, moeten de regels worden herzien.’ Een aanpassing van de spelregels dus, dat is wat Derksema wil, want het spel wordt volgens hem nu niet eerlijk gespeeld. ‘De contractverhoudingen tussen zorgverzekeraars en apothekers zijn niet gelijkwaardig. Dat komt door de inkoopmacht van de zorgverzekeraars. Als ik als zelfstandige apotheker geen contract met een zorgverzekeraar wil sluiten omdat ik vind dat de tarieven te laag zijn, gaat deze naar mijn collega twee straten verderop. Hij past voor mij zijn tarieven niet aan. En bij een bank hoef ik niet aan te kloppen als ik daardoor in financiële moeilijkheden raak. Die denken wel twee keer na alvorens ze apothekers te hulp schieten. Kortom, ik ben in no time failliet als ik niet teken bij het kruisje. Apothekers hebben helemaal geen keuze.’

Local business
Derksema betreurt deze ongelijke machtsverhoudingen, want die ondermijnt alles waar de Napco voor staat. ‘Wij zijn er om de inspanningen van de zelfstandige apothekers zo goed mogelijk te ondersteunen. Daarvoor zijn we in 2005 opgericht. Met als uitgangspunt: farmacie is local business. We kennen onze klanten, de artsen, de wijkverpleegkundigen, de thuiszorg, en de lijnen zijn kort. Alleen zo kun je volgens ons goede farmaceutische zorg leveren. Dat lukt minder goed bij ketenapotheken waar elke twee jaar een andere apotheker achter de balie staat. Dan krijg je een duiventil en dat is niet bevorderlijk voor je continuïteit. Ik ben zelf al tien jaar apotheker in Veghel, dus ik ken mijn cliënten en hun zorgomgeving. Dat is de basis voor goede farmaceutische zorg.’ De Napco-voorzitter wil niet teveel de vergelijking trekken met de ketenapotheken. Die  verkeren volgens hem trouwens eveneens in zwaar weer door de te lage tarieven. Toch ziet hij wel enkele verschillen. ‘Ketenapothekers zijn aandeelhouder gedreven. Ze zullen voor een gezonde bedrijfsvoering daarom eerder de keuze maken om op personeel te bezuinigen of geen verrichtingen te doen waarvoor ze weinig of geen vergoeding krijgen. Zelfstandige apothekers zijn vaak sterker inhoudelijk gedreven. Ook zij willen uiteraard een gezonde onderneming, maar ze zullen vanuit hun betrokkenheid eerder dingen doen waarvoor ze in eerste instantie weinig vergoed krijgen. We moeten daar ook niet bang voor zijn, maar er zijn grenzen.’ Ondertussen is de Napco, zes jaar na haar oprichting, een succesvolle coöperatie gebleken. ‘We zijn de afgelopen jaren stevig gegroeid, we hebben tenders gewonnen, zoals drie jaar geleden de CZ-incontinentietender, en we ontwikkelen ook producten en diensten voor onze leden. Een mooi voorbeeld daarvan is NControl, dat nu eigendom is van de farmaceutische groothandel Mosadex, onze partnerorganisatie. Onze leden krijgen daarmee online ondersteuning bij zowel hun bedrijfsvoering als hun farmaceutische zorgverlening. Vanuit NControl hebben we bijvoorbeeld software ontwikkeld voor onze medicatiebeoordelingen. Dat is een prachtig programma, waarmee we deze beoordelingen snel en doeltreffend kunnen uitvoeren.’ Public affairs, lobbyen dus, behoort eveneens tot het takenpakket van de belangenorganisatie van de zelfstandige apothekers. En met succes. ‘We leveren betrouwbare informatie aan politici en daar hebben ze behoefte aan, weet ik. Daarnaast nodigen we ze uit op werkbezoek. We geven ze dan bijvoorbeeld uitleg over de kernprocessen in de apotheek, zoals de kwaliteitsbewaking van onze producten en bereidingen. De buitenwacht onderschat nogal eens wat daar allemaal bij komt kijken. Het kan dan helpen als politici dat ter plaatse kunnen bestuderen. Ze weten dan beter wat er speelt in de apotheek, en dat heeft invloed op de politieke keuzes die ze maken.’

Vicieuze cirkel

Veel gaat dus goed, maar één ding niet: de te lage tarieven voor de zelfstandige apothekers. ‘Dat is hét pijnpunt van dit moment. Een goed kostendekkend tarief voor 2013 is voor ons daarom essentieel. De huidige vergoedingenstructuur moet daarvoor worden opengebroken.’ Derksema wil bijvoorbeeld dat er een betere vergoeding komt voor de prestaties die de apothekers leveren. Deze zijn door de Nederlandse Zorgautoriteit vastgesteld om los te komen van de marges op de geneesmiddelen en vormen sinds 2012 de basis voor de nieuwe bekostigingsstructuur. Geen misverstand, de zelfstandige apothekers willen deze prestaties graag leveren, benadrukt hij. ‘We willen de kans krijgen om onze farmaceutische kwaliteiten te tonen, maar dat lukt alleen als daar een reële vergoeding tegenover staat. Op dit moment zijn veel collega’s meer bezig met overleven dan dat ze toekomen aan prestaties zoals medicatiebeoordelingen of bevordering van therapietrouw.’
Derksema maak zich daar zorgen over, des te meer omdat apothekers de laatste jaren al te vaak de Zwarte Piet kregen toegespeeld door politiek, zorgverzekeraars en samenleving. ‘Ik ben bang dat we in een vicieuze cirkel terechtkomen, waarbij we alleen maar bezig zijn het hoofd boven water te houden en onvoldoende kwaliteit van zorg kunnen leveren. En dat vervolgens het verwijt is: jullie doen niets. Dat is een geluid dat we al jaren horen. Soms was dat terecht, maar dit keer niet.’ Minister Schippers benadrukte in het vorige nummer van FarmaMagazine dat we met z’n allen de verspilling in de zorg moeten tegengaan. Derksema is het daarmee van harte eens. Apothekers kunnen daar volgens hem een bijdrage aan leveren door te werken aan een betere therapietrouw. ‘Dat betekent dat we patiënten nog beter moeten uitleggen waarom ze de voorgeschreven medicijnen behoren te gebruiken. Dat weten ze vaak niet goed. Therapieontrouw heeft daarom veelal te maken met een gebrek aan kennis. Daar kunnen we als apothekers veel aan doen. Oud-minister Klink heeft dit jaar becijferd dat therapieontrouw de Nederlandse samenleving op jaarbasis 2,4 miljard euro kost. Als we dat kunnen ombuigen, betekent dat een enorme kostenbesparing én gezondheidswinst. Werken aan therapietrouw vormt daarvoor een belangrijk instrument, maar we moeten tevens goed kijken of een patiënt nog wel de juiste medicatie gebruikt. Soms gebruikt hij geneesmiddelen die ooit door een medisch specialist zijn voorgeschreven, maar die allang niet meer nodig zijn. Of hij slikt al jaren een medicijn dat onvoldoende effect heeft. Een goede medicatiebeoordeling kan veel van dit soort verspilling tegengaan.’ Een belangrijk onderdeel van deze beoordeling vormt het overleg tussen de huisarts en apotheker, vervolgt Derksema. ‘Zij vormen samen de ruggengraat van de eerste lijn. Een goede samenwerking tussen huisarts en apotheker gaat veel verspilling tegen en levert veel besparingen op in de zorg. We mogen daarbij niet vergeten dat eerstelijnsmedicatie nog steeds de goedkoopste en meest effectieve manier is om patiënten te behandelen. De kosten van één dag ziekenhuisopname staat gelijk aan gemiddeld vier jaar eerstelijnsmedicatie voorschrijven aan een patiënt. We behoren deze ruggengraat van huisarts en apotheker daarom te koesteren en niet kapot te bezuinigen, zoals nu gebeurt. Maar nogmaals, alles is voor ons bespreekbaar, maar alleen als we eerlijk betaald krijgen voor onze verrichtingen. Daar staat of valt alles mee.’

NFZ
Met het oog op het vrijgeven van de farmaceutische markt in 2012 besloot een groep zelfstandige apothekers in 2011 de Nederlandse Farmaceutische Zorggroep (NFZ) op te richten. De NFZ sluit overeenkomsten met zorgverzekeraars enerzijds en zelfstandig apothekers anderzijds. Ze treedt daarbij op als hoofdaannemer richting zorgverzekeraars, waarbij de zelfstandige apothekers als onderaannemer kunnen optreden. ‘Het is voor zelfstandige apothekers aantrekkelijker om als onderaannemer te opereren onder de paraplu van de NFZ dan om zelfstandig contracten af te sluiten met zorgverzekeraars,’ legt Huub Derksema uit. ‘Ze zijn als collectief beter in staat afspraken te maken met zorgverzekeraars over een gezonde bedrijfsvoering en goede farmaceutische zorgverlening, met de daarbij horende zorgprestaties.’
De NFZ opereert geheel zelfstandig, benadrukt Derksema. ‘Er is geen kruisbestuiving tussen NFZ en Napco. Dat kan ook niet, want wij zijn een coöperatieve vereniging en deze mogen namens haar leden niet onderhandelen met zorgverzekeraars. Zouden we dat wel doen, dan krijg je kartelvorming en dat mag niet van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Dat neemt uiteraard niet weg dat de Napco initiatieven zoals de NFZ van harte toejuicht.’

Tekst: Michel van Dijk
Fotografie: Frank van Wijck

Leeftijd en kwetsbaarheid belangrijke aandachtspunten bij start behandeling DM2

Bij de start van de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II is het zaak rekening te houden met diens leeftijd en kwetsbaarheid. Onderzoek laat zien dat dit onvoldoende is gebeurd nadat de richtlijnen op dit punt zijn gewijzigd en dit kan zowel voor oudere als voor jongere patiënten nadelige gevolgen hebben. Het zou dus meerwaarde hebben als bij richtlijnontwikkeling ook meteen werk zou worden gemaakt van tools die de praktische implementatie ervan faciliteren. De aanbeveling in richtlijnen is duidelijk: als de huisarts de behandeling van een patiënt met diabetes mellitus type II start, dient hij de HbA1c-streefwaarde af te stemmen op de leeftijd en kwetsbaarheid van de patiënt. Onduidelijk is welke gevolgen dit heeft voor de HbA1c waarde, waarbij medicamenteuze behandeling wordt gestart. In de praktijk bleek er nauwelijks sprake te zijn van verschillen op basis van leeftijd of kwetsbaarheid in de jaren nadat deze aanbeveling in…

Therapietrouw cruciaal voor goed effect immunotherapie

Vooral berk is verantwoordelijk voor klachten bij boompollenallergie Jarenlang was er voor patiënten met boompollenallergie alleen immunotherapie in injectievorm beschikbaar. Sinds vorig jaar is er ook immunotherapie in tabletvorm beschikbaar voor deze allergie. Belangrijk voor huisartsen is om tijdig te verwijzen naar de allergoloog en om bij toedienen van immunotherapie-injecties de patiënt het eerste half uur in de gaten te houden voor eventuele systemische reacties. In Nederland is het de berk die de meeste klachten geeft als het gaat om boompollenallergie, vertelt Rik Rösken, internist allergoloog-immunoloog in het Zaans Medisch Centrum in Zaandam. “Naar schatting is 23-30% van de Nederlanders gevoelig voor inhalatieallergenen, maar er zijn geen recente gegevens bekend over de verdeling van boom-, gras-, en overige allergenen binnen de groep patiënten die gevoelig is voor inhalatieallergenen. Boomsoorten die in Nederland vooral verantwoordelijk zijn voor klinische relevante sensibilisatie zijn de berk, de hazelaar en de els.” Deze bomen, behorend…

Sluit u aan bij meer dan 6.500 huisartsen en apothekers die tweewekelijks onze nieuwsbrief ontvangen over ontwikkelingen in de eerste lijn.
  • Nadat u op verzend klikt ontvangt u een bevestigingsmail in uw mailbox.